Open voor aanvragen

Algemene voorwaarden SCE

Gepubliceerd op:
15 maart 2021
Laatst gecontroleerd op:
1 maart 2022

Wilt u in aanmerking komen voor de SCE? Lees aan welke algemene voorwaarden u moet voldoen.

Naast algemene voorwaarden zijn er voorwaarden per categorie.

U bent een energiecoöperatie of VvE

Wij verstrekken de subsidie alleen aan coöperaties die zich (mede) richten op het opwekken van hernieuwbare (duurzame) energie of een Vereniging van Eigenaars (VvE). De productie-installatie is in eigendom van de subsidieontvanger. Ook financial lease zien we voor de SCE-regeling als eigendom.

Haalbaarheidsstudie

Bij alle categorieën bent u verplicht om een haalbaarheidsstudie bij uw subsidieaanvraag te voegen. Met de haalbaarheidsstudie geeft u een onderbouwing van de haalbaarheid van uw project. De verplichte onderdelen van de haalbaarheidsstudie zijn:

  • een omschrijving van de productie-installatie;
  • een exploitatieoverzicht met onder andere: een specificatie van de investeringskosten, kosten en baten per jaar, en projectrendement over de gehele looptijd;
  • een financieringsplan voor de productie-installatie;
  • bij een productie-installatie voor windenergie> 100 kW: een windenergie-opbrengstberekening;
  • bij een productie-installatie die gebruikmaakt van waterkracht > 100 kW: een waterkracht-opbrengstberekening;
  • bij een aanvraag voor een productie-installatie Zon-PV (zonnepanelen): een kaart of luchtfoto van de locatie van de productie-installatie waarop de zonnepanelen zijn ingetekend. U tekent ook de al aanwezige en nog te realiseren installaties in. Gaat het om een SCE- en/of SDE(++)-aanvraag? Dan vermeldt u de projectnummers hiervan op de intekening.

De handleiding en een model haalbaarheidsstudie vindt u onder Downloads op de SCE-pagina.

Vergunningen

Voor zonnepanelen op gebouwen is meestal geen vergunning nodig. Voor de andere productie-installaties zijn 1 of meer vergunningen verplicht. Op het moment dat u uw subsidieaanvraag indient, moeten deze vergunningen zijn afgegeven door het bevoegd gezag. Deze voegt u toe bij uw aanvraag. Welke vergunningen van toepassing zijn, verschilt per categorie. Aanvullend hierop stuurt u bij wind en waterkracht ook de vergunningsaanvraag mee. De vergunning moet definitief zijn, maar niet onherroepelijk.

Toestemming van de eigenaar

Bent u geen eigenaar van de locatie? Dan moet er een recht van opstal worden gevestigd op de locatie. Is dat op het moment van aanvragen nog niet geregeld? Dan volstaat als bijlage bij de aanvraag een intentieverklaring recht van opstal, ondertekend door alle partijen. Hierin staat duidelijk aangegeven dat u toestemming heeft van de eigenaar(s) om de installatie te realiseren en te exploiteren gedurende de looptijd van de subsidie. Onder Downloads op de SCE-pagina vindt u een model intentieovereenkomst SCE. Binnen een half jaar na beschikkingsdatum stuurt u ons de notariële akte. Vanaf de openstellingsronde 2022 is het niet meer nodig de inschrijving voor het recht van opstal bij ons aan te leveren.

Is er sprake van erfpacht op de locatie? Dan stuurt u een ondertekende huur- of gebruikersovereenkomst mee met de aanvraag. Hierin moet staan dat u de productie-installatie in eigendom heeft of krijgt. En dat u deze op de locatie mag plaatsen en in gebruik mag nemen.

Allocatiepunt

Een allocatiepunt is een meetpunt waaraan een marktpartij is gekoppeld en waarvan de meetdata centraal worden uitgewisseld. Elke productie-installatie mag maar met één allocatiepunt op het net zijn aangesloten. Dat allocatiepunt mag niet gedeeld worden met andere productie-installaties. Bij een productie-installatie met een kleinverbruikersaansluiting moet het allocatiepunt een zuiver terugleverallocatiepunt zijn. Dit is omdat eigen verbruik van installaties ‘achter de meter’ niet toegestaan is voor dit soort productie-installaties.

Eén aanvraag per locatie

Per locatie mag u maximaal één aanvraag indienen per openstellingsperiode per categorie productie-installaties. Met locatie bedoelen we: een gebouw of kadastraal perceel.

Vraagt u subsidie aan voor een installatie op een dak? Dan is het gebouw de locatie. Een aaneengesloten dak geldt hierbij als één gebouw. Twee appartementencomplexen met een aaneengesloten dak gelden dus als één gebouw. Ook als er sprake is van hoogteverschillen.

Gaat het om een veldinstallatie? Dan is het kadastrale perceel de locatie.

