Hoe borgt u de veiligheid van een windturbine voor de omgeving?
De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 4 november 2026
Bij de plaatsing van windturbines staat de veiligheid voor de omgeving voorop. Windturbines moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen. Daardoor is de kans dat er iets gebeurt in de omgeving van een windturbine erg klein. Lees op deze pagina welke regels voor uw situatie gelden.
Nieuwe afstandsnorm en landelijke milieunormen
In augustus 2026 besloot het kabinet dat er een afstandsnorm komt voor nieuwe windturbines. Dit is een regel over hoe ver een windturbine van een geluidgevoelig gebouw (bijvoorbeeld een woning) moet staan. De voorgestelde minimale afstand is 2 keer de tiphoogte (de hoogte van de grond tot het hoogste punt van een windturbine, op het moment dat een van de bladen recht omhoog staat).
De afstandsnorm gaat gelden samen met nieuwe landelijke milieunormen. Die komen in plaats van eerdere landelijke regels die niet meer gebruikt mogen worden voor windparken van 3 of meer windturbines. In de nieuwe normen staan ook regels voor veiligheid.
Regels nog in ontwikkeling
De nieuwe regels zijn nog niet volledig uitgewerkt. In het najaar van 2026 legt de minister van Infrastructuur en Waterstaat de plannen voor aan de Tweede en Eerste Kamer. De nieuwe regels gaan naar verwachting gelden voor losse windturbines en windparken. Meer informatie vindt u bij de Helpdesk Wind op Land.
Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe regels ingaan. Tot die tijd geldt de situatie zoals hieronder beschreven.
Heeft u één of 2 losse turbines?
Voor één of 2 losse windturbines gelden landelijke regels. Deze staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Omgevingsregeling en de Handreiking risicozonering windturbines.
- In het Bkl (artikel 5.7) staan regels over het plaatsgebonden risico. Dat betekent dat windturbines een veilige afstand moeten houden van kwetsbare gebouwen, zoals woningen.
- Het Bal zegt ook dat windturbines elk jaar op veiligheid moeten worden gecontroleerd. Daarnaast gelden er eisen voor het ontwerp van de turbines. Die staan in NEN-normen.
- In de Omgevingsregeling staan de regels die horen bij het Bkl en Bal, zoals hoe u een vergunning aanvraagt en welke technische eisen er zijn.
- De Handreiking risicozonering windturbines is een praktisch hulpmiddel voor het beoordelen van veiligheidsrisico’s van windturbines.
Heeft u een windpark met 3 of meer turbines?
Voor windparken met 3 of meer turbines geldt: zolang de nieuwe landelijke windturbineregels er nog niet zijn, mogen gemeenten en provincies zelf regels maken die passen bij hun situatie (lokale normen). Dan beslist het bevoegd gezag (zoals de gemeente of provincie) welke regels passend zijn. Dit baseren ze op onderzoek naar de locatie. Zo sluiten de regels beter aan bij de omgeving. Dit kan zorgen voor betere bescherming van de leefomgeving, of juist voor meer ruimte voor duurzame energie. De regels komen in het omgevingsplan, waar ook staat dat het windpark op die plek mag komen.
Hulp bij opstellen regels
Provincies en gemeenten bepalen zelf hoe streng de regels voor veiligheid zijn. De Rijksoverheid helpt hen daarbij, samen met onder andere:
- de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG);
- het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES);
- het Interprovinciaal Overleg (IPO).
Op de Helpdesk Wind op Land vindt u meer informatie over het opstellen van lokale normen voor windturbines.
Certificaat voor 20 jaar
Een windturbine krijgt meestal een certificaat voor minimaal 20 jaar. Tijdens deze periode controleert een deskundige de turbine minstens één keer per jaar. De deskundige kijkt naar de veiligheid, het onderhoud en de reparaties.
Is een turbine na 20 jaar nog werkend? Dan wordt de turbine beoordeeld volgens de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 8400. De NEN en NedZero (oude naam: NWEA) maakten deze richtlijn. De praktijkrichtlijn is een technisch document. Hierin staat hoe u de turbine veilig gebruikt.
IJsvorming op windturbines
Als het erg koud is, kan er ijs op windturbines komen. Gemiddeld is hier zo’n 2 tot 7 dagen per jaar kans op. Meestal vormt het ijs zich op de rotorbladen. Als het ijs losraakt en valt, kan dit mensen verwonden die bij de windturbine in de buurt zijn. Het ijs kan ook gebouwen of andere spullen beschadigen.
Wat kunt u doen tegen ijsvorming?
Is het gebied onder de windturbine open voor iedereen (vrij toegankelijk)? Dan moet u als eigenaar of beheerder van de windturbine het risico op afvallend ijs beoordelen. Als er een risico is, moet u maatregelen nemen. U doet bijvoorbeeld extra controles. Daarnaast kunt u de rotor handmatig stilzetten, zodat er geen ijs vanaf slingert. U kunt ook een ijsdetectiesysteem laten installeren. Dit systeem zet de rotor automatisch stil bij ijsvorming.
NedZero heeft een handleiding gemaakt om u op weg te helpen bij maatregelen tegen ijsvorming.
Bekijk de handleiding ijsvorming bij windmolens
Veiligheid van dijken
Wilt u een windturbine laten plaatsen op of in de buurt van een dijk? Of in de buurt van een andere waterkering (bijvoorbeeld een dam, stuw of sluis)? Dan heeft u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig. Hiervoor is het waterschap bevoegd gezag.
Meer informatie vindt u op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Of neem contact op met de Helpdesk Wind op Land.
Waar wilt u meer over lezen?
- Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Uitgelicht

Elektriciteitsnet overbelast?

Duurzame resultaten
