Uitvoeringsbeleid MVO

Gepubliceerd op:
17 april 2020
Laatst gecontroleerd op:
17 december 2021

Bedrijven die op een maatschappelijk verantwoorde manier willen ondernemen in het buitenland kunnen hiervoor financiële steun krijgen. Die steun loopt via de Internationale Programma's van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het doel is dat Nederlandse bedrijven voortrekkers zijn of worden op het gebied van duurzaam en verantwoord ondernemen, ook in het buitenland.

Voor de uitvoering van de internationale programma's hanteren wij dan ook het 'uitvoeringsbeleid MVO'. Op deze pagina informeren wij u over de uitgangspunten van dit beleid.

Waarom MVO?

Doet u zaken in het buitenland, dan verwacht de Nederlandse overheid dat u dit op een maatschappelijk verantwoorde manier doet. U moet zich dus bewust zijn van de positieve en de negatieve effecten die uw bedrijfsactiviteiten op de omgeving kunnen hebben. Rechtstreeks, maar bijvoorbeeld ook via uw leveranciers en afnemers. Denk aan kansen en risico’s op het gebied van arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, gezondheid of milieu.

Als bedrijven financiering of andere steun bij RVO aanvragen, gericht op internationaal ondernemen, dan moeten deze bedrijven laten zien dat zij de OESO-richtlijnen onderschrijven.

Uitgangspunten

RVO hanteert bij Internationale Programma's 5 uitgangspunten:

Uitgangspunt 1: Volgen van OESO-richtlijnen en andere standaarden

RVO gaat uit van de volgende richtlijnen en standaarden:

Uitgangspunt 2:  Minimaliseren van negatieve impact en vergroten van positieve impact

RVO kijkt niet alleen naar de kansen die MVO biedt, maar ook naar de risico's die bij internationaal ondernemen horen. Zo kunnen bepaalde activiteiten in het buitenland zorgen voor sociale risico's en milieurisico's. RVO wil dat ondernemers zulke risico's zoveel mogelijk voorkomen of verkleinen. Daarnaast willen wij dat ondernemers kansen benutten die een bijdrage leveren aan hogere doelen of aan wereldwijde vraagstukken.

Uitgangspunt 3: Werken aan verbetering 

RVO kan – als dat nodig is – verbetertrajecten afspreken met bedrijven. Soms kan het voorkomen dat een bedrijf zich (nog) niet helemaal aan de OESO-richtlijnen houdt, maar dat wel wil. Bijvoorbeeld als een bedrijf in een bepaald land het gangbare loon aan werknemers betaalt, terwijl een leefbaar loon een stuk hoger ligt. In zo'n geval kan een bedrijf ruimte krijgen om een verbetertraject te starten waarin de lonen stapsgewijs verhoogd worden. De verbetertrajecten moeten concreet zijn en direct bijdragen aan betere toepassing van de OESO-richtlijnen.

Uitgangspunt 4: Positief beïnvloeden van gedrag van organisaties

RVO wil met advies en inspirerende voorbeelden het duurzame gedrag van bedrijven positief beïnvloeden. Daarnaast kunnen wij ook invloed uitoefenen op het gedrag van bedrijven met bepaalde eisen of voorkeuren bij het toewijzen van subsidies en financieringen.

Uitgangspunt 5: Proportionaliteit

Hoeveel aandacht er voor MVO moet zijn in een aanvraag hangt af van het soort project. De projectadviseur van RVO kan u hier tijdens het adviestraject bij helpen. Bij een bedrijf dat met steun van RVO een verkennende studie uitvoert in het buitenland, ligt de focus vooral op het in kaart brengen van sociale rechten, mensenrechten en milieurisico's. Dat is anders bij een bedrijf dat met steun van RVO daadwerkelijk gaat investeren in het buitenland. In dat geval ligt de nadruk op het nemen van concrete maatregelen om schending van sociale rechten en mensenrechten te voorkomen, en om milieurisico's te voorkomen.

Meer weten over MVO in het buitenland?

Neem contact met ons op

Bent u tevreden over deze pagina?