Gesloten voor aanvragen

Voorwaarden Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021

Gepubliceerd op:
1 december 2021
Laatst gecontroleerd op:
24 augustus 2023

Om in aanmerking te komen voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), moest u voldoen aan de voorwaarden. Voor de TVL Q4 2021 waren er algemene voorwaarden die voor alle ondernemingen golden en er waren aanvullende voorwaarden voor bepaalde ondernemingen.

Algemene voorwaarden TVL Q4 2021

Onderstaande TVL-voorwaarden golden voor alle ondernemingen.

Omzetverlies en vaste lasten

  • Uw bedrijf had meer dan 20% omzetverlies in het 4e kwartaal van 2021 vergeleken met het 4e kwartaal van 2019 óf het 1kwartaal van 2020. 
    U kon zelf kiezen welke referentieperiode voor u het gunstigste was: Q4 2019 of Q1 2020.
  • Uw vaste lasten waren minimaal € 1.500 per kwartaal, op basis van het percentage vaste lasten dat bij uw hoofdactiviteit hoorde.
    Let op: het ging om uw berekende vaste lasten, en niet om de werkelijke vaste lasten.

Bekijk hoe we voor de TVL uw omzetverlies en vaste lasten bepaalden

Wat verstaan wij onder omzet en vaste lasten?

  • Omzet: onder omzet verstaan wij alle inkomsten zonder de ontvangen btw en vóór aftrek van kosten en vaste lasten. Ontvangen TVL of andere Covid-19 subsidies (zoals TOGS, NOW, etc.) tellen niet mee als omzet.
    Als u een aangifte voor de omzetbelasting moet doen, kunt u de posten Prestaties binnenland (1a, 1b, 1c en 1e) en Prestaties naar of in het buitenland (3a, 3b en 3c) van uw btw-aangifte gebruiken als omzet.
  • Vaste lasten: voor de berekening van de vaste lasten gebruikten we het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van uw branche. Dit noemen we het percentage vaste lasten. Uw werkelijke vaste lasten hoefde u dus niet op te geven.

Lees meer over percentages vaste lasten

KVK-gegevens

  • Zowel mkb als niet-mkb ondernemingen kwamen in aanmerking voor de regeling:
    • Mkb'ers konden de TVL Q4 2021 apart aanvragen (óók als zij onderdeel waren van een groep);
    • Voor niet-mkb ondernemingen gold: als u als grote onderneming deel uitmaakte van een groep verbonden ondernemingen, kon u maar één aanvraag per groep indienen. U controleert of u een grote onderneming bent met de mkb-toets. Eén onderneming vroeg de TVL aan voor de gehele groep, dit is de subsidieaanvrager. De hele groep gaf hiervoor toestemming aan de subsidieaanvrager, die dit bevestigde op het aanvraagformulier. Om te beslissen welke onderneming binnen de groep de subsidieaanvrager was, stelde u vast welke hoofdactiviteit het meest representatief was voor de groep. Dit kon u doen door met elkaar te bepalen met welke activiteit de groep het grootste deel van de omzet in 2019 behaalde. De onderneming die de TVL aanvroeg, moest met die SBI-code ingeschreven staan in het Handelsregister van KVK. Afzonderlijke bedrijfsonderdelen met een eigen rechtspersoon en eigen KVK-inschrijving mochten niet apart TVL Q4 2021 ondernemingen aanvragen als zij onderdeel waren van een groep.
  • Uw bedrijf was vóór 30 juni 2020 opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • U had zich na 30 juni 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven in het Handelsregister of uw SBI-code aangepast om in aanmerking te komen voor deze subsidie.
  • De hoofdactiviteit waarmee uw onderneming op 15 maart 2020 was ingeschreven in het Handelsregister van KVK telde.
    Alleen als u eerder na een herbeoordeling of bezwaar de TVL ontving voor een andere SBI-code, kwam u ook met deze SBI-code in aanmerking. Het aanvraagsysteem koos in dat geval automatisch de gunstigste SBI-code.
    Voor ondernemingen die zich tussen 16 maart en 30 juni 2020 hadden ingeschreven in het Handelsregister telde de hoofdactiviteit van 30 juni 2020.
    Lees meer over uw hoofdactiviteit
  • Alleen als u SBI-code 64.2, 64.30.3 of 70.10 als hoofdactiviteit had en SBI-codes van nevenactiviteiten die recht gaven op de TVL, kwam u in aanmerking met een nevenactiviteit. Het aanvraagsysteem koos automatisch de gunstigste SBI-code.
  • Voor bepaalde SBI-codes golden aanvullende voorwaarden.

