Schaap

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Castelló et al., 2016; Grzimek, 1990; Valdez, 2008; Wilson & Reeder, 2005; Yiakoulaki et al., 2009)
Familie Bovidae
Subfamilie Caprinae
Genus Ovis
Soort Ovis aries
Gedomesticeerd Ja
Kruising Nee
Volwassen grootte Er is veel verschil tussen de diverse rassen. Kop-romp: 120-180 cm
Gewicht 20-200 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Wordt wereldwijd gehouden.
  • Habitat: Schapen komen voor in een brede range habitats wereldwijd, van gematigde bergbossen tot woestijnen.
Levensverwachting 22-23 jaar
IUCN-status -
CITES -

Risicoklasse C-E

Bij het schaap zijn in ten minste twee risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Vanwege de variatie tussen rassen op R5 en T1 bestaat er een bandbreedte van C-E.

Samenvatting beoordeling van het schaap

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het schaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus, Coxiella burnetii en Leptospira spp. aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het schaap heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Schapen moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid 0-X Sommige rassen gebruiken hoogte-elementen. 
Thermoregulatie 0-X Sommige rassen zijn aangepast aan een ander klimaat dan een gematigd zeeklimaat. 
Sociaal gedrag X Schapen hebben een dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het schaap zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus (Esmaeili et al., 2015; Jiménez-Estrada et al., 2008), Coxiella burnetii (Benkirane et al., 1990; Candela et al., 2017) en Leptospira spp. (Graham et al., 2016; Moreno-Beas et al., 2015) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.  

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van het gedrag van schapen is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Yiakoulaki et al., 2009; Zohary et al., 1998). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Het schaap is een grazer. Grassen en kruiden maken 96,4% van het dieet uit, browse slechts 3,6% (Yiakoulaki et al., 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X Het schaap heeft hypsodonte kiezen (Geiger et al., 2018; Witzel et al., 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V3 X Schapen spenderen 10,4 uur per dag aan foerageren. Ze rumineren c.12 uur per dag. Schapen hebben meerdere eetrondes gedurende de dag, afgewisseld met rustmomenten waarin ze herkauwen (Hecker, 1983; Munn et al., 2010; Yiakoulaki et al., 2009). Om aan energiebehoeften te kunnen voldoen moeten grazende herkauwers betrekkelijk veel consumeren en besteden zij dagelijks enkele lange periodes aan foerageren om de grote pens, die is geoptimaliseerd voor de fermentatie van vezels, maximaal te vullen (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van schapen bestaat voornamelijk uit grassen en kruiden, eventueel aangevuld met browse materiaal, waarbij het dieet afhankelijk van het voedselaanbod uit een groot aantal plantensoorten kan bestaan (Edwards et al., 1995; Hecker, 1983; Martínez, 2002; Munn et al., 2010; Yiakoulaki et al., 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Schapen hebben een home range van 4-100 ha (Fisher & Matthews, 2001; Lawrence & Wood-Gush, 1988; Mysterud et al., 2001; Squires, 1975). Schapen zijn niet territoriaal en home ranges overlappen tussen verschillende kuddes (Fisher & Matthews, 2001). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R2   Schapen gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Fisher & Matthews, 2001; Walser & Alexander, 1980). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R3   Gedomesticeerde schapen zijn door het domesticatieproces minder agressief en beter hanteerbaar geworden. Ze zijn gewend aan mensen en hebben geen primaire vluchtreactie meer (Zohary et al., 1998). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Schapen gebruiken geen holen of kuilen (Fisher & Matthews, 2001). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5 0-X Alle wilde schapen, inclusief de voorouder van de gedomesticeerde schapen, de moeflon (O. orientalis), leven in gebergten. Ze gebruiken steile wanden om tekenen van gevaar te ontvluchten en te schuilen. Sommige rassen leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Ensminger, 1965; Grandin & Deesing, 2014; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 0-X Schapen worden op grote schaal gehouden in landen met een gematigd zeeklimaat (Squires, 1975), maar komen ook voor in een brede range habitats wereldwijd, van gematigde bergbossen tot woestijnen met uitzondering van vochtige, tropische gebieden (Grzimek, 1990). De vele honderden rassen zijn door de mens geselecteerd op basis van hun aanpassing aan specifieke bodem- en klimaatomstandigheden. Deze risicofactor is daarom van toepassing op sommige rassen. 
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat schapen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Grandin & Deesing, 2014). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Schapen zijn jaarrond actief (Edwards et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Schapen hebben een polygame leefwijze (Dobson, 1982). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S2 X Schapen leven in kuddes (Dobson, 1982). Rammen hebben een dominantiehiërarchie die gerelateerd is aan de lichaamsgrootte. Deze is vaak in proportie met de leeftijd. Wanneer rammen en ooien mixen in het paarseizoen, heeft de dominante ram het grootste paarsucces (Fisher & Matthews, 2001; Squires, 1975). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Schapen zijn vanaf één jaar geslachtsrijp en kunnen één tot drie keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn c.148 dagen drachtig en krijgen per worp één à twee jongen. Schapen hebben een paarseizoen in de herfst, maar sommige schapen kunnen zich jaarrond voortplanten afhankelijk van het ras, leefgebied en omgevingsfactoren (Ensminger, 1965; Grandin & Deesing, 2014; Santiago-Moreno et al., 2000). Schapen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Andrada Pantoja, M.H. et al. (2017). Thermoregulation of male sheep of indigenous or exotic breeds in a tropical environment. Journal of Thermal Biology 69: 302-310. 

