Geluidsberekening windturbines

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 30 juli 2026

Bent u initiatiefnemer van een windpark? En wilt u nieuwe windturbines laten plaatsen? Of bestaande windturbines laten aanpassen? Dan moet u een geluidsrapport aanleveren bij uw plannen. Dat moet ook als u een milieueffectrapportage laat uitvoeren. En meestal ook bij de planologische beoordeling.

Plan MER verplicht bij 3 of meer windturbines

Let op: voor 3 of meer windturbines mogen lokale overheden windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling voor geluid, slagschaduw en veiligheid niet gebruiken zolang er geen milieubeoordeling (plan MER) is. Zie uitspraak 202003882/1/R3 - Raad van State.

Voor de meest actuele informatie over de gevolgen van deze uitspraak en antwoord op veelgestelde vragen kunt u terecht bij Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en de Helpdesk Wind op Land.

De geluidniveaus op de plek van geluidgevoelige bestemmingen worden berekend om te bepalen of een windturbine voldoet aan de grenswaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hiervoor zijn de volgende stappen nodig:

  1. bepalen van de geluidemissie van de bron (de windturbine)
  2. opstellen van een overdrachtsmodel
  3. bepalen van de geluidniveaus die optreden bij de ontvangers (Lden en Lnight)

Emissieterm bepalen

Het vaststellen van de geluidemissie van een turbine gebeurt door het bepalen van de emissieterm (LE). Het vaststellen van de LE gebeurt voor de dag-, de avond- en de nachtperiode, rekening houdend met de bedrijfsduur van de turbine.

De door de fabrikant geleverde bronsterkte (LWr) per windsnelheidsklasse wordt gecorrigeerd met het percentage van de tijd waarop deze windsnelheidsklasse gedurende het jaar voorkomt (per etmaal periode dag, avond en nacht).

De fabrikant levert meestal een certificaat bij de turbine met een opgave van de bronsterkte per octaaf of per tertsband gerelateerd aan de windsnelheid. Als de bronsterkte is gerelateerd aan een windsnelheid op 10 meter hoogte moet deze relatie worden omgerekend naar de betreffende ashoogte.

De windverdelingen zijn opgedeeld in 25 klassen. De middenwaarden van de klassen komen overeen met gehele waarden van de windsnelheid. De klassenbreedte bedraagt 1 m/s. Het vaststellen van het percentage waarop de verschillende windsnelheden gedurende het jaar voorkomen gebeurt op basis van langjarige windgegevens op ashoogte van het KNMI voor de specifieke projectlocatie. Grotere of lagere hoogtes zijn te extrapoleren via een windprofiel.

De windgegevens zijn gebaseerd op berekeningen die het KNMI in 2014 maakte voor de periode 2004 t/m 2013. Deze wordt ook gebruikt voor de SDE++ Windviewer. Meer informatie over de dataset vindt u bij het KNMI.

Met de rekentool Windsnelheid kunt u de lokale windtoestand bepalen op basis van de geografische positie van de windturbine en de hoogte van de as van de turbine ten opzichte van het maaiveld. Adviesbureau M+P Raadgevende ingenieurs heeft de rekentool ontwikkeld in opdracht van RVO en aangepast in 2018 aan de nieuwe KNMI winddata 2004 - 2013. De rekentool wordt sinds 2019 beheerd door RIVM/IPLO.

De geluidemissie kan richtingsafhankelijk zijn. Standaard rekenen we echter met de bronsterkte in de meest relevante benedenwindse richting. Dit kan een geringe overschatting opleveren van de optredende geluidniveaus.

Overdrachtsberekening

Voor de overdrachtsberekening is het rekenvoorschrift in bijlage IVi van de omgevingsregeling van toepassing. Dit zijn de belangrijkste parameters die in het rekenmodel worden ingevoerd:

  • Bodemreflecties: voor de bodem in de omgeving van de turbines (+/- 1 km) worden absorptiewaarden ingevoerd. Op een ‘hardere bodem’ (verhard oppervlak, water) draagt geluid verder en is de bodemfactor laag.
  • Meteocorrectie: omdat de overheersende windrichting zuidwestelijk is, zijn de geluidniveaus in noordoostelijke richting iets hoger. Dit effect is in het rekenvoorschrift verwerkt met een richtingafhankelijke meteocorrectie. De invloed van dit effect is tot een afstand van 1 km echter verwaarloosbaar klein.
  • Reflectie of afscherming door objecten: als rondom een geluidgevoelige bestemming andere gebouwen (zoals schuren of loodsen) aanwezig zijn, kan reflectie of afscherming van geluid door deze gebouwen een rol spelen. Deze gebouwen zijn dan in het model in te voeren als reflecterende en afschermende objecten.
  • Beoordelingshoogte: het windturbinegeluid wordt beoordeeld op de hoogte voor de gevel waar het hoogste geluidniveau optreedt. Voor een woning met 2 woonlagen is +5 meter boven het maaiveld de standaardhoogte.

Bepaling van de Lden en geluidcontouren

Met het rekenmodel zijn tot slot de geluidcontouren op kaart te vervaardigen. Ook is het niveau van het invallende geluid op gevoelige objecten of terreinen te bepalen, weergegeven in een Lden- en Lnight-waarde.

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Uitgelicht

Laatste nieuws over Klimaat & Energie

Evenementen over Klimaat & Energie

Elektriciteitsnet overbelast?

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven en mailings. Bepaal zelf welke onderwerpen u interessant vindt.