Tijdelijk gesloten voor aanvragen

Duurzaamheidseisen biomassa REDII SDE++

Gepubliceerd op:
8 december 2021
Laatst gecontroleerd op:
28 november 2022

Wilt u biomassa, anders dan houtpellets, gebruiken voor de productie van elektriciteit en warmte? Of voor de productie van groen gas voor invoeding in het gasnet? Dan kunt u hiervoor de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) aanvragen. U moet dan in sommige gevallen aantonen dat de biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen uit de REDII (Renewable Energy Directive). 

De herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie (hierna REDII) is een Europese doelstelling om meer duurzame energie te produceren. Moet uw installatie voldoen aan de duurzaamheidseisen uit de REDII? Dat hangt af van of u al moest voldoen aan de duurzaamheidseisen uit de REDI óf van de datum waarop u SDE(++)-subsidie aanvroeg.

  • Produceert u warmte en/of elektriciteit uit vloeibare biomassa? Dan moest u al voldoen aan de duurzaamheidseisen uit de REDI. U moet daarom nu voldoen aan de duurzaamheidseisen uit de REDII.
  • Produceert u géén warmte en/of elektriciteit uit vloeibare biomassa? En vroeg u SDE(++)-subsidie aan ná 21 december 2018? U moet dan aan de duurzaamheidseisen voldoen als het vermogen van uw installatie boven de gestelde grenzen in de REDII ligt. 
  • Produceert u géén warmte en/of elektriciteit uit vloeibare biomassa? En vroeg u SDE(++)-subsidie aan vóór 21 december 2018? Dan gelden er geen duurzaamheidseisen voor de biomassa die u gebruikt.

Let op: voor 2022 geldt een overgangsregeling. Onder REDII-overgangsregeling 2022 leest u hier meer over.

SDE++-categorieën

In de Aanwijzingsregeling en de Algemene uitvoeringsregeling SDE staat welke installaties aan de duurzaamheidseisen van de herziene Europese richtlijn hernieuwbare energie (REDII) moet voldoen. Het gaat dan om biomassa-installaties, anders dan houtpelletinstallaties. U ziet hieronder een korte samenvatting van de SDE++-categorieën waarvoor deze duurzaamheidseisen gelden:

REDII duurzaamheidsschema

SDE++-categorieën, anders dan houtpelletinstallaties Gebruikt vermogensbegrip REDII-criteria gelden bij een vermogen van 
SDE++-categorieën op vaste biomassa voor de productie van warmte en/of elektriciteit Nominaal ingangsvermogen van de ketel ≥20 MW
SDE++-categorieën op vloeibare biomassa voor de productie van warmte en/of elektriciteit Nominaal ingangsvermogen van de ketel geen ondergrens
SDE++-categorieën voor de productie van biogas voor de opwekking van warmte en/of elektriciteit  Nominaal ingangsvermogen van de ketel ≥2 MW
SDE++-categorieën voor de productie van biogas voor invoeding in het gasnet Nominaal duurzaam gas vermogen ≥20 MW*

* In de Aanwijzingsregeling categorieën 2022 is de grens voor nieuwe SDE(++)-aanvragen van 20 MW naar 2 MW gegaan.

Voor installaties op houtpellets gelden andere duurzaamheidseisen. Kijkt u daarvoor op de pagina Duurzaamheidseisen biomassa in pelletinstallaties SDE++.

Aantonen duurzaamheid

U toont aan dat de gebruikte biomassa aan de REDII-eisen voldoet. Dit doet u door certificatieschema’s te gebruiken die de Europese Commissie (EC) heeft goedgekeurd. Uw bedrijf zélf moet meestal ook gecertificeerd zijn. Per 1 januari 2022 had de EC nog maar een klein aantal certificatieschema’s erkend. Daarom geldt er in 2022 een overgangsregeling. Na deze paragraaf leest u meer over deze regeling.

Bekijk welke certificatieschema’s de EC erkend heeft

Voor enkele typen installaties is certificering van de biomassa en van het bedrijf niet verplicht. Bijvoorbeeld voor monomestvergisters en voor rioolslibvergisters. Kijkt u in het 'Verificatieprotocol duurzaamheid biomassa die voor de SDE(++) moet voldoen aan de REDII-eisen' (hierna verificatieprotocol) om welke installaties het gaat. En hoe u voor deze installaties op een andere manier de duurzaamheid kunt aantonen. Dit verificatieprotocol vindt u onder 'Downloads' onderaan deze pagina.

REDII-overgangsregeling 2022

Heeft de Europese Commissie (EC) al certificatieschema's erkend? Per 1 januari 2022 had zij nog geen of maar een klein aantal certificatieschema's erkend. Daarom was er voor de SDE(++)-regeling voor het jaar 2022 een overgangsregeling voor de inkoop van REDII-gecertificeerde biomassa. Deze regeling gold ook voor de verplichting om zelf gecertificeerd te zijn voor een REDII-erkend schema. De overgangsregeling staat beschreven in artikel 5-8 van de Algemene Uitvoeringsregeling SDE.

