Marges bij handhaving

Gepubliceerd op:
29 november 2019
Laatst gecontroleerd op:
4 februari 2022

Wij willen graag nauwkeurig zijn als we controleren. Of uw gebruik van stikstof en fosfaat verantwoord is, hangt af van veel zaken. Wij werken daarom soms met bepaalde marges. Bijvoorbeeld als u veehouder bent en veel mest afvoert. Bij varkenshouderijen doen wij dit als u uw varkens voert met brijvoer of als er een bezinklaag is onder in de stal. Bent u intermediair? Dan houdt u rekening met grenswaarden voor de mest die u vervoert.

Correctie verhouding stikstof en fosfaat staldieren

Bent u veehouder en voert u veel mest af? Dan kan er een probleem ontstaan bij de berekening voor de stikstofgebruiksnorm. Dat komt doordat de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de mestproductie hoger is dan in de afvoer van de geproduceerde mest. Dit betekent dat de stikstof niet volledig kan worden verantwoord.

Stikstofgatberekening gebruiken

Als de verhouding tussen stikstof en fosfaat niet klopt, doen wij een correctie met de stikstofgatberekening. Wij gaan bij de berekening van deze bedrijven uit van de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de afgevoerde en bemonsterde mest van staldieren. Deze verhouding gebruiken we dan ook voor de mestproductie. Hoe zo’n berekening gaat, staat in deze voorbeeldberekening.

Correctie fosfaat bij voeren brijvoer varkens

Voert u (een deel van) uw varkens met brijvoer? Uit wetenschappelijk onderzoek (pdf) is gebleken dat brijgevoerde varkens (per kilogram levend gewicht) 18% meer fosfaat vasthouden dan drooggevoerde varkens. Dat betekent dat er meer fosfaat in een brijgevoerd varken achterblijft, waardoor er minder fosfaat in de mest komt. Het fosfaatgehalte in deze dieren is dan hoger dan de forfaitaire norm.

Verhoogde forfaitaire norm gebruiken

Als u kunt laten zien dat de varkens gevoerd zijn met brijvoer, dan verhogen we de forfaitaire norm met 18%. Met deze verhoogde norm berekenen we dan de begin- en eindvoorraad fosfaat in de varkens en de hoeveelheid fosfaat die met de varkens wordt aan- en afgevoerd. Bij de controle houden wij hier rekening mee. De forfaitaire normen staan in tabel 5.

Verhoogde gehalten bij bezinklaag varkens

In een bezinklaag zit meestal meer stikstof en fosfaat dan in de laag daarboven. U geeft daarom de bezinklaag als een aparte voorraad op. Lees meer op Aanvullende gegevens landbouwer.

Rekenen met onnauwkeurigheidsmarge

Hoeveel stikstof en fosfaat in de bezinklaag zit, kan op elk bedrijf weer anders zijn. Dat staat in het praktijkrapport Bezinklagen en bemonstering van varkensmest (pdf) van de Wageningen University & Research. Om de bezinklaag voor elk bedrijf zo eerlijk mogelijk te bepalen, rekenen wij met een onnauwkeurigheidsmarge.

Wij verdubbelen de forfaitaire gehalten voor stikstof en fosfaat in de bezinklaag. Wij gaan ervan uit dat de bezinklaag elk jaar 2 centimeter dikker wordt. Het volume van de mestopslag neemt hierdoor toe (bij een gelijkblijvende oppervlakte). Bij een controle gaan we ervan uit dat de opslag de plaats is waar de varkensmest is opgeslagen en waar de mest in komt.

Dit zijn de waardes waarmee we de aangroei van de bezinklaag berekenen:

Diersoort Stikstofgehalte (kg/ton) bezinklaag Fosfaatgehalte (kg/ton) bezinklaag Jaarlijkse toename bezinklaag onderzoek (cm)
Guste en dragende zeugen 10,94 18,44 2
Kraamzeugen 15,54 38,72 2
Vleesvarkens 20,46 26,64 2
Opfokzeugen 10,54 35,36 2
Biggen 26,42 45,5 2

Kunt u bewijzen dat de situatie op uw bedrijf anders is? Dan mag u dat bij een controle aan ons laten zien.

Grenswaarden aan- en afgevoerde vaste mest

Het kan zijn dat er te veel stikstof en fosfaat in vrachten met vaste dierlijke mest zit. Voor ‘gewone’ vaste mest is de bovengrens anders dan voor vaste mest (dikke fractie) die is ontstaan na gecentrifugeerde mestscheiding.

