Tristram's gerbil

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Denys et al., 2017)
Familie Muridae
Subfamilie Gerbillinae
Genus Meriones
Soort Meriones tristrami
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 106-171 mm
  • Staart: 103-167 mm
Gewicht 42-130 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Turkije, Syrië, Libanon, Israël, Palestina, Jordanië, Irak, Georgië, Armenië, Azerbaijan en Iran.
  • Habitat: Laagland steppe gebieden die meer dan 100 mm jaarlijkse neerslag hebben. Heeft zachte, water afvoerende bodems nodig en vermijdt steenachtige gebieden. Komt voor tot 2000 m hoogte.
Levensverwachting 1-2 jaar
IUCN-status “Least Concern” 
CITES Niet vermeld

Risicoklasse D

Bij de Tristram’s gerbil zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Tristram’s gerbil in risicoklasse D.

Samenvatting beoordeling van de Tristram's gerbil

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de Tristram’s gerbil is het hoog-risico zoönotische pathogeen Yersinia pestis aangetoond en bij sympatrische en aanverwante Gerbillinae soorten zijn de (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans, Tick-borne encephalitis virus, Crimean-Congo hemorrhagic fever virus, Francisella tularensis en Coxiella burnetii aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X De Tristram’s gerbil heeft hypsodonte gebitselementen.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Tristram’s gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Tristram’s gerbils gebruiken uitsluitend zelf gegraven holen.
Thermoregulatie X De Tristram’s gerbil is aangepast aan een subtropisch, een droog tropisch en subtropisch, en een droog klimaat met koude periodes.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de Tristram’s gerbil is het hoog-risico zoönotische pathogeen Yersinia pestis (Dubyanskiy & Yeszhanov, 2016) aangetoond en bij sympatrische en aanverwante Gerbillinae soorten zijn de (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira interrogans (Rabiee et al., 2018), Tick-borne encephalitis virus (Logue et al., 2012), Crimean-Congo hemorrhagic fever virus (Rabiee et al., 2018), Francisella tularensis (Zhang et al., 2006) en Coxiella burnetti (Ahmed, 1987) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van Tristram’s gerbils is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Tristram’s gerbil is een omnivoor (Demirbas & Pamukoglu, 2008; Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X De Tristram’s gerbil heeft hypsodonte kiezen (Tchernov & Chetboun, 1984). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over hoeveel tijd de Tristram’s gerbil dagelijks aan foerageren besteedt. De Tristram’s gerbil heeft een zeer lage doorstroomsnelheid van het maagdarm kanaal en slaat voedsel op voor latere consumptie (Abramsky, 1980; Denys et al., 2017; Gustavsen et al., 2008). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Het dieet van Tristram’s gerbils bestaat uit zaden, granen, bladeren en stengels van meerdere plantenfamilies, en arthropoda zoals duizendpoten en mieren (Demirbas & Pamukoglu, 2008; Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de home range grootte van Tristram’s gerbils. Tristram’s gerbils zijn solitaire dieren die elkaar niet tolereren, maar weinig geurmarkeringen achterlaten (Thiessen et al., 1973; Yigit et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Tristram’s gerbils gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht gezien Tristram’s gerbils gebruik maken van holen en de vluchtreactie van Meriones unguiculatus richting hun hol (Denys et al., 2017; Ellard, 1993). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Tristram’s gerbils gebruiken zelf gegraven holen (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor Tristram’s gerbils zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Tristram’s gerbils leven in een subtropisch, een droog tropisch en subtropisch, en een droog klimaat met koude periodes (Denys et al., 2017; Schultz, 2005). In een droog klimaat met koude periodes ligt de gemiddelde minimum temperatuur tenminste 1 maand onder het vriespunt. De gemiddelde temperatuur in de warmste maand ligt maximaal drie maanden boven de 20 °C met maandelijkse maximumtemperaturen van 30 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt onder de 400 mm (Schultz, 2005). De Tristram’s gerbil blijft bij lage temperaturen in hun hol liggen (Denys et al., 2017).

