Zwartneusklappereekhoorn

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Koprowski et al., 2016)
Familie Sciuridae
Subfamilie Callosciurinae
Genus Callosciurus
Soort Callosciurus notatus
Ondersoort
  • Callosciurus notatus albescens (Kloss’s eekhoorn)
  • Overig: Callosciurus notatusnotatus, diardii, miniatus, suffusus, vittatus
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 201-238 mm
  • Staart: 175-186 mm;
Gewicht 219-234 g
Dieet Omnivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Brunei, Indonesië, Maleisië, Singapore en Thailand.
  • Habitat: Mangrove, moerasbossen, tuinen, plantages, secundaire bossen en grenshabitats.
Levensverwachting 5 jaar wild, 9,6 jaar gevangenschap. 
IUCN-status  “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse E

Bij de zwartneusklappereekhoorn zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Hierdoor valt de zwartneusklappereekhoorn in risicoklasse E. 

Samenvatting beoordeling van de zwartneusklappereekhoorn

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF).Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X). 

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de zwartneusklappereekhoorn is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira spp. aangetoond. Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen VSBV-1 en Leptospira spp. aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade   De risicofactor in deze risicocategorie is niet van toepassing.
Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X Zwartneusklappereekhoorns moeten dagelijks langdurig foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Vrouwelijke zwartneusklappereekhoorns hebben een grote home range en vertonen territoriaal patrouilleer-en/of markeergedrag.
  • Zwartneusklappereekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats.
  • Zwartneusklappereekhoorns leven arboreaal.
Thermoregulatie X De zwartneusklappereekhoorn is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Zwartneusklappereekhoorns hebben een lineaire dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de zwartneusklappereekhoorn is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira spp. aangetoond (Suut et al., 2018; Thayaparan et al., 2013). Bij meerdere sympatrische en aanverwante soorten zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen VSBV-1 (Hoffmann et al., 2015; Schlottau et al., 2017ab; Tappe et al., 2017) en Leptospira spp. (Gozzi et al., 2013) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2   Op basis van de grootte, morfologie en het gedragvan de zwartneusklappereekhoornis het niet aannemelijk dat de dieren ernstig letsel zullen veroorzaken bij de mens (Koprowski et al., 2016). Deze risicocategorie is daarom niet van toepassing.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De zwartneusklappereekhoorn is een omnivoor (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2   De zwartneusklappereekhoorn heeft geen hypsodonte gebitselementen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V3 X De zwartneusklappereekhoorns is dagactief met piekmomenten in activiteit in de ochtend en avond. De middagdip is essentieel voor de spijsvertering doordat na het foerageren in de ochtend de maximale capaciteit van het spijsverteringskanaal is behaald (Koprowski et al., 2016). De zwartneusklappereekhoornspendeert het overgrote deel van de actieve tijd aan foerageren (~80%). De gespendeerde tijd hangt af van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voedselbronnen (Hafidzi, 1998). De zwartneusklappereekhoorndoet aan scatterhoarden (Bobadilla et al., 2016; Van der Meer et al., 2008). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van de zwartneusklappereekhoorn bestaat uit zaden, fruit, schors, bloemen, boomsap, bladeren, scheuten en arthropoden (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1 X Zwartneusklappereekhoornmannetjes hebben een home range van gemiddeld 7000 m2, met grote overlap tussen homeranges van zowel andere mannen als vrouwen. Vrouwtjes hebben een home range van gemiddeld18000 m2, zonder overlap met homeranges van andere vrouwtjes. Strikt gescheiden home ranges duiden op patrouilleer-en/of markeergedrag, al is evidentie van deze gedragingen niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur (Koprowski et al., 2016; Saiful et al., 2001). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R2 X Zwartneusklappereekhoorns gebruiken een afgezonderde nestplaats voor het werpen en grootbrengen van jongen en als nachtrustplaats (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3   Afhankelijk van het type predator, vluchten zwartneusklappereekhoorns de boom in, hebben ze een freeze-reactie of vallen ze de predator aan. De zwartneusklappereekhoorn is door zijn arboreale levensstijl erg behendig en vlucht doelgericht naar hoge schuilplekken (Koprowski et al., 2016; Tamura & Yong, 1993).Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R4   Zwartneusklappereekhoorns gebruiken geen holen of kuilen (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Zwartneusklappereekhoorns leven arboreaal (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X Zwartneusklappereekhoorns leven in een tropisch klimaat (Koprowski et al., 2016; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de tropische bossen van Zuidoost-Azië waar zwartneusklappereekhoorns voorkomen is 20 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 17 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 26 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 40 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 4000 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 85% (Schultz, 2005). De zwartneusklappereekhoorn is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.
T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat zwartneusklappereekhoorns gebruik maken van een speciale zoel-, koel-of opwarmplaats (Koprowski et al., 2016). Bovendien leven zwartneusklappereekhoorns in een gebied met weinig temperatuurfluctuaties gedurende de dag en het jaar. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Zwartneusklappereekhoorns zijn jaarrond actief (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Zwartneusklappereekhoorns hebben een promiscue leefwijze (Koprowski et al., 2016). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over de dominantiehiërarchie van de zwartneusklappereekhoorn. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) leven solitair en hebben vaak overlappende homeranges. Bij deze soorten is er sprake van een lineaire dominantiehiërarchie, die het meest prominent aanwezig is tijdens het paarseizoen (Farentinos, 1972; Koprowski et al., 2016; Tamura et al., 1988). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Er is weinig wetenschappelijke literatuur gevonden over de voortplanting van zwartneusklappereekhoorns. Verwante soorten in de subfamilie (Callosciurinae) zijn binnen het eerste jaar geslachtsrijp en kunnen 2-3 keer per jaar werpen. Zwartneusklappereekhoorns kunnen zich jaarrond voortplanten, met een hogere frequentie in de maanden april en juni. Vrouwtjes zijn 40 dagen drachtig en krijgen per worp 1-4 jongen. Zwartneusklappereekhoorns hebben geen grote kans op overbevolking (Koprowski et al., 2016; Medway, 1969). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Bobadilla, S. Y., Benitez, V. V. & Guichón, M. L. (2016). Asiatic Callosciurussquirrels as seed dispersersof exotic plants in the Pampas. Current Zoology. 62(3). 215-219.

Farentinos, R. C. (1972). Social dominance and mating activity in the tassel-eared squirrel (Sciurus aberti ferreus). Anim. Behav.20. 316-326.

Gozzi, A., Guichón, M. L., Benitez, V., Romero, G. N. & Brihuega, C. (2013). First isolation of Leptospira interrogansfrom the arboreal squirrel Callosciurus erythraeusintroduced in Argentina. Wildlife Biology. 19. 483-489.

Hafidzi, M. N. (1998). Plantain squirrel Callosciurus notatusin a plantation habitat. Pertanika J. Trop. Agric. Sci. 21(1). 23-28.

Hoffmann, B., Tappe, D., Höper, D., Herden, C., Boldt, A., Mawrin, C., Niederstraßer, O., Müller, T., Jenckel, M., van der Grinten, E., Lutter, C., Abendroth, B., Teifke, J. P., Cadar, D., Schmidt-Chanasit, J., Ulrich, R. G. & Beer, M. (2015). A Variegated Squirrel Bornavirus Associated with Fatal Human Encephalitis. N Engl J Med. 373. 154-162.

Koprowski, J. L., Goldstein, E. A., Bennett, K. R. & Pereira Mendes, C. (2016). FamilySciuridae (Squirrels). In D. E. Wilson, T. E. Lacher Jr. & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world. 6. Lagomorphs and Rodents I(pp. 648-837). Barcelona: Lynx Edicions.

Medway, L. (1969). The Wild Mammals of Malaya (Peninsular Malaysia) and Singapore. 2nd edition. Oxford: Oxford UniversityPress.

Saiful, A. A., Idris, A. H., Rashid, Y. N., Tamura, N. & Hayashi, F. (2001). Home Range Size of Sympatric Squirrel Species Inhabiting a Lowland Dipterocarp Forest in Malaysia. Biotropica. 33(2). 346-351.

Schlottau, K., Jenckel, M., van den Brand, J., Fast, C., Herden, C., Höper, D., Homeier-Bachmann, T., Thielebein, J., Mensing, N., Diender, B., Hoffmann, D., Ulrich, R. G., Mettenleiter, T. C., Koopmans, M., Tappe, D., Schmidt-Chanasit, J., Reusken, C. B. E. M., Beer, M. & Hoffmann, B. (2017a). Variegated Squirrel Bornavirus 1 in Squirrels, Germany and the Netherlands. Emerging Infectious Diseases. 23(3). 477-481.

Schlottau, K., Hoffmann, B., Homeier-Bachmann, T., Fast, C., Ulrich, R. G., Beer, M. & Hoffmann, D. (2017b). Multiple detection of zoonotic variegated squirrel bornavirus 1 RNA in different squirrel species suggests a possible unknown origin for the virus. Arch Virol. 162. 2747–2754.

Schultz, J. (2005). The Ecozones of the World: The Ecological Divisions of the Geosphere (2nded.). Stuttgart: Springer.

Suut, L., Azim Mazlan, M.N., Arif, M.T., Katip, T., Nor Aliza, A.R.&Haironi, Y.(2018). Serovar diversity of Leptospirasp. infecting wild rodentsin Sarawak, Malaysia. Tropical Biomedicine. 35(1). 252-258.

Tamura, N., Hayashi, F. &Miyashita, K. (1988).Dominance hierarchy and mating behavior of the Formosan squirrel Callosciurus erythraeus thaiwanensis. Journal of Mammalogy, 60(2).320-331.

Tamura, N. &Yong, H. (1993).Vocalizations in Response to Predators in Three Species of Malaysian Callosciurus(Sciuridae).Journal of Mammalogy. 74(3). 703–714.

Tappe, D., Schmidt-Chanasit, J., Reusken, C. B. E. M., Beer, M. & Hoffmann, B. (2017). Variegated Squirrel Bornavirus 1 in Squirrels,Germany and the Netherlands. Emerging Infectious Diseases. 23(3). 477-481.

Thayaparan, S., Robertson, I., Amraan, F., Su’ut, L. & Abdullah, M.T.(2013). Serological Prevalence of Leptospiral Infection in Wildlife in Sarawak, Malaysia. Borneo J. Resour. Sci. Tech.2(2). 79-82.

Van der Meer, P. J., Kunne, P. L. B., Brunsting, A. M. H., Dibor, L. A. & Jansen, P. A. (2008). Evidence for scatter-hoarding in a tropical peat swamp forest in Malaysia. Journal of Tropical Forest Science. 20(4). 340-344.

Bent u tevreden over deze pagina?