Inkoop van gecertificeerde biomassa

Voor installaties die vóór 1 januari 2022 al moesten aantonen dat ingekochte biomassa voldoet aan duurzaamheid conform de Europese richtlijn hernieuwbare energie (RED, voorganger van de REDII), zoals installaties op vloeibare biomassa, geldt: u blijft hiervoor voor deze installaties gecertificeerde biomassa inkopen. U kon daarvoor tijdelijk, tot 1 juli 2022, RED-certificatieschema’s gebruiken die de EC nog niet definitief had erkend voor RedII. Deze schema's moesten aan beide onderstaande voorwaarden voldoen:

  1. Voor het certificatieschema moet bij de EC een aanvraag ingediend zijn om erkend te worden onder de REDII. De EC heeft hierover nog niet besloten.
  2. Het certificatieschema was op 1 juli 2021 erkend onder de RED. Of het certificatieschema was op dat moment goedgekeurd binnen het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

Bent u energieproducent en moet u per 1 januari 2022 voor het eerst duurzaamheid van biomassa aantonen voor uw SDE(++)-subsidie? Dan hoeft u tot 1 januari 2023 niet de gecertificeerde inkoop aan te tonen.

Certificering van de energieproducent zelf

Moest u per 1 januari 2022 voor het eerst zelf gecertificeerd zijn volgens een erkend REDII-schema? En u was dit nog niet voor een RED-schema? Dan moest u vóór 1 juli 2022 aantonen dat uw certificeringsaanvraag in behandeling is door een CBI (van een erkend REDII-certificeringsschema). Dit geldt voor u als u:

  • Per 1 januari 2022 voor het eerst moest aantonen dat de biomassa die u gebruikte, voldoet aan de duurzaamheidseisen van de REDII. En u hiervoor voor de SDE geen ander bewijs mag gebruiken.
  • Vóór 1 januari 2022 al RED-gecertificeerde vloeibare biomassa moest inzetten, maar nu ook zelf gecertificeerd moet zijn per 1 januari 2022 (en u dat nog niet was). U blijft verplicht om gecertificeerde biomassa in te kopen (met schema’s zoals hierboven staat).

Was u vóór 1 januari 2022 al gecertificeerd? Controleert dan of uw schema ook REDII-erkend is. 

Conformiteitsjaarverklaring

Ben u energieproducent? U rapporteert dan jaarlijks over de duurzaamheid van de biomassa met een 'conformiteitsjaarverklaring'. Daarin noemt u de duurzaamheidskenmerken van alle biomassa die u gebruikte in uw installatie. Onder aan deze webpagina bij de downloads staan de volgende documenten om te gebruiken bij uw rapportage:

  • Format-lijst van REDII-biomassaleveringen bij de conformiteitsverklaring;
  • Handleiding bij het format voor de lijst duurzame REDII-biomassaleveringen.

Verificatieprotocol

Een erkende conformiteitbeoordelingsinstantie (CBI) stelt de conformiteitsjaarverklaring op. Aan welke eisen moet de biomassa die u in uw installatie inzet precies voldoen? Dit staat in de REDII. De eisen hangen af van het type biomassa dat u gebruikt. De manier waarop u de duurzaamheid aantoont, staat in het verificatieprotocol. Dit protocol vindt u onder 'Downloads' onderaan deze pagina. Meer informatie over de rol van, en de eisen aan CBI’s vindt u in de paragraaf over CBI's hieronder.

Conformiteitbeoordelingsinstanties (CBI's)

CBI’s hebben een rol bij het aantonen van duurzaamheid. Zij voeren 2 verschillende taken uit:

  • Certificeren van biomassa en producenten. Zij werken voor een certificatieschema die de Europese Commissie heeft erkend.
  • Verificaties uitvoeren op basis van het verificatieprotocol. Het gaat dan  om het verifiëren van individuele leveringen of het opstellen van de conformiteitsjaarverklaring. Dit doen alleen CBI's die de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft erkend voor het werken met het verificatieprotocol. 

Om erkend te worden, moet de CBI geaccrediteerd zijn voor het verificatieprotocol SDE-REDII door de Raad voor Accreditatie (RvA). Om erkend te worden mag de CBI – in plaats van een accreditatie – ook ander (alternatief) bewijs aanleveren. Hiermee toont de CBI aan in staat te zijn met het verificatieprotocol te werken. Ander bewijs is:

  • een bewijs van een lopende aanvraag bij de RvA voor accreditatie voor het Verificatieprotocol SDE-REDII
  • én bewijs dat de CBI audits uitvoert voor een EC-erkend schema, en voldoet aan de ISO-normen 14065 en 17065.

U vindt het verificatieprotocol SDE_REDII waarvoor een CBI accreditatie bij de RvA kan aanvragen, onderaan deze pagina bij 'Downloads'. 

Heeft de RvA de accreditatie-aanvraag van uw CBI bevestigd? Dan dient de CBI bij ons een erkenningsverzoek in per e-mail.

Erkende CBI's

Op dit moment is alleen Normec QS erkend als CBI. Zodra er meer CBI's erkend zijn voor het verificatieprotocol, publiceren wij daarvan een lijst op deze pagina.

Voorschotten

Ontvangt u SDE+/SDE++-subsidie? Dan krijgt u van ons jaarlijks een voorschot. Dit voorschot verrekenen wij met het daadwerkelijke subsidiebedrag waar u recht op heeft. Dit doen we op basis van de gegevens in de rapportage die u bij ons indient. U mag biomassa gebruiken voor energieproductie waarvan de duurzaamheid niet (voldoende) is aangetoond. Voor de energie, geproduceerd uit deze biomassa, verstrekken we dan geen subsidie.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op de borging van de duurzaamheid. Zij controleren onder meer de uitvoering van werkzaamheden door CBI’s.

Downloads

Vragen over duurzaamheidseisen?

Neem contact met ons op

Info in English

 

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?