Springbok

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

De fylogenie van de springbok is onderwerp van uitvoerig taxonomisch onderzoek (Groves et al., 2011; IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016). De soorten A. marsupialis, A. hofmeyri en A. angolensis zijn dikwijls alleen te onderscheiden na uitvoerig morfologisch en/of genetisch onderzoek. Gebaseerd op dit onderzoek worden de volgende soorten als fylogenetisch zeer nauw verwant beschouwd en betreft de beoordeling daarom alle genoemde taxa.

Algemene informatie (Groves et al., 2011; IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016; Penzhorn, 1974)
Familie Bovidae
Subfamilie Antilopinae
Genus Antidorcas
Soort
  • Antidorcas marsupialis: Kaapse springbok        
  • Antidorcas hofmeyri: Kalahari springbok        
  • Antidorcas angolensis: Angolese springbok
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 114,1 cm (m), 112,2 cm (v)
  • Schofthoogte: 75 cm (m), 72 cm (v)
Gewicht 31 kg (m), 26,5 kg (v).
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuid-Afrika, Lesotho, Namibië, Botswana en Zuidwest-Angola.
  • Habitat: Savanne en heuvels, met voorkeur voor kort gras, kalkhoudende pannen en droge rivierbedden.
Levensverwachting 7,5 jaar wild
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Springbokken zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de springbok onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de springbok

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij springbokken zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium tuberculosis, Brucella spp., rabiësvirus, Chlamydia abortus en Rift Valley fever virus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicocategorie. 
Letselschade XF Bij springbokken is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de springbok direct onder risicoklasse F valt. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De springbok heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Springbokken moeten dagelijks frequent foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Springbokken hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en/of markeergedrag.
  • Springbokken gebruiken een beschutte verstopplaats. 
  • Springbokken hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie X De springbok is aangepast aan een woestijnklimaat. 
Sociaal gedrag X Springbokken hebben een despotische dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij springbokken zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium tuberculosis (Gous & Williams, 2009), Brucella spp. (Madzingira, 2013), rabiësvirus (Magwedere et al., 2012), Chlamydia abortus (Berri et al., 2004) en Rift Valley fever virus (Dondona et al., 2016) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicocategorie. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De springbok weegt 31 kg (m) of 26,5 kg (v). Beide geslachten beschikken over hoorns met naar binnen gedraaide punten. De hoorns van mannetjes zijn 36-48 cm en die van vrouwtjes 11-19 cm. Mannetjes zijn agressief tijdens de bronst en onder stress en zijn waargenomen zich agressief naar mensen te gedragen (Bigalke, 1972; Groves et al., 2011; Kaiser et al., 2013; Liversidge & De Jager, 1984). Springbokken zijn wilde dieren en het hanteren van springbokken vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Wolfe, 2015).  

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van springbokken, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de springbok direct onder risicoklasse F valt. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De springbok is een mixed-feeder, die zowel gras als bladeren van struikgewas eet afhankelijk van het seizoen (Groves et al., 2011; Zerbe, 2012). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X De springbok heeft hypsodonte kiezen (Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al., 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V3 X Springbokken foerageren voornamelijk vroeg in de ochtend en laat in de middag. Tijdens rustperiodes blijven springbokken eten. Op koele dagen en na regenval foerageren springbokken bijna de gehele dag door (Bigalke, 1972). Springbokken zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van springbokken bestaat uit jong gras, bladeren, vetplanten en meloenen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Springbokmannetjes hebben een home range van 25-70 ha. Tijdens een lange periode van droogte migreren springbokken in een grote groep. Volwassen mannetjes verdedigen en patrouilleren de home range en markeren speciale plekken met urine, feces en geur. Dominante mannetjes tolereren geen andere mannetjes in hun territorium (Bigalke, 1972; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R2 X De jongen van springbokken gebruiken een beschutte verstopplaats (Bigalke, 1972). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R3 X Springbokken hebben een sterke vluchtreactie, springen tot twee meter hoog en kunnen een snelheid van 88 km/uur bereiken. Springbokken hebben lange, dunne ledematen en zijn gevoelig voor fracturen (Bigalke, 1972; Groves et al., 2011). Springbokken zijn waargenomen capture myopathy te ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R4   Springbokken gebruiken geen holen of kuilen (Bigalke, 1972). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5   Voor springbokken zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Bigalke, 1972). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Springbokken leven in een woestijnklimaat (Bigalke, 1972; Fuller et al., 2005; Hetem et al., 2009; IUCN SSC Antelope Specialist Group, 2016; Mason, 1976; Schultz, 2005; Sewell et al., 2019). De gemiddelde minimumtemperatuur in de woestijnen van zuidelijk Afrika waar springbokken voorkomen is 13 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -7 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 30 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 41 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 150 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 30% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).     De springbok is aangepast aan een woestijnklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat springbokken gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Bigalke, 1972). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Springbokken zijn jaarrond actief (Bigalke, 1972). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Springbokken hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S2 X Vrouwtjes leven in kuddes van vijf individuen, maar springbokken kunnen ook grote gemengde kuddes met 502200 individuen vormen. De vrouwtjes hebben onderling geen dominantiehiërarchie. De mannetjes leven solitair, in bachelorgroepen of in harems tijdens de bronst. Bij mannetjes is er sprake van een despotische dominantiehiërarchie (Bigalke, 1972; Groves et al., 2011; Robinson et al., 1997). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 6-7 maanden geslachtsrijp en kunnen twee keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 6,5-7 maanden drachtig en krijgen per worp één jong. Springbokken hebben een paarseizoen vroeg in het droge seizoen (Bigalke, 1972; Groves et al., 2011). Springbokken hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Berri, M., Bernard, F., Lecu, A., Ollivet-Courtois, F. & Rodolakis, A. (2004). Molecular characterisation and ovine live vaccine 1B evaluation toward a Chlamydophila abortus strain isolated from springbok antelope abortion. Veterinary Microbiology. 103. 231-240. 