Benkirane, A., Jabli, N. & Rodolakis, A. (1990). Frequency of abortion and seroprevalence of the principal diseases causing ovine infectious abortion in the area of Rabat (Morocco). Annales de Recherches Veterinaires. 21(4). 267-273. 

Candela, M., Caballol, A. & Atance, P. (2017). Wide exposure to Coxiella burnetii in ruminant and feline species living in a natural environment: zoonoses in a human–livestock–wildlife interface. Epidemiology & Infection. 145(3). 478-481. 

Castelló, J. R., Huffman, B. & Groves, C. (2016). Tribe Caprini: Sheep, Goats, and relatives. In J. R. Castelló, J. R. Huffman & C. Groves, Bovids of the World: Antelopes, Gazelles, Cattle, Goats, Sheep, and Relatives (pp. 302-465). Princeton: Princeton University Press. 

Dobson, F. (1982). Competition for mates and predominant juvenile male dispersal in mammals. Animal Behaviour. 30(4). 1183-1192. 

Edwards, G., Dawson, T. & Croft, D. (1995). The dietary overlap between red kangaroos (Macropus rufus) and sheep (Ovis aries) in the arid rangelands of Australia. Australian Journal of Ecology. 20(2). 324-334. 

Ensminger, M. (1965). The stockman's handbook. Danville, Illinois: The Interstate. 

Esmaeili, H., Bolourchi, M. & Mokhber-Dezfouli, M. (2015). Seroprevalence of Chlamydia abortus infection in sheep and goats in Iran. Iranian Journal of Veterinary Medicine. 9(2). 73-77. 

Fisher, A. & Matthews, L. (2001). The social behaviour of sheep. In L. Keeling & H. Gonyou, Social behaviour in farm animals (pp. 211-245). Wallingford, UK: CAB international. 

Geiger, M., Marron, S., West, A. & Asher, R. (2018). Influences of domestication and island evolution on dental growth in sheep. Journal of Mammalian Evolution. 1-16. 

Graham, A., Nussey, D., Lloyd-Smith, J., Longbottom, D., Maley, M., Pemberton, J. & Wilson, K. (2016). Exposure to viral and bacterial pathogens among Soay sheep (Ovis aries) of the St Kilda archipelago. Epidemiology & Infection. 144(9). 1879-1888. 

