Strandmuis

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Cassola, 2016; Pardiñas et al., 2017; Weigl, 2005; Wilson & Ruff, 1999)
Familie Cricetidae
Subfamilie Neotominae
Genus Peromyscus
Soort Peromyscus polionotus
Ondersoort
  • Peromyscus polionotus allophris (Choctawhatchee strandmuis)
  • Peromyscus polionotus ammobates (Alabama strandmuis)
  • Peromyscus polionotus peninsularis (Saint Andrews strandmuis)
  • Peromyscus polionotus phasma (Anastasia Island strandmuis)
  • Peromyscus polionotus trissyllepsis (Perdido Key strandmuis)
  • Overig: Peromyscus polionotus polionotus, albifrons, colemani, griseobracatus, leucophalus, lucubrans, niveiventris, rhoadsi, subgriseus, sumneri
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 82-93 mm
  • Staart: 40-60 mm
Gewicht 10-15 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Het zuidoosten van de Verenigde Staten.
  • Habitat: Stranden, duinen, graslanden en katoen/maïsvelden met een zandbodem.
Levensverwachting
18 maanden wild, 5,5 jaar gevangenschap. 
IUCN-status “Critically Endangered” (ondersoort trissyllepsis) “Endangered” (ondersoorten allophris, ammobates, peninsularis & phasma)  “Near Threatened” (ondersoorten leucocephalus & niveiventris) “Least Concern” (overige ondersoorten) 
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Bij aanverwante en sympatrische soorten zijn zeer hoog-risico zoönotische pathogenen aangetoond. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de strandmuis onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de strandmuis

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

 

Gezondheid mens
Risicocategorie Wild vang Fok Toelichting
Zoönosen XF (zeer hoog risico) ! (signalerend) Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen het genus zijn de zeer hoog-risico zoönotische pathogenen Sin Nombre hantavirus, New York hantavirus, Monongahela hantavirus en Eastern equine encephalitis virus aangetoond, waardoor de strandmuis in het geval van wildvang direct onder risicoklasse F valt. Daarbij zijn bij deze soorten ook de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans, Yersinia pestis, Tick-borne encephalitis virus, Anaplasma phagocytophilum, Coxiella burnetii en Francisella tularensis aangetoond. 
Letselschade     De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Strandmuizen moeten dagelijks langdurig foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Strandmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Strandmuizen gebruiken zelf-gegraven holen. 
Thermoregulatie X De strandmuis is aangepast aan een subtropisch klimaat. 
Sociaal gedrag X
  • Strandmuizen hebben een monogame leefwijze.
  • Strandmuizen hebben een lineaire dominantiehiërarchie.
  • Strandmuizen hebben een grote kans op overbevolking. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Wild vang Fok Toelichting
LG1 XF (zeer hoog risico) ! (signalerend) Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten binnen het genus zijn de zeer hoog-risico zoönotische pathogenen Sin Nombre hantavirus, New York hantavirus, Monongahela hantavirus (Burns et al., 2018; Reed, 2018; Rhodes III, 2000; Snell, 2004) en Eastern equine encephalitis virus (Hardy et al., 1974; Howitt, 1940) aangetoond, waardoor de strandmuis in het geval van wildvang direct onder risicoklasse F valt. Daarbij zijn bij deze soorten ook de hoogrisico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans (Méndez et al., 2013; Rodríguez-Rojas et al., 2020), Yersinia pestis (Danforth et al., 2018), Tick-borne encephalitis virus (Deardorff et al., 2013; Ebel et al., 2000), Anaplasma phagocytophilum (Clark, 2012; Larson et al., 2018; Nims et al., 2008), Coxiella burnetii (Meerburg & Reusken, 2011; Nims et al., 2008; Stoenner & Lackman, 1960) en Francisella tularensis (Nims et al., 2008; Wobeser et al., 2007) aangetoond. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de strandmuis is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Pardiñas et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De strandmuis is een omnivoor (Pardiñas et al., 2017; Wilson & Ruff, 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2   De strandmuis heeft geen hypsodonte gebitselementen (Pardiñas et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V3 X De strandmuis is nachtactief (Pardiñas et al., 2017). Foerageergedrag is afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid (Baumgardner et al., 1980). Strandmuizen hebben lage vetreserves en moeten constant foerageren naar calorierijkvoedsel als zaden en insecten (Caldwell & Connell, 1986). Strandmuizen doen aan het scatterhoarden van zaden en bewaren insectendelen in hun hol (Lanier et al., 1974; Wilson & Ruff, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de strandmuis bestaat uit insecten, zaden en groente/fruit als bramen en wilde erwten (Pardiñas et al., 2017; Wilson & Ruff, 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Strandmuizen hebben een home range van 0,1-7,4 ha (Davenport, 1964; Mabry & Barrett, 2002). Van de ondersoorten de Alabama strandmuis (P. polionotus ammobates) en de Choctawatchee strandmuis (P. polionotus allophrys) is bekend dat ze een respectievelijke home range van 0,2-0,4 ha en 0,7-5,4 ha hebben (Swilling & Wooten, 2002; van Zant & Wooten, 2003). Home ranges overlappen zolang er voldoende voedingsstoffen in een gebied aanwezig zijn (Swilling & Wooten, 2002). Strandmuizen doen niet aan patrouilleren en territoriale geurmarkering (van Zant & Wooten, 2003). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R2 X Strandmuizen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Garten, 1976a; Wilson & Ruff, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R3   De strandmuis is schichtig en vlucht behendig en doelgericht naar dekking bij tekenen van gevaar (Pardiñas et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4 X Strandmuizen graven holen in zanderige grond als schuilplek. Het hol heeft een ingang en een uitgang. De ingang is gemarkeerd met een kleine zandheuvel (Garten, 1976a; Pardiñas et al., 2017; Sumner & Karol, 1929; Wilson & Ruff, 1999). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor strandmuizen zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Layne, 1970; Pardiñas et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Strandmuizen leven in een subtropisch klimaat met jaarrond regen (Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de duinen van Alabama en Florida waar strandmuizen voorkomen is 18 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -4 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 28 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 38 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1300 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 75% (Meteoblue, 2020; Schultz, 2005).

