Himalayathargeit

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Groves et al., 2011)
Familie Bovidae
Subfamilie Caprinae
Genus Hemitragus
Soort Hemitragus jemlahicus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 130-170 cm (m), 90 cm (v)
  • Staart: 9-12 cm
  • Schofthoogte: 100 cm (m), 65 cm (v)
Gewicht 90-124 kg (m), 55-72 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Himalayagebergte in Noord-India, Nepal en West-China. Geïntroduceerd in Nieuw Zeeland, Zuid-Afrika en Californië (VS).
  • Habitat: Voorkeur voor steile kliffen met grasbedekking en kleine (bamboe)bossen op 1550-5300 m hoogte.
Levensverwachting 22 jaar gevangenschap
IUCN-status “Near Threatened”
CITES Niet vermeld.

Risicoklasse F

Himalayathargeiten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de himalayathargeit onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van de Himalayathargeit

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de himalayathargeit is het hoog-risico zoönotische pathogeen Chlamydia abortus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF  Bij himalayathargeiten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de himalayathargeit direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De himalayathargeit heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Himalayathargeiten moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Himalayathargeiten hebben een sterke vluchtreactie.
  • Himalayathargeiten gebruiken hoogte-elementen.
Thermoregulatie X De himalayathargeit is aangepast aan een hooggebergteklimaat met zomerse regen.
Sociaal gedrag X Himalayathargeiten hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de himalayathargeit is het hoog-risico zoönotische pathogeen Chlamydia abortus aangetoond (Lovari et al., 2009b; Probst, 2011). Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De himalayathargeit weegt 90-124 kg (m) of 55-72 kg (v) en beide geslachten beschikken over scherpe, korte hoorns van 28-35 (m) of 20-25 cm (v) (Green, 1978; Groves et al., 2011). Het zijn wilde dieren die groter kunnen zijn dan een volwassen man en snel in paniek raken. Himalayathargeiten kunnen onverwachts uithalen met de hoorns en de poten (Bahuguna, 1998). Himalayathargeiten zijn wilde dieren en het hanteren van himalayathargeiten vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van himalayathargeiten, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de himalayathargeit direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De himalayathargeit is een mixed-feeder, die voornamelijk grassen, maar ook browse materiaal eet (Clauss et al., 2005; Mendoza & Palmqvist, 2007). De opmaak van het dieet is afhankelijk van het seizoen met 75% bestaande uit grassen tijdens de winter en 34% grassen, 21% zeggen, 38% kruiden en struiken, 4% varens en 4% mossen tijdens de zomer (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X De himalayathargeit heeft hypsodonte kiezen (Ackermans et al., 2018; Damuth & Janis, 2011; Damuth & Janis, 2014; Groves et al., 2011; Kaiser et al. 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Himalayathargeiten zijn voornamelijk actief voor 09:00 uur en na 13:30 uur (Groves et al., 2011). De dieren spenderen gemiddeld 70% daglichturen per jaar aan foerageren (Green, 1978). Himalayathargeiten zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van himalayathargeiten bestaat uit grassen, zeggen, kruiden, struiken, varens en mossen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Himalayathargeiten hebben een homerange grootte van 2-7 km2 (Forsyth, 2001; Green, 1978). Himalayathargeiten hebben seizoensgebonden migraties waarbij ze naar lagergelegen gebieden trekken in de winter en naar hoger gelegen gebieden (boven de boomgrens) in de zomer (Groves et al., 2011). Himalayathargeiten dalen elke dag gemiddeld slechts 700 m af om te foerageren (Green, 1978). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2   Himalayathargeiten gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Caro et al., 2004; Paré et al., 1996; Ralls et al., 1987). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R3 X Himalayathargeiten hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Groves et al., 2011). Himalayathargeiten kunnen capture myopathy ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Himalayathargeiten gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Himalayathargeiten leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Green, 1978; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Himalayathargeiten leven in een hooggebergteklimaat met zomerse regen (Green, 1978; Groves et al., 2011; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in het hooggebergte van Oost-Nepal waar himalayathargeiten voorkomen is -5 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -30 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 8 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 36 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 500-3400 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 50%, fluctuerend tussen 20-80% (Green, 1978; Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).

