Veelgestelde vragen SCE
Hier vindt u veelgestelde vragen over de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) en de antwoorden daarop.
Bij grootverbruikersaansluiting (meer dan 3 x 80 ampère)
Als u een productie-installatie aansluit op een grootverbruikersaansluiting, dan kunt u subsidie krijgen voor:
- de energie die u teruglevert aan het net (netlevering);
- de energie die u zelf verbruikt (niet-netlevering).
Heeft u uw installatie na de realisatie aangemeld bij VertiCer? En heeft VertiCer deze vastgesteld? Dan krijgen wij via uw netbeheerder door hoeveel kWh elektriciteit u heeft teruggeleverd en hoeveel u zelf heeft gebruikt. Kijk voor meer informatie op Uw SCE-project realiseren.
Bij kleinverbruikersaansluiting (maximaal 3 x 80 ampère)
Als u een installatie aansluit op een kleinverbruikersaansluiting, mag u vanaf 2027 de opgewekte elektriciteit ook zelf verbruiken. Omdat de salderingsregeling in 2027 wordt afgeschaft, bent u vanaf dat moment niet meer verplicht om alle elektriciteit aan het net te leveren. Voor de opgewekte elektriciteit die u zelf gebruikt, krijgt u geen subsidie. U krijgt alleen subsidie voor het deel dat u aan het elektriciteitsnet teruglevert.
Voor coöperaties
Een deelnemend lid van een coöperatie kan verhuizen naar een locatie buiten de postcoderoos én deelnemend lid blijven. Eventuele nieuwe deelnemende leden moeten bij toetreding woonachtig of gevestigd zijn in de postcoderoos. Wijzigingen in de lijst van deelnemende leden geeft u één keer per jaar door via ons online aanvraagportaal.
Voor VvE’s
Wanneer een deelnemend lid van een VvE zijn aandeel in de VvE verkoopt, kan het zijn dat deze niet gaat wonen of zich niet gaat vestigen in de postcoderoos. Voor de VvE geldt daarom het vereiste 'wonend of gevestigd te zijn' binnen de postcoderoos alleen op het moment van aanleveren van de ledenlijst.
Nee. De Belastingdienst heeft bepaald dat SCE-subsidies niet belast zijn met btw.
Nee. U kunt voor dezelfde productie-installatie de SCE niet combineren met een andere subsidie van de Rijksoverheid, dus ook niet met de SDE(++), ISDE of Energie-investeringsaftrek (EIA).
Uit de tekening moet blijken op welke plaats (dak, perceel) op de locatie u de zonnepanelen plaatst. U kunt denken aan een luchtfoto van de locatie, waarop de beschikbare oppervlakte en de plaats waar de zonnepanelen komen met afmetingen omlijnd zijn. Zijn of komen er op de beoogde locatie meer installaties? En krijgt u hiervoor bijvoorbeeld al SCE- of SDE+(+)-subsidie? Geef dit dan duidelijk aan op de intekening en vermeld hierbij de projectnummers. Het moet voor ons duidelijk zijn waar u welke installatie plaatst.
U kunt alleen een 2e aanvraag in dezelfde aanvraagronde indienen als het om een andere categorie productie-installatie gaat. Bijvoorbeeld: voor zon-PV kunt u één aanvraag indienen in de categorie kleinverbruikersaansluiting en nog één aanvraag in de categorie grootverbruikersaansluiting.
Heeft u een positieve beschikking uit een eerdere aanvraagronde van de SCE of de SDE++? Dan kunt u een 2e aanvraag indienen als er genoeg ruimte is om alle productie-installaties te plaatsen. Om aan de minimale ledeneis te voldoen, telt u de vermogens van alle installaties op dezelfde locatie bij elkaar op.
Heeft u al subsidiegoedkeuring gekregen voor een installatie die u nog gaat bouwen? En wilt u een 2e installatie bouwen, maar is er onvoldoende oppervlakte voor het vermogen? Dien dan een gemotiveerd verzoek in om de bestaande subsidie (beschikking) helemaal of deels in te trekken. Wij nemen uw nieuwe aanvraag pas in behandeling als we het verzoek tot intrekking hebben goedgekeurd. U kunt ook het vermogen van de nieuwe aanvraag verlagen, zodat de installatie wel op het beschikbare oppervlakte past.
Met de aanvraag stuurt u een intekening van de installatie op de locatie mee. Geef duidelijk aan waar welke installatie komt. Het moet voor ons duidelijk zijn dat het hier om een andere installatie gaat.
Ja. U kunt de postcoderoos wijzigen tot 12 maanden na de beschikkingsdatum. U kunt de locatie van de productie-installatie niet wijzigen.
Wij hanteren de wettelijke regels voor privacy. Lees hier meer over op onze pagina Privacy.
Zo kunnen er bij dezelfde netcapaciteit meer hernieuwbare (duurzame) energieprojecten gerealiseerd worden. Wij compenseren projecten voor het kleine verlies aan opbrengst door een lager aantal vollasturen en een hoger basisbedrag. Door deze maatregel zal de totale hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit uit zonnepanelen uiteindelijk toenemen.
Dit wordt bepaald op basis van het gerealiseerde en door VertiCer vastgestelde vermogen (aantal geplaatste zonnepanelen x het vermogen per paneel). Het (aanvullend) vermogen dat u contracteert, mag maximaal 50% zijn van het aantal kWp dat u realiseert. Bij uw aanvraag moet u het gewenste terugleververmogen opgeven. Dit vermogen komt terug in uw beschikking. Is het vermogen dat u realiseert, minder dan in uw beschikking staat? Dan wordt het maximale (aanvullende) terugleververmogen aangepast naar 50% van het piekvermogen.
In de tabel leest u voorbeeldsituaties van wat het (aanvullende) terugleververmogen mag zijn en de maximale totale teruglevercapaciteit.
| Nieuwe aansluiting | Uitbreiding bestaande aansluiting | ||
|---|---|---|---|
| Piekvermogen zonnepanelen (installatie) | 500 kWp | Piekvermogen zonnepanelen (nieuwe installatie) | 500 kWp |
| Maximale teruglevercapaciteit | 250 kWp | Teruglevercapaciteit bestaande installatie | 100 kWp |
| Maximaal aanvullende teruglevercapaciteit | 250 kWp | ||
| Totale teruglevercapaciteit | 350 kWp |
Vanaf de aanvraagronde van 2023 mag het gecontracteerde terugleververmogen maximaal 50% zijn van het (aanvullende) piekvermogen van de installatie voor de locatie waarvoor u de subsidie aanvraagt. Soms mag u toch het bestaande teruglevercontract houden. Het kan namelijk zijn dat u voor een andere installatie of een te plaatsen batterij ook terugleververmogen nodig heeft. Zie daarvoor de volgende vraag over het plaatsen van een batterij op een grootverbruikersaansluiting.
Verandert er niets aan uw situatie? Dan adviseren wij u om contact op te nemen met uw netbeheerder. Deze zal op uw verzoek uw contract aanpassen, zodat dit past bij de eis van de SCE.
Bij kleinverbruikersaansluiting
Is uw productie-installatie aangesloten op het net met een kleinverbruikersaansluiting? Dan mag u daarnaast geen batterijopslag plaatsen. Met een kleinverbruikersaansluiting moet u namelijk alle opgewekte elektriciteit terugleveren aan het net. Eigen verbruik is dan niet toegestaan. Volgens de Elektriciteitswet geldt elektriciteit die u opslaat in een batterij niet als duurzaam opgewekte energie, maar als eigen verbruik. U kunt de batterij namelijk ook via het elektriciteitsnet opladen.
Per 2027 stopt de salderingsregeling. Vanaf dat moment is eigen verbruik in combinatie met een kleinverbruikersaansluiting wel toegestaan. Dan is batterijopslag wel mogelijk, maar alleen als deze batterij een eigen meter heeft. Zonder meter geldt uw gehele productie als eigen verbruik. U ontvangt alleen subsidie voor de elektriciteit die u teruglevert aan het elektriciteitsnet.
Bij grootverbruikersaansluiting
Is uw installatie aangesloten op het net met een grootverbruikersaansluiting? Dan mag u daarnaast een batterij plaatsen. Hoeveel subsidie u ontvangt, hangt af van hoe u deze batterij installeert.
Plaatst u de batterij zonder dat deze een eigen meter heeft? Dan geldt de elektriciteit die u opslaat in de batterij volgens de Elektriciteitswet niet als duurzaam opgewekte energie. U kunt de batterij namelijk ook via het elektriciteitsnet opladen. Daarom geldt uw gehele productie dan als eigen verbruik. U ontvangt daarom subsidie op basis van het tarief voor eigen verbruik.
Plaatst u de batterij en krijgt deze een aparte meter of sluit u de batterij aan via een MLOEA-aansluiting (meerdere leveranciers op een aansluiting)? Dan is de opgewekte elektriciteit volgens de Elektriciteitswet wel duurzame energie. Er is dan onderscheid te maken tussen eigen verbruik en netlevering. U ontvangt dan subsidie op basis van de tarieven die hiervoor gelden.
De netbeheerder is verantwoordelijk voor een juiste aansluiting en het doorgeven van de juiste meetgegevens.
Vroeg u in 2023 of later subsidie aan en heeft u een grootverbruikersaansluiting? Dan mag het gecontracteerde terugleververmogen maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen zijn. Plaatst u daarnaast nog een batterij? Dan mag u het vermogen van deze batterij hierbij optellen en daardoor meer terugleververmogen contracteren.
Op het moment dat u de installatie in gebruik neemt, moet u aan deze voorwaarde voldoen. Heeft u de batterij dan nog niet geplaatst? Dan heeft u maximaal 2 jaar de tijd om dit te regelen als:
- u op het moment dat u de installatie in gebruik neemt de batterij al heeft besteld;
- u binnen 2 jaar nadat u de installatie in gebruik heeft genomen, de batterij op dezelfde aansluiting plaatst.
Let op: u krijgt pas subsidie voor uw opgewekte elektriciteit vanaf het moment dat u de batterij heeft aangesloten en aan de voorwaarden voldoet.
Heeft u vragen over de oude postcoderoosregeling? Bel dan met de Belastingtelefoon (0800 – 0543) en vraag om contact met het Landelijk milieubelastingenteam.
Lees meer informatie over de Regeling Verlaagd Tarief.
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei