SDE++: bijlagen bij uw aanvraag

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 augustus 2026

Wilt u de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) aanvragen? Op deze pagina vindt u de bijlagen die u moet meesturen. En hulpmiddelen die u kunt gebruiken voor uw aanvraag.

Downloads voor alle aanvragers

Er zijn enkele algemene bijlagen die u bij de meeste technieken moet meesturen bij uw aanvraag. Hieronder vindt u de downloads die u hierbij nodig heeft.

Haalbaarheidsstudie

Als u SDE++-subsidie aanvraagt, moet u eerst een haalbaarheidsstudie doen. In deze studie onderzoekt u of uw project mogelijk is. Het is belangrijk om dit goed te doen voordat u een aanvraag indient. Heeft uw project weinig kans van slagen? Dan heeft aanvragen geen zin.

Ook moeten wij kunnen zien of uw bedrijf financieel gezond is. Daarom gebruiken we uw meest recente jaarrekening. Deze jaarrekening is een verplicht onderdeel van de haalbaarheidsstudie. U kunt hiermee zien hoeveel eigen vermogen uw bedrijf heeft. Deze controle is verplicht volgens de Europese Commissie.

Onderdelen van de haalbaarheidsstudie

Het algemene deel van de haalbaarheidsstudie bevat de volgende onderdelen:

  • Een omschrijving van de productie-installatie.
  • Een duidelijk plan voor de financiering.
  • Een onderbouwing van het eigen vermogen dat u zelf inbrengt en dat anderen (aandeelhouders of financiers) inbrengen. U laat dit zien met documenten, zoals een jaarrekening of balans. Hieruit moet blijken dat het geld er is, of beschikbaar komt op het moment van investeren. Doet u een aanvraag voor meerdere projecten? Dan moet u het totale eigen vermogen voor alle SDE++ 2026-projecten samen laten zien.
  • Een intentieverklaring van een financier als uw eigen vermogen minder dan 20% van de totale investering is.
  • Een berekening van de kosten en de opbrengsten (exploitatieberekening).
  • Een berekening van de energieopbrengst.
  • Bij technisch complexere installaties voegt u ook een processchema toe. Bijvoorbeeld bij grote projecten binnen de industrie en energiesector.

Aanvullende vragen

Tijdens de beoordeling van uw project kunnen wij vragen stellen over de haalbaarheid. In de 'Handleiding haalbaarheidsstudie SDE++' en het 'Model haalbaarheidsstudie SDE++' vindt u meer informatie over de eisen die wij aan zo’n studie stellen.

Toestemming van de locatie-eigenaar

Bent u als aanvrager niet de eigenaar van de locatie waar de productie-installatie komt? Dan heeft u toestemming nodig van de eigenaar. U moet dan het ‘Model toestemming locatie-eigenaar’ invullen en laten ondertekenen door de eigenaar. Met deze verklaring geeft de eigenaar u toestemming om de installatie te plaatsen en te gebruiken.

Meer eigenaren

Zijn er meerdere eigenaren? Dan moeten zij allemaal toestemming geven en de verklaring ondertekenen. Dit geldt voor alle categorieën. Let op: de subsidie-aanvrager of degene die de verklaring invult, moet volgens het Kadaster daadwerkelijk de eigenaar of erfpachter zijn van de locatie. 

Recht van opstal bij een tender

Heeft u recht van opstal verkregen door een gunning uit een tender (aanbestedingstraject) op Rijksgronden of Rijksdaken? Dan hoeft u de verklaring niet met uw aanvraag mee te sturen. In plaats hiervan stuurt u een ondertekende voorovereenkomst of grondovereenkomst met het Rijksvastgoedbedrijf met uw subsidieaanvraag mee. Hoe u dit regelt, leest u op Werkwijze Stappen gebruik Vastgoed voor het Rijk.

Samenwerkingsverklaring

Vraagt u SDE++-subsidie aan voor een project dat u uitvoert met meerdere partijen? En richt u hiervoor geen gezamenlijk bedrijf (een projectentiteit) op? Dan stuurt u een samenwerkingsverklaring mee met uw aanvraag. Hiervoor kunt u onderstaande download gebruiken.