Bigalke, R. C. (1972). Observations on the behaviour and feeding habits of the springbok, Antidorcas marsupialis. Zoologica Africana. 7(1). 333-359.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203. 

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758. 

Dondona, A. C., Aschenborn, O., Pinoni, C., Di Gialleonardo, L., Maseke, A., Bortone, G., Polci, A., Scacchia, M., Molini, U. & Monaco, F. (2016). Rift valley fever virus among wild ruminants, Etosha National Park, Namibia, 2011. Emerging Infectious Diseases. 22(1). 128-130. 

Fuller, A., Kamerman, P. R., Maloney, S. K., Matthee, A., Mitchel, G. & Mitchell, D. (2005). A year in the thermal life of a free-ranging herd of sprinbok Antidorcas marsupialis. The Journal of Experimental Biology. 208. 2855-2864. 

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions. 

Hetem, R. S., de Witt, B. A., Fick, L. G., Fuller, A., Kerley, G. I., Meyer, L. C., Mitchell, D. & Maloney, S. K. (2009). Body temperature, thermoregulatory behaviour and pelt characteristics of three colour morphs of springbok (Antidorcas marsupialis). Comparative Biochemistry and Physiology, Part A. 152. 379-388. 

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457. 

IUCN SSC Antelope Specialist Group. 2016. Antidorcas marsupialis. The IUCN Red List of Threatened Species 2016: e.T1676A115056763en.  

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46. 

Liversidge, R. & de Jager, J. (1984). Reproductive parameters from hand-reared springbok Antidorcas marsupialis. South African Journal of Wildlife Research. 14(1). 26-27. 

Madzingira, O. (2013). Sero-prevalence of brucellosis in sheep and springbok (Antidorcas marsupialis) in the Karas Region of Namibia (Doctoral dissertation, University of Pretoria). 

Magwedere, K., Hemberger, M. Y., Hoffman, L. C. & Dziva, F. (2012). Zoonoses: a potential obstacle to the growing wildlife industry of Namibia. Infection Ecology & Epidemiology. 2(1). 1-16. 

Mason, D. R. (1976). Some observations on social organisation and behaviour of springbok in the Jack Scott Nature Reserve. South African Journal of Wildlife Research. 6(1). 33-39. 

Meteoblue. (2021). Kgalagadi Transfrontier Park, South Africa. Opgehaald: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/kga…;

Penzhorn, B. L. (1974). Sex and age composition and dimensions of the springbok (Antidorcas marsupialis) population in the Mountain Zebra National Park. South African Journal of Wildlife Research. 4(1). 63-65.

Robinson, J. E., Skinner, D. C., Skinner, J. D. & Haupt, M. A. (1997). Distribution and morphology of luteinising hormone-releasing hormone neurones in a species of wild antilope, the sprinbok (Antidorcas marsupialis). Journal of Comparative Neurology. 389(3). 444-452. 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Sewell, L., Merceron, G., Hopley, P. J., Zipfel, B. & Reynolds, S. C. (2019). Using springbok (Antidorcas) dietary proxies to reconstruct inferred palaeovegetational changes over 2 million years in Southern Africa. Journal of Archaeological Science: Reports. 23. 1014-1028. 

Wolfe, B. A. (2015). Chapter 63 Bovidae (except sheep and goats) and Antilocapridae. In R. E. Miller & M. E. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 626-645). Saunders. 

Zerbe, P. (2012). Reproductive seasonality in captive wild ruminants: implications for biogeographical adaptation, photoperiodic control, and life history. University of Zurich: Vetsuisse Faculty. 

Bent u tevreden over deze pagina?