Uitgesloten SBI-codes

Uw hoofdactiviteit had niet één van de volgende SBI-codes

SBI-code Bedrijfssector
64 Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen, met uitzondering van SBI-code 64.2 (financiële holdings) en 64.30.3 (beleggingsinstellingen met beperkte toetreding)), 64.99 (overige financiële mediatie), 66.12 (commissionairs en makelaars in effecten), 66.191 (administratiekantoren voor aandelen en obligaties), 66.193 (hypotheek- en kredietbemiddeling), 66.292 (actuariële en pensioenadviesbureaus), 66.299 (overige dienstverlening in verband met verzekeringen en pensioenfondsen) en 66.30 (vermogensbeheer))
65 Verzekeringen en pensioenfondsen (geen verplichte sociale verzekeringen)
66 Overige financiële dienstverlening (met uitzondering van SBI-code 66.21 (risicoanalisten en schadetaxateurs) en 66.22 (assurantietussenpersonen))
84 Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen
85 Publiek bekostigde scholen en instellingen
97 Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel
98 Niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door particuliere huishoudens voor eigen gebruik
99 Extraterritoriale organisaties en lichamen

Als u alléén SBI-code 64.2. 64.30.3 of 70.10 (holdings (geen financiële) en concerndiensten binnen eigen concern) als hoofdactiviteit had, en verder geen nevenactiviteit, kwam u niet in aanmerking.

U had niet één van de volgende SBI-codes als nevenactiviteit

SBI-code Bedrijfssector
64 Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen, met uitzondering van SBI-code 64.2 (financiële holdings) en 64.30.3 (beleggingsinstellingen met beperkte toetreding))
65 Verzekeringen en pensioenfondsen (geen verplichte sociale verzekeringen)
66 Overige financiële dienstverlening

Vestiging

  • Uw bedrijf had een fysieke vestiging in Nederland. Dit vestigingsadres was geregistreerd in het Handelsregister van KVK.
  • Minstens één vestiging van uw bedrijf had een ander adres dan uw privéadres. Of de vestiging stond los van de privéwoning en had een eigen opgang of toegang. Was dat laatste het geval, dan moest u bij uw aanvraag bewijs meesturen dat de vestiging los stond van de privéwoning en een eigen opgang of toegang had. Uitgezonderd waren horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante ondernemingen met SBI-code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 49.41, 49.42, 50.20, 50.40, 51.10, 53.10, 53.20, 85.53 of 93.21.2 (auto- en motorrijscholen, taxibedrijven, touringcar operators, markthandelaren, kermisexploitanten, recreatieve vliegsector, binnenvaart, zee- en kustvaart, goederenvervoer over de weg, verhuisvervoer, post- en koeriersdiensten). Bij deze ondernemingen mocht het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.

Afwijkende referentieperiodes

Met TVL Q4 2021 wilden we zoveel mogelijk ondernemers helpen. Daarom kon u als referentieperiode kiezen uit 2 kwartalen: Q4 2019 of Q1 2020. Voor een aantal ondernemingen gold een andere referentieperiode:

Afwijkende referentieperiodes
Start onderneming Referentieperiodes
tussen 1 oktober 2019 en 31 december 2019 Q1 2020 of Q3 2020
tussen 1 januari 2020 en 31 maart 2020 Q2 2020 of Q3 2020
tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020 alleen Q3 2020

 

Op de pagina Aanvraagproces stond per periode een toelichting.

Zwangerschapsverlof in referentieperiodes

Had u minimaal 3 weken zwangerschapsverlof in beide referentieperiodes van de TVL Q4 2021 (Q4 2019 en/of Q1 2020) en was hierdoor uw omzetverlies te laag om de TVL aan te kunnen vragen? Dan mocht u alsnog de TVL Q4 2021 aanvragen met een andere referentieperiode: Q3 2020.

