Oliver's wrattenzwijn / Mindoro wrattenzwijn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Meijaard et al., 2011a; Schütz, 2016; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Suidae
Subfamilie Suinae
Genus Sus
Soort Sus oliveri
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Onbekend
Gewicht Onbekend
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Filipijnen, Mindoro eiland.
  • Habitat: Voorheen in primaire en secundaire bossen, van zeeniveau tot berggebied en mossige bossen. Nu komt het dier voor in laagland- midden bergachtige bossen, droge molave bossen en savanne graslanden. Komt voornamelijk voor boven de 800 m.
Levensverwachting Onbekend
IUCN-status "Vulnerable"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Oliver’s wrattenzwijnen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het Oliver’s wrattenzwijn onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van het Oliver's wrattenzwijn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis, Francisella tularensis, Leptospira spp., en Mycobacterium tuberculosis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij Oliver’s wrattenzwijnen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het Oliver’s wrattenzwijn direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Oliver’s wrattenzwijnen moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Oliver’s wrattenzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Oliver’s wrattenzwijnen hebben een sterke vluchtreactie.
  • Oliver’s wrattenzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen.
Thermoregulatie X
  • Het Oliver’s wrattenzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat.
  • Oliver’s wrattenzwijnen gebruiken speciale zoelplaatsen.
Sociaal gedrag X Oliver’s wrattenzwijnen hebben een dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort Sus scrofa zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella suis (Cvetnic et al., 2009; Dahouk et al., 2005), Francisella tularensis (Dahouk et al., 2005), Leptospira spp. (Ebani et al., 2003), en Mycobacterium tuberculosis (Martin-Hernando et al., 2007) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF Er is geen wetenschappelijke informatie over het formaat van het Oliver’s wrattenzwijn gevonden. Het nauw verwante Javaanse wrattenzwijn weegt tot 150 kg (Meijaard et al., 2011b). Zwijnen zijn agressief wanneer zij in het nauw gedreven worden en verzetten zich hevig (Sutherland-Smith, 2015). Gezien de grootte en het gedrag van Oliver’s wrattenzwijnen kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het Oliver’s wrattenzwijn direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het Oliver’s wrattenzwijn is een omnivoor (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   Het Oliver’s wrattenzwijn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Oliver’s wrattenzwijnen leggen grote afstanden af om aan voedsel te komen (Frädrich, 1974), en moeten hier onder andere naar wroeten in de grond (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van Oliver’s wrattenzwijnen bestaat uit knollen, gevallen fruit, ongewervelden, en landbouwgewassen (Melleti & Meijaard, 2017; Schütz, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de grootte van de home range. Oliver’s wrattenzwijnen verdedigen hun home range niet en brengen geen markeringen aan (Frädrich, 1974). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Oliver’s wrattenzwijnen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Oliver’s wrattenzwijnen zijn gevoelig voor capture myopathy, wat optreedt tijdens de vluchtreactie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4 X Oliver’s wrattenzwijnen gebruiken zelf gegraven kuilen (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Oliver’s wrattenzwijnen zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Meijaard et al., 2011a; Schütz, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Oliver’s wrattenzwijnen komen voor in een tropisch klimaat (Schultz, 2005; Schütz, 2016). De gemiddelde maandelijkse temperatuur komt niet onder de 18 °C. Gedurende het hele jaar ligt de temperatuur rond de 25 en 27 °C met dagelijkse temperatuurverschillen van maximaal 6 tot 11 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt tussen de 2000-4000 mm. Dit klimaat kent een zeer hoge luchtvochtigheid van 90-100% (Schultz, 2005).

Het Oliver’s wrattenzwijn is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2 X Oliver’s wrattenzwijnen maken gebruik van modderbaden (Melleti & Meijaard, 2017; Schütz, 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T3   Oliver’s wrattenzwijnen zijn jaarrond actief (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Oliver’s wrattenzwijnen hebben een polygame leefwijze (Meijaard et al., 2011a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Oliver’s wrattenzwijnen leven waarschijnlijk in groepen, bestaande uit enkele vrouwtjes en hun jongen (Meijaard et al., 2011a). In groepen zwijnen bestaat er gewoonlijk een dominantiehiërarchie (Sutherland-Smith, 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van het Oliver’s wrattenzwijn. Het nauw verwante Javaanse wrattenzwijn is circa 4 maanden drachtig en krijgen per worp 3-9 jongen, met de meeste geboortes tijdens het regenseizoen (Meijaard et al., 2011b). Oliver’s wrattenzwijnen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Cvetnic, Z., Toncic, J., Majnaric, D., Benic, M., Albert, D., Thiébaud, M., & Garin-Bastuji, B. (2009). Brucella suis infection in domestic pigs and wild boar in Croatia. Rev. sci. tech off. int. Epiz. (28), 1057-1067.

Dahouk, S., Nöckler, K., Tomaso, H., Splettstoesser, W., Jungersen, G., Riber, U., . . . Neubauer, H. (2005). Seroprevalence of Brucellosis, Tularemia and Yersiniosis in Wild boars from North-Eastern Germany. Journal Veterinary Medicine, 444- 455.

Ebani, V., Cerri, D., Poll, A., & Andreani, E. (2003). Prevalence of Leptospira and Brucella antibodies in Wild boars in Tuscany, Italy. Journal of wildlife diseases 39 (3), 718-722.

Frädrich, H. (1974). A comparison of behaviour in the Suidae. In V. Geist, & F. Walther, Behaviour of ungulates and its relation to management. (pp. 133-143). International Union for Conservation of Nature and Natural Resources.

Martin-Hernando, M., Höfle, U., Vicente, J., Ruiz-Fons, F., Vidal, D., Barral, M., . . . Gortazar, C. (2007). Lesions associated with Mycobacterium tuberculosis complex infection in European wild boar. Tuberculosis 87, 360-367.

Meijaard, E., d'Huart, J., & Oliver, W. (2011a). Sus oliveri. In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, Hoofed mammals Volume 2. Lynx Edicions.

Meijaard, E., d'Huart, J., & Oliver, W. (2011b). Sus verrucosus. In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, Hoofed mammals Volume 2. Lynx Edicions.

Melleti, M., & Meijaard, E. (2017). Ecology, conservation and management of wild pigs and peccaries. Cambirdge University Press.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Schütz, E. (2016). Sus oliveri. Retrieved from The IUCN Red List of Threatened Species : http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2016-2.RLTS.T136340A44142784.en

Sutherland-Smith, M. (2015). Suidae and Tayassuidae. In E. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8. Elsevier Health Sciences.

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Retrieved from Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Bent u tevreden over deze pagina?