Witstaarthert

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Mattioli, 2011; Poutanen et al., 2018)
Familie Cervidae
Subfamilie Capreolinae
Genus Odocoileus
Soort Odocoileus virginianus
Ondersoorten Odocoileus virginianus clavium (Florida Key hert)
Odocoileus virginianus mayensis (Maya witstaarthert)
Overig: Odocoileus virginianus virginianus, acapulcensis, borealis, cariacou, carminis, chiriquensis, couesi, curassavicus, dacotensis, goudotii, gymnotis, hiltonensis, leucurus, macrourus, margaritae, mcilhennyi, mexicanus, miquihuanensis, nelson, nigribarbis, oaxacensis, ochrourus, osceola, peruvianus, rothschildi, seminolus, sinaloae, taurinsulae, texanus, thomasi, toltecus, tropicalis, truei, ustus, venatorius, veraecrucis, yucatanensis.
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 120-190 cm (m), 115-150 (v)
  • Staart: 14-36 cm
  • Schofthoogte: 60-105 cm (m), 55-95 cm (v)
Gewicht 30-230 kg (m), 25-115 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zuid-Canada, Centraal- en Oost-VS, Midden-Amerika, Noord- en Noordwestelijk Zuid-Amerika. Geïntroduceerd in Finland.
  • Habitat: Voornamelijk bos-weide-overgangen, maar komt voor van noordelijke gematigde bossen tot semi-aride kreupelhout, prairies, savannes en tropisch regenwoud.
Levensverwachting 11-20 jaar wild, 23 jaar gevangenschap
IUCN-status “Least Concern”
CITES Odocoileus virginianus mayensis (III Guatemala) bijlage C

Risicoklasse F

Witstaartherten zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt het witstaarthert onder “risicoklasse F”.

Samenvatting beoordeling van het witstaarthert

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij het witstaarthert zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis, Coxiella burnetii, Leptospira interrogans, het rabiësvirus en Chronic Waste Disease aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij witstaartherten is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor het witstaarthert direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • Het witstaarthert is een herbivore browser.
  • Het witstaarthert heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Witstaartherten moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Witstaartherten gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Witstaartherten hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie X Het witstaarthert is lokaal aangepast aan een subarctisch, gematigd, steppe-, subtropisch en tropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Witstaartherten hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij het witstaarthert zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Mycobacterium bovis (Palmer & Whipple, 2006; Palmer et al., 2020), Coxiella burnetii (Kirchgessner et al., 2019), Leptospira interrogans (Astudillo et al., 2012; Fournier et al., 1986; Myers et al., 2015; Roug et al., 2012), het rabiësvirus (Larkin et al., 2010) en Chronic Waste Disease (Benestad et al., 2016; Koutsoumanis et al., 2019; Osterholm et al., 2019) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

Het witstaarthert weegt 30-230 kg (m) of 25-115 kg (v) en mannetjes beschikken over een gewei van 30-80 cm lang met 2-19 vertakkingen (Mattioli, 2011). Het gewei wordt gebruikt als wapen tijdens concurrentie om de toegang tot de vrouwtjes (Newbolt et al., 2017). Het komt frequent voor dat vrij levende vrouwtjes (met kalveren) mensen aanvallen en uithalen met de voorpoten waardoor ze ernstig letsel veroorzaken (Hubbard & Nielsen, 2009). Witstaartherten zijn wilde dieren en het hanteren van witstaartherten vereist expertise van de houder (Masters & Flach, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van witstaartherten, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het witstaarthert direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X Het witstaarthert is een herbivore browser (Damuth & Janis, 2011; Mattioli, 2011). Witstaartherten eten een grote variatie aan browse-materiaal afhankelijk van het leefgebied (Mosbacher & Williams, 2009). Gras maakt slechts 10% uit van het dieet, ongeacht het leefgebied (Huerta-Patricio et al., 2005). Het verteringsstelsel is fysiologisch aangepast aan het verteren van browse-materiaal (Jenks et al., 1994). Dezerisicofactor is daarom van toepassing.
V2 X Het witstaarthert heeft hypsodonte kiezen (Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al., 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007; Petronio et al., 2011; Powers & Mead, 2019). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Het witstaarthert is zo’n 12 uur per dag actief en spendeert zo’n 90% van de actieve tijd aan foerageren (Berry et al., 2019). Het witstaarthert is een herkauwende browser met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van witstaartherten bestaat uit jong gebladerte, knoppen, twijgen, kruiden, vruchten en zaden (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   De home range van vrouwelijke witstaartherten is 1-3 km2. De home range van mannetjes overlappen (Mattioli, 2011). Witstaartherten zijn niet territoriaal (Smith, 1991). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X De jongen van witstaartherten gebruiken een beschutte verstopplaats (Hubbard & Nielsen, 2009; Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Witstaartherten hebben een sterke, primaire vluchtreactie en kunnen snelheden van 60-65 km/uur bereiken (Blackwell et al., 2014; Mattioli, 2011). Witstaartherten zijn waargenomen capture myopathy te ontwikkelen (Beringer et al., 1996; Blumstein et al., 2015; Wobeser et al., 1976). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Witstaartherten gebruiken geen holen of kuilen (Smith, 1991). Deze risicofactor is niet van toepassing.
R5   Voor witstaartherten zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Het witstaarthert komt voor in verschillende klimaten, namelijk in een subarctisch, gematigd, steppe-, subtropisch en tropisch klimaat (Mattioli, 2011; Schultz, 2005; Smith, 1991). De gemiddelde minimumtemperatuur in de gematigde bossen van Noord-Amerika waar witstaartherten voorkomen is 7 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -34 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 17 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 37 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 1200 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 80% (Meteoblue, 2021).

