Obstakelverlichting bij windprojecten

Gepubliceerd op:
12 juni 2018
Laatst gecontroleerd op:
21 februari 2022

Voor de vliegveiligheid moeten windturbines of -parken 'obstakelverlichting' hebben. Dit is verlichting die de windturbines zichtbaar maakt voor vliegverkeer. Het uitgangspunt is op dit moment: alle windturbines met een tiphoogte hoger dan 150 meter moeten obstakelverlichting hebben. Maar omwonenden ervaren hier soms hinder van. Dit is een belangrijke bron van maatschappelijke weerstand tegen windparken.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bepaalt welke verlichting een windpark moet hebben. Hier zijn internationale ICAO-richtlijnen voor. In 2015 vonden testen plaats met het verminderen van de hoeveelheid en intensiteit van obstakelverlichting. Maar ook naar de beleving van deze aanpassingen door omwonenden. Hierop publiceerde de ILT herziene richtlijnen (informatiebladen) voor verlichting van windturbines en windparken. Op het Nederlandse vasteland en op zee. Op basis hiervan kan de lichtintensiteit van de verlichting op windturbines aangepast of vast brandend gemaakt worden.

Vast brandende verlichting

Obstakelverlichting knippert normaal gesproken. De windturbines zijn dan beter zichtbaar voor vliegverkeer: het waarschuwingseffect is groter. Inwoners in de omgeving van een windpark ervaren het knipperen vaak als onprettig. Vast brandende verlichting kan dit negatieve effect verminderen.

Dimmen van de verlichting

De verlichting is zo ingesteld dat de lampen ook bij slechte weersomstandigheden goed te zien zijn voor naderende vliegtuigen. Verlaging van de lichtintensiteit wanneer het zicht in de omgeving goed is, kan de hinder verminderen. Dit kan door sensoren op de windturbines te plaatsen die de zichtafstand meten. En de intensiteit van de obstakelverlichting aanpassen aan de weersomstandigheden. De lichtintensiteit mag tot 30% minder zijn dan de gebruikelijke hoeveelheid licht.

Minder obstakelverlichting

Niet alle windturbines in een windpark hoeven verlicht te worden. Dit geldt zolang de onderlinge afstand tussen windturbines niet meer is dan 900 meter. En de hoeken van de opstelling verlicht zijn. Deze optie (minder obstakelverlichting) mag niet worden uitgevoerd in combinatie met vast brandende verlichting. Deze mogelijkheden om obstakelverlichting te verminderen staan in de informatiebladen (juni 2020).

Naderingsdetectie bij obstakelverlichting

Het aantal windturbines en de hoogte nemen toe. Daarmee neemt ook de aandacht voor de beleving van hinder van de verlichting op de windturbines toe. De Landelijke Projectgroep Obstakelverlichting op Windparken op Land houdt zich bezig met veilige oplossingen die de beleving van hinder kunnen verminderen. Eén van die oplossingen is naderingsdetectie.

Bij naderingsdetectie schakelt de rode verlichting 's nachts alleen in als een vliegtuig in de buurt van de windturbine is. Dat kan een aanzienlijke vermindering van de verlichting opleveren. Voor naderingsdetectie zijn er verschillende technieken. Uiteraard is het bij toepassing van nieuwe technieken van groot belang dat de veiligheid voor het vliegverkeer gewaarborgd is.

Radardetectie

Sinds enkele jaren wordt op een aantal plaatsen in het buitenland gebruik gemaakt van naderingsdetectie met een radar. Er staat dan een kleine radarinstallatie in de buurt van het windpark. Na een proef met dit systeem bij Windpark Krammer in Zeeland, zijn de voorwaarden voor het gebruik van deze techniek voor Nederland in juni 2020 opgenomen in het informatieblad Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Dit informatieblad is (nog) geen formele regelgeving. Hierdoor kan de eerder genoemde ILT niet handhavend optreden. Om dit te veranderen, moeten deze regels juridisch vastgelegd zijn in wetgeving. Dit gebeurt naar verwachting in 2022. Tot die tijd werken de ministeries van IenW en EZK (Economische Zaken en Klimaat) samen met de ILT. Om naderingsdetectie met radar in de tussentijd incidenteel te gebruiken als pilot. De eerste pilot is bij Windpark Fryslân in het IJsselmeer. De radar is daar in het najaar van 2021 geïnstalleerd. We beoordelen het naderingsdetectiesysteem met een vliegtest, voordat we het systeem in gebruik nemen.

Transponderdetectie

Nieuw is naderingsdetectie met transponders. Dit gebeurt nu in Duitsland. Hierbij herkent een ontvanger bij een windpark de transponder van een vliegtuig. Wanneer dit vliegtuig het windpark buiten de daglichtperiode (in de schemer of nacht) nadert, schakelt de obstakelverlichting in. De rode obstakelverlichting kan uitgeschakeld zijn als er geen vliegtuig in de buurt van het windpark vliegt. Het transpondersysteem biedt meer voordelen dan de radardetectie. Daarom wil de Landelijke Projectgroep Obstakelverlichting op Windparken op Land deze techniek zo snel mogelijk toevoegen aan de mogelijkheden voor naderingsdetectie.

Zo’n systeem werkt alleen als vliegtuigen die onder zichtvliegvoorschriften (VFR) buiten de daglichtperiode vliegen, een transponder aan boord hebben en gebruiken. Vanaf 1 oktober 2021 is dit daarom verplicht.

Invoering transponderdetectie

Om het transpondersysteem in Nederland goed in te voeren, heeft de Landelijke Projectgroep Obstakelverlichting op Windparken op Land al enige tijd contact met Duitse partijen. Deze projectgroep stelde in het overleg van 1 juli 2021 de volgende bepalingen voor het gebruik van naderingsdetectiesystemen vast:

Deze bepalingen zijn de basis voor het gebruik van naderingsdetectie in de wettelijke regeling (in het kader van de Omgevingswet). Op 18 augustus 2021 stuurde de minister van Infrastructuur en Waterstaat hierover een kamerbrief

Er is nog een 'proof of concept' uitgevoerd om te beoordelen of de methode van een naderingsdetectiesysteem met transpondersignalen goed functioneert. En de veiligheid van de luchtvaart gewaarborgd is. Na de installatie van de nodige apparatuur bij Windpark Krammer, is er in het najaar van 2021 een vliegtest uitgevoerd. Uit deze vliegtest bleek dat het transpondersysteem veilig werkt. Daarom is besloten andere windparken ook de mogelijkheid te geven zich te melden bij de ILT. Na het melden bij de ILT kunnen deze windparken in 2022 gefaseerd starten om het gebruik van een transpondersysteem goedgekeurd te krijgen.

Meer weten?

Webinar: windturbines en luchtvaart

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?