Sumatraanse bosgems

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Groves et al., 2011)
Familie Bovidae
Subfamilie Antilopinae
Genus Capricornis
Soort Capricornis sumatraensis
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 140-155 cm
  • Staart: 11-16 cm
  • Schofthoogte: 85-94 cm
Gewicht 85-140 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: West- en Noord-Sumatra en Maleisië. 
  • Habitat: Steil, ruig terrein inclusief regenwouden van zeeniveau tot 3000 m hoogte.
Levensverwachting 10 jaar gevangenschap. 
IUCN-status “Vulnerable” 
CITES Capricornis sumatraensis (I) bijlage A.

Risicoklasse F

Sumatraanse bosgemzen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de Sumatraanse bosgems onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de Sumatraanse bosgems

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Op genusniveau (Capricornis) zijn Brucella abortus, Leptospira interrogans en Mycobacterium bovis aangetoond. Vanuit biologisch verwantschap en het feit dat dit multi-species zoönoseverwekkers zijn die voorkomen in het leefgebied van de Sumatraanse bosgems, leidt dit tot een signalerende toepassing van de risicofactor zoönosen voor zowel gefokte als wildvang populaties van de Sumatraanse bosgems. 
Letselschade XF Bij Sumatraanse bosgemzen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de Sumatraanse bosgems direct onder risicoklasse F valt. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De Sumatraanse bosgems is een herbivore browser.
  • De Sumatraanse bosgems heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Sumatraanse bosgemzen moeten dagelijks frequent foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Sumatraanse bosgemzen hebben een grote homerange en vertonen territoriaal patrouilleer- en markeergedrag.
  • Sumatraanse bosgemzen gebruiken hoogteelementen. 
Thermoregulatie X De Sumatraanse bosgems is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Sumatraanse bosgemzen hebben een monogame leefwijze. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Het leefgebied van de Japanse bosgems (C. crispus) en de Sumatraanse bosgems komen niet overeen. Alleen de biologische vatbaarheid is dus relevant, maar Brucella abortus (Jass & Mead, 2004), Leptospira interrogans (Jass & Mead, 2004) en Mycobacterium tuberculosis (Yugi et al., 1963) zijn multi-species zoönoseverwekkers die voorkomen in Sumatra en Maleisië. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De Sumatraanse bosgems weegt 85-140 kg en beide geslachten beschikken over scherpe hoorns van c.12-28 cm (Groves et al., 2011). Aanverwante soorten van hetzelfde genus (Capricornis) kunnen zich vijandig gedragen wanneer zij hun territoria verdedigen (Jass & Mead, 2004). Sumatraanse bosgemzen zijn wilde dieren en het hanteren van Sumatraanse bosgemzen vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van Sumatraanse bosgemzen, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de Sumatraanse bosgems direct onder risicoklasse F valt. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X De Sumatraanse bosgems is een mixed-feeder, die voornamelijk browse materiaal eet (Groves et al., 2011; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V2 X De Sumatraanse bosgems heeft hypsodonte kiezen (Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al., 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V3 X Sumatraanse bosgemzen zijn hoofdzakelijk vroeg in de ochtend en laat in de avond actief (Groves et al., 2011). Sumatraanse bosgemzen zijn herkauwende mixed-feeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van Sumatraanse bosgemzen bestaat voornamelijk uit een grote variatie aan browse materiaal, aangevuld met grassen (Groves et al., 2011; Jass & Mead, 2004). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Sumatraanse bosgemzen hebben een populatiedichtheid van 0,4 individuen/km2. Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de homerange grootte of ruimtegebruik van Sumatraanse bosgemzen. De aanverwante soort van hetzelfde genus (Capricornis) met overeenkomsten in morfologie (geurklieren) en ecologie, de Japanse bosgems (C. cirspus) is zeer territoriaal. De Japanse bosgems gebruikt geurmarkering, vertoont agressie richting specifieke objecten, staat stil op prominente plekken binnen het territorium om aanwezigheid aan te tonen en defeceert herhaaldelijk in latrines (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2   Sumatraanse bosgemzen gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Caro et al., 2004; Jass & Mead, 2004). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R3   Sumatraanse bosgemzen hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Groves et al., 2011; Jass & Mead, 2004; Takada et al., 2019). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Sumatraanse bosgemzen gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5 X Sumatraanse bosgemzen leven in een habitat met hoogteelementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Groves et al., 2011; Jass & Mead, 2004; Takada et al., 2019). De risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Sumatraanse bosgemzen leven in een tropisch klimaat (Groves et al., 2011; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de tropische bossen van Sumatra en Maleisië waar Sumatraanse bosgemzen voorkomen is 24 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 12 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 30 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 39 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1000 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 80% (Meteoblue, 2020; Schultz, 2005).  

De Sumatraanse bosgems is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Sumatraanse bosgemzen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Sumatraanse bosgemzen zijn jaarrond actief (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1 X Er is weinig wetenschappelijke literatuur gevonden over de leefwijze van Sumatraanse bosgemzen. Oudere Sumatraanse bosgems mannetjes leven waarschijnlijk solitair (Groves et al., 2011). Aanverwante soorten van hetzelfde genus (Capricornis) met overeenkomsten in morfologie, gedrag en ecologie, de Japanse bosgems (C. crispus), heeft een monogame leefwijze (Groves et al., 2011; Jass & Mead, 2004; Takada et al., 2019). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S2   Sumatraanse bosgemzen leven waarschijnlijk solitair of enkel met nakomelingen (Groves et al., 2011). Bij de aanverwante soort van hetzelfde genus (Capricornis) de Japanse bosgems (C. crispus) leeft 82% van de populatie solitair (Takada et al., 2019). Er is geen sprake van een dominantiehiërarchie bij bosgemzen. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 2,5-4,5 jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn c.210 dagen drachtig en krijgen per worp 1-2 jongen. Sumatraanse bosgemzen hebben een paarseizoen in oktober-november (Groves et al., 2011). Sumatraanse bosgemzen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758. 

Caro, T. M., Graham, C. M., Stoner, C. J. & Vargas, J. K. (2004). Adaptive significance of antipredator behaviour in artiodactyls. Animal Behaviour. 67. 205-228. 

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions. 

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457. 

Jass, C. N. & Mead, J. I. (2004). Capricornis crispus. Mammalian Species. 750. 1-10. 

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46. 

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142. 

Meteoblue. (2020). Sumatra, Indonesia. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/sum… 26198 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Takada, H., Nakamura, K. & Minami, M. (2019). Effects of the physical and social environment on flight response and habitat use in a solitary ungulate, the Japanese serow (Capricornis crispus). Behavioural Processes. 158. 228-233. 

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 645-649). Columbia en Davis: Saunders. 

Yugi, H., Hatakeyama, H. & Nemoto, H. (1963). Tuberculosis in a captive antelope (Capricornis crispus). Journal of the Japan Veterinary Medical Association. 16(10). 383-384. 

Bent u tevreden over deze pagina?