Open voor aanvragen

Circulaire economie en MIA\Vamil

Gepubliceerd op:
7 oktober 2013
Laatst gecontroleerd op:
4 juli 2022

In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Investeert u in bedrijfsmiddelen die de circulaire economie bevorderen? Dan komt uw investering mogelijk in aanmerking voor de MIA\Vamil. Hiermee krijgt u fiscaal voordeel dat netto kan oplopen tot ruim 14% van de investeringskosten.

U komt voor de MIA\Vamil in aanmerking als het bedrijfsmiddel waarin u investeert op de Milieulijst staat. En als deze voldoet aan de daarin gestelde voorwaarden. In de online zoektool kunt u zoeken of het bedrijfsmiddel op de Milieulijst 2022 staat. Op de webpagina van deze zoektool vindt u ook een brochure met daarin de Milieulijst.

Zoek in de online in de Milieulijst

Hoofdstuk 1 'Grondstoffen- en watergebruik' van de Milieulijst richt zich op investeringen die een circulaire economie bevorderen. Met name in de volgende industriële takken: maakindustrie, consumptiegoederen en kunststoffen. Ook in andere hoofdstukken zijn bedrijfsmiddelen opgenomen die bijdragen aan de circulaire economie. Zoals hoofdstuk 2 'Voedselvoorziening en landbouwproductie', hoofdstuk 4 'Klimaat en lucht' en hoofdstuk 6 'Gebouwde omgeving'. Deze bedrijfsmiddelen herkent u aan het blauwe CE-logo in de Milieulijst.

In de Praktijkverhalen leest u ervaringen van ondernemers die met behulp van de MIA\Vamil geïnvesteerd hebben in minder milieubelastende bedrijfsmiddelen, waaronder ook circulaire bedrijfsmiddelen.

R-ladder en circulariteit

In een circulaire economie gebruiken we zo weinig mogelijk (niet-hernieuwbare) grondstoffen en gebruiken we producten langer. We hergebruiken (delen van) producten en gebruiken afval als grondstof voor nieuwe producten.

De MIA\Vamil stimuleert daar waar mogelijk bedrijfsmiddelen die aan deze doelen bijdragen. De MIA\Vamil is niet gericht op bedrijfsmiddelen die zich uitsluitend richten op energieterugwinning uit materialen (Recover).

In onderstaande R-ladder ziet u hoe u kunt bijdragen aan een circulaire economie. Hoe hoger een strategie op deze R-ladder staat, hoe circulairder de strategie is. R1 is de hoogste trede.

Het eerste hoofdstuk van de Milieulijst sluit aan op deze R-ladder. De volgende paragraafindeling wordt gehanteerd. 

  1. Biobased economy
  2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)
  3. Levensduur verlengen (reuse)
  4. Recycling (recycle)
  5. Toepassen van recyclaat (recycle)
  6. Betere afvalscheiding (recycle)
  7. Voorkomen van emissies uit afvalstromen

Het tweede cijfer van een bedrijfsmiddelcode verwijst naar de paragraaf uit het betreffende hoofdstuk.

Biobased Economy

In een Biobased Economy (BBE) worden fossiele grondstoffen vervangen voor biomassa als grondstof. BBE heeft een belangrijke plaats in de circulaire economie. Ook in een biobased economie gaat het over het sluiten van de kringlopen, waarbij afval niet bestaat.

De meeste BBE-bedrijfsmiddelen vindt u in paragraaf 1.1 van de Milieulijst. Biomassa in de landbouw, zoals bedrijfsmiddelen met betrekking tot de eiwittransitie vindt u in hoofdstuk 2 van de Milieulijst en biomassa in de bouw, zoals bouwmaterialen en diverse interieurproducten in hoofdstuk 6.

Rethink / Reduce

Als u het verbruik van grondstoffen wilt verminderen, kunt u denken aan het verwaarden van reststromen, efficiënter produceren door meet- en regeltechniek, kringloopsluiting, levensduurverlenging van producten en een diensteneconomie. Veel bedrijfsmiddelen die dit bevorderen kunt u vinden in paragraaf 1.2 van de Milieulijst. Hieronder vindt u daarvan enkele voorbeelden:

Grondstofbesparende productieprocesssen

De codes F 1200 en A 1201 zijn bedoeld voor investeringen waarmee (substantieel) minder grondstoffen worden verbruikt dan gangbaar is voor de betreffende toepassing.  Code F 1200 is gericht op de toepassing van nieuwe en innovatieve productieapparatuur met een voor Nederland nieuw werkingsprincipe. Toepassing van bestaande productietechnieken die leiden tot efficiëntere productieprocessen en een lager grondstoffengebruik, zoals betere meet- en regeltechniek en spuitgietmachines, meldt u onder code A 1201.

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Onder code B 1202 kunt u industriële apparatuur melden die geen productieapparatuur is, maar wel leidt tot een lager grondstofgebruik tijdens het gebruik hiervan. Een voorbeeld hiervan is apparatuur voor reinigingsprocessen die minder chemicaliën gebruikt dan gangbaar is in dit soort processen.
 

Refurbish / Remanufacture / Repurpose

Voor het hergebruiken van grondstoffen of (onderdelen van) producten is het van belang dat u in de ontwerp- en productiefase rekening houdt met hergebruik of recyclebaarheid. In paragraaf 1.2 en 1.3 van de Milieulijst vindt u bedrijfsmiddelen die hieraan bijdragen. Denk dan aan:

  • apparatuur voor duurzamere producten;
  • het terugnemen van producten voor refurbishen of hergebruik;
  • de productie van nieuwe bedrijfsmiddelen die geproduceerd zijn uit hergebruikt materiaal.

