Waliasteenbok

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Groves et al., 2011; McDonald, 1984; Wale, 2016) 
Familie Bovidae
Subfamilie Antilopinae
Genus Capra
Soort Capra walie
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 175-196 cm (m), 105-120 cm (v)
  • Staart: 22,5-25 cm (m)
  • Schofthoogte: 75-110 cm (m), 65-100 cm (v)
Gewicht 100-125 kg (m), 5075 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Simien Mountains National Park, Noord-Ethiopië.
  • Habitat: Op 2500-4200 m hoogte in gebieden met hoge vegetatie, waaronder bebost gebied en habitats met hoog struikgewas, maar ook weiden met lang gras en savannes. De habitats hebben heterogene hellingen, zoals diepe kliffen, ravijnen, kloven met rotsachtige, steile hellingen met ruig terrein. 
Levensverwachting 11-15 jaar
IUCN-status “Endangered”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Waliasteenbokken zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de waliasteenbok onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de waliasteenbok

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (X). Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoogrisico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Capra) de bezoar- en gedomesticeerde geit (C. aegagrus) zijn de hoogrisico zoönotische pathogenen Coxiella burnetii, Chlamydia abortus en Mycobacterium bovis aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 
Letselschade XF Bij waliasteenbokken is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de waliasteenbok direct onder risicoklasse F valt. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De waliasteenbok is een herbivore browser.
  • De waliasteenbok heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Waliasteenbokken moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X Waliasteenbokken gebruiken hoogte-elementen. 
Thermoregulatie X De waliasteenbok is aangepast aan een tropisch hooggebergteklimaat. 
Sociaal gedrag X Waliasteenbokken hebben een lineaire dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Capra) de gedomesticeerde geit (C. aegagrus) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Coxiella burnetii (Asadi, 2013; Oh et al., 2017; Roest et al., 2011), Chlamydia abortus (Astorga Márquez et al., 2014; Oh et al., 2017; Pospischil et al., 2012; Uiterwijk et al., 2018) en Mycobacterium bovis (Pavlik et al., 2002) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De waliasteenbok weegt 100-125 kg (m) of 50-75 kg (v) en beide geslachten beschikken over naar achter gekrulde hoorns van 89-114 cm (m) of 25-30,5 cm (v). De hoorns van de mannetjes worden als wapens gebruikt bij onderlinge gevechten. Ze worden gebruikt om zware klappen mee uit te delen, waarbij middels het lichaamsgewicht de kracht achter de aanval wordt vergroot (Groves et al., 2011; Grubb & Hoffmann, 2013). Waliasteenbokken zijn wilde dieren en het hanteren van waliasteenbokken vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).  

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van waliasteenbokken, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de waliasteenbok direct onder risicoklasse F valt.   

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X De waliasteenbok is een herbivore browser. Het dieet bestaat voor 11% uit gras en 89% uit browse materiaal (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V2 X De waliasteenbok heeft hypsodonte kiezen (Ackermans et al., 2018; Damuth & Janis, 2011; Damuth & Janis, 2014; Kaiser et al. 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X De waliasteenbok is een herkauwende browser met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van waliasteenbokken bestaat uit een grote variëteit aan grassen, kruidachtige en houtachtige planten (Grubb & Hoffmann, 2013; Wale, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Waliasteenbokken hebben een home range van c.12,6 km2 (Alemayehu et al., 2011a; Alemayehu et al., 2011b; Ejigu et al., 2015). Waliasteenbokmannetjes hebben een grotere home range dan vrouwtjes. De home ranges overlappen (Groves et al., 2011). Waliasteenbokken zijn niet territoriaal (Grubb & Hoffmann, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2   Waliasteenbokken gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Caro et al., 2004; Gruubb & Hoffmann, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R3   Waliasteenbokken hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Ejigu et al., 2015; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Waliasteenbokken gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Waliasteenbokken leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Ejigu et al., 2015; Groves et al., 2011; Grubb & Hoffmann, 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Waliasteenbokken leven in een tropisch hooggebergteklimaat (Groves et al., 2011; Grubb & Hoffmann, 2013; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in Simien Mountains National Park in Ethiopië waar waliasteenbokken voorkomen is 14 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 5 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 23 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 34 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1050 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 50%, fluctuerend tussen 2090% (Ejigu et al., 2015; Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).  

