Harrington’s gerbil

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Denys et al., 2017; Granjon, 2016; Granjon & Dobigny, 2013)
Familie Muridae
Subfamilie Gerbillinae
Genus Taterillus
Soort Taterillus harringtoni
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 105-110 mm
  • Staart: 150-160 mm
Gewicht -
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Centraal-Afrika tot Sudan, Ethiopië, Uganda, Kenia, Somalië en Tanzania.
  • Habitat: Savannes, maar de specifieke habitats zijn niet bekend.
Levensverwachting 1-2 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse C

Bij de Harrington’s gerbil zijn in twee risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Harrington’s gerbil in risicoklasse C.

Samenvatting beoordeling van de Harrington’s gerbil

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X). 

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog risico zoönotische pathogenen, maar op genusniveau is het hoog-risico zoönotische pathogeen hantaanvirus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Harrington’s gerbils hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer en/of markeergedrag.
  • Harrington’s gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Harrington’s gerbils gebruiken uitsluitend zelf gegraven holen.
Thermoregulatie X De Harrington’s gerbil is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij Taterillus spp. is het zeer hoog-risico zoönotische pathogeen hantaanvirus (Gonzales et al., 1989) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van Harrington’s gerbils is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Harrington’s gerbil is een omnivoor (Granjon & Dobigny, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Harrington’s gerbil heeft geen hypsodonte gebitselementen (Lacher et al., 2016; Pavlinov, 2008). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over hoeveel tijd Harrington’s gerbils aan foerageren besteden. Aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Taterillus) slaan voedsel op in een daarvoor bestemde kamer in hun hol (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Het dieet van Harrington’s gerbils bestaat uit zaden, stengels, bladeren en insecten (Granjon & Dobigny, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het home range gebruik van Harrington’s gerbils. Soorten binnen de subfamilie Gerbillinae beschikken over geurklieren, die onder andere voor territoriale doeleinden worden gebruikt (Denys et al., 2017; Gromov, 2015; Idris & Tripathi, 2011). Aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Taterillus) hebben een home range van 700-2324 m2, waarbij de home range kleiner is tijdens het paarseizoen. De home ranges van aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Taterillus) overlappen niet, behalve tussen de seksen tijdens het paarseizoen (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Harrington’s gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Delany, 1986; Dempster & Perrin, 1989; Granjon & Dobigny, 2013; Nowak, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien zij gebruik maken van een hol (Granjon & Dobigny, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Harrington’s gerbils gebruiken uitsluitend zelf gegraven holen (Granjon & Dobigny, 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Harrington’s gerbils zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Harrington’s gerbils leven in een tropisch klimaat (Denys et al., 2017; Schultz, 2005). De gemiddelde maandelijkse temperatuur komt niet onder de 18 °C. In de warmste maanden ligt de gemiddelde temperatuur rond de 30 °C met maximum temperaturen van boven de 40 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 500-1500 mm (Schultz, 2005). De Harrington’s gerbils zijn aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, omdat Harrington’s gerbils nachtdieren zijn en gebruik maken van een hol (Denys et al., 2017; Granjon & Dobigny, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Harrington’s gerbils zijn jaarrond actief (Sørensen et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Harrington’s gerbils hebben een polygame leefwijze (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de aanwezigheid van een dominantiehiërarchie bij Harrington’s gerbils. Aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Taterillus) leven solitair. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van Harrington’s gerbils. Aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Taterillus) zijn vanaf 12 weken geslachtsrijp en kunnen meerdere keren per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 26-30 dagen drachtig en krijgen per worp 2-6 jongen. Ze hebben een paarseizoen afhankelijk van het regenseizoen en kunnen onder de juiste omstandigheden zich jaarrond voortplanten. Omdat Harrington’s gerbils solitair leven, hebben ze geen grote kans op overbevolking (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Delany, M. (1986). Ecology of small rodents in Africa. Mammal Review. 16(1). 1-41.

Dempster, E., & Perrin, M. (1989). Maternal behavior and neonatal development in three species of Namib Desert rodents. Journal of Zoology. 218(3). 407-420.

Denys, C., Taylor, P., Burgin, C., Aplin, K., Fabre, P.-H., Haslauer, R., . . . Menzies, J. (2017). Family MURIDAE (TRUE MICE AND RATS, GERBILS AND RELATIVES). In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 7. Rodents II (pp. 536-886). Barcelona: Lynx Edicions.

Gonzalez, J. P., Josse, R., Johnson, E. D., Merlin, M., Georges, A. J., Abandja, J., Danyod, M., Delaporte, E., Dupont, A., Ghogomu, A., Kouka-Bemba, D., Madelon, M. C., Sima, A. & Meunier, D. M. Y. (1989). Antibody prevalence against Haemorrhagic Fever viruses in randomized representative central African populations. Research in Virology. 140. 319-331.

Granjon, L. (2016). Taterillus emini. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: doi:10.2305/IUCN.UK.2016-3.RLTS.T21523A22416971.en

Granjon, L. & Dobigny, G. (2013). GENUS Taterillus Taterils (Gerbils). In D. Happold, Mammals of Africa. Volume III: Rodents, Hares and Rabbits (p. 349). London: Bloomsbury Publishing.Gromov, V. & Ilchenko, O. (2007). The use of space and social organization in pallid gerbils (Gerbillus perpallidus) under semi-natural conditions. Zoologicheskii zhurnal. 86(9). 1131-1140.

Idris, M. & Tripathi, R. S. (2011). Behavioural responses of desert gerbil, Meriones hurrianae after removal of scent marking gland. Indian Journal of Experimental Biology. 49. 555-557.

Lacher Jr., T., Murphy, W., Rogan, J., Smith, A. & Upham, N. (2016). Evolution, phylogeny, ecology and conservation of the Clade Glires: Lagomorpha and Rodentia. In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 15-28). Barcelona: Lynx Edicions.

Nowak, R. (1999). Walker's Mammals of the World, vol. 2. Baltimore: The Johns Hopkins University Press.

Pavlinov, I. Y. (2008). A review of phylogeny and classification of Gerbillinae (Mammalia: Rodentia). Moskou: Moscow University Publishing.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World. Berlin: Springer Verlag.

Sørensen, D. B., Krohn, T., Hansen, H. N., Ottesen, J. L. & Hansen, A. K. (2005). An ethological approach to housing requirements of golden hamsters, Mongolian gerbils and fat sand rats in the laboratory - A review. Applied Animal Behaviour Science. 94. 181-195

Bent u tevreden over deze pagina?