Richardsongrondeekhoorn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Cassola, 2016; Koprowski et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Xerinae
Genus Urocitellus
Soort Urocitellus richardsonii
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 283-337 mm (m), 264-318 mm (v)
  • StaarT: 65-88 mm (m), 55-82 mm (v)
Gewicht 290-745 g (m), 120-590 g (v)
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuid-Canada (Alberta, Manitoba, Saskatchewan) en Noord-Verenigde Staten (Iowa, Minnesota, Montana, North Dakota en South Dakota).
  • Habitat: Graslanden, weides, velden en akkerlanden.
Levensverwachting 2 jaar (m), 6 jaar (v)
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de Richardsongrondeekhoorn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Richardsongrondeekhoorn in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de richardsongrondeekhoorn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de Richardsongrondeekhoorn zijn hoog-risico zoönotische pathogenen Tick-borne encephalitis, Yersinia pestis en Francisella tularensis aangetoond. Dit leidt in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Richardsongrondeekhoorns moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Richardsongrondeekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Richardsongrondeekhoorns gebruiken zelf-gegraven holen.
Thermoregulatie X De Richardsongrondeekhoorn is aangepast aan een boreaal- en een koud steppeklimaat.
Richardsongrondeekhoorns houden een obligate winterslaap.
Sociaal gedrag X Richardsongrondeekhoorns hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de Richardsongrondeekhoorn zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Tick-Borne encephalitis (Western equine encephalomyelitis virus) (Leung et al., 1975), Yersinia pestis (Gibbons & Humphreys, 1941; Humphreys & Campbell, 1947; Prince, 1943; Virchow et al., 1992) en Francisella tularensis (Bruce, 1978; Humphreys & Campbell, 1947; Michener & Koeppl, 1985; Wobeser et al., 2009) aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de Richardsongrondeekhoorn is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Richardsongrondeekhoorn is een omnivoor (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Richardsongrondeekhoorn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De Richardsongrondeekhoorn is dagactief (Koprowski et al., 2016). Mannetjes spenderen na de paartijd 50-65% van de tijd aan foerageren. In de weken voor de winterslaap loopt dit op tot 80-90%. Vrouwtjes spenderen 50-70% van de tijd bovengronds aan foerageren. In de weken voor de winterslaap loopt dit op tot 80%. Jongen foerageren 40-80% van de tijd (Michener & Koeppl, 1985). Richardsongrondeekhoorns slaan zaden op in de burcht voor de winterslaap, maar de voedselvoorraad wordt niet gebruikt in de periode van normale activiteit (Cassola, 2016; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de Richardsongrondeekhoorn bestaat voornamelijk uit bladeren, bloemen en zaden, maar ook insecten (Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985).
Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Richardsongrondeekhoornmannetjes hebben een home range van 0,16-16,57 ha tijdens het paarseizoen. Er is weinig overlap tussen de kerngebieden van de mannetjes. Hetzelfde geldt voor vrouwtjes. Dominante mannetjes zijn territoriaal, maar subordinate mannetjes (Davis & Murie, 1985; Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985; Yeaton, 1972). Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Richardsongrondeekhoorns langs grenzen van hun territorium patrouilleren of markeren. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Richardsongrondeekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrust- en winterslaapplaats (Cassola, 2016; Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De Richardsongrondeekhoorn zoekt doelgericht beschutting in lage plekken en holen/burchten bij tekenen van gevaar (Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Richardsongrondeekhoorns graven zelf uitgebreide burchten (Michener & Koeppl, 1985). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Richardsongrondeekhoorns zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Cassola, 2016; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Richardsongrondeekhoorns leven in een boreaal- en koud steppeklimaat (Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de steppevlaktes van Saskatchewan (Canada) waar Richardsongrondeekhoorns voorkomen is 0 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -38 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 12 °C met een uiterste maximumtemperatuur van 34 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 400 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 70%, fluctuerend van 40-90% afhankelijk van het seizoen (Meteoblue, 2020).