U kon van 1 tot en met 11 februari, 17.00 uur aanvragen. Lukte het niet binnen die tijd? Dan kon u zich melden bij ons klantcontactcentrum. Naast alle standaard voorwaarden vroegen we om een zwangerschapsverklaring of een soortgelijk bewijsstuk.

Al aangevraagd?

Had u al aangevraagd en wist u dat u een afwijzing kreeg omdat u de omzetverliesgrens niet haalde? Dan kon u de aanvraag intrekken en opnieuw aanvragen. In de nieuwe aanvraag gaf u aan dat het om zwangerschapsverlof ging in de referentieperiodes van TVL Q4. U kon dan de omzet van Q3 2020 doorgeven.

Niet in financiële moeilijkheden

We keken bij uw TVL-aanvraag of u in financiële moeilijkheden zat. Als u een aanvraag indiende als grote onderneming verklaard u naar waarheid dat uw onderneming en de ondernemingen die met u verbonden waren in een groep - zowel nationaal als internationaal - niet in moeilijkheden verkeerden op 31 december 2019. Als dit wel het geval was, kwam u niet in aanmerking voor subsidie. Het ging om de volgende punten:

  • Uw bedrijf, of de groep waar u deel van uitmaakte, was op 31 december 2019 geen ‘onderneming in moeilijkheden’. Dit was wel zo als:
    • meer dan de helft van uw geplaatste aandelenkapitaal door verliezen is verdwenen;
    • meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming (zoals dat in de boeken staat) door verliezen is verdwenen;
    • er een collectieve insolventieprocedure tegen u liep of dreigde te lopen;
    • u reddingssteun had gekregen en deze nog niet had terugbetaald of de garantie nog niet had beëindigd;
    • u herstructureringssteun had ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zat.
  • Uw bedrijf was op 31 december 2019 of daarna niet failliet.
  • Aan uw bedrijf was op het moment van aanvraag geen surséance van betaling verleend.

Grote ondernemingen stuurden de verklaring hieronder mee met hun aanvraag. Mkb-ondernemingen beantwoordden een vraag over financiële moeilijkheden - van hun eigen onderneming - op het aanvraagformulier.

Let op: Het formulier hoefde alleen op nationaal niveau te worden ingevuld.

Maximale staatssteun

Na het krijgen van de subsidie mocht u in totaal niet meer dan € 2,3 miljoen aan overheidssteun hebben ontvangen op basis van de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de COVID-19-uitbraak (PbEU 2020, C 91 I). Dit maximum was met ingang van de TVL Q4 2021 verhoogd (eerder: € 1,8 miljoen). Let op: als uw bedrijf onderdeel uitmaakte van een groep, gold dit maximumbedrag voor de hele groep samen. Voor visserij- en aquacultuur gold een maximum van € 345.000 overheidssteun. Dit maximum was met ingang van de TVL Q4 2021 verhoogd (eerder: € 270.000). Voor de primaire productie van landbouwproducten gold een maximum van € 290.000 overheidssteun (eerder: € 225.000), inclusief de opslag voor speciale kosten land- en tuinbouw.

Aanvullende voorwaarden TVL Q4 2021

Voor een aantal ondernemingen golden aanvullende voorwaarden. Deze waren naast bovenstaande voorwaarden van toepassing.

Horecaondernemingen

Had u een horecaonderneming met SBI-code 56.10.1 of 56.10.2? Dan verklaarde u minimaal één horecagelegenheid te huren, pachten of in eigendom te hebben.

Zorgondernemers

Om het omzetverlies als gevolg van de coronamaatregelen te compenseren, kon u als zorgondernemer ook tegemoetkomingen ontvangen van zorginkopers zoals zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten. Wij wezen u erop dat in de beleidsregel voor de continuïteitsbijdrage van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende bepaling staat:

“Om in aanmerking te komen voor de continuïteitsbijdrage geldt de voorwaarde, dat de zorgaanbieder geen aanspraak maakt op relevante rijksregelingen in het kader van de coronacrisis, behalve eventueel voor het deel omzetdaling dat mogelijk resteert na aftrek van de vergoeding die de zorgaanbieder ontvangt op basis van de prestatie continuïteitsbijdrage.”

Dit betekent dat de TVL-subsidie gevolgen kan hebben voor de hoogte van de continuïteitsbijdrage. Om te voldoen aan de beleidsregel van de NZa mocht u enkel een beroep doen op de TVL als u onderaan de streep, rekening houdend met steun van een zorginkoper, minimaal 20% omzetverlies had over de betreffende periode. Uiteraard moest u ook voldoen aan alle andere TVL-voorwaarden.

Meer informatie vindt u op de website van de NZa. Bekijk ook de beleidsregel voor de continuïteitsbijdrage.

Amateur sportclubs

Amateur sportclubs konden in één kwartaal niet gebruikmaken van zowel de TVL als de Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 (TASO).

Aanvraag van € 25.000 of hoger én ingeschreven tussen 16 maart en 30 juni 2020

Een onderneming die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 was ingeschreven in het Handelsregister en € 25.000 of meer subsidie aanvroeg, had bij de TVL-aanvraag een derdenverklaring nodig. Een accountant of boekhouder kon dit afgeven. Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger had u naast de derdenverklaring ook een accountantsproduct nodig bij de aanvraag en bij de vaststelling. Zie ook de volgende voorwaarde.

Lees meer over de derdenverklaring in TVL Q4 2021

Aanvraag van € 125.000 of hoger

Bij aanvragen van € 125.000 of hoger vroegen wij u bij de aanvraag en bij de vaststelling om extra informatie aan te leveren in de vorm van een accountantsproduct.

Lees meer over het accountantsproduct in TVL Q4 2021

Grote ondernemingen

Had u een grote onderneming? Dan hadden we ook de volgende gegevens nodig:

  • U vulde bij de aanvraag een verklaring niet in financiële moeilijkheden in. U vindt de verklaring onder de paragraaf Financiële gezondheid.
  • U leverde bij de aanvraag en bij de vaststelling een overzicht van de tot de groep behorende ondernemingen op het moment van aanvraag, in de referentieperiode en in de subsidieperiode. U vermeldde de KVK-nummers van alle verbonden ondernemingen in Nederland. Deze gegevens vulde u in op het aanvraagformulier.

U controleert of u een grote onderneming bent met de mkb-toets. Een grote onderneming of groep verbonden ondernemingen voldoet daarbij aan de volgende criteria:

  • meer dan 250 fte in dienst (meerdere medewerkers kunnen 1 fte vervullen) of;
  • een netto omzet van meer dan € 50 miljoen en een balanstotaal van meer dan € 43 miljoen.

Het gaat hierbij om alle partner- en verbonden ondernemingen in Nederland en in het buitenland.

Wat is een groep verbonden ondernemingen?

Dit is een aantal ondernemingen zodanig verbonden dat ze samen een groep of concern vormen. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:

  • Een onderneming heeft meer dan 50% van de aandelen in een andere onderneming;
  • Een onderneming kan de meerderheid van het bestuur of de raad van commissarissen van een andere onderneming benoemen of ontslaan;
  • Twee of meerdere ondernemingen hebben een gezamenlijke leiding die alle beslissingen neemt. Bijvoorbeeld bij dochterondernemingen of werkmaatschappijen.
  • Een onderneming heeft als enige het recht om te beslissen over een andere onderneming. Dit is vaak vastgelegd in een overeenkomst.
  • Een onderneming kan op hoofdlijnen instructies opleggen aan een andere onderneming. Dit is vaak vastgelegd in de statuten of in een overeenkomst.
  • Een franchisenemer die niet los staat van de franchisegever. Dit is vaak vastgelegd in de franchiseovereenkomst. Een franchise kan ook nog op een van de bovenstaande manieren verbonden zijn met een andere onderneming.

Vorige subsidieperiodes

Bent u op zoek naar informatie over eerdere subsidieperiodes die inmiddels zijn gesloten?

Ga naar de TVL overzichtspagina

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?