De thermoneutrale zone van de strandmuis ligt tussen de 27 en 37 °C (Kaufman & Kaufman, 1973).

De strandmuis is aangepast aan een subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat strandmuizen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Garten, 1976a; Pardiñas et al., 2017; Sumner & Karol, 1929; Wilson & Ruff, 1999). Bovendien maken strandmuizen gebruik van een hol. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Strandmuizen gaan in torpor, afhankelijk van de buitentemperatuur, maar houden geen obligate winterslaap (Esher & Wolfe, 1979). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1 X Strandmuizen hebben een monogame leefwijze (Swilling & Wooten, 2002). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S2 X Strandmuizen leven in familiegroepen bestaande uit een paar en hun jongen (Swilling & Wooten, 2002). Er is sprake van een lineaire dominantiehiërarchie. De rang correleert positief met lichaamsgewicht (Garten, 1976b). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3 X Vrouwtjes zijn vanaf c.45 dagen geslachtsrijp en kunnen meerdere keren per jaar werpen. Vrouwtjes hebben een postpartum oestrus. Vrouwtjes zijn 23-24 dagen drachtig en krijgen per worp 1-8 jongen. Strandmuizen planten zich jaarrond voort met een lichte afname in reproductie in de zomer (Kaufman & Kaufman, 1987; Williams et al., 1965; Wilson & Ruff, 1999). Strandmuizen hebben een grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

Verwijzingen

Baumgardner, D. J., Ward, S. E. & Dewsbury, D. A. (1980). Diurnal patterning of eight activities in 14 species of muroid rodents. Animal Learning & Behavior. 8(2). 322-330.

Burns, J. E., Metzger, M. E., Messenger, S., Fritz, C. L., Vilcins, I.E., Enge, B., Bronson, L. R., Kramer, V. L. & Hu, R. (2018). Novel Focus of Sin Nombre Virus in Peromyscus eremicus Mice, Death Valley National Park, California, USA. Emerging Infectious Diseases. 24(6). 1112-1115. 