De waliasteenbok is aangepast aan een tropisch hooggebergteklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat waliasteenbokken gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Ejigu et al., 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Waliasteenbokken zijn jaarrond actief (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Waliasteenbokken hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Waliasteenbokken leven buiten de bronsttijd solitair en vormen groepen in de bronsttijd. Waliasteenbokken vormen bachelorgroepen bestaande uit oudere mannetjes en groepen bestaande uit vrouwtjes met nakomelingen. Er is sprake van een lineaire dominantiehiërarchie waarbij de grootste, oudste bokken met de grootste hoorns de hoogste posities innemen. Waarschijnlijk hebben de vrouwtjes onderling ook een lineaire dominantiehiërarchie (Grubb & Hoffmann, 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 4 jaar geslachtsrijp en kunnen 1-2 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 150-175 dagen drachtig en krijgen per worp 1-2 jongen. Waliasteenbokken planten zich jaarrond voort met een geboortepiek in maart-mei (Groves et al., 2011; Grubb & Hoffmann, 2013). Waliasteenbokken hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Ackermans, N. L., Clauss, M., Winkler, D. E., Schulz-Kornas, E., Kaiser, T. M., Müller, D. W., Kircher, P. R., Hummel, J. & Hatt, J. (2018). Root growth compensates for molar wear in adult goats (Capra aegagrus hircus). Journal of Experimental Zoology. 331(2). 139-148. 

Alemayehu, K., Dessie, T., Gizaw, S., Haile, A. & Mekasha, Y. (2011a). Population dynamics of Walia ibex (Capra walie) at Simien Mountains National Park, Ethiopia. African Journal of Ecology. 49. 292300. 

Alemayehu, K., Dessie, T. & Mekasha, Y. (2011b). Effects of habitat loss and limitation on effective population size and inbreeding rates of Walia ibex (Capra walie) in Ethiopia. African Journal of Ecology. 50. 125-130.

Asadi, J., Kafi, M. & Khalili, M. (2013). Seroprevalence of Q fever in sheep and goat flocks with a history of abortion in Iran between 2011 en 2012. Veterinaria Italiana. 49(2). 163-168. 

Astorga Márquez, R. J., Carvajal, A., Maldonado, A., Gordon, S. V., Salas, R., Gómez-Guillamón, F., Sánchez-Baro, A., López-Sebastián, A. & Santiago-Moreno, J. (2014). Influence of cohabitation between domestic goat (Capra aegagrus hircus) and Iberian ibex (Capra pyrenaica hispanica) on seroprevalence of infectious diseases. European Journal of Wildlife Research. 60. 387-390. 

Caro, T. M., Graham, C. M., Stoner, C. J. & Vargas, J. K. (2004). Adaptive significance of antipredator behaviour in artiodactyls. Animal Behaviour. 67. 205-228. 

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758. 

Damuth, J. & Janis, C. M. (2014). A comparison of observed molar wear rates in extant herbivorous mammals. Annales Zoologici Fennici. 51. 188-200.

Ejigu, D., Bekele, A., Powell, L. & Lernould, J. M. (2015). Habitat preferences of the endangered Ethiopian walia ibex (Capra walie) in the Simien Mountains National Park, Ethiopia. Animal Biodiversity and Conservation. 38(1). 1-10. 

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions. 

Grubb, P. & Hoffmann, M. (2013). Genus Capra ibexes. In J. Kingdon & M. Hoffmann, Mammals of Africa volume VI (pp. 599-606). London: Bloomsbury.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.  

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46. 

McDonald, D. (1984). Goat Antelopes (pp. 584-589). In D. McDonald, Encyclopedia of Mammals. New York: Facts on File Publications. 

Meteoblue (2021). Simien Mountains National Park, Ethiopia. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/weatherarchive/simi…;

Oh, S., Kim, H., Byun, J., Chae, M., Kim, J. H., Lee, Y., Jo, B. S., Yoon, J. & Kim, J. W. (2017). A survey of major infectious causes of abortion in native Korean goats (Capra hircus coreanae) in Jeonnam Province, Korea. Journal of Preventive Veterinary Medicine. 41(1). 47-51. 

Pavlik, I., Machackova, M., Yayo Ayele, W., Lamka, J., Parmova, I., Melicharek, I., Hanzlikova, M., Körmendy, B., Nagy, G., Cvetnic, Z., Ocepek, M. & Lipiec, M. (2002). Incidence of bovine tuberculosis in wild and domestic animals other than cattle in six Central European countries during 1990-1999. Vet Med – Czech. 47(5). 122-131.  

Pospischil, A., Kaiser, C., Hofmann-Lehmann, R., Lutz, H., Hilbe, M., Vaughan, L. & Borel, N. (2012). Evidence for Chlamydia in Wild Mammals of the Serengeti. Journal of Wildlife Diseases. 48(4). 1074-1078. 

Roest, H. I., Tilburg, J. J., van der Hoek, W., Vellema, P., van Zijderveld, F. G., Klaassen, C. H. & Raoult, D. (2011). The Q fever epidemic in the Netherlands: history, onset, response and reflection. Epidemiology and Infection. 139. 1-12. 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Uiterwijk, M., Ingrid, K., Friesema, I., Rozendaal, H., Holtslag, M., van den Kerkhof, H., Kortbeek, T. & Maassen, K. (2018). Staat van Zoönosen 2017. RIVM. 

Wale, M. (2016). The walia ibex (Capra walie). Journal of Biodiversity & Endangered Species. 4(1). 1-5. 

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 645-649). Columbia en Davis: Saunders. 

Bent u tevreden over deze pagina?