Zuid-Afrikaanse springhaas

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Child, 2016; Grzimek, 1990; López-Antoñanzas, 2016; Weigl, 2005)
Familie Pedetidae
Subfamilie -
Genus Pedetes
Soort Pedetes capensis
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 336-457 mm
  • Staart: 390-485 mm
Gewicht 2,5-3,5 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Angola, Democratische Republiek van Congo, Mozambique, Namibië, Zuid-Afrika, Zambia en Zimbabwe.
  • Habitat: Droge en semidroge savannevlaktes.
Levensverwachting Leeftijd wild onbekend, 13-20 jaar gevangenschap.
IUCN-status "Least concern"
CITES Niet vermeld

 

 

Risicoklasse D

Bij de Zuid-Afrikaanse springhaas zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de Zuid-Afrikaanse springhaas in risicoklasse D.

Samenvatting beoordeling van de Zuid-Afrikaanse springhaas

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de Zuid-Afrikaanse springhaas zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Crimean-Congo hemorrhagic fever virus en Yersinia pestis aangetoond. Dit leidt in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X De Zuid-Afrikaanse springhaas heeft hypsodonte gebitselementen.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Zuid-Afrikaanse springhazen gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Zuid-Afrikaanse springhazen gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen.
Thermoregulatie X De Zuid-Afrikaanse springhaas is aangepast aan een savanneklimaat.
Sociaal gedrag   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de Zuid-Afrikaanse springhaas zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Crimean-Congo hemorrhagic fever virus (Spengler et al., 2016) en Yersinia pestis (Taylor et al., 1981) aangetoond. Dit leidt in het geval van wildvang tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedrag van de Zuid-Afrikaanse springhaas is het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De Zuid-Afrikaanse springhaas is een mixed-feeder die voornamelijk vochthoudende vegetatie, zoals wortels, knollen, groene stammen, groene bladeren en groene grassen eet. Het verteringsstelsel is aangepast aan vezelrijk plantmateriaal en om vochtopname te maximaliseren (López-Antoñanzas, 2016; Peinke & Brown, 1999). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X De Zuid-Afrikaanse springhaas heeft zowel hypsodonte als elodonte kiezen en elodonte snijtanden (López-Antoñanzas, 2016; Pickford & Mein, 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3   De Zuid-Afrikaanse springhaas is nachtactief en heeft de
meeste actieve tijd rond middennacht (Brown & Peinke, 2007; Butynski, 1984; López-Antoñanzas, 2016). Zuid-Afrikaanse springhazen zijn fysiologisch aangepast om waterverlies tegen te gaan en halen hun benodigde vocht uit hun voeding (López-Antoñanzas, 2016; Peinke & Brown, 1999). Springhazen hebben niet de noodzaak om continu bezig te zijn met foerageren, omdat zowel de omgevingsfactoren als de foerageerstrategie dezelfde functie hebben om waterverlies tegen gaan. Verder bewegen Zuid-Afrikaanse springhazen niet meer dan 400m van hun hol per nacht. Dit is een indicatie dat ondanks het aride klimaat waar ze in leven ze niet langdurig op zoek moeten om te foerageren (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V4   Het dieet van Zuid-Afrikaanse springhazen bestaat uit vochthoudende vegetatie, zoals wortels, knollen, groene stammen, groene bladeren en groene grassen. Struikgewassen, kleine bomen en geofyten vormen een klein deel van het voedselpallet (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   De home range van Zuid-Afrikaanse springhazen is 0,3-2,8 ha. Zuid-Afrikaanse springhazen hebben overlappende home ranges en treden nooit verder dan 400 m van hun hol. De vorm en grootte van de home range is afhankelijk van de afstand tussen het hol en het foerageergebied (Butynski, 1984; Skinner & Chimimba, 2005). Zuid-Afrikaanse springhazen zijn niet territoriaal over hun home range, maar wel over hun hol, die ze met geur markeren (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X Zuid-Afrikaanse springhazen gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als dagrustplaats (Butynski, 1980; Butynski & Mattingly, 1979; López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Zuid-Afrikaanse springhazen zijn schichtig en slaan op de vlucht bij de kleinste indicator van een predator. De vluchtrichting is gericht op locaties met schaduw, zoals onder bomen en struiken. (Butynski, 1984; López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4 X Zuid-Afrikaanse springhazen gebruiken uitsluitend zelf-gegraven holen. De voorklauwen en tanden zijn morfologisch aangepast om te graven (Butynski, 1979; López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R5   Voor de Zuid-Afrikaanse springhaas zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Zuid-Afrikaanse springhazen leven in een savanneklimaat (López-Antoñanzas, 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur op de savannes van Zuid-Afrika waar Zuid-Afrikaanse springhazen voorkomen is 17 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 0 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 28 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 44 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 450 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 65% (Schultz, 2005).

De thermoneutrale zone van de Zuid-Afrikaanse springhaas ligt tussen de 15 en 25 °C. Temperaturen boven 30 °C zorgen voor oververhitting (Peinke & Brown, 2003).

De Zuid-Afrikaanse springhaas is aangepast aan een savanneklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat Zuid-Afrikaanse springhazen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats. Bovendien maken Zuid-Afrikaanse springhazen gebruik van een hol (López-Antoñanzas, 2016; Peinke & Brown, 2003). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Zuid-Afrikaanse springhazen zijn jaarrond actief (López-Antoñanzas, 2016; Mares, 1993). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Zuid-Afrikaanse springhazen hebben een polygame leefwijze (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2   Zuid-Afrikaanse springhazen leven solitair en vertonen alleen territoriaal gedrag bij hun hol. De Zuid-Afrikaanse springhaas heeft geen evidente dominantiehiërarchie (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 2-3 jaar geslachtsrijp en kunnen 2-4 keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn polyoestreus. Vrouwtjes zijn c.3 maanden drachtig en krijgen per worp 1 jong. Zuid-Afrikaanse springhazen planten zich jaarrond voort (López-Antoñanzas, 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Brown, C. R. & Peinke, D. M. (2007). Activity patterns of springhares from the Eastern Cape Province, South Africa. Journal of Zoology. 272. 148–155.

Butynski, T. M. (1980). Growth and development of the foetal springhare Pedetes capensis in Botswana. Mammalia. 44(3). 361-369.

Butynski, T. M. (1984). Nocturnal ecology of the springhare, Pedetes capensis, in Botswana. Afr J Ecol. 22. 1-22.

Butynski, T. M. & Mattingly, R. (1979). Burrow structure and fossorial ecology of the springhare Pedetes capensis in Botswana. Afr J Ecol. 17. 205-215.

Child, M. F. (2016). Pedetes capensis. The IUCN Red List of Threatened Species 2016. Opgehaald van IUCN: https://www.iucnredlist.org/species/16467/115133584.

Grzimek, B. (1990). Grzimek's Animal Life Encyclopedia. Mammals I - IV. ed. New York: McGraw-Hill Publishing Company.

López-Antoñanzas, R. (2016). Family Pedetidae (Springhares). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr. & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world. 6. Lagomorphs and Rodents I (pp. 280-287). Barcelona: Lynx Edicions.

Mares, M. A. (1993). Desert Rodents, Seed Consumption, and Convergence. BioScience. 43(6). 372-379.

Peinke, D. M. & Brown, C. R. (1999). Osmoregulation and water balance in the springhare (Pedetes capensis). J Comp Physiol B. 169. 1-10.

Peinke, D. M. & Brown, C. R. (2003). Metabolism and thermoregulation in the springhare (Pedetes capensis). J Comp Physiol B. 173. 347-353.

Pickford, M & Mein, P (2011). New Pedetidae (Rodentia: Mammalia) from the Mio-Pliocene of Africa. Estudios Geológicos. 67(2). 455-469.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nd ed.). Stuttgart: Springer.

Spengler, J. R., Bergeron, E. & Rollin, P. E. (2016). Seroepidemiological Studies of Crimean-Congo Hemorrhagic Fever Virus in Domestic and Wild Animals. PLoS Negl Trop Dis. 10(1): e0004210.

Skinner, J., & Chimimba, C. (2005). The Mammals of the Southern African Sub-region (3rd ed.). Cambridge: Cambridge University Press.

Taylor, P., Gordon, D. H. & Isaacson, M. (1981). The status of plague in Zimbabwe. Annals of Tropical Medicine & Parasitology. 75(2). 165-173.

Weigl, R. (2005). Longevity of mammals in captivity; from the living collections of the world. Frankfurt: Kleine Senckenberg-Reihe.

Bent u tevreden over deze pagina?