Kaukasuseekhoorn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Koprowski et al., 2016; Lurz et al., 2005; Wilson & Reeder, 2005; Yigit et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Sciurinae
Genus Sciurus
Soort Sciurus anomalus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 192-248 mm (m), 198-235 mm (v)
  • Staart: 120-157 mm (m), 120-162 mm (v)
Gewicht 250-401 g (m), 274-410 g (v)
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuidoost-Europa (Turkije en Griekenland) en Zuidwest-Azië (Georgië, Armenië, Azerbaijan, Irak, Iran, Libanon, Syrië, Israël en Jordanië).
  • Habitat: Bossen, voornamelijk in gemixte en loofbossen, met dennenbomen, eikenbomen, beukenbomen, kastanjebomen en iepen. Ze komen ook voor in naaldbomen en rotsachtige gebieden.
Levensverwachting 3 jaar wild, 7-10 jaar gevangenschap.
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de Kaukasuseekhoorn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Kaukasuseekhoorn in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de Kaukasuseekhoorn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen. Bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Sciurus) de Europese rode eekhoorn (S. vulgaris) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen het rabiësvirus, Puumula virus, Francisella tularensis, Leptospira hebdomadis en tick-borne encephalitis virus aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Kaukasuseekhoorns moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Kaukasuseekhoorns hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en/of markeergedrag.
  • Kaukasuseekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Kaukasuseekhoorns leven arboreaal.
  • Kaukasuseekhoorns maken gebruik van zelf gegraven holen.
Thermoregulatie X Kaukasuseekhoorns zijn aangepast aan een mediterraan-, steppe- en woestijnklimaat.
Sociaal gedrag X Kaukasuseekhoorns hebben een dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen. Bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Sciurus) de Europese rode eekhoorn (S. vulgaris) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen het rabiësvirus, Puumula virus, Francisella tularensis, Leptospira hebdomadis en tick-borne encephalitis virus aangetoond (Hubálek & Rudolf, 2010; Nesterchuk et al., 2010; Zienius et al., 2003). Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de Kaukasuseekhoorn is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Kaukasuseekhoorn is een omnivoor (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Kaukasuseekhoorn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Boy & Steenkamp, 2006; Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De Kaukasuseekhoorn is dagactief (Koprowski et al., 2016a). Het is niet bekend hoeveel tijd de Kaukasuseekhoorn aan foerageren besteedt. Verwante boomeekhoorns (Sciurinae) spenderen veel tijd (60-80%) aan foerageren (Koprowski et al., 2016a; Lurz et al., 2005). Kaukasuseekhoorns foerageren op de grond en in de bomen. Voedselvoorraden worden aangelegd in boomholten, verlaten gebouwen en tussen gebladerte en losse grond. De voorraadplaats kan 300 m verwijderd zijn van de dichtstbijzijnde boom en kan 5-6 kg aan zaden bevatten. Kaukasuseekhoorns doen aan zowel larder- als scatterhoarden (Koprowski et al., 2016a; Koprowski et al., 2016b). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de Kaukasuseekhoorn bestaat voornamelijk uit boomzaden, zoals eikels, walnoten, kastanjes, hazelnoten en beukennoten. Daarnaast worden varens, granen, paddenstoelen, insecten, vogeleieren, jonge vogels, knoppen, bessen, en zaden en pulp van appels, peren, perziken, druiven en pruimen gegeten (Koprowski et al., 2016a; Koprowski, 2016b). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de home range grootte van de Kaukasuseekhoorn. Vrouwtjes van aanverwante soorten van het genus Sciurus verdedigen het kerngebied van hun home range tegen andere vrouwtjes (Koprowski., 1998). Kaukasuseekhoorns markeren hun home range met wangklieren, urine en feces en worden dagelijks meermaals hernieuwd (Abi-Said et al., 2014; Koprowski et al., 2016a; Koprowski et al., 2016b). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Kaukasuseekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Koprowski et al., 2016a; Koprowski et al., 2016b). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De Kaukasuseekhoorn is door zijn arboreale levensstijl erg behendig en vlucht doelgericht naar hoge schuilplekken (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Kaukasuseekhoorns maken gebruik van zelf-gegraven holen in de grond (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5 X Kaukasuseekhoorns zijn arboreaal (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Kaukasuseekhoorns leven in een mediterraan-, steppe- en woestijnklimaat (Gavish, 1993; Koprowski et al., 2016a; Peel et al., 2007; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de steppes van het Midden-Oosten waar Kaukasuseekhoorns voorkomen is 17 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 2 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 29 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 40 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 500 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 60% (Meteoblue, 2020).

De Kaukasuseekhoorn is aangepast aan een mediterraan-, steppe- en woestijnklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Kaukasuseekhoorns gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien nestelen Kaukasuseekhoorns in holen, gaten en nesten (Gavish, 1993; Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Kaukasuseekhoorns zijn jaarrond actief (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Kaukasuseekhoorns hebben een polygame leefwijze (Koprowski et al., 2016a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Kaukasuseekhoorns leven solitair, maar hebben overlap in home ranges. Verwante soorten in de subfamilie (Sciurinae) hebben een dominantiehiërarchie, die het meest prominent aanwezig is tijdens het paarseizoen. Leeftijd en grootte spelen een rol bij dominantie (Heaney & Thorington, 1978; Koprowski, 1998; Lurz et al., 2005). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 5-6 maanden geslachtsrijp en kunnen 1-2 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 39-44 dagen drachtig en krijgen per worp 1-7 jongen. Kaukasuseekhoorns planten zich jaarrond voort, met een piek in april-mei en augustus-september (Koprowski et al., 2016a; Koprowski et al., 2016b; Thorington et al., 2012). Kaukasuseekhoorns hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Abi-Said, M., El Khoury, J., Makhlouf, H. & Amr, Z. (2014). Ecology of the Persian Squirrel, Sciurus anomalus, in Horsh Ehden Nature Reserve, Lebanon. Vertebrate Zoology. 64. 127-135.

Boy, S. & Steenkamp, G. (2006). Odontoma-like tumours of squirrel elodont incisors—elodontomas. Journal of Comparative Pathology. 135(1). 56-61.

Gavish, L. (1993). Preliminary observations on the behavior and ecology of free-living populations of the subspecies Sciurus anomalus syriacus (golden squirrel) on Mount Hermon, Israel. Israel Journal of Zoology. 39(3). 275-280.

Heaney, L. R. & Thorington, R. W. (1978). Ecology of Neotropical red-tailed squirrels, Sciurus granatensis, in the Panama Canal Zone. Journal of Mammalogy. 59(4). 846-851.

Hubálek, Z. & Rudolf, I. (2010). Vertebrates as Hosts and Reservoirs of Zoonotic Microbial Agents. In Microbial Zoonoses and Sapronoses (pp. 83-128). Dordrecht: Springer.

Koprowski, J., (1998). Conflict Between the Sexes: A Review of Social and Mating Systems of the Tree Squirrels. In Steele, M. A., Merritt, J. F. & Zegers, D. A. Ecology and evolutionary biology of tree squirrels. In International Colloquium on the Ecology of Tree Squirrels (1994: Powdermill Biological Station). Virginia Museum of Natural History.

Koprowski, J., Goldstein, A., Bennett, R. & Mendes, C. (2016a). Sciurus anomalus. In D. Wilson, T. Lacher & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world vol. 6. Lagomorphs and rodents I. (pp. 648-837). Barcelona: Lynx Edicions.

Koprowski, J., Gavish, L. & Doumas, S. (2016b). Sciurus anomalus. Mammalian Species. 48(934). 48-58.

Lurz, P., Gurnell, J. & Magris, L. (2005). Sciurus vulgaris. Mammalian Species. 769. 1-10.

Meteoblue. (2020). Beirut, Lebanon. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/bei….

Nesterchuk, S., Makarova, E. & Ostapenko, V. (2010). The importance of individual animal species in rabies virus transport in the central federal district of Russia. Topical Issues of Zoology, Ecology and Conservation 2.

Peel, M., Finlayson, B. & McMahon, T. (2007). Updated world map of the Köppen-Geiger climate classification. Hydrology and Earth System Sciences Discussions, European Geosciences Union. 4(2). 439-473.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world. Berlijn, Duitsland: Springer.

Thorington, R., Koprowski, J., Steele, M. & Whatton, J. (2012). Squirrels of the world. JHU Press.

Wilson, D. & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Yigit, N., Krystufek, B., Sozen, M., Bukhnikashvili, A. & Shenbrot, G. (2016). Sciurus anomalus. The IUCN Red List of Threatened Species. Opgehaald van IUCN: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2016-3.RLTS.T20000A22245460.en

Zienius, D., Bagdonas, J. & Dranseika, A. (2003). Epidemiological situation of rabies in Lithuania from 1990 to 2000. Veterinary Microbiology. 93(2). 91-100.

Bent u tevreden over deze pagina?