Zitten er meerdere gebouwen achter één netaansluiting? Dit is een uitzondering. U kunt dan één aanvraag indienen voor die meerdere gebouwen. Onder de voorwaarde dat er ook één gezamenlijk allocatiepunt is.

Bij kleinverbruikersaansluitingen (KVA) geldt de aanvullende eis dat de extra productie-installatie op de locatie op dezelfde kleinverbruikersaansluiting aangesloten moet worden. Kan dat niet? Dan moet er voor de nieuwe installatie een grootverbruikersaansluiting worden geplaatst.

In een volgende openstellingsperiode mag u wel een nieuwe SCE-subsidieaanvraag doen op een locatie waarvoor al een SCE-subsidie is toegekend. Bij deze subsidieaanvraag moet u een duidelijke intekening van de installaties op deze locatie meesturen. En de installaties moeten apart bemeterd worden met een eigen extra allocatiepunt.

Een project met meerdere aansluitingen op het net is niet toegestaan in de SCE. Voor ieder project moet een apart allocatiepunt zijn.

Overige subsidies

Ontving u voor de productie-installatie al een subsidie of andere financiële tegemoetkoming van het Rijk? Dan heeft u geen recht op een SCE-subsidie.

Ingebruikname

U mag de productie-installatie niet vóór de indiening van uw aanvraag in gebruik nemen. Daarnaast mag u voor indiening van de aanvraag geen onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor de installatie zelf. Dat betekent dat u bijvoorbeeld zelf geen betalingen voor de productie-installatie heeft gedaan. Of dat u een definitieve opdrachtverstrekking heeft getekend, zónder ontbindende voorwaarden. Een opdrachtverstrekking met ontbindende voorwaarden mag wel.

Transportindicatie bij een grootverbruikersaansluiting

Sluit u de productie-installatie aan op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting? Dan bent u verplicht om een transportindicatie mee te sturen. Uit deze indicatie moet blijken dat er transportcapaciteit beschikbaar is voor de locatie waarvoor u de subsidie aanvraagt. Uw netbeheerder verzorgt de transportindicatie. Omdat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet kan veranderen, moet de indicatie zijn afgegeven binnen een maand voordat u subsidie aanvraagt.

Netbeheerders

U kunt een transportindicatie bij uw netbeheerder opvragen. Via onderstaande links vindt u informatie hierover bij de verschillende netbeheerders. Weet u niet wie uw netbeheerder is? Doe de check op Eancodeboek.

Liander
Enexis netbeheer
Stedin
Enduris
Westlandinfra
CoteQ

Netbeheerder Rendo heeft nog geen transportindicatieformulier voor de SCE beschikbaar. Zodra die beschikbaar is, volgt hier ook die link.

Jaarlijks voorschot en bijstelling van het voorschot

De uitbetaling van de subsidievoorschotten start nadat u uw installatie in gebruik heeft genomen en de installatie definitief is ingeschreven bij CertiQ.

Kenmerken van het voorschot

  • Jaarlijks voorschot op basis van productieraming (basisbedrag – voorlopig correctiebedrag) is 80%.
  • Voorschot wordt in vaste maandelijkse bedragen uitgekeerd.
  • Productieraming voor bevoorschotting kan niet hoger zijn de maximale subsidiabele productie.
  • Voor het voorschot in het eerste jaar gaan wij uit van de opgegeven verdeling ‘net-levering’ en ‘niet net-levering’.
  • Bij de vervolgvoorschotten kijken we naar de werkelijke verhouding ‘net-levering’ en ‘niet net-levering’.
  • Het voorlopige correctiebedrag is de verwachte marktprijs voor energie voor het volgend jaar.
  • Bij sterk achterblijvende productie kan het voorschot tussentijds verlaagd worden.

Na afloop van het kalenderjaar wordt het voorschot afgerekend (bijgesteld) op basis van de daadwerkelijke productie en het definitieve correctiebedrag. Bij recht op een aanvullend bedrag volgt gelijk uitbetaling. Bij een negatieve bijstelling (bijstelling is lager dan het voorschot) verrekenen wij het bedrag met de eerstvolgende maandelijkse voorschotten.

Kenmerken jaarlijkse bijstelling van het voorschot

Na afloop van het jaar bijstelling (afrekening) van het voorschot op basis van:

  • Werkelijke subsidiabele productie (basisbedrag - definitief correctiebedrag);
  • Het definitieve correctiebedrag is de daadwerkelijk gemiddelde marktprijs voor energie. Dit wordt jaarlijks na afloop van het kalenderjaar vastgesteld;
  • Bij recht op een aanvullend bedrag volgt gelijk uitbetaling;
  • Is de bijstelling negatief (bijstelling is lager dan het voorschot)? Dan verrekenen wij het bedrag met de eerstvolgende maandelijkse voorschotten.

Vragen over SCE?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?