Nijlroezet

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Giannini et al., 2019)
Familie Pteropodidae
Subfamilie Rousettinae
Genus Rousettus
Soort Rousettus aegyptiacus 
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 138-192 mm
Gewicht 81-171 g
Dieet Frugivoor/Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Afhankelijk van de ondersoort, te vinden in Zuid-Turkije en Cyprus, WestSyrië, Libanon, Israël, Jordanië en Egypte, Zuid-Iran en Zuidwest-Pakistan, het Oosten en het Zuiden van Afrika, van Ethiopië tot aan Zuid-Afrika, en West-Afrika van Senegal tot Angola. 
  • Habitat: Droge tot vochtige tropische biomen van het zeeniveau tot hoogtes van 4000 m. 
Levensverwachting Tot 25 jaar
IUCN-status "Least Concern"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Bij nijlroezetten zijn zeer hoog-risico zoönotische pathogenen aangetoond. Daarnaast is in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één risicofactor vastgesteld. Om deze redenen valt de nijlroezet onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de nijlroezet

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen XF (zeer hoog risico) Bij de nijlroezet zijn de zeer hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus, SARS coronavirus en MERS-achtige coronavirussen, marburgvirus en ebolavirus aangetoond, waardoor de nijlroezet direct onder risicoklasse F valt.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Nijlroezetten moeten dagelijks langdurig foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X Nijlroezetten leven vliegend.  
Thermoregulatie X De nijlroezet is aangepast aan een tropisch en een subtropisch klimaat. 
Sociaal gedrag X Nijlroezetten hebben een dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 XF (zeer hoog risico) Bij de nijlroezet zijn de zeer hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus (Wellenberg et al., 2002), SARS coronavirus en MERS-achtige coronavirussen (Müller et al., 2007; Shehata et al., 2016), marburgvirus en ebolavirus (Pourrut et al., 2009) aangetoond, waardoor de nijlroezet direct onder risicoklasse F valt. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de nijlroezet (Giannini et al., 2019) is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De nijlroezet is voornamelijk een frugivoor (Giannini et al., 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De nijlroezet heeft geen hypsodonte gebitselementen (Giannini et al., 2019; Juste & Ibañez, 1993). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Nijlroezetten zijn nachtactief en consumeren dagelijks 50 tot 150% van hun lichaamsgewicht. Nijlroezetten zijn sociale dieren die vanuit een gemeenschappelijke slaapplaats grote afstanden afleggen om in hun vele vierkante kilometers grote home range rijpe vruchten en nectar te vinden (Giannini et al., 2019). Nijlroezetten moeten daarom langdurig foerageren. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van de nijlroezet bestaat uit zachte vruchten van tenminste 12 genera, bloemen, bladeren en insecten (Giannini et al., 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 G Nijlroezetten hebben een home range die bepaald wordt door het voedselaanbod en kan tot 20 km2 beslaan (Lučan et al., 2016). Nijlroezetten beschikken over geurklieren en gespecialiseerde geurharen rondom de klier (Kwiecinski & Griffiths, 1999; Mainoya & Howell, 1979). Tijdens het paarseizoen vertonen mannetjes territoriaal gedrag, verdedigen ze hun territorium tegen andere mannetjes en passen ze hun dagritme hierop aan (Barclay & Jacobs, 2011; Barclay et al., 2017). Het is onduidelijk of nijlroezetten hun home range markeren met territoriale doeleinden en de gehele home range patrouilleren (Barclay & Jacobs, 2011; Mainoya & Howell, 1979). Deze risicofactor kan daarom niet beoordeeld worden.
R2   Nijlroezetten gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Giannini et al., 2019; Penzhorn & Rautenbach, 1988). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien de behendigheid en manoeuvreerbaarheid van de nijlroezet (Centeno-Cuadros et al., 2017; Pennycuick, 1971). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.  
R4   Nijlroezetten gebruiken geen holen, maar maken gebruik van natuurlijke of door mensen gemaakte schuilplaatsen (Korine et al., 1994). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Nijlroezetten leven gedeeltelijk in de lucht (Wilson, 2019). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Nijlroezetten leven in een tropisch en een subtropisch klimaat (Giannini et al., 2019; Schultz, 2005). De gemiddelde temperatuur in een subtropisch klimaat ligt in de koudste maanden normaal gesproken niet onder de 5 °C. De absolute minimumtemperatuur in de winter kan gedurende korte periodes sterk afnemen tot onder het vriespunt. De gemiddelde temperatuur ligt in de warmste maanden boven de 18 °C, maar komt zelden boven de 20 °C uit. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is maximaal 800900 mm (Schultz J. , 2005). De nijlroezet heeft een thermoneutrale zone tussen de 31-36 °C (Noll, 1979). Van nijlroezetten is bekend dat ze gevoelig zijn voor hypothermie en kunnen overlijden door blootstelling aan lage temperaturen (Kwiecinski & Griffiths, 1999).  

De nijlroezet is aangepast aan een tropisch en een subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat nijlroezetten nachtdieren zijn (Barclay et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Nijlroezetten zijn jaarrond actief (Giannini et al., 2019; Lučan et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Nijlroezetten hebben een polygame leefwijze (CentenoCuadros et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S2 X Nijlroezetten vormen stabiele groepen, die een haremstructuur hebben (Barclay & Jacobs, 2011; Barclay et al., 2017; Centeno-Cuadros et al., 2017; Mann et al., 2011). Er is sprake van een dominantiehiërarchie. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Vrouwtjes kunnen 3 keer per jaar werpen (Giannini et al., 2019; Penzhorn & Rautenbach, 1988). Vrouwtjes zijn 4 maanden drachtig en krijgen per worp 1 jong (Giannini et al., 2019; Penzhorn & Rautenbach, 1988). Nijlroezetten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Barclay, R. & Jacobs, D. (2011). Differences in the foraging behaviour of male and female Egyptian fruit bats (Rousettus aegyptiacus). Canadian Journal of Zoology. 89(6). 466-473.

Barclay, R. M. R., Jacobs, D. S., Harding, C. T., McKechnie, A. E., McCulloch, S. D., Markotter, W., Paweska, J. & Brigham, R. M. (2017). Thermoregulation by captive and free-ranging Egyptian rousette bats (Rousettus aegyptiacus) in South Africa. Journal of Mammology. 98(2). 572-578. 

Centeno-Cuadros, A., Hulva, P., Romportl, D., Santoro, S., Stribna, T., Shohami, D., . . . Nathan, R. (2017). Habitat use, but not gene flow, is influenced by human activities in two ecotypes of Egyptian fruit bat (Rousettus aegyptiacus). Molecular Ecology, 26, 6224-6237. doi:10.1111/mec.14365 

Giannini, N., van Cakenberghe, V., Burgin, C., Tsang, S., Lavery, T., Hintsche, S., . . . O'Toole, B. (2019). Family PTEROPODIDAE (OLD WORLD FRUIT BATS). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 9. Bats (pp. 16-95). Barcelona: Lynx Edicions. 

Juste, J., & Ibañez, C. (1993). Geographic variation and taxonomy of Rousettus aegyptiacus (Mammalia: Megachiroptera) in the islands of the Gulf of Guinea. Zoological Journal of the Linnean Society, 107(2), 117-129. 

Korine, C., Izhaki, I., & Makin, D. (1994). Population structure and emergence order in the fruit-bat (Rousettus aegyptiacus: Mammalia, Chiroptera). Journal of Zoology, 232(1), 163-174. doi:10.1111/j.1469-7998.1994.tb01566.x 

Kwiecinski, G. & Griffiths, T. (1999). Rousettus egyptiacus. Mammalian Species. 611. 1-9. 

Lučan, R., Bartonička, T., Jedlička, P., Řeřucha, Š., Šálek, M., Čížek, M., Nicolaou, H. & Horáček, I. (2016). Spatial activity and feeding ecology of the endangered northern population of the Egyptian fruit bat (Rousettus aegyptiacus). Journal of Mammology. 97(3). 815-822. 

Mainoya, J. R. & Howell, K. M. (1979). Histology of the neck 'glandular' skin patch in Eidolon helvum, Rousettus aegyptiacus and R. angolensis (Chiroptera: Pteropodidae). Afr J Ecol. 17. 159-164. 

Mann, O., Lieberman, V., Köhler, A., Korine, C., Hedworth, H., & Voight-Heucke, S. (2011). Finding your friends at densely populated roosting places: male Egyptian fruit bats (Rousettus aegyptiacus) distinguish between familiar and unfamiliar conspecifics. Acta Chiropterologica, 13(2), 411-417. 

Müller, M., Paweska, J., Leman, P., Drosten, C., Grywna, K., Kemp, A., . . . Swanepoel, R. (2007). Coronavirus Antibodies in African Bat Species. Emerging Infectious Diseases, 13(9), 1367-1370. 

Noll, U. (1979). Body temperature, oxygen consumption, noradrenaline response and cardiovascular adaptations in the Flying fox, Rousettus Aegyptiacus. Comparative Biochemistry and Physiology Part A, 63(A), 79-88. 

Pennycuick, C. (1971). Gliding flight of the dog-faced bat Rousettus aegyptiacus observed in a wind tunnel. Journal of Experimental Biology, 55, 833-845. 

Penzhorn, B., & Rautenbach, I. (1988). Reproduction of the Egyptian fruit bat Rousettus aegyptiacus in the southern tropics. South African Journal of Wildlife Research, 18(3), 88-92. 

Pourrut, X., Sourris, M., Towner, J., Rollin, P., Nichol, S., Gonzalez, J., & Leroy, E. (2009). Large serological survey showing cocirculation of Ebola and Marburg viruses in Gabonese bat populations, and a high seroprevalence of both viruses in Rousettus aegyptiacus. BMC Infectious Diseases, 9(159). doi:10.1186/1471-2334-9-159 

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World. Berlin: Springer Verlag. 

Shehata, M., Chu, D., Gomaa, M., AbiSaid, M., El Shesheny, R., Kandeil, A., . . . Kayali, G. (2016). Surveillance for Coronaviruses in Bats, Lebanon and Egypt, 2013-2015. Emerging Infectious Diseases, 22(1), 148-150. 

Wellenberg, G., Audry, L., Ronsholt, L., van der Poel, W., Bruschke, C., & Bourhy, H. (2002). Presence of European bat lyssavirus RNAs in apparently healthy Rousettus aegyptiacus bats. Archives of Virology, 147, 349-361. 

Wilson, D. (2019). Introduction. In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 9. Bats (pp. 11-13). Barcelona: Lynx Edicions. 

Bent u tevreden over deze pagina?