Moeraskat

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

 

 

 

Algemene informatie (Gray et al., 2016; Sunquist & Sunquist, 2009)
Familie Felidae
Subfamilie Felinae
Genus Felis
Soort Felis chaus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 61-85 cm
Gewicht Gewicht: 2,6-12 kg
Dieet Carnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Afghanistan, Armenië, Azerbaijan, Bangladesh, Bhutan, Cambodja, China, Egypte, Georgië, India, Iran, Irak, Israël, Jordaan, Kazachstan, Laos, Libanon, Myanmar, Nepal, Pakistan, Rusland, Sri Lanka, Syrië, Tajikistan, Thailand, Turkije, Turkmenistan, Oezbekistan en Vietnam.
  • Habitat: Moerassen met dichte vegetatie. Voorkeur voor hoog gras, dichte struiken en rietvelden.
Levensverwachting 12-14 jaar in het wild, 20 jaar in gevangenschap
IUCN-status "Least Concern"
CITES Bijlage B

Risicoklasse F

Moeraskatten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de moeraskat onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van de moeraskat

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de moeraskat is het hoog-risico zoönotische pathogeen rabiësvirus aangetoond en bij de sympatrische en aanverwante soort Felis silvestris catus is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij moeraskatten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de moeraskat direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Moeraskatten moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Moeraskatten hebben een grote home range en vertonen territoriaal markeergedrag.
  • Moeraskatten gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Moeraskatten gebruiken zelf gegraven holen.
Thermoregulatie X De moeraskat is aangepast aan een droog klimaat met koude periodes, een droog tropisch en subtropisch klimaat, een subtropisch klimaat en een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de moeraskat is het hoog-risico zoönotische pathogeen rabiësvirus (Nihal et al., 2019) aangetoond en bij de sympatrische en aanverwante soort Felis silvestris catus is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans (Jamshidi et al., 2009; Mosallanejad et al., 2011) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF  De moeraskat weegt tot 12 kg en beschikt over klauwen (Sunquist & Sunquist, 2009). Om moeraskatten te hanteren worden veiligheidsmaatregelen zoals verdovingen of vallen gebruikt in dierentuinen, aangezien moeraskatten ernstige verwondingen kunnen aanbrengen bij mensen (McKenzie, 1993). Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van moeraskatten kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de moeraskat direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De moeraskat is een carnivoor (Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De moeraskat heeft geen hypsodonte gebitselementen (Ewer, 1998). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Het jachtgedrag van moeraskatten bestaat uit het besluipen van een prooi of vanuit een hinderlaag te vangen, waarna ze de prooien manipuleren om de eetbare delen te eten (Marinath et al., 2019; Sunquist & Sunquist, 2009). Moeraskatten leggen dagelijks 3-6 km af (Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van moeraskatten bestaat uit knaagdieren, vogels, kikkers, slangen en insecten (Majumder et al., 2011; Mukherjee et al., 2004; Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Moeraskatten leggen per nacht 3-6 km af (Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Moeraskatten markeren hun home range met klauw- en geurmarkeringen en zijn hier het grootste deel van hun tijd mee bezig (Kumar et al., 2013; Marinath et al., 2019; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Moeraskatten gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als dagrustplaats (Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Bij gevaar duiken moeraskatten het water in of vluchten bomen in (Ogurlu et al., 2010). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Moeraskatten gebruiken zelf gegraven holen (Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor moeraskatten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Gray et al., 2016; Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Moeraskatten leven in een droog klimaat met koude periodes, een droog tropisch en subtropisch klimaat, een subtropisch klimaat en een tropisch klimaat (Schultz, 2005; Sunquist & Sunquist, 2009). De gemiddelde temperatuur in een subtropisch klimaat ligt in de koudste maanden normaal gesproken niet onder de 5 °C. De absolute minimumtemperatuur in de winter kan gedurende korte periodes sterk afnemen tot onder het vriespunt. De gemiddelde maandelijkse temperatuur ligt in de warmste maanden boven de 18 °C, maar komt zelden boven de 20 °C uit. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is maximaal 800-900 mm (Schultz, 2005). Moeraskatten zijn niet bestand tegen temperaturen onder de 0 °C (Marinath et al., 2019; Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). De moeraskat is aangepast aan een droog klimaat met  koude periodes, een droog tropisch en subtropisch klimaat, een subtropisch klimaat en een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat moeraskatten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Sunquist & Sunquist, 2009; Sunquist & Sunquist, 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Moeraskatten zijn jaarrond actief (Duckworth et al., 2005; Ogurlu et al., 2010). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Moeraskatten hebben een solitaire leefwijze (Marinath et al., 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Moeraskatten leven solitair, zijn intolerant naar soortgenoten en leven verspreid van elkaar (Bekoff et al., 1984; Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 11-36 maanden oud geslachtsrijp en kunnen in een jaar 2 worpen hebben (Sunquist & Sunquist, 2017). Vrouwtjes zijn 63-66 dagen drachtig en krijgen per worp 3 tot 4 jongen (Mellen, 1993; Sunquist & Sunquist, 2009). Moeraskatten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bekoff, M., Daniels, T. J., & Gittleman, J. L. (1984). Life history patterns and the comparative social ecology of carnivores. Annual review of ecology and systematics, 191-232.