Het witstaarthert komt voor in een subarctisch, gematigd, steppe-, subtropisch en tropisch klimaat en populaties zijn lokaal aangepast aan het klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat witstaartherten gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Schmitz, 1991; Mattioli, 2011, Wiemers et al., 2014). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Witstaartherten zijn jaarrond actief (Smith, 1991; Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Witstaartherten hebben een polygame leefwijze (Mattioli, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Witstaarthertvrouwtjes vormen familiegroepen bestaande uit een dominant ouder vrouwtje en haar nakomelingen. Er is sprake van een lineaire dominantiehiërarchie binnen de familiegroep gebaseerd op leeftijd. Bij mannetjes is er sprake van een lineaire dominantiehiërarchie gebaseerd op lichaamsgrootte en conditie. Wanneer er grotere gemengde groepen gevormd worden, bepaalt leeftijd de dominantierang en zijn mannetjes dominant over vrouwtjes van vergelijkbare leeftijd (Mattioli, 2011; Smith, 1991). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 18 maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 194-202 dagen drachtig en krijgen per worp 1-3 jongen. Witstaartherten hebben een paarseizoen afhankelijk van het leefgebied. In Noord-Amerika is het paarseizoen in november, in Noord-Mexico van januari t/m maart, in Suriname van april t/m oktober, in Colombia van februari t/m augustus en in de tropische hoogtegraden planten witstaartherten zich jaarrond voort (Mattioli, 2011; Smith, 1991). Witstaartherten hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Astudillo, V. G., Hernández, D. W., Stadlin, J. P., Bernal, L. A., Lombo Rodríguez, D. A. & Hernández, M. A. (2012). Comparitive seroprevalence of leptospira interrogans in Colombian mammals along a climatic gradient. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 43(4). 768-775.

Benestad, S. L., Mitchell, G., Simmons, M., Ytrehus, B. & Vikøren, T. (2016). First case of chronic wasting disease in Europe in a Norwegian free-ranging reindeer. Veterinary Research. 47(1), 1-7.

Beringer, J., Hansen, L. P., Wilding, W., Fischer, J. & Sheriff, S. L. (1996). Factors affecting capture myopathy in white-tailed deer. The Journal of wildlife management. 373-380.

Berry, S. L., Shipley, L. A., Long, R. A. & Loggers, C. (2019). Differences in dietary niche and foraging behavior of sympatric mule and white-tailed deer. Ecosphere. 10(7). e02815.

Blackwell, B. F., Seamans, T. W. & DeVault, T. L. (2014). White-tailed deer response to vehicle approach: Evidence of unclear and present danger. Plos ONE. 9(10). e109988.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758.

Fournier, J. S., Gordon, J. C. & Dom, C. R. (1986). Comparison of antibodies to leptospira in white-tailed deer (Odocoileus virginianus) and cattle in Ohio. Journal of Wildlife Diseases. 22(3). 335-339.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457.

Hubbard, R. D. & Nielsen, C. K. (2009). White-tailed deer attacking humans during the fawning season: a unique human-wildlife conflict on a university campus. Human-Wildlife Conflicts. 3(1). 129-135.

Huerta-Patricio, E., Cameron, K. D., Cameron, G. N. & Medellín, R. A. (2005). Chapter 21 – Conservation Implications of Exotic Game Ranching in the Texas Hill Country. In V. Sánchez-Cordero & R. A. Medellín, Contribuciones Mastozoológicas en Homenaje a Bernardo Villa (pp. 237-252). Conabio: Instituto de Ecología, UNAM.

Jenks, J. A., Leslie Jr., D. M., Lochmiller, R. L. & Melchiors, M. A. (1994). Variation in Gastrointestinal Characteristics of Male and Female White-Tailed Deer: Implications for Resource Partitioning. Journal of Mammalogy. 75(4). 1045-1053.

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46.

Kirchgessner, M. S., Dubovi, E. J. & Whipps, C. M. (2012). Seroepidemiology of Coxiella burnetii in wild white-tailed deer (Odocoileus virginianus) in New York, United States. Vector-Borne and Zoonotic Diseases. 12(11). 942-947.