Vergunningen

Om uw productie-installatie te bouwen, heeft u meestal één of meer vergunningen nodig. U moet de vergunningen al hebben op het moment dat u subsidie aanvraagt. Heeft u een vergunning nodig? Dan stuurt u deze als bijlage mee bij uw aanvraag.

Deze verplichting staat in het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie. Zo is er meer zekerheid dat u uw project op tijd uitvoert. Meestal moet u de vergunningen voor de belangrijkste onderdelen van de installatie al hebben. Voor kleinere onderdelen, zoals kabels in de grond of een hek, hoeft u de vergunningen nog niet altijd mee te sturen. 

Voor uw project kan ook een omgevingsvergunning nodig zijn. Per categorie staat daarin voor welke onderdelen u minimaal een vergunning moet hebben. Heeft u al een oudere vergunning die nog geldig is? Dan moet deze gelden voor dezelfde onderdelen waarvoor u nu een vergunning moet hebben.

Wilt u meer weten over vergunningen? Ga dan naar het Omgevingsloket.

Toets op ondernemingen in moeilijkheden

Ondernemingen in moeilijkheden mogen geen subsidie krijgen

Wij mogen geen subsidie geven aan ondernemingen in moeilijkheden. Dat is een onderneming die zonder ingrijpen van de overheid zou verdwijnen. De Europese Commissie heeft regels gemaakt waarmee we bepalen of een onderneming in moeilijkheden is. Die regels zijn met alle lidstaten van de Europese Unie afgesproken en liggen vast in de wet. Meer informatie vindt u op Onderneming in moeilijkheden.

In alle categorieën beoordelen we de financiële situatie van uw bedrijf als u SDE++-subsidie aanvraagt. Ook kijken we naar ondernemingen die aan uw bedrijf verbonden zijn. Om te zien of er bij u sprake is van verbonden bedrijven, kunt u ons beslisschema gebruiken.

Wat wij van u vragen

Om te toetsen of uw onderneming in moeilijkheden is, stuurt u de volgende documenten mee met uw aanvraag:

  • Het ingevulde Beslisschema Verklaring geen onderneming in moeilijkheden.
  • De ingevulde Verklaring geen onderneming in moeilijkheden.
  • De meest recente jaarrekening van uw bedrijf. Hierbij geldt het volgende:
    • De balansdatum mag niet ouder zijn dan 18 maanden.
    • Uw accountant of administratiekantoor heeft de jaarrekening opgesteld.
    • U heeft uw jaarrekening ingeleverd bij de Kamer van Koophandel.
    • Heeft u geen jaarrekening omdat u een klein bedrijf heeft? Stuur dan een bedrijfsbalans met resultatenrekening.
    • Heeft u een nieuw bedrijf? Stuur dan een openingsbalans.
  • Als er verbonden bedrijven zijn:
    • Een organogram (schema) dat laat zien wie de eigenaar is. Ga hierbij door tot aan de natuurlijke personen die uiteindelijk eigenaar of begunstigde zijn (UBO’s).
    • De meest recente samengevoegde (geconsolideerde) jaarrekening van deze bedrijven. Hierbij geldt het volgende:
      • De balansdatum mag niet ouder zijn dan 18 maanden.
      • Uw accountant of administratiekantoor heeft de jaarrekening opgesteld.
      • U heeft uw jaarrekening ingeleverd bij de Kamer van Koophandel.

Let op: deze toets staat los van de toets naar de financiële en economische haalbaarheid van uw project. Het kan dus gebeuren dat u niet onder de definitie van een onderneming in moeilijkheden valt, maar dat wij uw project toch afwijzen als we onvoldoende vertrouwen hebben in de haalbaarheid van uw project.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met sde@rvo.nl.

Extra bijlagen hernieuwbare elektriciteit

Als u in de categorie hernieuwbare elektriciteit subsidie aanvraagt, stuurt u de volgende extra bijlagen mee:

Transportindicatie

Gaat u elektriciteit produceren? En maakt u voor uw productie-installatie gebruik van een grootverbruikersaansluiting (groter dan 3 x 80 ampère)? Dan heeft u een transportindicatie van uw netbeheerder nodig die geldig is voor de ronde waarin u subsidie aanvraagt. Deze kunt u naar verwachting aanvragen vanaf een maand voor de openstelling van de subsidie. Met de transportindicatie laat u zien dat u uw opgewekte elektriciteit aan het net kunt leveren.