Duckworth, J., Poole, C., Tizard, R., Walston, J., & Timmins, R. (2005). The jungle cat Felis chaus in Indochina: a threatened population of a widespread adaptable species. Biodiversity and conservation, 14, 1263-1280.

Ewer, R. (1998). The carnivores. Cornell University Press.

Gray, T., Timmins, R., Jathana, D., Duckworth, J., Baral, H., & Mukherjee, S. (2016). Felis chaus. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2016-2.RLTS.T8540A50651463.en

Jamshidi, S., Akhavizadegan, M., Bokaie, S., Maazi, N., & Ghorban, A. (2009). Serologic study of feline leptospirosis in Tehran, Iran. Iranian Journal of microbiology, 32-36.

Kumar, A., Kashung, S., & Gupta, A. (2013). Population status and conservation issues of Mammalian Faunal Diversity in Sepahijala Wildlife Sanctuary, Tripura, Northeast India. Population 4(1), 35-41.

Majumder, A., Sankar, K., Qureshi, Q., & Basu, S. (2011). Food habits and temporal activity patterns of the Golden Jackal (Canis aureus) and the Jungle Cat (Felis chaus) in Pench Tiger Reserve, Madhya Pradesh, India. Journal of Threatened Taxa, 3(11), 2221-2225. doi:10.11609/JoTT.o2713.2221-5

Marinath, L., Vaz, J., Kumar, D., Thiyagesan, K., & Baskaran, N. (2019). Drivers of stereotypic behaviour and physiological stress among captive jungle cat (Felis chaus Schreber, 1777) in India. Physiology & Behaviour, 210. doi:10.1016/j.physbeh.2019.112651

McKenzie, A. (1993). The capture and care manual: capture, care, accomodation and transportation of wild African animals. Wildlife Decision Support Services.

Mellen, J. D. (1993). A comparative analysis of scent-marking, social and reproductive behavior in 20 species of small cats. American Zoologist, 151-166.

Mosallanejad, B., Avizeh, R., Abdollahpoor, G., & Abadi, K. (2011). A serological survey of Leptospiral infections of cats in Ahvaz, south-western of Iran. Iranian Journal of Veterinary Medicine, 5(1), 49-52. doi:10.22059/IJVM.2011.22671

Mukherjee, S., Goyal, S., Johnsingh, A., & Leite Pitman, M. (2004). The importance of rodents in the diet of jungle cat (Felis chaus), caracal (Caracal caracal) and golden jackal (Canis aureus) in Sariska Tiger Reserve, Rajasthan, India. Journal of Zoology, 405-411.

Nihal, P., Dangolla, A., Hettiarachchi, R., Abeynayake, P., & Stephen, C. (2019). Surveillance opportunities and the need for intersectoral collaboration on rabies in Sri Lanka. Journal of veterinary medicine, 1-8.

Ogurlu, I., Gundogdu, E., & Yildirim, I. (2010). Population status of jungle cat in Egidir lake, Turkey. Journal of Environmental Biology 31, 179-183.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2009). Family FELIDAE (CATS). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 1. Carnivores (pp. 54-170). Barcelona: Lynx Edicions.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2017). Jungle cat, Felis chaus. In M. Sunquist, & F. Sunquist, Wild cats of the world (pp. 60-66). Chicago: University of Chicago Press.

Bent u tevreden over deze pagina?