De Tristram’s gerbil is aangepast aan een subtropisch, een droog tropisch en subtropisch, en een droog klimaat met koude periodes. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het gebruik van zoel-, koel-, of opwarmplaatsen. Het gebruik hiervan wordt ook niet aannemelijk geacht omdat Tristram’s gerbils schemer- en nachtdieren zijn en gebruik maken van hun hol (Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Tristram’s gerbil zijn jaarrond actief (Demirbas & Pamukoglu, 2008; Denys et al., 2017). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Tristram’s gerbils hebben een polygame, solitaire leefwijze (Moran, 1993; Yigit et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Tristram’s gerbils leven solitair en zijn intolerant naar soortgenoten (Moran, 1993; Yigit et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 2,5-3 maanden oud geslachtsrijp en hebben een postpartum oestrus (Yigit et al., 1995). Vrouwtjes zijn 25-29 dagen drachtig en krijgen per worp tot 8 jongen. Tristram’s gerbils planten zich jaarrond voort (Denys et al., 2017). Omdat Tristram’s gerbils solitair leven, hebben ze geen grote kans op overbevolking (Moran, 1993; Yigit et al., 1995). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Abramsky, Z. (1980). Ecological similarity of Gerbillus allenbyi and Meriones tristrami. Journal of Arid Environments. 3. 153-160.

Ahmed, I. (1987). A serological investigation of Q fever in Pakistan. Journal Pakistan Medical Association. 37. 126-129.

Demirbas, Y. & Pamukoglu, N. (2008). The Bioecology of Meriones tristrami Thomas, 1892 in Kirikkale Province (Mammalia: Rodentia). International Journal of Natural and Engineering Sciences. 2(3). 39-44.

Denys, C., Taylor, P., Burgin, C., Aplin, K., Fabre, P.-H., Haslauer, R., . . . Menzies, J. (2017). Family MURIDAE (TRUE MICE AND RATS, GERBILS AND RELATIVES). In D. Wilson, T. Lacher Jr. & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World. Vol. 7. Rodents II (pp. 536-886). Barcelona: Lynx Edicions.

Dubyanskiy, V. & Yeszhanov, A. (2016). Ecology of Yersinia pestis and the Epidemiology of Plague. In R. Yang & A. Anisimov, Yersinia pestis: Retrospective and Perspective (pp. 101-170). Dordrecht, Nederland: Springer.

Ellard, C. (1993). Organization of escape movements from overhead threats in the Mongolian gerbil (Meriones unguiculatus). Journal of Comparative Psychology. 107(3). 242-249.

Gustavsen, C., Chevret, P., Krasnov, B., Mowlavi, G., Madsen, O. & Heller, R. (2008). The morphology of islets of Langerhans is only midly affected by the lack of Pdx-1 in the pancreas of adult Meriones jirds. General and Comparative Endocrinology. 159. 241-249.

Logue, C., Atkinson, B., Chanturia, G., Zhgenti, E., Zakalashvili, M. & Hewson, R. (2012). Detection of Emerging Viral Zoonoses in the Republic of Georgia. Conference: Society for General Microbiology Spring Conference, Dublin.

Moran, S. (1993). Toxicity of the anticoagulant rodenticide difethialone to Microtus guentheri and Meriones tristrami. Crop Protection. 12(7). 501-504.

Rabiee, M., Mahmoudi, A., Siahsarvie, R., Krystufek, B. & Mostafavi, E. (2018). Rodent-borne diseases and their public health importance in Iran. PLoS Neglected Tropical Diseases. 12(4).

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World. Berlin: Springer Verlag.

Tchernov, E. & Chetboun, R. (1984). A new genus of gerbillid rodent from the early Pleistocene of the Middle East. Journal of Vertebrate Paleontology. 4(4). 559-569.

Thiessen, D., Wallace, P. & Yahr, P. (1973). Comparative Studies of Glandular Scent Marking in Meriones tristrami an Israeli Gerbil. Hormones and Behavior. 4. 143-147.

Yigit, N., Colak, E. & Ozkurt, S. (1995). Biology of Meriones tristrami Thomas, 1892 (Rodentia: Gerbillinae) in Turkey. Turkish Journal of Zoology. 19. 337-341.

Zhang, F., Liu, W., Chu, M., He, J., Duan, Q., Wu, X.-M., Zhang, P.-H., Zhao, Q.-M., Yang, H., Xin, Z.-T. & Cao, W.-C. (2006). Francisella tularensis in Rodents, China. Emerging Infectious Diseases. 12(6). 994-996.

Bent u tevreden over deze pagina?