Tijdelijk gesloten voor aanvragen

Voorwaarden Praktijkleren in de derde leerweg

Gepubliceerd op:
12 augustus 2021
Laatst gecontroleerd op:
30 mei 2022

Erkende leerbedrijven uit alle sectoren die een praktijkplaats aanbieden aan mbo-studenten in de derde leerweg, kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

Om in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden.

Voorwaarden

De student

  • U biedt praktijkbegeleiding aan een student van een mbo-opleiding in de derde leerweg (overig onderwijs (OVO) of overige opleidingen deeltijd (ODT).
  • De student is een werkzoekende of een werkende die werkloos dreigt te worden.

Uw bedrijf of organisatie

  • Uw bedrijf of organisatie is voor de periode waarin de begeleiding heeft plaatsgevonden door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf voor (het deel van) de betreffende mbo-opleiding.

De opleiding

  • De opleiding moet gericht zijn op het behalen van een volledig diploma, een certificaat of een praktijkverklaring (als onderdeel van een mbo-verklaring) of, als de opleiding vóór 1 augustus 2021 is gestart, een instellingsverklaring.
  • De opleiding moet zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Op de site van SBB vindt u meer informatie over alle Crebo opleidingen en de van toepassing zijnde kwalificaties van een opleiding.
  • De mbo-opleiding voldoet aan de eisen in hoofdstuk 7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
  • De opleiding is gestart in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022.

Administratie

  • U heeft de praktijkbegeleiding van de student aangeboden op basis van een geldige en ondertekende praktijkovereenkomst. Deze overeenkomst is opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door:
    • het erkende leerbedrijf;
    • het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; en
    • de student.
  • In de praktijkovereenkomst staan in elk geval:
    • de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming;
    • de begeleiding van de student;
    • dat deel van de kwalificaties dat de deelnemer tijdens de beroepspraktijkvorming bij het bedrijf of de organisatie moet behalen en de beoordeling daarvan; en
    • de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
  • U beschikt over een aanwezigheidsadministratie voor de student bij de beroepspraktijkvorming.
  • U beschikt over een administratie waaruit blijkt dat uw erkende leerbedrijf de student in het kader van de beroepspraktijkvorming heeft begeleid.

U moet per student de vereiste administratie kunnen verstrekken. Voor de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie kunt u de formats administratie gebruiken die u vindt op de pagina Administratie en controle. Hier vindt u ook meer informatie over de administratieve voorwaarden.

Alleen de eerste 40 weken vanaf de startdatum van de beroepspraktijkvorming, zoals vermeld in de praktijkovereenkomst, komen in aanmerking voor subsidie. De opleiding mag wel langer duren, maar voor de weken na de eerste 40 aaneengesloten weken van de beroepspraktijkvorming ontvangt u geen subsidie.

U kunt alleen subsidie aanvragen voor de weken waarin daadwerkelijk begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft plaatsgevonden. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet in alle 40 weken begeleiding zijn verzorgd. Weken van afwezigheid door bijvoorbeeld ziekte of vakantie tellen niet mee als weken van begeleiding. Als voorbeeld: 20 weken begeleiding resulteert in een subsidiebedrag van maximaal 50% van € 2.700,00.

Buitenlandse opleiding

Heeft u een erkend leerbedrijf en biedt u een praktijkplaats aan studenten aan die een buitenlandse mbo-opleiding volgen? Dan kunt u geen aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg.

Vragen over Praktijkleren in de derde leerweg?

Neem contact met ons op 

In opdracht van:
  • Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bent u tevreden over deze pagina?