De himalayathargeit is aangepast aan een hooggebergteklimaat met zomerse regen. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat himalayathargeiten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Green, 1978; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Himalayathargeiten zijn jaarrond actief (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Himalayathargeiten hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Himalayathargeiten leven normaliter solitair, maar vormen groepen tijdens de bronst. Volwassen mannetjes met een hoge sociale positie monopoliseren het paringsrecht. Jongere, valer gekleurde mannetjes hebben een hogere dominantiepositie dan oudere, donkere mannetjes. Vrouwelijke groepen bestaan meestal uit vier individuen, gemengde groepen uit tien individuen (Groves et al., 2011; Lovari et al., 2009a). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf drie jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn c.180 dagen drachtig en krijgen per worp één à twee jongen. Himalayathargeiten hebben een paarseizoen in oktober-januari (Groves et al., 2011; Paré et al., 1996; Ralls et al., 1987). Himalayathargeiten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Ackermans, N. L., Clauss, M., Winkler, D. E., Schulz-Kornas, E., Kaiser, T. M., Müller, D. W., Kircher, P. R., Hummel, J. & Hatt, J. (2018). Root growth compensates for molar wear in adult goats (Capra aegagrus hircus). Journal of Experimental Zoology. 331(2). 139-148.

Bahuguna, B.C., (1998). A Harrowing Tale of How Markhor and Himalayan Tahr Survived and Arrived at Darjeeling’s Himalayan Zoo. Zoo’s Print. 1998. 10-12.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Caro, T. M., Graham, C. M., Stoner, C. J. & Vargas, J. K. (2004). Adaptive significance of antipredator behaviour in artiodactyls. Animal Behaviour. 67. 205-228.

Clauss, M., Hummel, J., Varcammen, F. & Streich, W. J. (2005). Obervations on the macroscopic digestive anatomy of the Himalayan tahr (Hemitragus jemlahicus). Anatomia, Histologia, Embryologia. 34. 276-278.

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758.

Damuth, J. & Janis, C. M. (2014). A comparison of observed molar wear rates in extant herbivorous mammals. Annales Zoologici Fennici. 51. 188-200.  

Forsyth, D. M. (2001). Long-term harvesting and male migration in a New Zealand population of Himalayan tahr Hemitragus jemlahicus. Journal of Applied Ecology. 36(3). 351-362.

Green, M. J. (1978). The ecology and feeding behavior of the Himalayan tahr (Hemitragus jemlahicus) in the Langtang Valley, Nepal, Durham theses. Durham University.

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46.

Lovari, S., Pellizzi, B., Boesi, R. & Fusani, L. (2009a). Mating dominance amongst male Himalayan tahr: Blonds do better. Behavioural Processes. 81. 20-25.

Lovari, S., Boesi, R., Minder, I., Mucci, N., Randi, E., Dematteis, A. & Ale, S. B. (2009b). Restoring a keystone predator may endanger a prey species in a human-altered ecosystem: the return of the snow leopard to Sagarmatha National Park. Animal Consrvation. 12. 559-570.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Meteoblue. (2021). Lāntān National Park, Nepal. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/l%c….

Paré, P., Barrette, C. & Prescott, J. (1996). Seasonal reproduction of captive Himalayan tahrs (Hemitragus jemlahicus) in relation to latitude. Journal of Mammalogy. 77(3). 826-832.

Probst, C., Speck, S. & Hofer, H. (2011). Serosurvey of zoo ungulates in central Europe. International Zoo Yearbook. 45. 168-182.

Ralls, K., Lundrigan, B. & Kranz, K. (1987). Mouther-Young Relationships in Captive Ungulates: Spatial and Temporal Patterns. Zoo Biology. 6. 11-20.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 645-649). Columbia en Davis: Saunders.

Bent u tevreden over deze pagina?