Koutsoumanis, K., Allende, A., Alvarez-Ordoñez, A., Bolton, D., Bover-Cid, S., Chemaly, M., Davies, R., De Cesare, A., Herman, L., Hilbert, F., Lindqvist, R., Nauta, M., Peixe, L., Ru, G., Skandamis, P., Suffredini, E., Andreoletti, O., Benestad, S. L., Comoy, E., Nonno, R., da Silva Felicio, T., Ortiz-Pelaez, A. & Simmons, M. M. (2019). Update on chronic wasting disease (SWD) III. EFSA Journal. 17(11). 1-63.

Larkin, J. L., Wester, J. C., Cottrell, W. O. & DeVivo, M. T. (2010). Documentation of the rabies virus in free-ranging fisher (Martes pennanti) in Pennsylvania. Northeastern Naturalist. 17(4). 523-530.

Masters, N. J. & Flach, E. (2015). Chapter 62 - Tragulidae, Moschidae, and Cervidae. In E. Miller, & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 611-625). Columbia en Davis: Saunders.

Mattioli, S. (2011). Family Cervidae. In D. E. Wilson, & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (Vol. 2, pp. 350 - 443). Barcelona: Lynx Edicions.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Meteoblue. (2021). Ferncroft, New Hampshire, USA: Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/nl/weer/historyclimate/climatemodelled/ferncr….

Mosbacher, E. V. & Williams, C. E. (2009). Browse Preference and Browsing Intensity of White-Tailed Deer (Odocoileus virginianus) in Allegheny High Plateau Riperian Forests, USA. Wildl Biol Pract. 5(1). 11-21.

Myers, W. L., Foreyt, W. J., Talcott, P. A., Evermann, J. F. & Chang, W.-Y. (2015). Serologic, trace element, and fecal parasite survey of free-ranging, female mule deer (Odocoileus hemionus) in eastern Washington, USA. Journal of Wildlife Diseases. 51(1). 125-136.

Newbolt, C. H., Acker, P. K., Neuman, T. J., Hoffman, S. I., Ditchkoff, S. S. & Steury, T. D. (2017). Factors influencing reproductive success in male white-tailed deer. The Journal of Wildlife Management. 81(2). 206-217.

Osterholm, M. T., Anderson, C. J., Zabel, M. D., Scheftel, J. M., Moore, K. A. & Appleby, B. S. (2019). Chronic wasting disease in Cervids: Implications for prion transmission to humans and other animal species. mBio. 10(4). 1-8.

Palmer, M. V. & Whipple, D. L. (2006). Survival of Mycobacterium bovis on feedstuffs commonly used as supplemental feed for white-tailed deer (Odocoileus virginianus). Journal of Wildlife Diseases. 42(4). 853-858.

Palmer, M. V., Waters, W. R. & Thacker, T. C. (2020). Vaccination of white-tailed deer (Odocoileus virginianus) with Mycobacterium bovis bacille Calmette-Guérin (BCG) results in positive tuberculin skin test results in a dose-dependent fashion. Research in Veterinary Science. 129. 70-73.

Petronio, C., Bellucci, L., Martiinetto, E., Pandolfi, L. & Salari, L. (2011). Biochronology and palaeoenvironmental changes from the Middle Pliocene to the Late Pleistocene in Central Italy. Geodiversitas. 33(3). 485-517.

Poutanen, J., Pusenius, J., Wilkström, M. & Brommer, J. E. (2018). Estimating population density of the white-tailed deer in Finland using non-invasive genetic sampling and spatial capture-recapture. Annales Zoologici Fennici. 56(1). 1-16.

Powers, P. M. & Mead, A. J. (2019). Dental and Mandibular Anomalies in White-tailed Deer (Odocoileus virginianus) from Central Georgia. Georgia Journal of Science. 77(2). 1-11.

Roug, A., Swift, P., Torres, S., Jones, K. & Johnson, C. K. (2012). Serosurveillance for livestock pathogens in free-ranging mule deer (Odocoileus hemionus). PLoS ONE. 7(11). e50600.

Schmitz, O. J. (1991). Thermal constraints and optimization of winter feeding and habitat choice in white‐tailed deer. Ecography. 14(2). 104-111.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, The Ecological Divisions of the Geosphere (2 ed.). Berlin: Springer.

Smith, W. P. (1991). Odocoileus virginianus. Mammalian species. 388. 1-13.

Wiemers, D. W., Fulbright, T. E., Wester, D. B., Ortega-S, J. A., Rasmussen, G. A., Hewitt, D. G. & Hellickson, M. W. (2014). Role of thermal environment in habitat selection by male white-tailed deer during summer in Texas, USA. Wildlife Biology. 20(1). 47-56.

Wobeser, G., Bellamy, J. E., Boysen, B. G., MacWilliams, P. S. & Runge, W. (1976). Myopathy and myoglobinuria in a wild white-tailed deer. Journal of the American Veterinary Medical Association. 169(9). 971-974.

Bent u tevreden over deze pagina?