Voorwaarden MIA\Vamil

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 2 juli 2026

Wilt u gebruikmaken van het belastingvoordeel van de MIA\Vamil voor uw milieuvriendelijke investering? Op deze pagina leest u aan welke voorwaarden u moet voldoen. U leest ook voor welke investeringskosten u aanvraagt. En met welke zaken u rekening houdt als u ook andere overheidssteun voor uw investering ontvangt.

Voor wie?

U komt mogelijk in aanmerking voor MIA\Vamil als u:

  • Ondernemer bent in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of op één van de BES-eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
  • Inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt.
  • Investeert in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel dat aan onderstaande eisen voldoet.

Aan welke eisen moet uw aanvraag voldoen?

U komt in aanmerking voor MIA\Vamil als u investeert in een bedrijfsmiddel dat:

  • Op de Milieulijst staat. Wij passen deze lijst elk jaar aan. Gebruik voor uw aanvraag de lijst die geldt op de dag dat u de koopovereenkomst tekent of de bestelling plaatst.
  • Voldoet aan de eisen van het bedrijfsmiddel waar uw investering onder valt. Denk bijvoorbeeld aan vergunningen of certificaten die u nodig heeft. De eisen staan in de omschrijving van het bedrijfsmiddel in de Milieulijst.
  • Niet eerder gebruikt is. U kunt voor een tweedehands bedrijfsmiddel geen MIA\Vamil aanvragen, maar wel voor montage- en installatiekosten. Investeert u in een (land)voertuig, zoals bedoeld door de Belastingdienst? Dan zien wij het als fiscaal nieuw als:
    • het korter dan 6 maanden is gebruikt;
    • het maximaal 6.000 kilometer heeft gereden.

Het investeringsbedrag dat in aanmerking komt is:

  • minimaal € 2.500 per aanvraag;
  • maximaal € 25 miljoen per jaar;
  • maximaal € 25 miljoen per bedrijfsmiddel, behalve als volgens de omschrijving van het bedrijfsmiddel een lager maximumbedrag geldt.

Voorwaarde is dat u uw aanvraag indient binnen 3 maanden nadat u de koopovereenkomst heeft getekend of de bestelling hebt geplaatst. Lees hier meer over de indieningstermijnen.

Voor welke kosten krijgt u investeringsaftrek?

In de omschrijving van uw bedrijfsmiddel op de Milieulijst staat voor welke kosten u MIA\Vamil kunt aanvragen:

Aanschafkosten

Aanschafkosten zijn de kosten van de aanschaf van een bedrijfsmiddel bij een leverancier. Dit bedrijfsmiddel staat op de Milieulijst. Kosten die hieronder vallen, zijn:

  • aanschafprijs;
  • aankoopkosten, zoals transportkosten, invoerrechten en notariskosten; 
  • kosten voor het bedrijfsklaar laten maken van een bedrijfsmiddel, zoals installatie- en montagekosten.

Voortbrengingskosten

Voortbrengingskosten zijn kosten voor het in eigen beheer maken, samenstellen, of het zelf bedrijfsklaar maken (monteren/installeren) van het bedrijfsmiddel waarin u investeert. Dit bedrijfsmiddel staat op de Milieulijst. Kosten die hieronder vallen, zijn:

  • arbeidskosten (loon en overhead) van eigen of ingehuurde medewerkers;
  • kosten voor materialen uit eigen magazijn;
  • kosten voor onderdelen bij meerdere leveranciers die u zelf koopt en installeert.

Milieu-advieskosten

Doet u eerst onderzoek naar de invloed van uw bedrijfsvoering op het milieu? En wilt u daarna investeren in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel? Dan kunt u de kosten voor zo'n onderzoek en advies onder bepaalde voorwaarden meenemen in het totale aanvraagbedrag. Milieu- en advieskosten vraagt u altijd aan in combinatie met aanschafkosten en/of voortbrengingskosten. 

Het onderzoek of advies moet aan een aantal eisen voldoen:

  • Het beschrijft de mogelijkheden voor vermindering van CO2-uitstoot en/of het besparen van grondstoffen in bestaande en toekomstige activiteiten.
  • Het gaat over een bestaand proces dat uw onderneming beheert.
  • Het kijkt naar mogelijkheden voor het ontwikkelen en aanpassen van processen en/of producten.
  • Het geeft een overzicht van de belangrijkste grond- en hulpstoffen, en van de CO2-uitstoot van het proces.
  • Het onderzoek heeft een gespecificeerde opgave van alternatieve, economisch toepasbare technieken en methoden om de meest relevante milieubelasting te verminderen. Deze opgave moet ook de omvang van de vermindering van de milieubelasting benoemen.

