Zonne-energie SCE
Wilt u als energiecoöperatie of Vereniging van Eigenaars (VvE) subsidie aanvragen voor zonnepanelen (zon-PV)? Dat kan voor installaties met een piekvermogen van 15 kWp tot en met 6 MWp.
Hoeveel vermogen heeft uw installatie?
U kunt subsidie aanvragen voor zonnepanelen in de volgende categorieën:
- kleinverbruikersaansluiting met een vermogen van 15 kWp tot en met 100 kWp
- grootverbruikersaansluiting met een vermogen van 15 kWp tot 1 MWp
- grootverbruikersaansluiting met een vermogen van 1 MWp tot en met 6 MWp
Hoeveel subsidie krijgt u per kWh?
U krijgt subsidie voor de elektriciteit die u opwekt met uw installatie (een bedrag per kWh). Wilt u weten hoe wij uw subsidie berekenen? Lees dan Hoe werkt de subsidie?
| Categorie | Basis- bedrag 2026 |
Basis- elektriciteits- prijs 2026 |
Voorlopig correctie- bedrag 2026 |
Maximum vollasturen 2026 |
Ingebruik- name- termijn |
||
| €/kWh | Netlevering €/kWh |
Niet-netlevering €/kWh | Netlevering inclusief waarde GVO's €/kWh |
Niet-netlevering €/kWh | Uren/jaar | Jaren | |
| Zon-PV ≥ 15 kWp en ≤ 100 kWp kleinverbruikersaansluiting | 0,149 | 0,035 | - | 0,070 | - | 900 | 2 |
| Zon-PV met dakaanpassing of lichtgewicht panelen ≥ 15 kWp en ≤ 100 kWp kleinverbruikersaansluiting | 0,155 | 0,035 | - | 0,070 | - | 900 | 2 |
| Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,140 | 0,047 | 0,107 | 0,075 | 0,132 | 730 | 2 |
| Zon-PV met dakaanpassing of lichtgewicht panelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,147 | 0,047 | 0,107 | 0,075 | 0,132 | 730 | 2 |
| Zon-PV gebouwgebonden ≥ 1 MWp en ≤ 6 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,111 | 0,047 | 0,086 | 0,075 | 0,111 | 730 | 3 |
| Zon-PV gebouwgebonden met dakaanpassing of lichtgewicht panelen ≥ 1 MWp en ≤ 6 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,116 | 0,047 | 0,086 | 0,075 | 0,111 | 730 | 3 |
| Zon-PV grondgebonden natuurinclusief ≥ 1 MWp en ≤ 6 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,106 | 0,047 | 0,086 | 0,075 | 0,111 | 740 | 4 |
| Zon-PV drijvend op water ≥ 1 MWp en ≤ 6 MWp grootverbruikersaansluiting | 0,114 | 0,047 | 0,086 | 0,075 | 0,111 | 740 | 4 |
Teken uw installatie in
Stuur met uw aanvraag altijd een kaart of een luchtfoto van de locatie mee waarop de installatie is ingetekend. Zijn of komen er op de beoogde locatie meer installaties? Geef dit dan duidelijk aan door deze in te tekenen. Heeft u in het verleden al subsidie aangevraagd voor deze locatie (voor bijvoorbeeld de SCE of SDE(++))? Dan vermeldt u de projectnummers op de intekening. Het moet voor ons duidelijk zijn waar u welke installatie plaatst.
Stuur de vergunning mee
Plaatst u de zonnepanelen niet op een bestaand dak, maar:
- in een veldopstelling;
- op een nieuw te bouwen gebouw of aan een gevel (in het zicht);
- als een drijvend systeem op water;
- op een carport of een monumentaal pand?
Dan stuurt u met de subsidieaanvraag een omgevingsvergunning mee. Dit kan een bestaande WABO-vergunning zijn of een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet.
Extra voorwaarden voor zonnepanelen op veld
Alle velden met zonnepanelen moeten voortaan natuurinclusief zijn. Dat wil zeggen dat aanvragen in deze categoriën moeten voldoen aan extra voorwaarden die rekening houden met de natuur. Deze voorwaarden moeten ook in de vergunning staan. Het gaat om de volgende 4 voorwaarden:
- U zorgt voor een inrichtingsplan en een beheerplan die beschrijven wat u doet om te voorkomen dat de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit tijdens de subsidieperiode achteruitgaan.
- U houdt de effecten bij van de installatie op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. Als het nodig is, neemt u extra maatregelen om te voorkomen dat deze tijdens de subsidieperiode achteruitgaan.
- U doet een nulmeting om de huidige waarde van de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit vast te stellen.
- Van bovenaf gezien moet er minimaal 25% open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen zijn. In onderstaande tekeningen van verschillende situaties kunt u zien wat is toegestaan. Let op: de tekeningen zijn niet op schaal.
Het gaat alleen om de ruimte tussen de tafels met zonnepanelen. De ruimte rondom de buitenste tafels telt niet mee.
Zit er tussen de tafels met zonnepanelen een vijver, sloot of iets anders waardoor er extra ruimte is? Dan mag u die ruimte niet gebruiken om minder ruimte tussen andere tafels te compenseren.
Bij een zuid-opstelling is de ruimte tussen de tafels minimaal 25% van de breedte van de tafel.
Bij een oost-west-opstelling wordt oost en west gezien als één tafel. De ruimte tussen de tafels is dan minimaal 25% van de breedte van de tafel aan de oostkant plus de lengte van de tabel aan de westkant. Het maakt daarbij niet uit of de tafels in de nok (het hoogste punt) tegen elkaar aan staan of dat er ruimte is in de nok.