De transportindicatie van de netbeheerder is verplicht, omdat het Nederlandse elektriciteitsnet overbelast is. Dit noemen we netcongestie. Meer weten over netcongestie? Bezoek dan het Loket Netcongestie.

Aanvragen bij netbeheerders

De meeste netbeheerders hebben voor het opvragen een digitaal loket ingeregeld. Klik op uw netbeheerder voor meer informatie hierover.

Weet u niet wie uw netbeheerder is? Doe de check op www.eancodeboek.nl.

De netbeheerder gebruikt bij het opstellen van de transportindicatie onderstaand voorbeeld.

Windrapport voor windmolens

Vraagt u subsidie aan voor een windmolen met een vermogen van meer dan 100 kW? Dan stuurt u een windrapport mee met de haalbaarheidsstudie. In het windrapport moet een berekening van de energieopbrengst staan. U laat dit rapport maken door een organisatie met kennis van windenergie en opbrengstberekeningen.

De gemiddelde windsnelheid in het rapport moet u baseren op lokale windgegevens over minstens 10 opeenvolgende jaren. Deze gemiddelde windsnelheid mag niet hoger zijn dan de gemiddelde windsnelheid op die locatie volgens de Windviewer. De Windviewer geeft voor elke plek in Nederland de gemiddelde windsnelheid op hoogtes van 20 tot 260 meter.

Kleine windmolens

Heeft uw windmolen een vermogen van minder dan 100 kW? Dan hoeft u geen expert in te schakelen voor een windrapport. Een eenvoudige berekening van de energieopbrengst is voldoende. Die kunt u laten maken door uw energieleverancier. Voeg het resultaat van die berekening toe aan uw aanvraag.

Bewijs dat voor uw windmolen een hoogtebeperking geldt

Wilt u subsidie aanvragen voor een windmolen met een hoogtebeperking? Laat dit dan zien bij uw subsidieaanvraag.

U kunt dit doen met een brief van de bevoegde instantie. Of door het deel van de wet of regels mee te sturen waarin staat dat er een hoogtebeperking geldt voor uw windmolen.

Gedetailleerde tekening met zonnepanelen

Bij een subsidieaanvraag voor zonnepanelen stuurt u een gedetailleerde tekening op de juiste schaal mee. Hierop tekent u het zon-PV-systeem dat u wilt installeren. Onduidelijke kaarten of foto’s zijn niet voldoende. 

Liggen er al zonnepanelen op de geplande locatie? Of komen die daar in de toekomst? Geef dit dan duidelijk aan op de tekening. De tekening moet ook laten zien in welke richting uw installatie staat.

Zonnepanelen op of aan een gebouw

Voor zonnepanelen op of aan een gebouw moet u het beschikbare dak- of muuroppervlak berekenen. Houd rekening met ramen, dakramen en klimaatsystemen op of aan het gebouw. Bij zonnepanelen op muren moet u de exacte richting van het systeem aangeven.

Verklaring van een constructeur voor zonnepanelen aan of op een gebouw

Plaatst u zonnepanelen op of aan een gebouw? Dan stuurt u bij uw aanvraag een ‘Verklaring van een constructeur’ mee. Hierin laat de constructeur met berekeningen zien dat het dak of de muur sterk genoeg is. Gebruik hiervoor onderstaande downloads.

U laat de berekening en verklaring opstellen en ondertekenen door een constructeur. Een constructeur is iemand die de benodigde berekeningen voor u kan maken. Dit gebeurt volgens de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Heeft u binnen uw eigen organisatie een constructeur die dit kan doen? Dan mag die de berekening maken en de verklaring ondertekenen.

Lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen

Vraagt u subsidie aan in de subcategorie ‘gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen’? Dan moet de constructeur ook aangeven welke aanpassingen nodig zijn om uw gebouw geschikt te maken. De kosten van deze aanpassingen moeten in de haalbaarheidsstudie staan.

We kunnen de berekening opvragen

Als we uw subsidieaanvraag beoordelen, kunnen we u vragen om de berekening op te sturen. Ook kunnen we contact opnemen met de constructeur voor meer informatie over de verklaring.