De Richardsongrondeekhoorn is aangepast aan een boreaal- en koud steppe klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Richardsongrondeekhoorns gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien maken Richardsongrondeekhoorns gebruik van een hol en/of burcht (Michener & Koeppl, 1985). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3 X Richardsongrondeekhoorns houden een obligate winterslaap (Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Richardsongrondeekhoorns hebben een polygame leefwijze (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Richardsongrondeekhoorns leven in losse kolonies, waarbij verwante vrouwtjes contact houden en overlappende home ranges hebben. Mannetjes verspreiden zich (Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985). Mannetjes hebben tijdens het paarseizoen sterke competitie om vrouwtjes te bemachtigen. Eén vrouwtje is dominant per jaar, wat duidt op een despotische dominantiehiërarchie. De burcht van het dominante vrouwtje heeft een centrale plek binnen de kolonie (Koprowski et al., 2016; Michener & Koeppl, 1985; Quanstrom, 1971). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn binnen een jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 22-23 dagen drachtig en krijgen per worp 3-11 jongen. Het paarseizoen is in de lente en start 3-5 dagen na het einde van de winterslaap (Cassola, 2016; Koprowski et al., 2016). Richardsongrondeekhoorns hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bruce, D. (1978). Tularemia in Canada: Francisella tularensis agglutinins in Alberta ground squirrel sera. Canadian Journal of Public Health/Revue Canadienne de Sante'e Publique. 49-53.

Cassola, F. (2016). Urocitellus richardsonii. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2016-3.RLTS.T42561A22262546.en

Davis, L. & Murie, J. (1985). Male territoriality and the mating system of Richardson's ground squirrels (Spermophilus richardsonii). Journal of Mammalogy. 66(2). 268-279.

Gibbons, R. & Humphreys, F. (1941). Plague surveys in western Canada. Canadian Public Health Journal. 32(1). 24-28.

Humphreys, F. & Campbell, A. (1947). Plague, Rocky Mountain spotted fever, and tularaemia surveys in Canada. Canadian Journal of Public Health/Revue Canadienne de Sante'e Publique. 38(3). 124-130.

Koprowski, J., Goldstein, A., Bennett, R. & Mendes, C. (2016). Urocitellus richardsonii. In D. Wilson, T. Lacher & R. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world vol. 6. Lagomorphs and rodents I. (pp. 648-837). Barcelona: Lynx Edicions.

Leung , M., Burton, A., Iversen, J. & McLintock, J. (1975). Natural infections of Richardson's ground squirrels with western equine encephalomyelitis virus, Saskatchewan, Canada. Canadian journal of Microbiology. 21(7). 954-958.

Meteoblue. (2020). Regina, Alaska, United States. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/reg….

Michener, G. & Koeppl, J. (1985). Spermophilus richardsonii. Mammalian Species. 243. 1-8.

Prince, F. (1943). Report on the fleas Opisocrostis bruneri (Baker) and Thrassis bacchi (Roths.) as vectors of plague. Public Health Reports (1896-1970). 1013-1016.

Quanstrom, W. (1971). Behaviour of Richardson's ground squirrel Spermophilus richardsonii richardsonii. Animal Behaviour. 19(4). 646-652.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world. Berlijn, Duitsland: Springer.

Virchow, D., Kramer, W., Brown, C., Hygnstrom, S. & Barnes, A. (1992). First Evidence of Plague (Yersinia pestis) in Nebraska is Found in Panhandle Predators. Transactions of the Nebraska Academy of Sciences and Affiliated Societies. 139. 49-55.

Wobeser, G., Campbell, G., Dallaire, A. & McBurney, S. (2009). Tularemia, plague, yersiniosis, and Tyzzer’s disease in wild rodents and lagomorphs in Canada: A review. Canadian Veterinary Journal. 50(12). 1251-1256.

Yeaton, R. (1972). Social behavior and social organization in Richardson's ground squirrel (Spermophilus richardsonii) in Saskatchewan. Journal of Mammalogy. 53(1). 139-147.

Bent u tevreden over deze pagina?