Is er bij een oost-west-opstelling ruimte in de nok? Dan mag u deze ruimte gebruiken om minder ruimte in het dal (het laagste punt) te compenseren. Die ruimte telt dan mee voor de berekening van de 25% open ruimte.
Geen vergunning nodig?
Vindt u dat voor uw installatie geen vergunning nodig is? Stuur dan met de aanvraag een verklaring mee van de instantie die de vergunning afgeeft waaruit dit blijkt.
Wilt u meer weten over vergunningen? Ga dan naar het Omgevingsloket.
Klein- of grootverbruikersaansluiting?
U sluit uw installatie aan op het elektriciteitsnet via een klein- of grootverbruikersaansluiting.
U heeft een kleinverbruikersaansluiting
Een kleinverbruikersaansluiting is een aansluiting op het elektriciteitsnet met een totale maximale doorlaatwaarde van maximaal 3 x 80 ampère. Vanaf 2027 vervalt de salderingsregeling en mag u bij een kleinverbruikersaansluiting de opgewekte elektriciteit zelf gebruiken of terugleveren aan het elektriciteitsnet. Voor het eigen verbruik krijgt u geen subsidie. De reden hiervan is dat u zoveel kosten bespaart door het gebruik van eigen stroom, dat subsidie niet meer nodig is.
U heeft een grootverbruikersaansluiting
Een grootverbruikersaansluiting is een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 x 80 ampère. Voor eigen verbruik bij installaties met een grootverbruikersaansluiting kunt u wel subsidie krijgen. Voor netlevering en eigen verbruik gelden verschillende basisenergieprijzen en correctiebedragen. Uw financieel voordeel is groter als u de opgewekte elektriciteit zelf gebruikt, omdat u dan geen energiebelasting en transportkosten betaalt. Daarom geldt voor ‘eigen gebruik’ een hoger correctiebedrag. U krijgt voor die elektriciteit dus minder subsidie per kWh.
U mag uw productie-installatie ook aansluiten op het elektriciteitsnet via de aansluiting van een naastgelegen adres. U plaatst uw installatie op de locatie waarvoor de subsidie is afgegeven.
Wilt u één productie-installatie op 2 naastgelegen locaties plaatsen? Of heeft uw locatie meerdere huisnummers? U beschrijft dit dan duidelijk in uw subsidieaanvraag.
50% netaansluiting bij grootverbruikersaansluiting
Sluit u uw installatie aan op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting? Dan mag het 'additionele gecontracteerde terugleververmogen' maximaal 50% zijn van het piekvermogen van de installatie. Dit is vanaf 2023 een eis, omdat het elektriciteitsnet erg vol is. Dit betekent dat de teruglevercapaciteit die u voor de nieuwe installatie afspreekt in uw contract met de netbeheerder maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen mag zijn. Hierdoor gaat een klein beetje opbrengst verloren, maar zo maken we meer ruimte op het elektriciteitsnet. Ook kunnen we dan meer duurzame energieprojecten realiseren.
Is uw dak geschikt?
Weet u of uw dak geschikt is? Of welke aanpassingen u (nog) moet doen om uw dak geschikt te maken? Maak een goede analyse van het dak waarop u de installatie plaatst. Daarmee zorgt u ervoor dat u klaar kunt zijn binnen de uiterste ingebruiknametermijn die voor uw project geldt.
- Bereken het beschikbare dakoppervlak goed.
- Houd rekening met dakramen en klimaatinstallaties die op het dak staan.
- Laat een expert bepalen of het dak voldoende draagkracht heeft voor de installatie.
De uitkomst hiervan geeft u aan in de dakconstructieverklaring die u meestuurt met de aanvraag. Er zijn 2 verschillende verklaringen:
- Modelverklaring voor de geschiktheid van uw dak of gevel;
- Modelverklaring van een constructeur.
Modelverklaring geschiktheid dak of gevel
Voor zon-PV in de categorieën tot 1 MWp gebouwgebonden stuurt u bij uw aanvraag de 'Modelverklaring geschiktheid dak of gevel' mee. Hierin geeft u aan wat de staat is van het dak waarop u de zon-PV-installatie realiseert. In deze verklaring vult u in welke eventuele maatregelen u neemt om het dak geschikt te maken. De controle van het dak hoeft u niet door een erkend constructeur te laten uitvoeren. U moet hiervoor wel de Modelverklaring geschiktheid dak of gevel gebruiken.
Modelverklaring van een constructeur
Voor zon-PV in de categorie groter dan of gelijk aan 1 MWp gebouwgebonden en alle categorieën met dakaanpassing of lichtgewicht panelen, stuurt u met de aanvraag een verklaring mee van een erkend constructeur over de belastbaarheid van het dak of de gevel volgens het Bouwbesluit 2012. Hiervoor gebruikt u de ‘Modelverklaring van een constructeur’. Als het om een zwak dak gaat, dan staat in de verklaring van de constructeur duidelijk aangegeven welke aanpassingen u moet doen om het dak geschikt te maken. De kosten hiervoor neemt u ook mee in de haalbaarheidsstudie.
U mag alleen de modelverklaringen gebruiken. Deze vindt u onder stap 1 in het stappenplan van Uw aanvraag voorbereiden. Een eigen gemaakte verklaring voldoet niet aan de voorwaarden van de regeling.
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei