Lama + Guanaco

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Franklin, 2011; Weigl, 2005; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Camelidae
Subfamilie -
Genus Lama
Soort

Lama glama (lama)

Lama guanicoe (guanaco)

Gedomesticeerd

Lama: ja

Guanaco: Nee

Kruising Nee
Volwassen grootte

Lama:

  • Kop-romp: 180-229 cm
  • Staart 18-22 cm
  • Schouderhoogte: 102-106 cm

Guanaco: 

  • Kop-romp: 190-215 cm
  • Staart: 23-27 cm
  • Schouderhoogte: 90-130 cm;
Gewicht

Lama: 110-120 kg

Gaunaco: 90-140 kg

Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding:
    Lama: Peru, Bolivia en Argentinië.
    Guanaco: Argentinië, Chili, Bolivia en Peru.
  • Habitat: 
    Lama: 3800-5000 meter hoogte, voornamelijk in het hoogland van de Andes.
    Guanaco: Gebieden op zeeniveau tot en met 4500 meter en hoger met seizoensgebonden weer, zoals sneeuw of droge winters, koude tot vriestemperaturen, middelmatig tot sterke wind en weinig neerslag.
Levensverwachting Lama: 28 jaar
Guanaco: 33 jaar 
IUCN-status "Least Concern"
CITES Bijlage B

Risicoklasse D (lama) en F (guanaco)

Lama: Bij de lama zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de lama in risicoklasse D.

Guanaco: Guanaco’s zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de guanaco in risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de lama en de guanaco

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Lama Guanaco Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) ! (signalerend)
Bij de lama zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans en Mycobacterium bovis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
 
Bij de guanaco is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 
Letselschade   XF Bij guanaco’s is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de guanaco direct onder risicoklasse F valt. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Lama Guanaco Toelichting
Voedselopname X X
  • De lama en guanaco hebben hypsodonte gebitselementen.
  • Lama's en guanaco’s moeten dagelijks langdurig foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid   X Guanaco’s hebben een sterke vluchtreactie. 
Thermoregulatie X X
  • De lama is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat.
  • De guanaco is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat en een droog klimaat met koude periodes.
Sociaal gedrag X X Lama’s en guanaco’s hebben een despotische dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
LG1 ! (signalerend) ! (signalerend)

Bij de lama zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans (Beas et al., 2014; Lilenbaum et al., 2002) en Mycobacterium bovis (Twomey et al., 2007) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.  

Bij de guanaco is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans (Beas et al., 2015) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 

 

Letselschade
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
LG2   XF

De lama weegt 110-120 kg en de guanaco weegt 90-140 kg (Franklin, 2011). Guanaco’s kunnen spugen, bijten en schoppen. Wanneer mensen omvallen, kunnen guanaco’s op hen stampen, zoals zij dat ook bij andere guanaco’s doen (Bravo, 2015). Lama’s kunnen ook bijten, maar doen dit nauwelijks (Bravo, 2015). Lama’s zijn al meer dan 2000 jaar gedomesticeerd (Franklin, 2011) en zullen gewend zijn aan de omgang met mensen.  

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van guanaco’s kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de guanaco direct onder risicoklasse F valt.  

Op basis van het gedrag van de lama is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
V1     De lama en guanaco zijn mixed-feeders (Wackwitz et al., 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X X De lama en guanaco hebben hypsodonte kiezen (Kaiser et al., 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V3 X X Lama’s zijn dagelijks 71% van hun actieve periode aan het foerageren (Franklin, 2011). Guanaco’s foerageren in de zomer 54% van hun actieve periode (Franklin, 2011). Lama’s en guanaco’s zijn aangepast aan het afleggen van grote afstanden om voldoende voedsel te vinden (De Cock et al., 2009; Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4     Het dieet van lama’s en guanaco’s bestaat uit een variëteit aan grassen, struiken, kruidachtige planten, epifyten, korstmossen, schimmels, cactussen, vetplanten, fruit, bloemen en bladeren (Castellaro et al., 2004; Franklin, 2011; Soler et al., 2013) Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
R1     Lama’s en guanaco’s hebben een home range van 62-712 km2 (Schroeder et al., 2018). Lama’s en guanaco’s zijn sedentair en patrouilleren niet (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R2     Lama’s en guanaco’s maken geen gebruik van een afgezonderde nestplaats (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R3   X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie van lama’s, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht gezien zij gedomesticeerd zijn en gewend zullen zijn geraakt aan contact met mensen (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.   Guanaco’s zijn gevoelig voor capture myopathie, wat optreed tijdens de vluchtreactie (Baldi et al., 2010). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R4     Lama’s en guanaco’s gebruiken geen holen of kuilen (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5     Voor Lama’s en guanaco’s zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
T1 X X

Lama’s leven in een droog tropisch en subtropisch klimaat (Franklin, 2011; Schultz, 2005). In het droge tropische en subtropische klimaat ligt, op enkele regionale uitzonderingen na, de gemiddelde maandtemperatuur gedurende het hele jaar boven de 10 °C. In sommige gebieden daalt de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand tot 5 °C. Gedurende 5-12 maanden per jaar ligt de gemiddelde temperatuur boven de 18 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslag varieert, maar is maximaal 500 mm (Schultz, 2005). Guanaco’s leven in een droog tropisch en subtropisch klimaat en een droog klimaat met koude periodes (Baldi, et al., 2016; Schultz, 2005). In een droog klimaat met koude periodes ligt de gemiddelde minimum temperatuur tenminste 1 maand onder het vriespunt. De gemiddelde temperatuur in de warmste maand ligt maximaal drie maanden boven de 20 °C met maandelijkse maximumtemperaturen van 30 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt onder de 400 mm (Schultz, 2005). Lama’s en guanaco’s zijn goed aangepast aan koude temperaturen, maar hebben beschutting nodig tegen slecht weer (Bravo, 2015). Lama’s en guanaco’s kunnen in noordelijke klimaten last krijgen van frostbite in de oren (Agnew, 2018).  

De lama is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat en de guanaco is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat en een droog klimaat met koude periodes. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2     Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat lama’s en guanaco’s gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3     Lama’s en guanaco’s zijn jaarrond actief (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Lama Guanaco Toelichting
S1     Lama’s hebben een groepsgewijze leefwijze en guanaco’s hebben een polygame leefwijze (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X X

Lama’s leven in kuddes, waarbij de mannetjes soms het hele jaar en soms alleen tijdens het paarseizoen bij de kudde worden geplaatst. Vrouwtjes paren alleen met mannetjes die zij al kennen, onbekende mannetjes moeten zich dominant tonen over het vrouwtje voordat ze met hen paart (Franklin, 2011). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing.  

Guanaco’s leven voornamelijk in kuddes, die kunnen variëren in samenstelling. De meest voorkomende familiegroepen bestaan uit één territoriaal mannetje, meerdere vrouwtjes, en eventueel jongen. Mannetjes bepalen hierbij de groepsstructuur (Franklin, 2011). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

S3     Lama vrouwtjes zijn vanaf één jaar oud geslachtsrijp, maar paren pas wanneer zij 2 of 3 zijn (Campero, 2005). Lama’s en guanaco’s zijn 340-360 dagen drachtig en krijgen per worp gemiddeld één jong (Franklin, 2011). Lama’s en guanaco’s hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Agnew, D. (2018). Camelidae. In K. Terio, D. McAloose, & J. St. Leger, Pathology of Wildlife and Zoo Animals (pp. 185-205). Academic Press. doi:10.1016/B978-0-12-805306-5.00007-9 

Baldi, R., Acebes, P., Cuéllar, E., Funes, M., Hoces, D., Puig, S., & Franklin, W. (2016). Guanaco. doi:10.2305/IUCN.UK.2016-1.RLTS.T11186A18540211.en 

Baldi, R., Novaro, A., Funes, M., Walker, S., Ferrando, P., Failla, M., & Carmanchahi, P. (2010). Guanaco Managment in Patagonian Rangelands: A Conservation Opportunity on the Brink of Collapse. In J. du Toit, R. Kock, & J. Deutsch, Wild rangelands: conserving wildlife while maintaining livestock in semi-arid ecosystems (pp. 266-290). London: Wiley-Blackwell.

Beas, E., Abalos, P., & Hidalo, E. (2015). Seroprevalence of Nine Leptospira interrogans Serovars in Wild Carnivores, Ungulates, and Primates from a Zoo Population in a Metropolitan Region of Chile. Journal of Zoo and Wildlife Medicine, 46(4), 774-778. doi:10.1638/2014-0139.1 

Bravo, P. (2015). Camelidae. In R. Miller, & M. Fowler, Fowler’s Zoo and Wild Animal Medicine, vol. 8 (pp. 592-601). Saint Louis: Elsevier Saunders.

Campero, J. (2005). Lama (Lama glama L.) and Guanaco (Lama guanicoe M.): General perspective. ICAR Technical Series, 11, 11-18. 

Castellaro, G., Wackwitz, S., & Ullrich, T. (2004). Botanical Composition of Alpaca (Lama pacos L.) and Llama (Lama glama L.) Diets in Two Seasons of the Year on Highland Ranges of Parinacota Province, Chile. Agricultura Técnica, 64(5), 353-364. 

De Cock, N., Stevens, J., & Vervaecke, H. (2009). South-American Camelidae (alpacas, guanacos and vicunas): basic activity budgets. Proceedings of the Ninth Annual Symposium on Zoo Research (pp. 47-50). London: British and Irish Association of Zoos and Aquarium. 

Franklin, W. (2011). Family Camelidae (Camels). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World, vol. 2: Hoofed Mammals (pp. 48-71). Barcelona: Lynx Edicions. 

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D., & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review, 43(1), 34-46. 

Lilenbaum, W., Monteiro, R., Ristow, P., Fraguas, S., Cardoso, V., & Fedullo, L. (2002). Leptospirosis Antibodies in Mammals from Rio de Janeiro Zoo, Brazil. Research in Veterinary Science, 73(3), 319-321. doi:10.1016/S0034-5288(02)00099-1 

Mendoza, M., & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology, 134-142. doi:10.1111/j.14697998.2007.00365.x 

Schroeder, N., Gonzalez, A., Wisdom, M., Nielson, R., Rowland, M., & Novaro, A. (2018). Roads have no effect on guanaco habitat selection at a Patagonian site with limited poaching. Global Ecology and Conservation, 14. doi:10.1016/j.gecco.2018.e00394 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Soler, R., Martinez Pastur, G., Lencinas, M., & Borrelli, L. (2013). Seasonal Diet of Lama guanicoe (Camelidae: Artiodactyla) in a Heterogeneous Landscape of South Patagonia. Bosque, 34(2), 129-141. doi:10.4067/S0717-92002013000200002 

Twomey, D., Crawshaw, T., Anscombe, J., Farrant, L., Evans, L., McElligott, W., . . . de la RuaDomenech, R. (2007). TB in Llamas Caused by Mycobacterium bovis. The Veterinary Record, 160(5), 170. 

Wackwitz, B., Catellaro, G., Schwartz, H., & Raggi, A. (1999). Botanical composition of the diets of alpaca (Lama pacos) and llama (Lama glama) in the Andean rangelands of Chile. Sustainable Technology Development in Animal Agriculture (pp. 1-6). Berlijn: Deutscher Tropentag. 

Weigl, R. (2005). Longevity of mammals in captivity; from the Living Collections of the world. Schweizerbart Science Publishers. 

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/ 

Bent u tevreden over deze pagina?