Berekening van de energieopbrengst voor een zonvolgend systeem

Vraagt u subsidie aan voor een zonvolgend systeem? Voeg dan een berekening van de energieopbrengst bij uw haalbaarheidsstudie. Op basis daarvan stellen wij het maximale aantal vollasturen vast. Lees meer over deze eis in de handleiding haalbaarheidsstudie.

Toelichting bij tweezijdige (bifacial) zonnepanelen

Gaat u tweezijdige zonnepanelen gebruiken? Voeg dan bij uw aanvraag een uitleg toe waarin staat hoe u een hoger vermogen opwekt dan bij gewone zonnepanelen.

U kunt dit onderbouwen met een datasheet van het zonnepaneel dat u van plan bent te gebruiken. In de datasheet staan alle productspecificaties, afmetingen en prestatiegegevens van het zonnepaneel.

Vergunningen

Voor de meeste technieken in de categorie hernieuwbare elektriciteit heeft u deze vergunningen nodig:

Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit voor bouwen 

Plaatst u uw installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw? Dan heeft u volgens de Omgevingswet een vergunning nodig. Voor een bouwactiviteit aan bestaande gebouwen kan ook een omgevingsvergunning verplicht zijn. Bijvoorbeeld bij een monumentaal pand of zonnepanelen aan een gevel.

Hierbij moet u op het volgende letten:

  • Een grondgebonden overkapping voor het parkeren van voertuigen (een carport) zien we ook als een gebouw. 
  • Heeft u recht van opstal verkregen via een openbare gunningsprocedure (tender) van Rijksgronden en Rijksdaken? Dan heeft u voldoende aan een ontwerp-omgevingsvergunning. 
  • Denkt u dat voor uw project geen vergunning nodig is? Stuur dan een verklaring mee waaruit dit blijkt van de organisatie die deze vergunning afgeeft.

Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

Is voor uw installatie ook een vergunning nodig voor een milieubelastende activiteit? Dan stuurt u deze ook mee. Meestal staat deze in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

Omgevingsvergunning voor een Rijkswaterstaatactiviteit

Komt de installatie op of in de buurt van werken van Rijkswaterstaat, zoals (snel)wegen, viaducten, tunnels, bruggen of dijken? Dan heeft u deze vergunning waarschijnlijk nodig voor uw installatie. Eerder heette dit een Wbr-vergunning.

Omgevingsvergunning voor een wateractiviteit

Het kan zijn dat u voor uw installatie een omgevingsvergunning nodig heeft voor een wateractiviteit. U heeft bijvoorbeeld voor de subcategorie Zon-PV mogelijk een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig als u voor een watersysteem subsidie aanvraagt.

Keurmerk voor natuurinclusief zonnepark

Gaat u zonnepanelen installeren in een zonnepark? Dan moet u dit naruurinclusief doen. Dit betekent dat u rekening houdt met planten en dieren. Hiervoor gelden voorwaarden. Staan deze niet in de vergunning of in het bestemmingsplan? Dan moet u een keurmerk hebben.

Uit dit keurmerk blijkt dat de installatie zo is ontworpen dat:

  • deze geen nadelige gevolgen heeft voor planten, dieren en biodiversiteit;
  • er voldoende licht is tussen de zonnepanelen om de kwaliteit van de bodem en het water te behouden;
  • de installatie goed in het landschap past.

Een voorbeeld van zo’n keurmerk is EcoCertified.

Extra bijlagen hernieuwbaar gas

Als u in de categorie hernieuwbaar gas subsidie aanvraagt, stuurt u de volgende extra bijlagen mee:

Invoedverklaring

Is uw aansluiting groter dan 40 Nm3 per uur? Dan stuurt u een invoedverklaring met een prijsschatting van uw netbeheerder mee met uw aanvraag. In dit document bevestigt de netbeheerder dat u gas mag leveren aan het openbare gasnet.

Vergunningen

Voor alle technieken in de categorie hernieuwbaar gas heeft u deze vergunningen nodig:

Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit voor bouwen 

Plaatst u uw installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw? Dan heeft u volgens de Omgevingswet een vergunning nodig. Voor een bouwactiviteit aan bestaande gebouwen kan ook een omgevingsvergunning verplicht zijn. Bijvoorbeeld bij een monumentaal pand of zonnepanelen aan een gevel.

Hierbij moet u op het volgende letten:

  • Een grondgebonden overkapping voor het parkeren van voertuigen (een carport) zien we ook als een gebouw. 
  • Heeft u recht van opstal verkregen via een openbare gunningsprocedure (tender) van Rijksgronden en Rijksdaken? Dan heeft u voldoende aan een ontwerp-omgevingsvergunning. 
  • Denkt u dat voor uw project geen vergunning nodig is? Stuur dan een verklaring mee waaruit dit blijkt van de organisatie die deze vergunning afgeeft.

Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit 

Is voor uw installatie ook een vergunning nodig voor een milieubelastende activiteit? Dan stuurt u deze ook mee. Meestal staat deze in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

Extra bijlagen hernieuwbare warmte

Als u in de categorie hernieuwbare warmte subsidie aanvraagt, stuurt u de volgende extra bijlagen mee:

Intentieverklaring voor de afname van warmte

Levert u warmte aan andere partijen? Stuur dan een verklaring mee waarin staat dat zij van plan zijn de warmte af te nemen. Voeg deze verklaring toe aan uw aanvraag.

Transportindicatie bij rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en biomassavergisting met warmte-krachtkoppeling (WKK)

Vraagt u subsidie aan voor de categorie 'Biomassavergisting-WKK' of voor een RWZI-categorie met WKK? Dan moet u een transportindicatie van de netbeheerder meesturen voor de levering van elektriciteit. Dit is nodig als u uw installatie aansluit op een grootverbruikersaansluiting (meer dan 3 x 80 ampère).

In de transportindicatie moet staan dat er genoeg transportcapaciteit is op de locatie waarvoor u subsidie aanvraagt. De indicatie moet geldig zijn voor de openstellingsronde waarin u subsidie aanvraagt.

Sluit u uw installatie aan op een eigen elektriciteitsnet (gesloten distributiesysteem)? Vraag dan samen met de beheerder van dat net een transportindicatie aan bij de landelijke of regionale netbeheerder. Dit is de netbeheerder die verantwoordelijk is voor de plek waar het net is aangesloten.

Berekening van de energieopbrengst voor biomassa

Vraagt u subsidie aan voor een biomassaverbrandings- of vergistingsinstallatie? Voeg dan een berekening van de energieopbrengst bij uw haalbaarheidsstudie.

Gedetailleerde tekening voor zonthermie (zonnewarmte)

Bij een subsidieaanvraag stuurt u altijd een duidelijke tekening op schaal mee. Hierop staat precies waar de installatie komt. Onduidelijke kaarten of foto’s zijn niet voldoende.

Komen er op dezelfde locatie meer installaties? Of zijn die er al? Geef dit dan duidelijk aan op de tekening. Laat ook zien hoe de installatie is gericht.

Gaat het om een installatie op een gebouw? Bereken dan hoeveel dakoppervlak beschikbaar is. Houd rekening met onderdelen op het dak, zoals lichtstraten en klimaatinstallaties.

Verklaring van een constructeur voor zonthermie (zonnewarmte)

Plaatst u zonnepanelen op of aan een gebouw? Dan stuurt u bij uw aanvraag een ‘Verklaring van een constructeur’ mee. Hierin bevestigt de constructeur met berekeningen dat het dak of de muur sterk genoeg is. Gebruik hiervoor onderstaande downloads.

U laat de berekening en verklaring opstellen en ondertekenen door een constructeur. Een constructeur is iemand die de benodigde berekeningen kan maken. Dit gebeurt volgens de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Heeft u binnen uw eigen organisatie een constructeur die dit kan doen? Dan mag die de berekening maken en de verklaring ondertekenen.

Geologisch rapport voor geothermie (aardwarmte)

Voor geothermieprojecten is een geologisch onderzoek nodig. Stuur daarom het geologisch rapport mee met uw subsidieaanvraag. In het TNO-rapport ‘Specificaties geologisch onderzoek voor geothermieprojecten – Rapportagevereisten SDE+ en RNES’ staat wat er minimaal in de geologische onderbouwing van uw aanvraag moet staan.

