Oribi

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

De fylogenie van de oribi is onderwerp van uitvoerig taxonomisch onderzoek (Cotterill, 2003; Groves et al., 2011; IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016). Daarbij is vastgesteld dat het om verschillende soorten gaat die bij deze beoordeling zijn samengenomen onder de algemene naam de oribi. Daaronder vallen de hieronder vermelde taxa.

Algemene informatie (Groves et al., 2011; IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016)
Familie Bovidae
Subfamilie Antilopinae
Genus Ourebia
Soort Ourebia ourebi (Oribi)
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 97-115 cm (m), 89-109,5 cm (v)
  • Staart: 7,5 cm
  • Schofthoogte: 51-64 cm
Gewicht 11-17 kg (m), 8-17 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Verspreid door continentaal Afrika onder de Sahara, met uitzondering van de Kalahari woestijn en de bossen van centraal Afrika.
  • Habitat: Open grasland doorkruist met struikgewas.
Levensverwachting 8-12 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de oribi zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de oribi in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de oribi

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF).  Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen de subfamilie (Antilopinae) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis, Coxiella burnetii en Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X • De oribi heeft hypsodonte gebitselementen. • Oribi’s moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X Oribi’s hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en/of markeergedrag. • Oribi’s gebruiken een beschutte verstopplaats. • Oribi’s hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie X De oribi is aangepast aan een savanne- en steppeklimaat.
Sociaal gedrag X • Oribi’s hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen de subfamilie (Antilopinae) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis (Gous & Williams, 2009), Coxiella burnetii (Ndeereh et al., 2017) en Leptospira interrogans (Anderson & Rowe, 1998) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte van oribi’s is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Brashares & Arcese, 1999; Goldspink et al., 2002; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De oribi is een mixed-feeder, die voornamelijk graast, maar ook gebladerte eet (Groves et al., 2011; Reilly et al., 1990). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X De oribi heeft hypsodonte kiezen (Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al., 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X De oribi is dagactief en besteedt 58% van de tijd aan foerageren met een piek in activiteit in de ochtend en de namiddag (Tekalign & Bekele, 2015). Oribi’s zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van oribi’s bestaat uit grassen, kruiden en bladeren (Groves et al., 2011; Reilly et al., 1990). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Oribi’s hebben een home range van 34-49 ha. Volwassen mannetjes zijn territoriaal en verdedigen hun territorium jaarrond d.m.v. geurmarkering en patrouilleren van het grens. Ondergeschikte mannetjes kunnen voorkomen in het territorium van een territoriaal mannetjes. Bij hoge populatiedichtheden helpen meerdere mannetjes mee een territorium te verdedigen (Arcese, 1999; Goldspink et al., 2002; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X De jongen van oribi’s gebruiken een beschutte verstopplaats (Everett et al., 1991; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Oribi’s hebben een sterke vluchtreacties en sprinten naar struikgewas bij tekenen van gevaar (Groves et al., 2011; Oliver et al., 1978). Oribi’s zijn waargenomen capture myopathy te ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Oribi’s gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor oribi’s zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Goldspink et al., 2002; Oliver et al., 1978). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Oribi’s leven in een savanne- en steppeklimaat (IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016; Oliver et al., 1978; Reilly et al., 1990; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de graslanden van centraal- en zuidelijk Afrika waar oribi’s voorkomen is 25 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 7 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 35 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 45 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 600 mm en de luchtvochtigheid fluctueert tussen 20-80% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005). De oribi is aangepast aan een savanne- en steppeklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat oribi’s gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Oribi’s zijn jaarrond actief (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Oribi’s hebben een flexibele leefwijze. Oribi’s kunnen zowel polygame harems als monogame paren vormen, afhankelijk van de verhouding tussen de sekse in het leefgebied. Het mannetje blijft bij het vrouwtje, maar helpt niet bij het verzorgen van de jongen (Goldspink et al., 2002; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Oribi’s leven in groepen van één mannetje met 12 vrouwtjes en jongen. Een territorium kan meerdere mannetjes bevatten, waarbij één mannetje dominant is over de andere mannetjes. Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie (Arcese, 1999; Brashares & Arcese, 1999; Goldspink et al., 2002; Groves et al., 2011; Oliver et al., 1978). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf zeven maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 210 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Oribi’s planten zich jaarrond voort met geboortepieken in augustus-november of november-december afhankelijk van de verspreiding (Groves et al., 2011; Oliver et al., 1978). Oribi’s hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Anderson, E. C., & Rowe, L. W. (1998). The prevalence of antibody to the viruses of bovine virus diarrhoea, bovine herpes virus 1, rift valley fever, ephemeral fever and bluetongue and to Leptospira sp in free-ranging wildlife in Zimbabwe. Epidemiology & Infection, 121(2), 441-449.

Arcese, P. (1999). Effect of auxiliary males on territory ownership in the oribi and the attributes of multimale groups. Animal Behaviour. 57(1). 61-71.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Brashares, J. S. & Arcese, P. (1999). Scent marking in a territorial African antelope: I. The maintenance of borders between male oribi. Animal Behaviour. 57(1). 1-10.

Cotterill, F. P. D. (2003). Species Concepts and the Real Diversity of Antelopes. In A. Plowman (Ed.) Ecology and Conservation of Mini-antelope: Proceedings of an International Symposium on Duiker and Dwarf Antelope in Africa (pp. 59-118). Filander Verlag: Füürth.

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758.

Everett, P. S., Perrin, M. R. & Rowe-Rowe, D. T. (1991). Responses by oribi to different range management practices in Natal. South African Journal of Wildlife Research. 21(4). 114-118.

Goldspink, C. R., Holland, R. K., Sweet, G. & Stewart, L. (2002). A note on group sizes of oribi (Ourebia ourebi, Zimmermann, 1783) from two contrasting sites in Zambia, with and without predation. African Journal of Ecology. 1(40), 372-378.

Gous, T. A., & Williams, M. C. (2009). The pathology of tuberculosis caused by Mycobacterium tuberculosis in a herd of semi-free-ranging springbok (Antidorcas marsupialis). Onderstepoort Journal of Veterinary Research, 76(4), 419-441.

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.

IUCN SSC Antelope Specialist Group. (2016). Ourebia ourebi. The IUCN Red List of Threatened Species 2016: e.T15730A50192202.

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46.

Meteoblue. (2021). Wau, Republic of South Sudan. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/wau…sudan_363885. Ndeereh, D., Muchemi, G., Thaiyah, A., Otiende, M., Angelone-Alasaad, S., & Jowers, M. J. (2017). 

Molecular survey of Coxiella burnetii in wildlife and ticks at wildlife–livestock interfaces in Kenya. Experimental and Applied Acarology, 72(3), 277-289.

Oliver, M. D., Short, N. R. & Hanks, J. (1978). Population ecology of oribi, grey rhebuck and mountain reedbuck in Highmoor State Forest Land. South African Journal of Wildlife Research. 8(3). 95-105.

Reilly, B. K., Theron, G. K. & Bothma, J. P. (1990). Food preferences of oribi Ourebia ourebi in the Golden Gate Highlands National Park. Koedoe. 33(1). 55-61.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Tekalign, W. & Bekele, A. (2015). Diurnal activity patterns of oribi (Ourebia ourebi) in Maze National Park, Ethiopia. International Journal of Ecology and Ecosolution. 2(3). 31-35.

Bent u tevreden over deze pagina?