Enkele voorbeelden staan hieronder.

Productie van duurzamere producten

Wanneer u investeert in het maken van producten die gemakkelijker kunnen worden hergebruikt of gerecycled, komt deze investering mogelijk in aanmerking onder code F 1203 of A 1204.

  • Garandeert u als producent dat u het product na de gebruiksfase terugneemt om deze (gedeeltelijk) te hergebruiken of recyclen? Dan kunt u gebruik maken van code F 1203.
  • Geeft u deze garantie niet? Dan kunt u gebruik maken van code A 1204.

Het aanpassen van productieapparatuur voor verpakkingen, gericht op het produceren van beter recyclebare verpakkingen, kunt u melden onder code F 1260 en A 1261.

Hergebruik van (onderdelen van) producten

Investeert u in een bedrijfsmiddel waarmee u onderdelen of grondstoffen terugwint door demontage van producten na de gebruiksfase, bijvoorbeeld een robot die mobiele telefoons uit elkaar haalt en de onderdelen sorteert? Dan kunt u gebruikmaken van code F 1301.

Maakt u een product op basis van onderdelen van gebruikte producten? Of brengt u een bestaand product terug tot  nieuwstaat of beter (waarbij garantie wordt verleend op het opgeknapte of verbeterde product?  Dan kunt u gebruikmaken van code F 1300. Hergebruik van verpakkingen meldt u onder F 1305 en F 1306.

Circulaire producten

Naast codes voor productie(apparatuur) zijn er verschillende codes die u kunt gebruiken voor circulaire producten. Zie bijvoorbeeld paragraaf 6.2 voor circulaire bouwproducten en paragraaf 6.3 voor duurzame interieurproducten.

Recycling

In paragraaf 1.4, 1.5 en 1.6 van de Milieulijst 2022 vindt u bedrijfsmiddelen gericht op het recyclen van afval tot grondstoffen, toepassen van gerecyclede grondstoffen tijdens productieprocessen of het inzamelen en nascheiden van afval. Enkele voorbeelden:

Mechanische recycling

Code F 1400 en A 1401 gaat over bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift. Hieronder kunnen bedrijfsmiddelen worden gemeld voor het recyclen van afval tot een grondstof, onder de voorwaarde dat de investering verder gaat dan wat gebruikelijk is in de branche. Verder gelden aanvullende eisen zoals omschreven in paragraaf 2b. Investeringen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar komen niet in aanmerking.

Chemische recycling

Mechanische recycling verdient de voorkeur boven chemische recycling. Echter, mechanische recycling is niet altijd mogelijk. In situaties waarin chemische recycling milieuvriendelijker is dan mechanische recycling kunt u mogelijk een beroep doen op code F 1409 (of eventueel F 1461). Deze code betreft een bedrijfsmiddel met een doelvoorschrift. Wanneer sprake is van recycling van afval dat ook mechanisch gerecycled kan worden, moet u met een levenscyclusanalyse (LCA) aantonen dat chemische recycling milieuvriendelijker is.

Verwerken van teruggewonnen grondstoffen

Investeringen in het toepassen van recyclaat in (onderdelen van) nieuwe producten, kunt u melden voor bijvoorbeeld code A 1500 of  F 1565 als het specifiek gaat om de verwerking van rubbergranulaat.

Afvalinzameling - en scheiding

In paragraaf 1.6 van de Milieulijst vindt u bedrijfsmiddelen gericht op het gescheiden inzamelen of nascheiden van afval. Deze bedrijfsmiddelen zijn gericht op meer of betere monostromen, wat leidt tot meer en betere recycling. Monostromen zijn afvalstromen die bestaan uit één materiaalsoort of één type product.

Detectie en vervangen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

ZZS hebben een remmende werking op de circulaire economie door de eis dat recyclaat 0% van deze stoffen mag bevatten. De Milieulijst voorziet hierin door apparatuur voor het detecteren en het vervangen en afscheiden van deze ZZS te stimuleren. Zie hiervoor paragraaf 1.7 van de Milieulijst.

Bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift

Een aantal bedrijfsmiddelen voor de circulaire economie zijn zogenoemde bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift. Deze bedrijfsmiddelen en de aanvullende eisen die daarvoor gelden, zijn opgenomen in paragraaf 2b van de Milieulijst. De belangrijkste eis is dat een aanzienlijk betere milieuprestatie wordt behaald dan wat gangbaar is in de branche. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is hier meestal richtinggevend.

Kijk voor meer informatie hierover op de pagina Voorwaarden bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift. Wilt u vooraf advies over de mogelijkheden binnen een doelvoorschriftcode op de Milieulijst? Maak dan gebruik van dit contactformulier.

Meer weten?

  • Het Versnellingshuis Nederland Circulair! ondersteunt ondernemers die hun onderneming circulair willen maken.
  • De CIRCO-methodiek biedt mkb’ers handvatten om hun product en/of dienst en businessmodel circulair te ontwerpen.
  • De KIDV Recyclecheck voor verpakkingen geeft richting aan het beter recyclebaar maken van uw verpakking (flexibel en vormvast kunststof).
  • Bekijk de pagina's over gebouwde omgeving, landbouw en industrie als u meer wilt weten over de CE-mogelijkheden van de MIA\Vamil binnen deze sectoren.
  • Naast MIA\Vamil wordt de circulaire economie ook gestimuleerd met andere RVO-regelingen, zoals bijvoorbeeld Subsidie Circulaire ketenprojecten, Demonstratie Energie-en Klimaatinnovatie (DEI+) (pilot- en demonstratieprojecten) en Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI).

Vragen over de MIA\Vamil?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Bent u tevreden over deze pagina?