In de volgende situaties mag u milieu-advieskosten in uw aanvraag meenemen:

  • Uw onderneming behoort tot het midden- en kleinbedrijf (mkb). Wilt u zeker weten of uw bedrijf een mkb-bedrijf is? Dan kunt u een mkb-verklaring aanvragen.
  • Uw milieu-investering vindt plaats binnen 24 maanden na het moment waarop u opdracht tot het advies gaf.
  • Het advies beveelt uw milieu-investering aan.

In de volgende situaties mag u geen milieu-advieskosten in uw aanvraag meenemen:

  • U schrijft de kosten van het advies al toe aan andere milieu-investeringen.
  • Het gaat om advies binnen uw eigen onderneming.

Overige kosten

  • Kosten voor onderdelen die technisch noodzakelijk zijn voor, en uitsluitend dienstbaar zijn aan het bedrijfsmiddel. En die daarom geen zelfstandige betekenis hebben. Voorbeelden hiervan zijn: leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur;
  • Kosten voor certificaten en meetrapporten als u die nodig heeft volgens de omschrijving van het bedrijfsmiddel op de Milieulijst.
  • Kosten voor het aanpassen/verbeteren van een bedrijfsmiddel. Maar alleen als het 'aangepaste bedrijfsmiddel' voldoet aan de eisen van de Milieulijst. En een verbetering van het milieu of dierenwelzijn oplevert.
  • Kosten voor het vervangen van een versleten of defect bedrijfsmiddel. Maar alleen als dit een verbetering van het milieu of van het dierenwelzijn oplevert. Dit betekent dat de vervanging van een apparaat of een onderdeel van een apparaat moet leiden tot een verlaging van de emissie, een vergroting van de waterbesparing, afvalpreventie of dierenwelzijn.

Lees meer over wanneer u hiervoor MIA\Vamil aanvraagt op MIA\Vamil aanvragen.

Voor welke kosten krijgt u geen investeringsaftrek?

U krijgt geen aftrek voor kosten voor:

  • onderhoud
  • grond
  • vaartuigen voor representatieve doeleinden
  • dieren
  • financiële posten zoals effecten, vorderingen en goodwill
  • officiële toestemmingen zoals vergunningen, ontheffingen en concessies

Extra voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift

Het kan zijn dat u investeert in een innovatieve milieutechniek die de Milieulijst niet specifiek omschrijft. Dan valt uw investering mogelijk onder één van de bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift. Deze bedrijfsmiddelen hebben een algemenere omschrijving op de Milieulijst. Dit biedt meer ruimte om zelf te bepalen hoe u een milieudoel bereikt. Een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift moet een veel groter milieuvoordeel hebben vergeleken met een investering in een bedrijfsmiddel dat voor dezelfde toepassing gebruikelijk is (referentie-investering).

Investeert u in een bedrijfsmiddel met een doelvoorschrift? Let dan op de onderstaande extra voorwaarden:

  • U moet kunnen bewijzen dat het bedrijfsmiddel een veel betere milieuprestatie heeft vergeleken met het bedrijfsmiddel van de referentie-investering.
  • Soms geldt ook een minimale terugverdientijd van 3 jaar, vergeleken met het bedrijfsmiddel van de referentie-investering. Dit staat dan in de omschrijving op de Milieulijst.
  • Komt uw investering overeen met een bedrijfsmiddel met middelvoorschrift? Dan moet u de investering daaronder aanvragen.

Bekijk alle voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Wat bedoelen wij met de referentie-investering?

Bij een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift vergelijkt u de investering in uw bedrijfsmiddel of techniek met een referentie-investering. Dit is een investering in een ander bedrijfsmiddel of techniek dat voor dezelfde bedrijfstoepassing gebruikelijk is, maar minder milieuvoordeel heeft.

Onze uitgangspunten daarbij zijn:

  • Het milieuvoordeel moet verder gaan dan de referentie-investering én het minimale niveau van milieubescherming vanuit wet- en regelgeving.
  • Uw investering heeft een meerprijs vergeleken met de referentie-investering.
  • Uw bestaande situatie (het bedrijfsmiddel of de techniek die u gebruikte vóórdat u de investering deed) telt bijna nooit als referentie-investering. Dat is namelijk vaak een investering die u jaren geleden heeft gedaan, en is daarmee verouderd. Inmiddels zijn er vaak nieuwe of verbeterde technieken op de markt. Vergelijk daarom uw investering met een andere investering die op dit moment gebruikelijk is in de markt, maar minder milieuvoordeel heeft dan uw investering.

Hoe bereken ik de terugverdientijd vergeleken met de referentie-investering?

Een milieuvriendelijker bedrijfsmiddel is vaak duurder en kent een langere terugverdientijd dan de referentie-investering. Daarom geldt voor een aantal bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift een minimale terugverdientijd van 3 jaar. U baseert de terugverdientijd op:

  1. De meerprijs. Dit zijn de meerkosten die u maakt voor de extra milieuprestatie, vergeleken met de referentie-investering. Voorbeelden van kosten die u hierin mag meenemen zijn kosten voor onderzoek, opleiding en certificering.
  2. De extra jaarlijkse operationele baten, vergeleken met de referentie-investering. Voorbeelden van operationele baten zijn lagere kosten voor grondstoffen, energie, stort en arbeid.
  3. De extra jaarlijkse operationele lasten, vergeleken met de referentie-investering. Financieringslasten en afschrijving vallen hier niet onder. Voorbeelden van operationele lasten zijn hogere kosten voor onderhoud of energie.

De terugverdientijd berekent u met de volgende formule:

meerprijs (1) / (extra baten (2) - extra lasten (3))

Rekenvoorbeeld

De meerprijs is € 90.000 en het saldo van de extra baten (€ 87.650) en extra lasten (€ 60.000) is € 27.650. 

Dan is de terugverdientijd dus 90.000 / 27.650 = 3,3 jaar.

Advies over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift?

Wilt u advies over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift? Maak dan gebruik van ons contactformulier.

Ontvangt u al subsidie?

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Kreeg u voor uw investeringskosten al investeringsaftrek via de energie-investeringsaftrek (EIA)? Dan krijgt u voor dezelfde investeringskosten geen aftrek van de MIA. U kunt hiervoor nog wel investeringsaftrek via de Vamil krijgen. 

Andere subsidies

Krijgt u al een andere subsidie voor hetzelfde bedrijfsmiddel als waarvoor u MIA\Vamil wilt aanvragen? Dan moet u die subsidie aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Bij exploitatiesubsidies hoeft dit niet.

Beperkingen staatssteun

Het belastingvoordeel dat u heeft door MIA\Vamil wordt gezien als staatssteun. De totale steun (het belastingvoordeel vanuit MIA\Vamil plus andere subsidies) die u ontvangt mag niet te hoog zijn. De Europese Comissie heeft hiervoor grenzen bepaald. De maximumbedragen staan in de Groepsvrijstellingsverordeningen.

In het aanvraagformulier van MIA\Vamil moet u verklaren dat de totale staatssteun die u ontvangt binnen die grenzen blijft. Als u meer ontvangt, dan moet u dit bedrag inclusief wettelijke rente mogelijk terugbetalen. Vul het stroomschema in om erachter te komen of u bij uw aanvraag te maken krijgt met deze grenzen. Aan dit stroomschema kunt u geen rechten ontlenen.

Wij beperken het risico op overschrijding van staatssteungrenzen door bij bepaalde bedrijfsmiddelen een maximaal investeringsbedrag op te nemen in de Milieulijst. Dit maximale bedrag staat omschreven als:

  • een maximaal bedrag waarvoor u investeringsaftrek krijgt (eventueel ook per eenheid);
  • of een maximaal percentage van het investeringsbedrag waarvoor u investeringsaftrek krijgt.

U mag de investeringsaftrek in uw belastingaangifte dan alleen toepassen op dat deel van het geïnvesteerde bedrag.

Publicatieplicht bij grote bedragen

De Europese Commissie vindt transparantie belangrijk voor een juiste toepassing van staatssteunregels. Daarom geldt vanaf bepaalde bedragen een publicatieplicht. 

Komt uw steunbedrag boven de €100.000 uit? Of komt uw steunbedrag boven de €10.000 uit voor de landbouw- of visserijsector? Dan krijgt u te maken met deze publicatieplicht. Lees hier meer over de publicatieplicht.

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat