Kuifhert

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Leslie et al., 2013; Mattioli, 2011)
Familie Cervidae
Subfamilie Cervinae
Genus Elaphodus
Soort Elaphodus cephalophus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 100-120 cm
  • Staart: 7-13 cm
  • Schofthoogte: 50-70 cm
Gewicht 17-30 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: China en Noordoost-Myanmar.
  • Habitat: Hooggelegen vochtige bossen tot 4750 m boven zeeniveau.
Levensverwachting 10-12 jaar
IUCN-status “Near Threatened”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Kuifherten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het kuifhert onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van het kuifhert

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort binnen dezelfde subfamilie, de Indische muntjak (Muntiacus muntjak), is het hoog-risico zoönotische pathogeen Mycobacterium tuberculosis complex aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing.
Letselschade XF Bij kuifherten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het kuifhert direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het kuifhert is een herbivore browser.
  • Het kuifhert heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Kuifherten moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Kuifherten hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en markeergedrag.
  • Kuifherten gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Kuifherten hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie X Het kuifhert is aangepast aan een gematigd en subtropisch klimaat met zomerse regen.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij een sympatrische en aanverwante soort binnen dezelfde subfamilie (Cervinae) de Indische muntjak (Muntiacus muntjak) is het hoog-risico zoönotische pathogeen Mycobacterium tuberculosis complex (Baviskar & Bhandarkar, 2010) aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Het kuifhert weegt 17-30 kg en mannetjes beschikken over een klein gewei dat bestaat uit twee korte (2,5-3,5 cm), stompe, dunne, onvertakte stangen. Beide geslachten hebben grote, scherpe bovenste hoektanden. Bij de mannetjes zijn de dolkachtige hoektanden robuuster en steken ze meer uit dan bij de vrouwtjes. De hoektanden van volwassen mannetjes worden als wapens gebruikt bij territoriale conflicten. Mannetjes gedragen zich tijdelijk agressiever tijdens de bronst (Mattioli, 2011; Leslie et al., 2013). Kuifherten zijn wilde dieren en het hanteren van kuifherten vereist expertise van de houder (Masters & Flach, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van kuifhertenkunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het kuifhert direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

 

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X Het kuifhert is een mixed-feeder die voornamelijk browse materiaal eet (Clauss et al., 2002; Mendoza & Palmqvist, 2007). Het verteringsstelsel is aangepast aan het verteren van browse materiaal (Li et al., 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V2 X Het kuifhert heeft hypsodonte kiezen (Mendoza & Palmqvist, 2007; Petronio et al., 2011; Powers & Mead, 2019; Veitschegger, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Kuifherten hebben twee foerageerronden per dag tijdens de schemer (Leslie et al., 2013). Het kuifhert is een herkauwende mixed-feeder met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van kuifherten bestaat uit bamboe, grassen, kruiden, fruit en browsemateriaal (Leslie et al., 2013; Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X De home range grootte van het kuifhert is niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur. De homerange grootte is vermoedelijk klein. Beide geslachten zijn territoriaal en ze patrouilleren hun territorium over vaste paden. Mannetjes verdedigen hun territorium tegen indringende mannetjes. Het markeren van het territorium maakt voor beide geslachten een belangrijk deel uit van het activiteitbudget (Leslie et al., 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X De jongen van kuifherten hebben cryptisch gekleurde vlekken (Leslie et al., 2013). Er is niet in de wetenschappelijke literatuur beschreven of de jongen van kuifherten gebruik maken van een beschutte verstopplaats. De jongen van sympatrische en aanverwante soorten binnen de familie (Cervidae) gebruiken een beschutte verstopplaats (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Het kuifhert heeft een sterke vluchtreactie (Leslie et al., 2013). Capture myopathy bij kuifherten is niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur, maar binnen de familie Cervidae is capture myopathy bij een groot aantal soorten waargenomen (Beringer et al., 1996; Blumstein et al., 2015; Bunert et al., 2018; Duarte et al., 2001; Hampton et al., 2020; Hastings et al., 1989; Montané et al., 2002; Nuvoli et al., 2014; Ueno et al., 2018; Wobeser et al., 1976). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Kuifherten gebruiken geen holen of kuilen (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor kuifherten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Kuifherten leven in een gematigd en subtropisch klimaat met zomerse regen (Leslie et al., 2013; Mattioli, 2011; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de gematigde bossen van China waar kuifherten voorkomen is 13 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -3 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 25 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 38 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 100-1500 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 65% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).

Het kuifhert is aangepast aan een gematigd en subtropisch klimaat met zomerse regen. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel- of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat kuifherten leven in het bos en op de grond (Leslie et al., 2013; Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Kuifherten zijn jaarrond actief (Mattioli, 2011), deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Kuifherten hebben een polygame leefwijze (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Kuifherten leven solitair (Leslie et al., 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 10-12 maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 180-210 dagen drachtig en krijgen per worp meestal één jong. Kuifherten hebben een paarseizoen van september t/m december (Leslie et al., 2013; Mattioli, 2011). Kuifherten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Baviskar, B. S. & Bhandarkar, A. G. (2010). Tuberculosis in a free ranging barking deer (Muntiacus muntjak). Zoos' Print (web version). 25(10). 25-26.

Beringer, J., Hansen, L. P., Wilding, W., Fischer, J. & Sheriff, S. L. (1996). Factors affecting capture myopathy in white-tailed deer. The Journal of wildlife management. 373-380.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Bunert, C., Langer, S., Votion, D. M., Boemer, F., Müller, A., Ternes, K. & Liesegang, A. (2018). Atypical myopathy in Père David's deer (Elaphurus davidianus) associated with ingestion of hypoglycin A. Journal of animal science. 96(8). 3537–3547.

Clauss, M., Lechner-Doll, M. & Streich, J. W. (2002). Faecal particle size distribution in captive wild ruminants: an approach to the browser/grazer dichotomy from the other end. Oecologia. 131. 343-349.

Duarte, J. M. B., Merino, M. L., Gonzalez, S., Nunes, A. L. V., Garcia, J. M., Szabó, M. P. J., Pandolfi, J. R., Arantes, I. G., Nascimento, A. A., Machado, R. Z., Araújo Jr., J. P., Catão-Dias, J. L., Werther, K., Garcia, J. E., Girio, R. J. A., Matushima, E. R. (2001). Order artiodactyla, family Cervidae (deer). In M.E. Fowler & Z.S. Cubas, Biology, medicine, and surgery of South American wild animals (pp. 402-422).

Hampton, J. O., Amos, M., Pople, A., Brennan, M. & Forsyth, D. M. (2020). Minimising mortalities in capturing wildlife: refinement of helicopter darting of chital deer (Axis axis) in Australia. Wildlife Research.

Hastings, B. E., Stadler, S. G. & Kock, R. A. (1989). Reversible Immobilization of Chinese Water Deer (Hydropotes inermis) with Ketamine and Xylazine. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 20(4). 427-431.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.

Leslie, D. M., Lee, D. N. & Dolman, R. W. (2013). Elaphodus cephalophus (Artiodactyla: Cervidae). Mammalian Species. 45. 80-91.

Li, J., Zhan, S., Liu, X., Lin, Q., Jiang, J. & Li, X. (2018). Divergence of Fecal Microbiota and Their Associations With Host Phylogeny in Cervinae. Front Microbiol. 9:1823.

Masters, N. J. & Flach, E. (2015). Chapter 62 - Tragulidae, Moschidae, and Cervidae. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 611-625). Columbia en Davis: Saunders.

Mattioli, S. (2011). Family Cervidae. In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (Vol. 2, pp. 350 - 443). Barcelona: Lynx Edicions.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274(2). 134-142.

Meteoblue. (2021). Chengdu, Sichuan, China. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/nl/weer/historyclimate/climatemodelled/chengd….

Montané, J., Marco, I., Manteca, X., López, J. & Lavín, S. (2002). Delayed Acute Myopathy in Three Roe Deer. Transboundary and Emerging Diseases. 49(2). 93-98.

Nuvoli, S., Burrai, G. P., Secci, F., Columbano, N., Careddu, G. M., Mandas, L., Sanna, M. A., Pirino, S. & Antuofermo, E. (2014). Capture myopathy in a corsican red deer Cervus elaphus corsicanus (Ungulata: Cervidae). Italian Journal of Zoology. 81(3). 457-462.

Petronio, C., Bellucci, L., Martiinetto, E., Pandolfi, L. & Salari, L. (2011). Biochronology and palaeoenvironmental changes from the Middle Pliocene to the Late Pleistocene in Central Italy. Geodiversitas. 33(3). 485-517.

Powers, P. M. & Mead, A. J. (2019). Dental and Mandibular Anomalies in White-tailed Deer (Odocoileus virginianus) from Central Georgia. Georgia Journal of Science. 77(2). 1-11.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, The Ecological Divisions of the Geosphere (2 ed.). Berlin: Springer.

Ueno, M., Iijima, H., Takeshita, K., Takahashi, H., Yoshida, T., Uehara, H., Igota, H., Matsuura, Y., Ikeda, T., Azumaya, M. & Kaji, K. (2018). Robustness of adult female survival maintains a highdensity sika deer (Cervus nippon) population following the initial irruption. Wildlife Research. 45(2). 143-154.

Veitschegger, K. (2017). Life history evolution in extant and extinct Laurasiatheria - Case studies elucidating the junctions among selective forces, disparity, and trait evolution. Zurich: University of Zurich, Faculty of Science.

Wobeser, G., Bellamy, J. E., Boysen, B. G., MacWilliams, P. S. & Runge, W. (1976). Myopathy and myoglobinuria in a wild white-tailed deer. Journal of the American Veterinary Medical Association. 169(9). 971-974.

Bent u tevreden over deze pagina?