Berekening DoubletCalc voor geothermie (aardwarmte)

TNO biedt hulpmiddelen aan om het geologisch onderzoek uit te voeren. Op het Nederlandse Ondergrondportaal (NLOG) biedt TNO het softwarepakket DoubletCalc en een handleiding aan.

Met DoubletCalc kunt u het P50-vermogen berekenen. Het P50-vermogen is het vermogen van een geothermieproductie-installatie dat wordt bepaald met een P50-berekening. Dit betekent dat er een waarschijnlijkheid van ten minste 50% is dat u het berekende vermogen daadwerkelijk haalt. In de handleiding staat hoe u deze berekening maakt.

Voor de SDE++ moet u het nominale vermogen bij geothermie bepalen met een kans van minimaal 50%.

Vergunningen

Voor de meeste technieken in de categorie hernieuwbare warmte heeft u deze vergunningen nodig:

Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit voor bouwen 

Plaatst u uw installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw? Dan heeft u volgens de Omgevingswet een vergunning nodig. Voor een bouwactiviteit aan bestaande gebouwen kan ook een omgevingsvergunning verplicht zijn. Bijvoorbeeld bij een monumentaal pand of zonnepanelen aan een gevel.

Hierbij moet u op het volgende letten:

  • Een grondgebonden overkapping voor het parkeren van voertuigen (een carport) zien we ook als een gebouw. 
  • Heeft u recht van opstal verkregen via een openbare gunningsprocedure (tender) van Rijksgronden en Rijksdaken? Dan heeft u voldoende aan een ontwerp-omgevingsvergunning. 
  • Denkt u dat voor uw project geen vergunning nodig is? Stuur dan een verklaring mee waaruit dit blijkt van de organisatie die deze vergunning afgeeft.

Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit bij de subcategorieën biomassa en zonthermie

Is voor uw installatie ook een vergunning nodig voor een milieubelastende activiteit? Dan stuurt u deze ook mee. Meestal staat deze in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

Omgevingsvergunning voor een Natura2000-activiteit bij de subcategorie biomassa

Heeft uw project in de exploitatiefase veel stikstofuitstoot, zoals bij biomassaprojecten? Stuur dan de omgevingsvergunning voor een Natura2000-activiteit mee met uw aanvraag.

Vergunning op grond van de Mijnbouwwet voor bij de subcategorie geothermie

Vraagt u aan voor een geothermieproject? Stuur dan de vergunning voor het aanleggen van de geothermische bron mee met uw aanvraag. Dit kan een opsporings- of winningsvergunning (afgegeven voor 1 juli 2023) zijn. Of een ‘toewijzing zoekgebied’ of ‘startvergunning’ onder de nieuwe Mijnbouwwet.

Omgevingsvergunning voor een wateractiviteit bij de subcategorie zonthermie

Het kan zijn dat u voor uw installatie een omgevingsvergunning nodig heeft voor een wateractiviteit.

Extra bijlagen CO2-arme warmte

Als u in de categorie CO2-arme warmte subsidie aanvraagt, stuurt u de volgende extra bijlagen mee:

Intentieverklaring voor de afname van warmte

Levert u warmte aan andere partijen? Stuur dan een verklaring mee waarin staat dat zij van plan zijn de warmte af te nemen. Voeg deze verklaring toe aan uw aanvraag.

Gedetailleerde tekening voor PVT-panelen met warmtepomp

Bij een subsidieaanvraag stuurt u een duidelijke tekening op schaal mee. Hierop staat precies waar de installatie komt. Onduidelijke kaarten of foto’s zijn niet voldoende.

Komen er op dezelfde locatie meer installaties? Of zijn die er al? Geef dit dan duidelijk aan op de tekening. Laat ook zien in welke richting uw installatie staat.

Plaatst u een installatie op een gebouw? Bereken dan hoeveel dakoppervlak beschikbaar is. Houd rekening met onderdelen op het dak, zoals lichtstraten en klimaatinstallaties.

Verklaring van een constructeur voor zonnepanelen met warmtepomp

Plaatst u zonnepanelen op of aan een gebouw? Dan stuurt u bij uw aanvraag een ‘Verklaring van een constructeur’ mee. Hierin bevestigt de constructeur met berekeningen dat het dak of de muur sterk genoeg is. Gebruik hiervoor onderstaande downloads.

