Utahprairiehond

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

 

Algemene informatie (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Marmotini
Genus Cynomys
Soort Cynomys parvidens
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 299-370 mm (m), 290-368 mm (v)
  • Staart: 49-62 mm (m), 47-56 mm (v)
Gewicht 1,1 kg (m), 0,78 kg (v)
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuid-Centraal Utah (VS).
  • Habitat: Open grasland en alsemvlaktes.
Levensverwachting 7 jaar (m), 8 jaar (v) wild.
IUCN-status "Endangered"
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de utahprairiehond zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de utahprairiehond in risicoklasse E.

Samenvatting beoordeling van de utahprairiehond

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (X). Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de utahprairiehond is het hoog-risico zoönotische pathogeen Yersinia pestis aangetoond. Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X De utahprairiehond moet dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Utahprairiehonden hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer- en/of markeergedrag.
  • Utahprairiehonden gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Utahprairiehonden gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen.
Thermoregulatie X De utahprairiehond is aangepast aan een steppeklimaat.
Utahprairiehonden houden een obligate winterslaap.
Sociaal gedrag X Utahprairiehonden hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de utahprairiehond is het hoog-risico zoönotische pathogeen Yersinia pestis aangetoond (St Romain et al., 2013; Yang & Anisimov, 2016). Dit leidt alleen in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte en morfologie van de utahprairiehond is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Halpin, 1983; Hoogland, 1995; Livieri et al., 2013; Shier, 2010). Deze risicocategorie is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De utahprairiehond is een omnivoor (Koprowski et al., 2016; Lehmer et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De utahprairiehond heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De utahprairiehonden is dagactief (Koprowski et al., 2016). Individuen komen bij zonsopkomst uit hun burcht en foerageren totdat het weer schemer wordt (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Jonge utahprairiehonden spenderen ongeveer 60% van de tijd aan foerageren (Cheng & Ritchie, 2006). Utahprairiehonden spenderen een groot gedeelte van de dag aan foerageren op vezelrijke voedselbronnen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de utahprairiehond bestaat uit grassen, kruiden, bloemen, struiken, zaden en insecten (Koprowski et al., 2016; Lehmer et al., 2005; Pizzimenti & Collier, 1975). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de home range van utahprairiehonden (Pizzimenti & Collier, 1975). Utahprairiehonden leven in territoriale familiegroepen (Hoogland, 2009). De meeste vrouwtjes blijven hun gehele leven in hetzelfde territorium en zorgen voor actieve verdediging van de grenzen (Hoogland, 2009; Manno, 2007). Territoriale geschillen worden fysiek uitgevochten (Curtis et al., 2014; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Utahprairiehonden gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   De utahprairiehond zoekt doelgericht beschutting in lage plekken en holen/burchten bij tekenen van gevaar (Curtis et al., 2014). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Utahprairiehonden graven complexe burchten met tot wel 10 ingangen en 1-3 nestkamers. De subfamilie van de grondeekhoorns en marmotten (Xerinae) is morfologisch aangepast aan het graven van holen (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor utahprairiehonden zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Utahprairiehonden leven in een steppeklimaat (Cheng & Ritchie, 2006; Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de grassteppes van Utah waar utahprairiehonden voorkomen is 6 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -10 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 24 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 45 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 280 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 40% (Brown et al., 2016; Collier en Spillett, 1975; Curtis et al., 2014; Meteoblue, 2020).

De utahprairiehond is aangepast aan een steppeklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat utahprairiehonden gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien maken utahprairiehonden gebruik van een hol en/of burcht (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Utahprairiehonden houden een obligate winterslaap (Cheng & Ritchie, 2006; Collier en Spillett, 1975; Koprowski et al., 2016; Lehmer et al., 2006). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Utahprairiehonden hebben polygame leefwijze (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Utahprairiehonden leven in familiegroepen bestaande uit één volwassen man, meerdere aan elkaar verwante volwassen vrouwtjes en jongen tot 2 jaar oud (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016). Er is sprake van een intraseksuele lineaire dominantiehiërarchie die zich onder andere uit in een feeding order. Infanticide door volwassen mannetjes komt voor (Koprowski et al., 2016; Shier et al., 2010). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf het eerste jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 28-30 dagen drachtig en krijgen per worp gemiddeld 4,8 (1-7) jongen. Utahprairiehonden hebben een paarseizoen direct aansluitend op het einde van de winterslaap (februari-maart) wat enkele weken duurt (Hoogland, 2009; Koprowski et al., 2016; Pizzimenti & Collier, 1975). Utahprairiehonden hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Brown, N. L., Peacock, M. M. & Ritchie, M. E. (2016). Genetic variation and population structure in a threatened species, the Utah prairie dog Cynomys parvidens: the use of genetic data to inform conservation actions. Ecology and Evolution. 6(2). 426-446.

Cheng, E. & Ritchie, M. E. (2006). Impacts of simulated liverstock grazing on Utah prairie dogs (Cynomys parvidens) in a low productivity ecosystem. Oecologia. 147(3). 546-555.

Collier, G. D. & Spillett, J. J. (1975). Factors influencing the distribution of the Utah prairie dog, Cynomys parvidens (Sciuridae). The Southwestern Naturalist. 20(2). 151-158.

Curtis, R., Frey, S. N. & Brown, N. L. (2014). The effects of coterie relocation on release-site retention and behavior of Utah prairie dogs. The Journal of Wildlife Management. 78(6). 1069-1077.

Halpin, Z. T. (1983). Naturally occurring encounters between black-tailed prairie dogs (Cynomys ludovicianus) and snakes. The American Midland Naturalist. 109(1). 50-54.

Hoogland, J. L. (1995). The black-tailed prairie dog; Social life of a burrowing mammal. Chicago en Londen: The University of Chicago Press.

Hoogland, J. L. (2009). Nursing of own and foster offspring by Utah prairie dogs (Cynomys parvidens). Behavioral Ecology and Sociobiology. 63. 1621-1634.

Koprowski, J. L., Goldstein, E. A., Bennett, K. R. & Pereira Mendes, C. (2016). Family Sciuridae (tree, flying and ground squirrels, chipmunks, marmots and prairie dogs. In D. E. Wilson, T. E. Lacher & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world, lagomorphs and rodents I (Vol. 6, pp. 648-837). Barcelona: Lynx.

Lehmer, E. M., Biggins, D. E. & Antolin, M. F. (2005). Forage preferences in two species of prairie dog (Cynomys parvidens and Cynomus ludovicianus): implications for hibernation and facultative heterothermy. Journal of Zoology. 269. 249-259.

Livieri, T., Licht, D., Moynahan, B. & Mcmillan, P. (2013). Prairie dog aboveground aggressive behavior towards black-footed ferrets. The American Midland Naturalist. 169(2). 422-425.

Manno, T. G. (2007). Why are prairie dogs vigilant? Journal of Mammalogy. 88(3). 555-563.

Meteoblue. (2020). Vermilion Cliffs, Arizona. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/ver….

Pizzimenti, J. J. & Collier, G. D. (1975). Cynomys parvidens. Mammalian Species. 52. 1-3.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Shier, D. M. (2010). Prairie dogs. In V. V. Tynes, Behavior of exotic pets (pp. 148-156). Texas: Wiley-Blackwell.

St Romain, K., Tripp, D. W., Salkeld, D. J. & Antolin, M. F. (2013). Duration of plague (Yersinia pestis) outbreaks in black-tailed prairie dog (Cynomys ludovicianus) colonies of northern Colorado. EcoHealth. 10. 241-245.

Yang, R. & Anisimov, A. (2006). Advances in Experimental Medicine and Biology, Yersinia pestis: Retrospective and perspective (Vol. 918). Dordrecht: Springer Science + Business Media.

Bent u tevreden over deze pagina?