Open voor aanvragen

Achtergronden Thematische Technology Transfer (TTT)

Gepubliceerd op:
1 februari 2019
Laatst gecontroleerd op:
1 juli 2020

Subsidieregeling Thematische Technology Transfer stimuleert thematische samenwerking tussen onderzoeksorganisaties. De regeling stimuleert daarnaast investeerders om te investeren in start-ups die gebruik maken van kennis van onderzoeksorganisaties binnen datzelfde thema (kennisstarters).

De Thematische Technology Transfer-regeling rust op 2 pijlers. Het doel van pijler 1 is dat onderzoeksorganisaties hun krachten bundelen voor een thematische inzet op kennisoverdracht. De TTT-subsidiemodule stimuleert thematische samenwerking op het gebied van kennisoverdracht tussen onderzoeksorganisaties.

Thematische samenwerking versnelt benutten van maatschappelijke en economische kansen van wetenschap:

  • Als onderzoeksorganisaties de krachten bundelen neemt de kans toe dat ideeën uitgewerkt worden op de plek waar ze de beste ondersteuning vinden. Samenwerking biedt bovendien de gelegenheid om van elkaars activiteiten te leren.
  • Goede verbindingen tussen de onderzoeksorganisaties onderling helpen om ideeën uit te werken die vragen om expertise uit meerdere onderzoeksorganisaties (de zogenaamde cross-overs).
  • Samenwerking rondom een bepaald thema door meerdere onderzoeksorganisaties biedt de benodigde massa die nodig is voor investeerders om daar omheen te bouwen aan expertise en een netwerk.

Door de krachten van onderzoeksorganisaties en investeerders te bundelen, draagt de TTT-subsidiemodule er aan bij dat:

  • er meer financiering beschikbaar komt voor kennisstarters in de risicovolle, eerste ontwikkelingsfase;
  • investeerders en onderzoeksorganisaties elkaar beter weten te vinden: door de vereiste gebundelde aanvraag van de onderzoeksorganisaties en het investeringsfonds voor de TTT-subsidiemodule worden barrières op het gebied van werkcultuur, organisatie en incongruentie van expertise weggenomen;
  • onderzoeksorganisaties, onderzoekers en studenten in een eerder stadium inzicht krijgen in hetgeen de markt vraagt, wat leidt tot kansrijkere kennisstarters.

Kennis vaak verspreid

Op bepaalde thema’s is de wetenschap in Nederland van wereldniveau. De kennis is echter vaak verspreid over verschillende onderzoeksorganisaties. Door samen te werken op het gebied van kennisoverdracht kunnen zij de economische en maatschappelijke doelen sneller (helpen) realiseren. Daarom kunnen onderzoeksorganisaties die thematisch samenwerken op het gebied van kennisoverdracht subsidie aanvragen voor het uitvoeren van een kennisoverdrachtplan.

Samenwerkingsvormen

De samenwerking kan 2 vormen hebben: het gaat ofwel om ten minste 3 onderzoeksorganisaties die in daadwerkelijke samenwerking een kennisoverdrachtplan uitvoeren (hierna aangeduid als samenwerkende onderzoeksorganisaties) of het betreft een onderzoeksorganisatie met rechtspersoonlijkheid die is opgericht door ten minste 3 onderzoeksorganisaties voor het uitvoeren van een kennisoverdrachtplan (een zogenoemd ‘thematisch consortium’).

In het kennisoverdrachtplan beschrijven de aanvragers hoe zij rondom een thema samenwerken aan kennisoverdracht en onderbouwen ze hoe deze samenwerking bijdraagt aan het realiseren van economische en maatschappelijke doelen. Met behulp van een subsidie van maximaal € 2.500.000 kunnen de onderzoeksorganisaties voor een periode van minimaal 5 jaar en maximaal 6 jaar samenwerken aan kennisoverdracht. Een nadere beschrijving van de subsidiabele activiteiten staat in de artikelsgewijze toelichting van artikel 3.22.2, derde lid.

De activiteiten in het kennisoverdrachtplan dienen bij te dragen aan het oprichten van kennisstarters. De activiteiten die onder de subsidie vanuit pijler 1 vallen, vinden echter plaats binnen onderzoeksorganisaties, vóór de daadwerkelijke oprichting van de kennisstarter. Er is vanuit pijler 1 dus geen subsidie beschikbaar voor activiteiten ter ondersteuning van de kennisstarter, deze moet zijn eigen financiering rond krijgen. Gezien de hoge investeringsrisico’s, is in deze fase nauwelijks financiering in de markt beschikbaar. Het TTT-fonds (pijler 2) kan dan uitkomst bieden.

TTT-fonds

Het doel van pijler 2 is de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters te vergroten door onafhankelijke particuliere investeerders te stimuleren om middels een TTT-fonds te investeren in kennisstarters in hun vroegste ontwikkelingsfase. Het fondsplan dient dezelfde thematische focus te hebben als het kennisoverdrachtplan van het thematisch consortium of de samenwerkende onderzoeksorganisaties binnen het TTT-samenwerkingsverband.

Een TTT-fonds dient te investeren in kennisstarters die, met gebruikmaking van kennis van onderzoeksorganisaties, binnen dit thema nieuwe producten, procedés of diensten ontwikkelen met het oog op marktintroductie. Het fonds is echter niet verplicht (enkel) te investeren in kennisstarters die voortkomen uit de activiteiten van pijler 1. Dat betekent dus dat het fonds ook kan investeren in kennisstarters die niet voortkomen uit de activiteiten van pijler 1, zolang deze passen binnen de thematische focus van het fondsplan en zij gebruik maken van kennis van onderzoeksorganisaties.

Het TTT-fonds is ook niet verplicht om kennisstarters die afkomstig zijn uit activiteiten van pijler 1 te voorzien van financiering. Het fonds dient namelijk onafhankelijke, winstgedreven financieringsbeslissingen te nemen.

Vragen over de TTT-regeling?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bent u tevreden over deze pagina?