Swarthy gerbil

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Denys et al., 2017; Molur, 2016; Molur et al., 2005)
Familie Muridae
Subfamilie Gerbillinae
Genus Gerbillus
Soort Gerbillus aquilus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 94-103 mm
  • Staart: 122-151 mm
Gewicht -
Dieet -
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuidoost-Iran, Zuid-Afghanistan, en Zuidwest-Pakistan (Baluchistan).
  • Habitat: Zanderige omgevingen en in gematigde bossen en graslanden, nabij waterbronnen.
Levensverwachting 2 jaar
IUCN-status “Least Concern” 
CITES Niet vermeld

Risicoklasse D

Bij de Swarthy gerbil zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Swarthy gerbil in risicoklasse D.

Samenvatting beoordeling van de Swarthy gerbil

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij sympatrische en aanverwante Gerbillinae soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogeen rabiës, Coxiella burnetii, Yersinia pestis en Francisella tularensis aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Swarthy gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Swarthy gerbils gebruiken uitsluitend zelf gegraven holen. 
Thermoregulatie X De Swarthy gerbil is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Swarthy gerbils hebben een grote kans op overbevolking. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij sympatrische en aanverwante Gerbillinae soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogeen rabiësvirus (Botros et al., 1977), Coxiella burnetii (Ahmed, 1987), Yersinia pestis (Dubyanskiy & Yeszhanov, 2016) en Francisella tularensis (Zhang et al., 2006) aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van Swarthy gerbils is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het dieet van de Swarthy gerbil. Het wordt niet aannemelijk geacht dat zij herbivore browsers zijn, gezien de meest nauw verwante Gerbillus soort G. cheesmani een granivoor is (Baker & Amr, 2003; Baker et al., 2009; Henry & Dubost, 2012). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De Swarthy gerbil heeft geen hypsodonte gebitselementen (Lacher et al., 2016; Tchernov & Chetboun, 1984). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de tijd die de Swarthy gerbil dagelijks besteedt aan foerageren. De Swarthy gerbil slaat voedsel op in hun hol (Eisenberg, 1975). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het dieet van de Swarthy gerbil. Het wordt niet aannemelijk geacht dat zij afhankelijk zijn van een nauwe bandbreedte aan voedsel, gezien het dieet van de nauw verwante G. cheesmani bestaat uit zaden van meerdere plantensoorten (Baker & Amr, 2003). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het home range gebruik van de Swarthy gerbil. Swarthy gerbils hebben een koloniale leefwijze (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Swarthy gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen van jongen (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien zij gebruik maken van een hol (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Swarthy gerbils gebruiken uitsluitend zelf gegraven holen (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Swarthy gerbils zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Molur et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Swarthy gerbils leven in een droog tropisch en subtropisch klimaat (Denys et al., 2017; Molur, 2016; Schultz, 2005). In het droge tropische en subtropische klimaat ligt, op enkele regionale uitzonderingen na, de gemiddelde maandtemperatuur gedurende het hele jaar boven de 10 °C. In sommige gebieden daalt de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand tot 5 °C. Gedurende 5-12 maanden per jaar ligt de gemiddelde temperatuur boven de 18 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslag varieert, maar is maximaal 500 mm (Schultz, 2005).

De Swarthy gerbil is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat Swarthy gerbil nachtdieren zijn en gebruik maken van een hol (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Swarthy gerbils zijn jaarrond actief (Henry & Dubost, 2012; Sørensen et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Swarthy gerbils hebben een polygame leefwijze (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 G Swarthy gerbils hebben een koloniale leefwijze (Denys et al., 2017). Binnen de subfamilie (Gerbillinae) bestaat veel variatie in dominantie gerelateerd gedrag en de aanwezigheid van een dominantiehiërarchie (Denys et al., 2017; Roper & Polioudakis, 1976; Wassif & Soliman, 1980). Deze risicofactor kan daarom niet beoordeeld worden.
S3 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van Swarthy gerbils. Aanverwante soorten binnen hetzelfde genus (Gerbillus) zijn vanaf 2,5-5,5 maanden geslachtsrijp en kunnen meerdere keren per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 18-26 dagen drachtig en krijgen per worp 2-8 jongen. Ze kunnen zich jaarrond voortplanten (Denys et al., 2017; Henry & Dubost, 2012). Swarthy gerbils hebben een grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Ahmed, I. (1987). A serological investigation of Q fever in Pakistan. Journal Pakistan Medical Association. 37. 126-129.

Baker, M. & Amr, Z. (2003). Rodent Diversity in the Northeastern Desert of Jordan, with Special Reference on the Ecology of Gerbillus cheesmani (Mammalia: Rodentia). Casopis Narodniho muzea, Rada prirodovedna. 172(1-4). 141-152.

Baker, M., Khalil, A., Alsheyab, F. & Amr, Z. (2009). A karyotypic study of the genus Gerbillus (Mammalia: Rodentia: Muridae) from Jordan. Vertebrate Zoology. 59(1). 115-120.

Botros, B., Moch, R., Kerkor, M. & Helmy, I. (1977). Rabies in the Arab Republic of Egypt: III. Enzootic rabies in wildlife. Journal of Tropical Medicine and Hygiene. 80(3). 59-62.

Denys, C., Taylor, P., Burgin, C., Aplin, K., Fabre, P.-H., Haslauer, R., . . . Menzies, J. (2017). Family MURIDAE (TRUE MICE AND RATS, GERBILS AND RELATIVES). In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 7. Rodents II (pp. 536-886). Barcelona: Lynx Edicions.

Dubyanskiy, V. & Yeszhanov, A. (2016). Ecology of Yersinia pestis and the Epidemiology of Plague. In R. Yang & A. Anisimov, Yersinia pestis: Retrospective and Perspective (pp. 101-170). Dordrecht, Nederland: Springer.

Eisenberg, J. (1975). The Behavior Patterns of Desert Rodents. In I. Prakash & P. Ghosh, Rodents in Desert Environments (pp. 189-224). Dordrecht: Springer.

Henry, O. & Dubost, G. (2012). Breeding periods of Gerbillus cheesmani (Rodentia, Muridae) in Saudi Arabia. Mammalia. 76(4). 383-387.

Lacher Jr., T., Murphy, W., Rogan, J., Smith, A. & Upham, N. (2016). Evolution, phylogeny, ecology and conservation of the Clade Glires: Lagomorpha and Rodentia. In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 15-28). Barcelona: Lynx Edicions.

Molur, S. (2016). Gerbillus aquilus. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: doi:10.2305/IUCN.UK.2016-3.RLTS.T9106A22465287.en

Molur, S., Srinivasulu, C., Srinivasulu, B., Walker, S., Nameer, P. & Ravikumar, L. (2005). Status of nonvolant small mammals: Conservation Assessment and Management Plan (C.A.M.P.) workshop report. Coimbatore, India: Zoo Outreach Organisation.

Osborn, D. & Helmy, I. (1980). The contemporary land mammals of Egypt (including Sinai). Chicago, Illinois: Field Museum of Natural History.

Roper, T. J. & Polioudakis, E. (1976). The behaviour of mongolian gerbils in a semi-natural environment, with special reference to ventral marking, dominance and sociability. Behaviour. 61. 3-4.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World. Berlin: Springer Verlag.

Sørensen, D. B., Krohn, T., Hansen, H. N., Ottesen, J. L. & Hansen, A. K. (2005). An ethological approach to housing requirements of golden hamsters, Mongolian gerbils and fat sand rats in the laboratory - A review. Applied Animal Behaviour Science. 94. 181-195.

Tchernov, E. & Chetboun, R. (1984). A new genus of gerbillid rodent from the early Pleistocene of the Middle East. Journal of Vertebrate Paleontology. 4(4). 559-569.

Zhang, F., Liu, W., Chu, M., He, J., Duan, Q., Wu, X.-M., Zhang, P.-H., Zhao, Q.-M., Yang, H., Xin, Z.-T. & Cao, W.-C. (2006). Francisella tularensis in Rodents, China. Emerging Infectious Diseases. 12(6). 994-996.

Wassif, K. & Soliman, S. (1980). Population studies on gerbils of the western desert of Egypt, with special reference to Gerbillus andersoni DE Winton. Proceedings of the Vertebrate Pest Conference. 9. 154-160.

Bent u tevreden over deze pagina?