Caldwell, L. D. & Connell, C. E. (1968). A Precis on Energetics of the Old-Field Mouse. Ecology. 49(3). 542-548.

Cassola, F. (2016). Peromyscus polionotus. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/42654/115199876.

Clark, K. L. (2012). Anaplasma phagocytophilum in small mammals and ticks in northeast Florida. Journal of Vector Ecology. 37(1). 262-268. Danforth, M., Tucker, J. & Novak, M. (2018). The Deer Mouse (Peromyscus maniculatus) as an Enzootic Reservoir of Plague in California. EcoHealth. 15. 566-576.

Davenport, L. B. Jr. (1964). Structure of Two Peromyscus polionotus Populations in Old-Field Ecosystems at the Aec Savannah River Plant. Journal of Mammalogy. 45(1). 95-113.

Deardorff, E. R., Nofchissey, R. A., Cook, J. A., Hope, A. G., Tsvetkova, A., Talbot, S. L. & Ebel, G. D. (2013). Powassan Virus in Mammals, Alaska and New Mexico, USA, and Russia, 2004–2007. Emerg Infect Dis. 19(12). 2012-2016.

Ebel, G. D., Campbell, E. N., Goethert, H. K., Spielman, A. & Telford III, S. R. (2000). Enzootic Transmission of Deer Tick Virus in New England and Wisconsin Sites. Am J Trop Med Hyg. 63(1,2). 3642.

Esher, R. J. & Wolfe, J. L. (1979). Adaptive modification of ingestive behavior in beach mice (Peromyscus polionotus). Physiology & Behavior. 22(4). 697-700. 

Garten, C. T. Jr. (1976a). Relationships between Nest Building and General Activity in the Oldfield Mouse, Peromyscus polionotus. Journal of Mammalogy. 57(2). 412-415.

Garten, C. T. Jr. (1976b). Relationships Between Aggressive Behavior and Genic Heterozygosity in the Oldfield Mouse, Peromyscus polionotus. Evolution. 30(1). 59-72.

Hardy, J. L., Reevers, W. C., Rush, W. A. & Nir, Y. D. Experimental Infection with Western Equine Encephalomyelitis Virus in Wild Rodents Indigenous to Kern County, California. Infection and Immunity. 10(3). 553-564.

Howitt, B. F. (1940). Comparative Susceptibility of Wild and Domestic Birds and Animals to the Western Virus of Equine encephalomyelitis (Br. strain) in California. The Journal of Infectious Diseases. 67(3). 177-187.

Kaufman, D. W. & Kaufman, G. A. (1973). Body Temperature of the Old-Field Mouse (Peromyscus polionotus) in and Below the Thermoneutral Zone Nest-Building in Dipodomys merriami at Different Ambient Temperatures. Journal of Mammalogy. 54(4). 996-997.

Kaufman, D. W. & Kaufman, G. A. (1987). Reproduction by Peromyscus polionotus: Number, Size, and Survival of Offspring. Journal of Mammalogy. 68(2). 275-280. 

Lanier, D. L., Estep, D. Q. & Dewsbury, D. A. (1974). Food Hoarding in Muroid Rodents. Behavioral Biology. 11(2). 177-187. 

Larson, S. R., Lee, X. & Paskewitz, S. M. (2018). Prevalence of Tick-Borne Pathogens in Two Species of Peromyscus Mice Common in Northern Wisconsin. Journal of Medical Entomology. 55(4). 1002-1010.

Layne, J. N. (1970). Climbing Behavior of Peromyscus floridanus and Peromyscus gossypinus. Journal of Mammalogy. 51(3). 580-591.

Mabry, K. E. & Barrett, G. W. (2002). Effects of corridors on home range sizes and interpatch movements of three small mammal species. Landscape Ecology. 17. 629-636.

Meerburg, B. G. & Reusken, C. B. E. M. (2011). The role of wild rodents in spread and transmission of Coxiella burnetii needs further elucidation. Wildlife Research. 38(7). 614-625.