Grandin, T. & Deesing, M. J. (2014). Chapter 4 - Genetics and Behavior During Handling, Restraint, and Herding. In T. Grandin & M. J. Deesing, Genetics and the Behavior of Domestic Animals (2nd ed., pp. 115-158). Amsterdam: Elsevier. 

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions. 

Grzimek, B. (1990). Grzimek's encyclopedia of mammals. New York: McGraw-Hill Publishing Company. 

Hecker, J. (1983). The sheep as an experimental animal. London: Academic Press Inc. 

Hofmann, R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78(4). 443-457. 

Jiménez-Estrada, J., Escobedo-Guerra, M., Arteaga-Troncoso, G., López-Hurtado, M., de Haro-Cruz, M., Jiménez, R. & Guerra-Infante, F. (2008). Detection of Chlamydophila abortus in sheep (Ovis aries) in Mexico. American Journal of Animal and Veterinary Sciences. 91-95. 

Lawrence, A. & Wood-Gush, D. (1988). Home-Range Behaviour and Social Organization of Scottish Blackface Sheep. Journal of Applied Ecology. 25-40. 

Martínez, T. (2002). Summer feeding strategy of Spanish ibexCapra pyrenaica and domestic sheep Ovis aries in south-eastern Spain. Acta Theriologica. 47(4). 479-490. 

Moreno-Beas, E., Abalos, P. & Hidalgo-Hermoso, E. (2015). Seroprevalence of nine Leptospira interrogans serovars in wild carnivores, ungulates, and primates from a zoo population in a metropolitan region of Chile. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 46(4). 774-778. 

Munn, A., Dawson, T. & McLeod, S. (2010). Feeding biology of two functionally different foregutfermenting mammals, the marsupial red kangaroo and the ruminant sheep: how physiological ecology can inform land management. Journal of Zoology. 282(4). 226-237. 

Mysterud, A., Pérez-Barbería, F. & Gordon, I. (2001). The effect of season, sex and feeding style on home range area versus body mass scaling in temperate ruminants. Oecologia. 127(1). 30-39. 

Rochus, C.M., Tortereau, F., Plisson-Petit, F. et al. (2018). Revealing the selection history of adaptive loci using genome-wide scans for selection: an example from domestic sheep. BMC Genomics 19, 71. https://doi.org/10.1186/s12864-018-4447-x 

Santiago-Moreno, J., López-Sebastián, A., González-Bulnes, A., Gómez-Brunet, A. & Chemineau, P. (2000). Seasonal changes in ovulatory activity, plasma prolactin, and melatonin concentrations, in Mouflon (Ovis gmelini musimon) and Manchega (Ovis aries) ewes. Reproduction Nutrition Development, EDP Sciences. 40(5). 421-430. 

Scheu, A. (2018). Neolithic animal domestication as seen from ancient DNA. Quaternary International 496: 102-107. 

Squires, V. (1975). Ecology and behaviour of domestic sheep (Ovis aries): a review. Mammal Review. 5(2). 35-57. 

Valdez, R. (2008). Ovis orientalis. The IUCN Red List of Threatened Species. Opgehaald van IUCN: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2008.RLTS.T15739A5076068.en 

Walser, E. & Alexander, G. (1980). Mutual recognition between ewes and lambs. Reproduction Nutrition Developement. 20(3B). 807-816. 

Wilson, D. & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/ 

Witzel, C., Kierdorf, U., Frölich, K. & Kierdorf, H. (2018). The pay-off of hypsodonty-timing and dynamics of crown growth and wear in molars of Soay sheep. BMC Evolutionary Biology. 18(1). 1-14. 

Yiakoulaki, M., Zarovali, M. & Papanastasis, V. (2009). Foraging behaviour of sheep and goats grazing on silvopastoral systems in Northern Greece. Options Mediterraneennes, Series A. 85. 79-84. 

Zohary, D., Tchernov, E. & Horwitz, L. (1998). The role of unconscious selection in the domestication of sheep and goats. Journal of Zoology. 245(2). 129-135. 

Bent u tevreden over deze pagina?