Serval

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Sunquist & Sunquist, 2009; Thiel, 2019)
Familie Felidae
Subfamilie Felinae
Genus Leptailurus
Soort Leptailurus serval
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte Kop-romp: 59-92 cm
Gewicht 7-13,5 kg
Dieet Carnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Centraal en Zuid Afrika. Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Congo, Ivoorkust, Djibouti, Eritrea, Eswatini, Ethiopië, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea-Bissau, Kenia, Liberia, Malawi, Mali, Mozambique, Namibië, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Somalië, Zuid-Afrika, Soedan, Tanzania, Togo, Oeganda, Zambia en Zimbabwe.
  • Habitat: Vrijwel alle typen grasland en savanne in Afrika. Vaak in de omgeving van water, rietvelden en moerassen.
Levensverwachting 10 jaar in het wild, 20 jaar in gevangenschap
IUCN-status "Least Concern"
CITES Bijlage B

Risicoklasse F

Servals zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de serval onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van de serval

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de serval zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira spp. en rabiësvirus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF  Bij servals is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de serval direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Servals moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Servals hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en markeergedrag.
  • Servals gebruiken een afgezonderde nestplaats.
Thermoregulatie X De serval is aangepast aan een tropisch en subtropisch klimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

 

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de serval zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira spp. (Sebek et al., 1984; Sebek et al., 1989; Ullmann et al., 2012) en rabiësvirus (Swanepoel, et al., 1993) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF  De serval weegt 7-13,5 kg en beschikt over scherpe snijtanden en klauwen (Sunquist & Sunquist, 2009). Servals in gevangenschap vallen aan zonder duidelijke aanleiding en kunnen mensen ernstig letsel toebrengen (Markula et al., 2009). Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van servals kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens  veroorzaken, waardoor de serval direct onder risicoklasse F valt.

 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

 

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De serval is een carnivoor (Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De serval heeft geen hypsodonte gebitselementen (Ewer, 1998). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X Servals jagen veelal op kleine voedsel-items, zoals knaagdieren, reptielen, amfibieën en insecten (Bowland & Perrin, 1993; Geertsema, 1985; Ramesh & Downs, 2015; Sunquist & Sunquist, 2009), die wijdverspreid zijn in hun habitat. Servals hebben een gedragsmatige jachtbehoefte, waarbij zij prooien actief bejagen door hen op gehoor te lokaliseren en te bespringen in hun schuilplaats of uit het water of de lucht te vangen (Kroshko et al., 2016; Sunquist & Sunquist, 2009). Servals hebben een home range van gemiddeld 6,2 km2 en leggen dagelijks gemiddeld 2,5 km af (Geertsema, 1985; Perrin, 2002). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van servals bestaat uit zoogdieren, reptielen, amfibieën, insecten en vogels (Bowland & Perrin, 1993; Geertsema, 1985; Ramesh & Downs, 2015; Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Servals hebben een home range van gemiddeld 6,2 km2 (Perrin, 2002). Servals markeren hun territorium intensief en patrouilleren de grenzen (Geertsema, 1985). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Servals gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als rustplaats (Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Bij gevaar klimmen servals bomen in (Thiel, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Servals gebruiken geen zelf gegraven holen, maar gebruiken verlaten holen van aardvarkens of stekelvarkens (Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor servals zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Sunquist & Sunquist, 2009; Thiel, 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Servals leven in tropische en subtropische klimaten (Schultz, 2005; Thiel, 2019). De gemiddelde temperatuur in subtropische klimaten ligt in de koudste maanden normaal gesproken niet onder de 5°C. De absolute minimumtemperatuur in de winter kan gedurende korte periodes sterk afnemen tot onder het vriespunt. De gemiddelde temperatuur in tropische klimaten ligt in de warmste maanden rond de 30°C met maximum temperaturen van boven de 40°C (Schultz, 2005). De serval is aangepast aan een tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat servals gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Smithers, 1978). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Servals zijn jaarrond actief (Geertsema, 1985). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Servals hebben een solitaire leefwijze (Geertsema, 1985; Ramesh & Downs, 2015; Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Servals leven solitair en vermijden elkaar (Geertsema, 1985; Ramesh & Downs, 2015; Sunquist & Sunquist, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 1 jaar oud geslachtsrijp en zijn polyoestrisch. Vrouwtjes zijn gemiddeld 74 dagen drachtig en krijgen per worp gemiddeld 2 jongen. Servals hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bowland, J. M., & Perrin, M. (1993). Diet of serval Felis serval in a highland region of Natal. South African Journal of Science , 132-135.

Ewer, R. (1998). The carnivores. Cornell University Press.

Geertsema, A. (1985). Aspects of the ecology of the serval in the Ngorongoro crater, Tanzania. Netherlands Journal of Zoology 35(4), 527-610.

Kroshko, J., Clubb, R., Harper, L., Mellor, E., Moehrenschlager, A., & Mason, G. (2016). Stereotypic route tracing in captive carnivora is predicted by species-typical home range sizes and hunting styles. Animal behaviour, 197-209.

Markula, A., Hannan-Jones, M., & Csurhes, S. (2009). Pest animal risk assesment: Serval. Queensland: Department of Primary Industries and Fisheries of Queensland.

Perrin, M. (2002). Space use by a reintroduced serval in Mount Currie Nature Reserve. South African Jounal of Wildlife Research 32(1), 79-86.

Ramesh, T., & Downs, C. T. (2015). Diet of serval (Leptailurus serval) on farmlands in the Drakensberg Midlands, South Africa. Mammalia, 399-407.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Sebek, Z., Sixl, W., Reinthaler, F., & Valova, M. (1984). Zur Leptospirose im Südsudan, auf den Kapverdischen Inseln sowie in Südkolumbien und in El Salvador. Mitteilungen der Österreichischen Gesellschaft für Tropenmedizin und Parasitologie, 6, 197-201.

Sebek, Z., Sixl, W., Reinthaler, F., Valová, M., Schneeweiss, W., Stünzner, D., & Mascher, F. (1989). Results of serological examination for leptospirosis of domestic and wild animals in the Upper Nile province (Sudan). Journal of Hygiene, Epidemiology, Microbiology, and Immunology, 33(3), 337-345.

Smithers, R. (1978). The serval, Felis serval Schreber 1776. South African Journal of Widlife Research,29-37.

Sunquist, M., & Sunquist, F. (2009). Family FELIDAE (CATS). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 1. Carnivores (pp. 54-170). Barcelona: Lynx Edicions.

Swanepoel, R., Barnard, B. J., Meredith, C. D., Bishop, G., Bruckner, G. K., Foggin, C. M., & Hubschle, O.J. (1993). Rabies in southern Africa. Onderstepoort Journal of Veterinary Research, 60, 325-346.

Thiel, C. (2011). Ecology and population status of the Serval Leptailurus serval (Schreber, 1776) in Zambia. Bonn: Rheinischen Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn.

Thiel, C. (2019). Leptailurus serval. Opgehaald van The IUCN Red List of Threatened Species: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2019-3.RLTS.T11638A156536762.en

Ullmann, L., Hoffmann, J., de Moraes, W., Cubas, Z., Dos Santos, L., da Silva, R., . . . Biondo, A. (2012). Serological survey for leptospira spp. in captive neotropical felids in Foz do Iguaçu, Paraná, Brazil. Journal of Zoo and Wildlife Medicine 43(2), 223-228.

Bent u tevreden over deze pagina?