Kogelgordeldier

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Smith, 2007; Superina & Abba, 2018)
Familie Chlamyphoridae
Subfamilie Tolypeutinae
Genus Tolypeutes
Soort Tolypeutes matacus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 200-250 mm
  • Staart: 50-70 mm
Gewicht 12 kg
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuid-Amerika (Noord-centraal-Argentinië, Oost-centraal-Bolivia en delen van Brazilië en Paraguay). 
  • Habitat: Voornamelijk droge gebieden; in doornige bossen, galerijbossen, palmsavanne, tot 800 m hoogte. 
Levensverwachting 12-15 jaar wild, 30 jaar gevangenschap.
IUCN-status 12-15 jaar wild, 30 jaar gevangenschap.
CITES Niet vermeld. 

Risicoklasse D

Bij het kogelgordeldier zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt het kogelgordeldier in risicoklasse D.

Samenvatting beoordeling van het kogelgordeldier

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het kogelgordeldier is het hoog-risico zoönotische pathogeen Eastern equine encephalitis virus aangetoond. Bij de sympatrische en aanverwante soorten het bruin behaard gordeldier (Chaetophractus villosus) en het zesbandgordeldier (Euphractus sexcinctus) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis, Leptospira interrogans, Mycobacterium leprae en Brucella suis biovar 1 aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het kogelgordeldier heeft hypselodonte gebitselementen.
  • Kogelgordeldieren moeten dagelijks langdurig foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Kogelgordeldieren gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Kogelgordeldieren gebruiken uitsluitend zelfgegraven holen.
Thermoregulatie X Het kogelgordeldier is aangepast aan een tropisch en subtropisch klimaat. 
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het kogelgordeldier is het hoog-risico zoönotische pathogeen Eastern equine encephalitis virus aangetoond (Deem et al., 2009). Bij de sympatrische en aanverwante soorten het bruin behaard gordeldier (Chaetophractus villosus) en het zesbandgordeldier (Euphractus sexcinctus) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis, Leptospira interrogans, Mycobacterium leprae en Brucella suis biovar 1 aangetoond (Bruce et al., 2000; Frota et al., 2012; Kin, 2015; Sharma et al., 2015; da Silva Ferreira et al., 2020; Truman et al., 2011). Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van het kogelgordeldier is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Aguilar & Superina, 2015; Superina, 2000; Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het kogelgordeldier is een omnivoor (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X Het kogelgordeldier is een omnivoor (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V3 X Het kogelgordeldier zoekt zijn eten voornamelijk aan de oppervlakte, maar graaft af en toe ondiepe kuilen in mieren- en termietennesten (Superina & Abba, 2018). In het wild zijn gordeldieren ongeveer 5 uur per dag bezig met foerageren en slapen 16-20 uur per dag (Joiner, 2016; Superina, 2000). Kogelgordeldieren hebben een zeer grote home range t.o.v. hun lichaamsgrootte (2-46,4 ha), waaruit vernomen kan worden dat ze grote afstanden afleggen tijdens het foerageren (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van kogelgordeldieren bestaat uit termieten, mieren, andere insecten, fruit en zaden (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Kogelgordeldieren hebben een homerange van gemiddeld 14 ha (variërend van 2-46,4 ha). Er is sprake van overlap tussen de homeranges, zowel binnen als tussen beide geslachten (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.  
R2 X Kogelgordeldieren gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als rustplaats (Attias et al., 2016; Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R3   Bij gevaar vluchten kogelgordeldieren zigzaggend naar een bestaand hol of verstoppen ze zich in vegetatie om snel een nieuw hol te graven. Door hun slechte zicht botsen ze regelmatig tegen objecten aan. Wanneer ze gepakt worden, rollen ze zich op (Smith, 2007). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Kogelgordeldieren gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen. Ze graven holen om in te rusten, jongen te werpen en verzorgen en voor thermoregulatie (Attias et al., 2016). Gordeldieren hebben gespierde voorpoten met lange, sterke klauwen om mee te graven (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing.  
R5   Kogelgordeldieren gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen. Ze graven holen om in te rusten, jongen te werpen en verzorgen en voor thermoregulatie (Attias et al., 2016). Gordeldieren hebben gespierde voorpoten met lange, sterke klauwen om mee te graven (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing.  

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Kogelgordeldieren leven in een tropisch en subtropisch klimaat (Bolkovic, et al., 1995; Schultz, 2005; Superina & Abba, 2018). De gemiddelde minimumtemperatuur in de bossen van Noordoost-Argentinië waar kogelgordeldieren voorkomen is 15 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -8 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 27 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 45 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 400 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 60% (Meteoblue, 2021; Schultz,. 2005).

Het kogelgordeldier heeft een hoge thermische geleidbaarheid en een laag metabolisme (McNab, 1980). De thermoneutrale zone van het kogelgordeldier ligt boven de 28 graden (Superina, 2000).

Het kogelgordeldier is aangepast aan een tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Kogelgordeldieren leven in een tropisch en subtropisch klimaat (Bolkovic, et al., 1995; Schultz, 2005; Superina & Abba, 2018). De gemiddelde minimumtemperatuur in de bossen van Noordoost-Argentinië waar kogelgordeldieren voorkomen is 15 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -8 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 27 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 45 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 400 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 60% (Meteoblue, 2021; Schultz,. 2005).   Het kogelgordeldier heeft een hoge thermische geleidbaarheid en een laag metabolisme (McNab, 1980). De thermoneutrale zone van het kogelgordeldier ligt boven de 28 graden (Superina, 2000).   Het kogelgordeldier is aangepast aan een tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
T3   Het kogelgordeldier is jaarrond actief (Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Kogelgordeldieren hebben een polygame leefwijze (Attias et al., 2020; Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Kogelgordeldieren leven solitair, maar hebben overlap in home ranges. Het kogelgordeldier heeft geen sociale organisatie en agonistisch gedrag tussen soortgenoten vindt nauwelijks plaats (Attias et al., 2020; Superina & Abba, 2018). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 12 maanden geslachtsrijp en kunnen 1-2 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 114 dagen drachtig en krijgen per worp 1 jong. Kogelgordeldieren hebben een reproductieve piek in juli t/m september en december t/m februari (Superina & Abba, 2018). Kogelgordeldieren hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Aguilar, R. & Superina, M. (2015). Xenarthra. In R. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 355-369). WB Saunders. 

Attias, N., Miranda, F., Sena, L., Tomas, W., & Mourão, G. (2016). Yes, they can! Three-banded armadillos Tolypeutes sp.(Cingulata: Dasypodidae) dig their own burrows. Zoologia (Curitiba). 33(4). 

Attias, N., Gurarie, E., Fagan, W. F. & Mourão, G. (2020). Ecology and social biology of the southern three-banded armadillo (Tolypeutus matacus; Cingulata: Chlamyphoridae). Journal of Mammalogy. 1-14. 

Berkovitz, B. & Shellis, P. (2018). Chapter 6 – Xenarthra. In B. Berkovitz & P. Shellis, The Teeth of Mammalian Vertebrates (pp. 99-104). Academic Press. 

Bolkovic, M., Caziani, S. & Protomastro, J. (1995). Food habits of the Three-Banded Armadillo (Xenarthra: Dasypodidae) in the dry Chaco, Argentina. Journal of Mammalogy. 76(4). 1199-1204.  

Bruce, S., Schroeder, T. L., Ellner, K., Rubin, H., Williams, T. & Wolf Jr., J. E. (2000). Armadillo exposure and Hansen’s disease: An epidemiologic survey in southern Texas. Journal of the American Academy of Dermatology. 43(2). 223-228. 

Carlini, A. A., Soibelzon, E. & Glaz, D. (2016). Chaetophractus vellerosus (Cingulata: Dasypodidae). Mammalian Species. 48(937). 73-82. 

Deem, S. L., Noss, A. J., Fiorello, C. V., Manharth, A. L., Robbins, R. G. & Karesh, W. B. (2009). Health assessment of free-ranging three-banded (Tolypeutes matacus) and nine-banded (Dasypus novemcinctus) armadillos in the Gran Chaco, Bolivia. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 40(2). 245256. 

Frota, C. C., Lima, L. N. C., Rocha, A. D. S., Suffys, P. N., Rolim, B. N., Rodrigues, L. C., Barreto, M. L., Kendall, C. & & Kerr, L. R. S. (2012). Mycobacterium leprae in six-banded (Euphractus sexcinctus) and nine-banded armadillos (Dasypus novemcinctus) in Northeast Brazil. Memórias do Instituto Oswaldo Cruz. 107. 209-213. 

Joiner, W. J. (2016). Unraveling the Evolutionary Determinants of Sleep. Current Biology. 26(20). R1073–R1087. 

Kin, M. S. (2015). Chaetophractus villosus reservorio y/o transmisor de algunas enfermedades infectocontagiosas y/o zoonóticas que afectan a los rumiantes y al hombre.  

McNab, B. K. (1980). Energetics and the limits to a temperate distribution in armadillos. Journal of Mammalogy. 61(4). 606-627.  

Meteoblue. (2021). Campo Gallo, Argentina. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/cam….  

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, The Ecological Divisions of the Geosphere (2 ed.). Berlin: Springer.

Smith, P. (2007). Southern Three-banded armadillo Tolypeutes matacus. FAUNA Paraguay Handbook of the Mammals of Paraguay, 7.  

Sharma, R., Singh, P., Loughry, W. J., Lockhart, J. M., Inman, W. B., Duthie, M. S., Pena, M. T., Marcos, L. A., Scollard, D. M., Cole, S. T. & Truman, R. W. (2015). Zoonotic leprosy in the southeastern United States. Emerging Infectious Diseases. 21(12). 2127. 

da Silva Ferreira, J., de Carvalho, F. M., Pessolani, M. C. V., de Paula Antunes, J. M. A., de Medeiros Oliveira, I. V. P., Moura, G. H. F., Truman, R. W., Peña, M. T., Sharma, R., Duthie, M. S., de Paula Souza E Guimarães, R. J., Fontes, A. N. B., NoelSuffys, P. & McIntosh, D. (2020). Serological and molecular detection of infection with Mycobacterium leprae in Brazilian six banded armadillos (Euphractus sexcinctus). Comparative Immunology, Microbiology and Infectious Diseases. 68. 101397. 

Superina, M. (2000). Biologie und Haltung von Gürteltieren (Dasypodidae).   

Superina, M. & Abba, A. (2018). Family Chlamyphoridae (Chlamyphorid Armadillos). In D. Wilson & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, vol. 8 Insectivores, Sloths and Colugos (pp. 4871). Barcelona: Lynx.  

Truman, R. W., Singh, P., Sharma, R., Busso, P., Rougemont, J., Paniz-Mondolfi, A., Kapopoulou, A., Brisse, S., Scollard, D. M., Gillis, T. P. & Cole, S. T. (2011). Probable Zoonotic Leprosy in the Southern United States. N Engl J Med. 364. 1626-1633. 

Vizcaíno, S. F. (2009). The teeth of the “toothless”: novelties and key innovations in the evolution of xenarthrans (Mammalia, Xenarthra). Paleobiology. 35(3). 343-366. 

Bent u tevreden over deze pagina?