Grenswaarden 'gewone' vaste mest

De grenswaarden hebben we bepaald met het rapport Grenswaarden voor N- en P-gehalte in vaste mest (pdf) van de Wageningen University & Research. Dit zijn de grenswaarden die we gebruiken in vaste mest:

    Stikstof (gram/kg)   Fosfaat (gram/kg)
Diersoort Mestcode In elk geval Niet meer dan In elk geval Niet meer dan
Rundvee 10   27,2   9,45
Leghennen 31 9,46 60,3 5,81 64,3
  32 14,3 57,0 10,2 47,9
  33 17,4 64,5 13,5 51,0
  35 13,6 53,5 12,7 50,7
Vleeskuikens 39 21,3 53,2 8,87 32,4
Varkens 40   54,2   27,2

Valt een deel stikstof en fosfaat in aan- en afgevoerde vrachten buiten deze onder- en bovengrens? Dan gebruiken wij het gemiddelde deel stikstof en fosfaat van de andere vrachten mest die u afgevoerd heeft. Het gaat dan om onbewerkte mest die is bemonsterd en geanalyseerd. Zijn die gegevens er niet? Dan gebruiken we het forfait dat past voor de getallen die afwijken.

Absolute bovengrens dikke fractie na mestscheiding

Heeft u dikke fractie met mestcode 13 en 43? En is de mest gescheiden met een centrifuge? Voor vrachten met dikke fractie na gecentrifugeerde mestscheiding is een absolute bovengrens. Deze grens hebben we bepaald met het rapport Technische bovengrenzen van P2O5 gehalte dikke fractie na scheiding drijfmest met decanteercentrifuge (pdf) van de Wageningen University & Research. Dit zijn de waarden die we gebruiken voor fosfaat in dikke fractie:

Waarden die we gebruiken voor fosfaat in dikke fractie

    Fosfaat (gram/kg)
Diersoort Mestcode Niet meer dan
Rundvee 13 15,0
Varkens 43 31,0

Wij houden geen rekening met vrachten dikke fractie na mestscheiding met meer fosfaat dan de grenswaarde. Deze vrachten met onmogelijke waarden blijven dan volledig buiten beschouwing. Dat kan trouwens ook gebeuren bij vrachten met waarden onder de absolute grenswaarden. Bijvoorbeeld als er sterke aanwijzingen zijn dat er gemanipuleerd is bij het monster. We kijken dan onder andere ook naar de scheidingsmethode die is toegepast, of en hoe de mestscheiding is geadministreerd en verklaringen van derden.

Aanpassen mestbalans

Controleren wij uw bedrijf? Dan houden we er rekening mee dat uw mestbalans anders kan zijn dan de forfaitaire waarden. We passen daarom uw mestbalans voor een deel aan. Het gaat om de delen waar uw stikstof en fosfaat is gewogen en bemonsterd:

  • Aan- en afvoer dierlijke mest die gewogen en bemonsterd is.
  • Aan- en afvoer van kunstmest.
  • Aan- en afvoer van overige organische meststof (bemonsterd).
  • Aan- en afvoer van staldieren op gewogen gewicht.
  • Aan- en afvoer en eigen productie van gewogen diervoer/ruwvoer.
  • Afgevoerde eieren.

Hoeveel passen we aan

Hoeveel stikstof en fosfaat we aanpassen, hangt af van het aantal vrachten dat u doet. In Hoe gaat RVO om met nauwkeurigheid van hoeveelheden en gehalten? leest u hoe precies hoe we dat doen. Er staan ook rekenvoorbeelden in. De pdf staat hieronder.

Dit zijn de onderdelen en de percentages die we aanpassen:

Onderdelen en percentages die we aanpassen

Type post Soort post

Grootheid
N= stikstof
P205= fosfaat

%
Dierlijke mest Aan- en afvoer N, vaste mest 15
  Aan- en afvoer N, overige mest 10
  Aan- en afvoer P205, alle mest 10
Kunstmest Aan- en afvoer N en P205 2
Overige organische mest Aan- en afvoer N en P205 10
Staldieren Aan- en afvoer Gemeten diergewicht 0,1
  Aan- en afvoer Dieraantal 3
Diervoer: krachtvoer Aan- en afvoer N en P205 5
Diervoer: ruwvoer Aan- en afvoer N en P205 10
  Productie N en P205 5
Afvoer eieren Afvoer Gehalte 2
  Afvoer Gemeten gewicht 0,1

 

Als u een (voorgenomen) boeteberekening krijgt, leest u in de bijlage van de brief hoeveel wij hebben aangepast. De andere onderdelen van de balans passen we niet aan. Kunt u bewijzen dat de situatie op uw bedrijf anders is? Dan mag u dat aan ons laten zien.

Vragen over marges bij handhaving?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bent u tevreden over deze pagina?