Méndez, C., Benavides, L., Esquivel, A., Aldama,A., Torres, J., Gavaldón, D., Meléndez, P. & Moles, L. (2013). Pesquisa serológica de Leptospira en roedores silvestres, bovinos, equinos y caninos en el noreste de México. Rev Salud Anim. 35(1). 25-32.

Meteoblue. (2020). Orlando, Florida, USA. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climateobserved/orl…;

Nims, T. N., Durden, L. A., Chandler, C. R. & Pung, O. J. (2008). Parasitic and Phoretic Arthropods of the Oldfield Mouse (Peromyscus polionotus) from Burned Habitats with Additional Ectoparasite Records from the Eastern Harvest Mouse (Reithrodontomys humulis) and Southern Short-Tailed Shrew (Blarina carolinensis). Comparative Parasitology. 75(1). 102-106.

Pardiñas, U. F. J., Myers, P., León-Paniagua, L., Ordóñez Garza, N., Cook, J. A., Kryštufek, B., Haslauer, R., Bradley, R. D., Shenbrot, G. I. & Patton, J. L. (2017). Family Cricetidae (True Hamsters, Voles, Lemmings and New World Rats and Mice). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr. & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world. 7. Rodents II (pp. 204-535). Barcelona: Lynx Edicions.

Reed, K. D. (2018). Viral Zoonoses. Reference Module in Biomedical Sciences. Amsterdam: Elsevier.

Rhodes, III, L. V., Huang, C., Sanchez, A. J., Nichol, S. T., Zaki, S. R., Ksiazek, T. G., Humphreys, J. G., Freeman, J. J. & Knecht, K. R. (2000). Hantavirus pulmonary syndrome associated with Monongahela virus, Pennsylvania. Hantavirus pulmonary syndrome associated with Monongahela virus, Pennsylvania. Emerg Infect Dis. 6(6). 616-621.

Rodríguez-Rojas, J. J., Rodríguez-Morena, Á., Sánchez-Casas, R. M. & Hernández-Escareño, J. J. (2020). Molecular Detection of Leptospira interrogans and Borrelia burgdorferi in Wild Rodents from Mexico. Vector-Borne and Zoonotic Diseases. 20(11). 1-4. 

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Snell, N. J. C. (2004). Novel and re-emerging respiratory infections. Expert Review of Anti-infective Therapy. 2(3). 405-412.

Stoenner, H. G. & Lackman, D. B. (1960). The Biologic Properties of Coxiella burnetii isolated from Rodents Collected in Utah. American Journal of Epidemiology. 71(1). 45-51.

Sumner, F. B. & Karol, J. J. (1929). Notes on the Burrowing Habits of Peromyscus polionotus. Journal of Mammalogy. 10(3). 213-215.

Swilling, W. R. Jr. & Wooten, M. C. (2002). Subadult Dispersal in a Monogamous Species: the Alabama Beach Mouse (Peromyscus polionotus ammobates). Journal of Mammalogy. 83(1). 252-259.

Weigl, R. (2005). Longevity of mammals in captivity; from the living collections of the world. Frankfurt: Kleine Senckenberg-Reihe.

Williams, R. G., Golley, F. B. & Carmon, J. L. (1965). Reproductive Performance of a Laboratory Colony of Peromyscus polionotus. The American Midland Naturalist. 73(1). 101-110. 

Wilson, D. & Ruff, S. (1999). The Smithsonian Book of North American Mammals. Washington and London: Smithsonian Institution Press.

Wobeser, G., Ngeleka, M., Appleyard, G., Bryden, L. & Mulvey, M. R. (2007). Tularemia in Deer Mice (Peromyscus maniculatus) During a Population Irruption in Saskatchewan, Canada. Journal of Wildlife Diseases. 43(1). 23-31.

van Zant, J. L. & Wooten, M. C. (2003). Translocation of Choctawhatchee beach mice (Peromyscus polionotus allophrys): hard lessons learned. Biological Conservation. 112(3). 405-413.  

Bent u tevreden over deze pagina?