U laat de berekening en verklaring opstellen en ondertekenen door een constructeur. Een constructeur is iemand die de benodigde berekeningen kan maken. Dit gebeurt volgens de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Heeft u binnen uw eigen organisatie een constructeur die dit kan doen? Dan mag die de berekening maken en de verklaring ondertekenen.

Tekening met transportleidingen voor restwarmtebenutting

Voeg bij uw aanvraag een kaart toe waarop te zien is waar de transportleidingen komen te liggen. Vermeld daarbij ook de diameters en de totale lengte van de leidingen (in meters), vanaf de plek waar u de restwarmte opvangt tot aan de afnemer van de restwarmte.

Geologisch rapport voor aardwarmte

Voor geothermieprojecten is een geologisch onderzoek nodig. Stuur daarom het geologisch rapport mee met uw subsidieaanvraag. In het TNO-rapport ‘Specificaties geologisch onderzoek voor geothermieprojecten – Rapportagevereisten SDE+ en RNES’ staat wat er minimaal in de geologische onderbouwing van uw aanvraag moet staan.

Berekening DoubletCalc voor aardwarmte

TNO biedt hulpmiddelen aan om het geologisch onderzoek uit te voeren. Op het Nederlandse Ondergrondportaal (NLOG) biedt TNO het softwarepakket DoubletCalc en een handleiding aan.

Met DoubletCalc kunt u het P50-vermogen berekenen. Het P50-vermogen is het vermogen van een geothermieproductie-installatie dat wordt bepaald met een P50-berekening. Dit betekent dat er een waarschijnlijkheid van ten minste 50% is dat u het berekende vermogen daadwerkelijk haalt. In de handleiding staat hoe u deze berekening maakt.

Voor de SDE++ moet het nominale vermogen bij geothermie worden bepaald met een kans van minimaal 50%.

Vergunningen

Voor de meeste technieken in de categorie hernieuwbare warmte heeft u deze vergunningen nodig:

Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit voor bouwen

Plaatst u uw installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw? Dan heeft u volgens de Omgevingswet een vergunning nodig. Voor een bouwactiviteit aan bestaande gebouwen kan ook een omgevingsvergunning verplicht zijn. Bijvoorbeeld bij een monumentaal pand of zonnepanelen aan een gevel.

Hierbij moet u op het volgende letten:

  • Een grondgebonden overkapping voor het parkeren van voertuigen (een carport) zien we ook als een gebouw. 
  • Heeft u recht van opstal verkregen via een openbare gunningsprocedure (tender) van Rijksgronden en Rijksdaken? Dan heeft u voldoende aan een ontwerp-omgevingsvergunning. 
  • Denkt u dat voor uw project geen vergunning nodig is? Stuur dan een verklaring mee waaruit dit blijkt van de organisatie die deze vergunning afgeeft.

Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (niet voor geothermie)

Is voor uw installatie ook een vergunning nodig voor een milieubelastende activiteit? Dan stuurt u deze ook mee. Meestal staat deze in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

Omgevingsvergunning voor een Rijkswaterstaat-activiteit bij Zon-PVT

Komt de productie-installatie op of om werken van Rijkswaterstaat, zoals (snel)wegen, viaducten, tunnels, bruggen of dijken? Dan heeft u deze vergunning waarschijnlijk nodig voor uw installatie. Voorheen was dit een Wbr-vergunning.

Vergunning op grond van de Mijnbouwwet voor de subcategorie geothermie

Vraagt u aan voor een geothermieproject? Stuur dan de vergunning voor het aanleggen van de geothermische bron mee met uw aanvraag. Dit kan een opsporings- of winningsvergunning (afgegeven voor 1 juli 2023) zijn. Of een ‘toewijzing zoekgebied’ of ‘startvergunning’ onder de nieuwe Mijnbouwwet.

Omgevingsvergunning voor een wateractiviteit bij de subcategorie bij aquathermie en Zon-PVT

Het kan zijn dat u voor uw installatie een omgevingsvergunning nodig heeft voor een wateractiviteit.

