Service menu right

Nu ter inzage

Voor de volgende projecten lopen nu inspraak- of beroepsrondes.

Inspraak en beroep

De meeste projecten onder de rijkscoördinatieregeling (RCR) kennen dezelfde fasen. Daarin kunt u op drie momenten in de procedure ‘officieel’ een reactie geven over een project:

plaatje inspraak en beroep

Inspraak op de startnotitie m.e.r.

Vaak is voor een project een milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig. In dat geval start een project met de terinzagelegging van een 'voornemen' of 'startnotitie'. Daarin staat beschreven wat het doel van het project is en welke alternatieven de overheid van plan is te gaan onderzoeken. Ook is beschreven welke milieueffecten in beeld worden gebracht. U heeft hierop inspraak. Mede op basis van die inspraak wordt definitief vastgesteld wat de gewenste reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport (MER) is.

Zienswijzen naar aanleiding van ontwerpbesluiten

Als het MER is afgerond worden ontwerpbesluiten opgesteld: meestal een ontwerp-inpassingsplan en ontwerp-vergunningen en -ontheffingen. Alle ontwerpbesluiten worden door de minister van Economische Zaken en Klimaat ter inzage gelegd, samen met het MER. Iedereen kan naar aanleiding van de ontwerpbesluiten een zienswijze indienen.

Alleen belanghebbenden die een zienswijze op een ontwerpbesluit geven, kunnen later - na vaststelling van dat besluit - ertegen in beroep te gaan.

Beroep tegen definitieve besluiten

Mede op basis van de zienswijzen op het MER en de ontwerpbesluiten stellen de betrokken overheden hun besluiten vast. De definitieve besluiten worden opnieuw ter inzage gelegd. Mocht een of meer van de besluiten niet naar uw zin zijn, dan kunt u in beroep gaan, direct bij de Raad van State.
Om beroep in te stellen dient u belanghebbende zijn. Dat betekent dat u tijdens de inspraaktermijn van de ontwerpbesluiten een zienswijze moet hebben gegeven op het ontwerp van het besluit waarop u in beroep gaat. Als dat niet is gebeurd, is uw beroep in beginsel niet ontvankelijk (niet ‘geldig’). Een uitzondering bestaat als u de rechter kunt uitleggen waarom u redelijkerwijs geen zienswijze heeft kunnen geven. In de praktijk wordt echter zeer zelden een uitzondering gemaakt.