Landbouwgrond GLB en mest

Gepubliceerd op:
30 oktober 2020
Laatst gecontroleerd op:
4 februari 2021

Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de mestregelingen hebben verschillende beschrijvingen voor grondgebruik en landbouwgrond. Het is belangrijk dat u deze verschillen kent. U weet dan wanneer u welke grond voor GLB en mest kunt opgeven.

Verschil grondgebruik

Een belangrijk verschil is het gebruik van de grond. Voor het GLB is het voldoende dat u de grond mag gebruiken (ter beschikking staan). Voor de mestregelingen is het belangrijk dat u de feitelijke beschikkingsmacht over de grond heeft. Daarnaast moeten de percelen onderdeel zijn van uw landbouwbedrijf bij een normale bedrijfsvoering.

Ter beschikking staan bij GLB

Bent u zelf geen eigenaar, maar mag u van de eigenaar of (erf)verpachter het perceel gebruiken? En heeft deze geen bezwaar dat u het perceel opgeeft in de Gecombineerde Opgave? Dan staat het perceel tot uw beschikking. Wilt u het perceel onderverhuren? Daarvoor heeft u toestemming nodig van de eigenaar.

Ook moet u als aanvrager van de GLB-subsidies een landbouwactiviteit uitvoeren op het perceel. Hiervoor heeft u voldoende autonomie nodig. Autonomie houdt in dat u zelf bepaalt hoe en wanneer u de landbouwactiviteit uitvoert.

Feitelijke beschikkingsmacht bij mest

U heeft de feitelijke beschikkingsmacht als u het teelt- en bemestingsplan op één lijn brengt.

Lees alles over feitelijke beschikkingsmacht.

Verschil landbouwgrond

Binnen het GLB en het mestbeleid gaan we ook verschillend om met landbouwgrond. GLB kent alleen landbouwgrond. De mestregelgeving kent 3 soorten grond: landbouwgrond, natuurgrond en overige grond.

Landbouwgrond bij GLB

Landbouwgrond is grond die u vooral gebruikt voor landbouwactiviteiten. Deze grond ligt in Nederland. De grond is dan subsidiabel voor GLB. U geeft de grond op als landbouwgrond als u deze gebruikt als:

  • blijvend grasland
  • bouwland
  • of voor een blijvende teelt

Lees meer over landbouwgrond bij GLB.

Landbouwgrond bij mest

Landbouwgrond is volgens de Meststoffenwet grond waarop u een vorm van landbouw uitvoert. Dat doet u in elk geval een deel van het jaar. Natuurgrond is grond met houtopstand met de hoofdfunctie natuur. Grasland of bouwland met de hoofdfunctie natuur is ook natuurgrond. Al het andere is overige grond.

Lees meer over landbouwgrond en natuurgrond en overige grond bij mest.

Voorbeelden

Om het verschil in grondgebruik en landbouwgrond verder duidelijk te maken geven we hier een aantal voorbeelden. In de tabellen en afbeeldingen leest u wanneer u de grond kunt opgeven voor GLB en mest.

Wanneer telt grond mee voor GLB en mest

  Mest GLB directe betalingen GLB agrarisch beheer
Zee/Rivier Telt niet mee. Telt niet mee. Telt niet mee.
Dijk/Primaire waterkering Grasland telt niet mee als u geen feitelijke beschikkingsmacht heeft. En hoort bij overige grond. Grond staat ter beschikking en kan ingezet worden voor de basisbetaling. De dijk is binnen het natuurbeheersplan niet begrensd. Dit betekent dat u voor de dijk geen subsidie agrarisch natuurbeheer (ANLb) krijgt.
Sloot Telt niet mee. Telt niet mee. Telt niet mee.
Grasland Grasland telt wel mee bij feitelijke beschikkingsmacht en normale bedrijfsvoering. En hoort bij uw landbouwbedrijf.

Grond staat ter beschikking en kan ingezet worden voor de basisbetaling.

Grond is subsidiabele landbouwgrond.

Het perceel is binnen het natuurbeheersplan begrensd, binnen een leefgebied. Dit betekent dat u voor dat perceel subsidie agrarisch natuurbeheer (ANLb) kan krijgen. Een voorbeeld is leefgebied opengrasland.

 

Wat kunt u opgeven bij GLB en mest

 

** Bij ANLb is geen dubbele betaling toegestaan.

* Het perceel natuurlijk grasland met hoofdfunctie natuur kunt u soms wel, maar niet altijd opgeven voor de BBR. Staat het perceel in het perceelsregister? Dan mag u het perceel opgeven voor de BBR, als u het gebruikt voor landbouw en er landbouwactiviteiten op uitvoert. Staat het perceel niet in het perceelsregister, maar gebruikt u het perceel voor begrazing? Dan mag u het perceel opgeven voor de (GLB) graasdierpremie.

Wat kunt u waarvoor inzetten?

In deze tabel leest u wat uw mogelijkheden zijn voor de verschillende regelingen.

Wat kunt u waarvoor inzetten?

  Basis betalingsregeling Ecologisch aandachtsgebied Agrarisch Natuur - en Landschapsbeheer (u heeft een beheerpakket) Mest bij feitelijke beschikkingsmacht
Blijvend grasland ja nee ja ja
Blijvende teelt ja ja1 ja ja
Bouwland ja ja ja ja
Bouwland met N codering ja ja nee ja/nee2
Dijk ja nee ja ja
Haag/houtwal/singel nee ja ja nee
Natuurlijk grasland met N codering ja nee nee ja/nee2
Poel3 nee ja ja nee
Sloot3 nee ja4 ja nee

 

1 alleen voor zonnekroon en miscanthus (olifantsgras)
2 ja als er geen beheersovereenkomst is, nee als er wel een beheersovereenkomst is
3 inzetbaar voor 5% verplichting ecologisch aandachtsgebied
4 alleen in combinatie met akkerstrokenpakket

Voorbeeld 1

U verbouwt bijvoorbeeld aardappelen op bouwland. U zoekt bouwland op in de tabel. U leest op deze regel wat u mogelijkheden zijn. Zo kunt u de basis betalingsregeling aanvragen. Dit perceel kunt u gebruiken voor uw EA-verplichting. Bijvoorbeeld door het inzetten van een EA-vanggewas of aangrenzende akkerrand. U mag daar ook subsidie Agrarisch Natuur en landschapsbeheer (ANLb) op aanvragen, als u een beheerpakket heeft. En u krijgt er gebruiksruimte voor om mest uit te rijden.

Voorbeeld 2

Of u kweekt asperges. Dit valt onder blijvende teelt. Hier kunt u de basis betalingsregeling aanvragen. Blijvende teelten kunt u niet gebruiken voor de EA verplichting, met uitzondering van de gewassen zonnekroon en miscanthus. U mag hier wel subsidie ANLb op aanvragen, als u een beheerpakket heeft. En u krijgt er gebruiksruimte voor op mest.

Vragen over landbouwgrond?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bent u tevreden over deze pagina?