Extra bijlagen CO2-arme productie

Als u in de categorie CO2-arme productie subsidie aanvraagt, stuurt u de volgende extra bijlagen mee:

Verklaring transport- en opslagcapaciteit voor CO2-afvang en -opslag (CCS)

Doet u het transport en de opslag niet zelf? Dan stuurt u bij uw subsidieaanvraag voor CCS één of meer verklaringen mee waarin staat dat er voldoende capaciteit beschikbaar is. Deze verklaring komt van de partij die het transport of de permanente opslag van de afgevangen CO2 uitvoert. Dit kunnen ook meerdere partijen zijn. Zo maakt u duidelijk dat u de aangevraagde capaciteit daadwerkelijk kunt opslaan.

Voor de onderbouwing gebruikt u het document ‘Modelverklaring transport- en opslagcapaciteit’.

Onderbouwing CO2-afzet

In de haalbaarheidsstudie onderbouwt u hoe u de afzet van CO2 naar de glastuinbouw gaat organiseren. Voeg hiervoor bijvoorbeeld de specificatiesheets van de CO₂-afvanginstallatie toe.

Geef daarnaast een beschrijving van het proces waarin de CO2 vrijkomt en wordt afgevangen.

Voeg ook een kaart of plattegrond toe met het geplande leidingtracé of de route voor het transport van CO2, vanaf de afvang tot aan de levering. Geef daarbij aan of u het transport zelf uitvoert of dit laat doen door een ander bedrijf.

Vergunningen

Voor de meeste technieken in de categorie hernieuwbare warmte heeft u deze vergunningen nodig:

Omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit voor bouwen (niet voor CCS en CCU)

Plaatst u uw installatie op, in of aan een nieuw te bouwen gebouw? Dan heeft u volgens de Omgevingswet een vergunning nodig. Voor een bouwactiviteit aan bestaande gebouwen kan ook een omgevingsvergunning verplicht zijn. Bijvoorbeeld bij een monumentaal pand of zonnepanelen aan een gevel.

Hierbij moet u op het volgende letten:

  • Een grondgebonden overkapping voor het parkeren van voertuigen (een carport) zien we ook als een gebouw. 
  • Heeft u recht van opstal verkregen via een openbare gunningsprocedure (tender) van Rijksgronden en Rijksdaken? Dan heeft u voldoende aan een ontwerp-omgevingsvergunning. 
  • Denkt u dat voor uw project geen vergunning nodig is? Stuur dan een verklaring mee waaruit dit blijkt van de organisatie die deze vergunning afgeeft.

Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

Is voor uw installatie ook een vergunning nodig voor een milieubelastende activiteit? Dan stuurt u deze ook mee. Meestal staat deze in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

CCS: afwijkende vergunningsvoorwaarden

Heeft u de vergunningen voor uw installatie al? Dan stuurt u de volledige vergunning mee met uw subsidieaanvraag.

Is dat nog niet het geval? Dan stuurt u in ieder geval de volledige ingediende vergunningsaanvraag mee voor het milieudeel van de omgevingsvergunning. Dit geldt voor onderdelen die volgens de aanwijzingsregeling nieuw moeten zijn, zoals de afvang-, zuiverings- of vervloeiingsinstallatie.

Bij vloeibaar transport voegt u ook de volledige aanvraag toe van minimaal het milieudeel van de nieuwe vervloeiingsinstallatie.

Om de voortgang te volgen, moet u binnen één jaar na subsidieverlening de volledige vergunningaanvraag voor de opslagvelden indienen bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daarnaast stuurt u ons? de volledige omgevingsvergunning voor de afvang-, zuiverings- of vervloeiingsinstallatie op zijn laatst 3 jaar na subsidieverlening.

CCU: afwijkende vergunningsvoorwaarden

Voor CCU stuurt u in ieder geval de volledige ingediende vergunningsaanvraag mee voor het milieudeel van de omgevingsvergunning. Dit geldt voor onderdelen die volgens de regeling nieuw moeten zijn, zoals de afvang-, zuiverings- of vervloeiingsinstallatie.

Bij vloeibaar transport voegt u ook de volledige aanvraag toe van minimaal het milieudeel van de nieuwe vervloeiingsinstallatie.

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat