Loewak

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Duckworth et al., 2016; Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Viverridae
Subfamilie Paradoxurinae
Genus Paradoxurus
Soort Paradoxurus hermaphroditus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 42-71 cm
  • Staart: 33-66 cm
Gewicht 2-5 kg
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Van Pakistan en India tot en met China en het vasteland van ZuidoostAzië, Java, Sumatra, Borneo, de Filipijnen en kleinere omliggende eilanden. Ook verspreid aanwezig op Sulawesi, Timor, de Molukken en Japan.
  • Habitat: Groenblijvende en bladverliezende bossen, plantages en rondom de bewoonde wereld tot op 2400 m hoogte. 
Levensverwachting 22,4 jaar gevangenschap
IUCN-status  “Least Concern” 
CITES Bijlage C (India)

Risicoklasse D

Bij de loewak zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de loewak in risicoklasse D. 

Samenvatting beoordeling van de loewak

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de loewak zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen een SARS-CoV-2 verwant virus, het rabiësvirus en Leptospira interrogans aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen de subfamilie (Paradoxurinae) de witsnorpalmroller (Paguma larvata) en de beermarter (Arctictis binturong) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen het SARS Coronavirus en Mycobacterium bovis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Loewaks moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Loewaks hebben een grote homerange en vertonen territoriaal markeergedrag.
  • Loewaks gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Loewaks leven arboreaal.
Thermoregulatie X De loewak is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de loewak zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen een SARS-CoV-2 verwant virus (Li et al., 2020), het rabiësvirus (Koesharyono et al., 1985) en Leptospira interrogans (Smith et al., 1961; Wicker et al., 2017) aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen de subfamilie (Paradoxurinae) de witsnorpalmroller (Paguma larvata) en de beermarter (Arctictis binturong) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen het SARS Coronavirus (Shi & Hu, 2008) en Mycobacterium bovis (Liston & Sorparkar, 1924) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de loewak is het niet aannemelijk dat deze dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Jennings & Veron, 2009; Ramsay, 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De loewak is een omnivoor (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2   De loewak heeft geen hypsodonte gebitselementen (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V3 X De loewak is nachtactief en heeft een homerange tot 17 km2 afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009; Rabinowitz, 1999). Loewaks hebben voornamelijk een frugivoor dieet, maar zijn morfo- en fysiologisch aangepast aan een meer carnivoor dieet. Fruitdragende planten in de tropen hebben een korte periode waarin alle vruchten van dezelfde soort tegelijk rijp worden om de zaadverspreiding door frugivoren te maximaliseren. Loewaks besteden veel tijd aan het reizen binnen de homerange op zoek naar bomen met rijp fruit. Loewaks moeten relatief veel tijd aan foerageren spenderen om te compenseren voor hun gebrekkige morfo- en fysiologische adaptatie aan een frugivoor dieet (Corlett, 2017; Nakabayashi et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van loewaks bestaat voornamelijk uit fruit van minstens 35 plantensoorten. Bij afwezigheid van rijp fruit vullen loewaks hun dieet aan met invertebraten, kleine vertebraten, bladeren en nectar (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Loewaks hebben een home range van 0,06-17 km2. De homeranges van mannetjes zijn over het algemeen groter dan die van vrouwtjes. De homerange grootte is afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid, waarbij homeranges groter zijn indien fruit schaars is. In voedselarme gebieden is er sprake van overlap in homeranges, maar normaliter overlappen homeranges niet (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009; Rabinowitz, 1999). Patrouilleer- en markeergedrag zijn één van de dominant aanwezige activiteiten in het activiteitspatroon binnen de subfamilie (Viverridae). Loewaks markeren hun homerange (Jennings & Veron, 2009; Rozhnov & Rozhnov, 2003). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R2 X Loewaks gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als dagrustplaats (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R3   De loewak is door zijn arboreale levensstijl erg behendig en vlucht doelgericht naar hoge schuilplekken (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Loewaks gebruiken geen holen of kuilen (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5 X Loewaks leven arboreaal (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009). Loewaks zijn morfologisch aangepast aan een arboreale leefwijze (Taverne et al., 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Loewaks leven in een tropisch klimaat (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de groenblijvende bossen van ZuidoostAzië waar loewaks voorkomen is 24 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 15 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 30 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 38 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1200-4000 mm en de luchtvochtigheid is 80% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).

De loewak is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel- of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat loewaks nachtdieren zijn (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Loewaks zijn jaarrond actief (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Loewaks hebben een polygame leefwijze en leven solitair (Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Loewaks leven solitair (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 11-12 maanden geslachtsrijp, zijn polyoestrisch en kunnen 1-3 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 61-63 dagen drachtig en krijgen per worp 2-5 jongen. Loewaks kunnen zich jaarrond voortplanten, met een geboortepiek tussen oktober en december (Hunter & Barrett, 2011; Jennings & Veron, 2009). Loewaks hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Corlett, R. T. (2017). Frugivory and seed dispersal by vertebrates in tropical and subtropical Asia: An update. Global Ecology and Conservation. 11. 1-22.

Duckworth, J.W., Timmins, R.J., Choudhury, A., Chutipong, W., Willcox, D.H.A., Mudappa, D., Rahman, H., Widmann, P., Wilting, A. & Xu, W. 

Duckworth, J. W., Timmins, R. J., Choudhury, A., Chutipong, W., Willcox, D. H. A., Mudappa, D., Rahman, H., Widmann, P., Wilting, A. & Xu, W. (2016). Paradoxurus hermaphroditus. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/41693/45217835.  

Hunter, L. & Barrett, P. (2011). Viverridae. In L. Hunter & P. Barrett, A field guide to the carnivores of the world (pp. 76-93). London: New Holland Publishers. 

Jennings, A. P. & Veron, G. (2009). Family Viverridae (Civets, genets and oyans). In D. Wilson & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World: Vol. 1. Carnivores (pp. 564-658). Barcelona: Lynx. 

Koesharyono, C., Theos, R. J. & Simanjuntak, G. (1985). The epidemiology of rabies in Indonesia. In Rabies in the Tropics (pp. 545-555). Berlin: Springer.  

Li, C., Yang, Y. & Ren, L. (2020). Genetic evolution analysis of 2019 novel coronavirus and coronavirus from other species. Infection, Genetics and Evolution. 104285. 

Liston, W. G. & M. B. Sorparkar (1924). Bovine tuberculosis in India. An outbreak of tuberculosis among animals in the Bombey Zoological Gardens. Indian Journal of Medical Research. 11. 671-680. 

Meteoblue. (2021). Lahad Datu, Malaysia. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/lah….  

Nakabayashi, M., Ahmad, A. H. & Kohshima, S. (2016). Behavioral feeding strategy of frugivorous civets in a Bornean rainforest. Journal of Mammalogy. 97(3). 798-805. 

Rabinowitz, A. R. (1991). Behaviour and movements of sympatric civet species in Huai Kha Khaeng Wildlife Sanctuary, Thailand. J Zool Lond. 223. 281-298.  

Ramsay, E. (2015). Procyonids and Viverids. In R. Miller & M. Fowler, Fowler’s Zoo and Wild Animal Medicine, vol. 8 (pp. 491-497). Saint Louis: Elsevier Saunders. 

Rozhnov, V. V. & Rozhnov, Yu. V. (2003). Roles of Different Types of Excretions in Mediated Communication by Scent Marks of the Common Palm Civet, Paradoxurus hermaphroditus Pallas, 1777 (Mammalia, Carnivora). Biology Bulletin. 30(6). 584-590. 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world: The Ecological Divisions of the Geosphere. Berlin: Springer. 

Shi, Z. & Hu, Z. (2008). A review of studies on animal reservoirs of the SARS coronavirus. Virus Research. 133(1). 74-87. 

Smith, C. E., Turner, L. H., Harrison, J. L. & Broom, J. C. (1961). Animal leptospirosis in Malaya: 1. methods, zoogeographical background, and broad analysis of results. Bull World Health Organ. 24(1). 521. 

Taverne, M., Fabre, A., Herbin, M., Herrel, A., Peigné, S., Lacrouw, C., Lowie, A., Pagès, F., Theil, J. & Böhmer, C. (2018). Convergence in the functional properties of forelimb muscles in carnivorans: adaptations to an arboreal lifestyle? Biological Journal of the Linnean Society. 125. 250-263. 

Wicker, L. V., Canfield, P. J. & Higgins, D. P. (2017). Potential Pathogens Reported in Species of the Family Viverridae and Their Implications for Human and Animal Health. Zoonoses and Public Health. 64(2). 75-93. 

Wilson, D. E. & Reeder, D. M. (2005). Mammal species of the world: A taxonomic and geographic reference. Baltimore: Johns Hopkins University Press. 

Bent u tevreden over deze pagina?