Categorie 3: Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
Werkt u als melkveehouder of akkerbouwer in en rond een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied? En wilt u minder intensief verbouwen of minder melkvee houden op uw bedrijf (extensiveren)? Dan kunt u in een samenwerkingsverband subsidie aanvragen. Deze subsidie is onderdeel van de regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.

Hoogte subsidie en aanvraagperiode
Voor wie?
Deze subsidie is voor samenwerkingsverbanden. Hierin werken agrariërs samen met bijvoorbeeld andere agrariërs, agrarische collectieven en natuurorganisaties. Overheden kunnen geen onderdeel zijn van het samenwerkingsverband. In het samenwerkingsverband zit in ieder geval één agrariër.
Om welke gebieden gaat het?
Minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband liggen binnen een Natura 2000-overgangsgebied. Het gebied heeft een oppervlakte van minstens 200 hectare. Ook elke melkveehouderij of elk akkerbouwbedrijf ligt voor minimaal 50% binnen het Natura 2000-overgangsgebied.
Natura 2000-overgangsgebieden zijn gebieden die in bijlage 2 van de regelingstekst staan. Deze gebieden liggen tot 2.500 meter rondom een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.
Waarvoor krijgt u subsidie?
U krijgt elk jaar subsidie voor extensivering van uw melkveehouderij of akkerbouwbedrijf bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. U kunt ook subsidie krijgen voor de kosten die u maakt tijdens de uitvoering van het project.
Melkveehouderijbedrijven
U krijgt subsidie door het productie- en bemestingsvolume te verlagen op uw bedrijf. Ook gebruikt u geen stikstofhoudende kunstmest. U vermindert de stikstofuitstoot van uw bedrijf tot maximaal 100 of 150 kilogram stikstofdierexcretie per hectare. Dit doet u het liefst in combinatie met de verlengde weidegang volgens de eco-regeling.
Akkerbouwbedrijven
U krijgt subsidie door het bemestingsvolume te verlagen op uw bedrijf en minimaal 50% rustgewassen-plus op uw bouwland te telen. U vermindert de stikstofbemesting op uw bedrijf tot maximaal 100 of 150 kilogram per hectare.
Voor welke kosten krijgt u subsidie?
Voor verschillende kosten kunt u subsidie krijgen. Dit zijn de subsidiabele kosten. U krijgt subsidie voor kosten die u hiervoor maakt:
- uitwerken van het plan
- maken, begeleiden, uitvoeren en uitwerken van bedrijfsplannen
- uitvoeren van communicatie
- maken van rapportages
- uitvoeren van beheermaatregelen, namelijk het extensiveren van uw bedrijf
Voor deze regeling geldt een subsidiepercentage van 100%. Alleen de samenwerkings- en coördinatiekosten mogen samen niet meer dan 25% van de totale subsidie zijn. Dit zorgt ervoor dat u minstens 75% van de subsidiabele kosten maakt voor het uitvoeren van de regeling.
Waarvoor krijgt u een vergoeding bij extensiveringsmaatregelen?
U krijgt hiervoor een beheervergoeding:
- Extensivering van uw melkveehouderijbedrijf naar 100 kg stikstofdierexcretie.
- Extensivering van uw melkveehouderijbedrijf naar 150 kg stikstofdierexcretie.
- Extensivering van uw akkerbouwbedrijf. Het bemestingsvolume is maximaal 100 kg stikstof per hectare landbouwareaal gemiddeld per bedrijf.
- Extensivering van uw akkerbouwbedrijf. Het bemestingsvolume is maximaal 150 kg stikstof per hectare landbouwareaal gemiddeld per bedrijf.
Vraagt uw akkerbouwbedrijf ook de eco-activiteit rustgewassen aan? Dan verminderen we de bovenstaande vergoedingen met € 105 per hectare.
Hogere vergoeding akkerbouwbedrijf
Gebruikt u alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen of middelen van de Skal-inputlijst? Dan kunt u een hogere subsidie krijgen.
Beheervergoedingen
| Extensiveren melkveehouderijbedrijf | Vergoeding |
|---|---|
| Maximaal 150 kg stikstofdierexcretie gemiddeld per hectare per bedrijf | € 1.680 per hectare per jaar |
| Maximaal 100 kg stikstofdierexcretie gemiddeld per hectare per bedrijf | € 2.430 per hectare per jaar |
| Extensiveren akkerbouwbedrijf | Vergoeding |
|---|---|
| Maximaal 150 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf | € 375 per hectare per jaar |
| Maximaal 100 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf | € 1.020 per hectare per jaar |
| Maximaal 150 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf en wanneer u de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen gebruikt | € 2.675 per hectare per jaar |
| Maximaal 100 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf en wanneer u de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen gebruikt | € 3.130 per hectare per jaar |
Subsidiabele kosten
Voor deze regeling geldt een subsidiepercentage van 100%. De subsidiabele kosten worden dus 100% vergoed.
U krijgt subsidie voor de kosten die u maakt tijdens het:
- coördineren van de samenwerking en het maken van (bedrijfs)plannen;
- begeleiden, uitvoeren en uitwerken van (bedrijfs)plannen;
- uitvoeren van communicatie;
- maken van rapportages;
- extensiveren.
De kosten van de eerste 4 punten hierboven mogen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten zijn. Hierdoor besteedt uw samenwerkingsverband minstens 75% van de subsidiabele kosten aan het extensiveren zelf.
Kosten van derden en arbeidskosten
Kosten van derden zijn kosten voor bijvoorbeeld coördinatie en communicatie door externe partijen. Hiervoor levert u offertes aan.
Arbeidskosten bestaan uit een vast (forfaitair) bedrag. Dit forfaitair bedrag wordt berekend op het totale bedrag van kosten van derden. Het gaat om 23% bovenop de kosten die u declareert. U hoeft hiervoor geen onderbouwing aan te leveren. Dit noemen we Vereenvoudigde kostenoptie (VKO). Hoe de berekening werkt, leggen we uit op Vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor GLB-subsidies.
Hoe verdelen we het budget?
Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt elk project op een aantal onderdelen. Dit zijn selectiecriteria. Het budget verdelen we onder de aanvragers die hier het hoogst op scoren. De wegingsfactor geeft aan hoe vaak de punten meetellen in het totale puntenaantal.
| Selectiecriterium | Punten te scoren | Wegingsfactor | Maximaal |
|---|---|---|---|
| Effectiviteit | 1 tot en met 5 | 4 | 20 |
| Haalbaarheid | 1 tot en met 5 | 1 | 5 |
| Efficiëntie | 1 tot en met 5 | 1 | 5 |
| Urgentie | 1 tot en met 5 | 1 | 5 |
| Totaal | 35 |
Het maximale aantal punten dat u kunt scoren, is 35. Voor effectiviteit moet u minimaal 2,5 punten krijgen. In totaal moet u voor deze subsidie minimaal 21 punten krijgen.
Meer weten over de selectiecriteria? In de regelingstekst vindt u aan welke eisen u precies moet voldoen.
Voorwaarden
Wilt u deze subsidie aanvragen? Dan moet u voldoen aan een aantal voorwaarden.
Voorwaarden samenwerkingsverband
Het samenwerkingsverband moet voldoen aan deze voorwaarden:
- De percelen van uw project zijn bij elkaar minimaal 200 hectare groot.
- Minimaal 50% van de percelen van uw project ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied.
- Een melkveehouderij of akkerbouwbedrijf kan aan maximaal één samenwerkingsverband dat deze subsidie aanvraagt meedoen.
In het stappenplan in de toelichting van de regelingstekst staan de voorwaarden per fase van uw project en per beheeractiviteit.
Voorwaarden melkveehouder
Wilt u deze subsidie aanvragen en heeft u een melkveehouderij? Dan moet u voldoen aan een aantal voorwaarden:
- Met uw project vermindert u de stikstofuitstoot van uw melkveehouderij tot maximaal gemiddeld 100 of 150 kg stikstofdierexcretie per hectare.
- De gemiddelde stikstofdierexcretie is minimaal 5% lager dan in het referentiejaar. Het referentiejaar is 2025.
- De gemiddelde hoeveelheid stikstofmest die u per jaar gebruikt (stikstofbemesting) is minimaal 10% lager dan in het referentiejaar 2025.
- U heeft minimaal 80% aan grasland op landbouwareaal.
- Minimaal 70% van de stikstofdierexcretie komt van melk- en kalfkoeien.
- De gemiddelde stikstofdierexcretie van het bedrijf is minimaal 50 kilogram stikstof per hectare.
- Minimaal 50% van het landbouwareaal van het bedrijf ligt binnen Natura 2000-overgangsgebieden.
- Alle landbouwpercelen van het bedrijf moeten meedoen met extensiveren.
- Een melkveehouderij mag niet tegelijkertijd met een samenwerkingsverband in Categorie 2 ook extensiveren.
Voorwaarden akkerbouwer
Wilt u deze subsidie aanvragen en heeft u een akkerbouwbedrijf? Dan moet u voldoen aan een aantal voorwaarden:
- Met uw project vermindert u de stikstofuitstoot van uw akkerbouwbedrijf tot maximaal gemiddeld 100 of 150 kg stikstofbemesting per hectare.
- De gemiddelde stikstofdierexcretie van het bedrijf mag niet meer dan 50 kilogram stikstof per hectare zijn.
- Maximaal 20% van het landbouwareaal mag blijvende teelt of blijvend grasland zijn. Behalve voedselbos (gewascode 1940), want dat mag tot een hoger percentage (meer dan 20%) aanwezig zijn.
- Minimaal 50% van het bouwland van het akkerbouwbedrijf in het betreffende kalenderjaar is een rustgewasplus als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
- Minimaal 50% van het landbouwareaal van het bedrijf ligt binnen Natura 2000-overgangsgebieden.
- Alle landbouwpercelen van het bedrijf moeten meedoen met het extensiveren.
- De gemiddelde hoeveelheid stikstofmest die u per jaar wilt gebruiken (stikstofbemesting) is minimaal 10% lager dan in het referentiejaar. Het referentiejaar is 2025.
Meer informatie over de voorwaarden voor vergoeding voor de beheermaatregel extensivering vindt u in de regelingstekst en toelichting. In de toelichting staat een stappenplan met de voorwaarden per type bedrijf en beheermaatregel.
Uw aanvraag voorbereiden
Voordat u uw aanvraag doet, regelt u een aantal zaken.
Met uw aanvraag stuurt u onder andere deze verplichte bijlagen mee:
- projectplan (format)
- begroting (format)
- onderbouwing van de begroting
- samenwerkingsovereenkomst van samenwerkingsverband (format)
- berekening van de huidige dierexcretie (format)
- voor melkveehouderijen: de berekening van de beoogde dierexcretie
- beschrijving omgevingseffecten
- digitale omgevingskaart (vanuit OJB)
- afstemming regionale overheden en gebiedspartijen
- berekening van de stikstofbemesting in het referentiejaar (2025)
- berekening van de stikstofbemesting na uitvoeren van het project
Vraagt u aan als akkerbouwer? En gebruikt u alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen of middelen van de Skal-inputlijst? Voeg dan een gewasbeschermingsmonitor toe met informatie over uw gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Voor sommige bijlagen gebruikt u onze formats. Deze vindt u binnenkort op deze pagina.
Voor de aanvraag registreert u ook uw percelen en de activiteiten die u wilt uitvoeren. U doet dit in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB).
U vult OJB in voordat u uw aanvraag via Mijn RVO opstart. In uw subsidieaanvraag kunt u de ingevulde gegevens van OJB ophalen. De gegevens worden hierna automatisch overgenomen en de aangevraagde subsidie wordt berekend.
Gegevens wijzigen
Krijgt u een melding in het aanvraagformulier tijdens uw subsidieaanvraag? Dan is het belangrijk hiernaar te kijken. Het is dan nog mogelijk gegevens te wijzigen. Wilt u iets aanpassen aan de percelen of maatregelen in uw aanvraag? Ga dan terug naar OJB. Voer daar uw wijzigingen door en stuur de opgave opnieuw in. U kunt daarna verder met uw aanvraag.
Wilt u als penvoerder in een samenwerkingsverband een aanvraag doen? Dan moet de penvoerder door iedere deelnemer gemachtigd zijn. Op Mijn RVO kiest u dan voor Penvoerder > Machtigen.
De penvoerder vraagt de subsidie aan namens een samenwerkingsverband. De penvoerder kan ook OJB invullen voor het samenwerkingsverband. Hoe u de penvoerder machtigt, leest u op Penvoerder in een samenwerkingsverband.
Wilt u iemand anders uw aanvraag laten doen? Bijvoorbeeld uw agrarisch adviseur? Vraag dan eerst een machtiging aan. Op Mijn RVO kiest u voor Mijn machtigingen Mijn RVO > Registreren en beheren. De machtiging geeft u af voor Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.
Zorg dat de penvoerder en alle deelnemers de adviseur of het adviesbureau machtigen. Alleen dan kan de gemachtigde de applicatie OJB gebruiken.
U logt in met eHerkenning. Voor uw aanvraag heeft u minimaal niveau 3 met machtiging RVO diensten op niveau 3 nodig. Heeft u nog geen eHerkenning? Vraag dit dan aan op de website van eHerkenning. eHerkenning aanvragen duurt ongeveer 1 tot 5 werkdagen.
Na uw aanvraag
Wilt u weten wat er gebeurt na uw aanvraag? Of heeft u bij de openstelling van 2024 subsidie ontvangen? Op Categorie 3: Na uw aanvraag leest u wat u daarna moet doen.
Meer weten?
Officiële wettekst
In de publicatie van 26 november 2025 van de Staatscourant staan de wetten en regels die horen bij deze subsidie.
Regelingstekst toelichting brochure
In de toelichting van de regelingstekst verwijzen we naar een brochure over het bemestingsplan. De link in de regelingstekst werkt niet meer. U kunt de brochure hieronder vinden.
In de publicatie van 1 november 2023 van de Staatscourant staan de wetten en regels die horen bij deze subsidie.
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

