Rijkscoördinatieregeling (RCR)

Gepubliceerd op:
9 juli 2019
Laatst gecontroleerd op:
19 november 2021

De Rijksoverheid coördineert de besluitvorming van energieprojecten met een nationaal belang. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is hiervoor verantwoordelijk. De basis voor rijkscoördinatie staat in de Wet ruimtelijke ordening, § 3.6.3.

Projecten onder rijkscoördinatie

De volgende projecten vallen automatisch onder rijkscoördinatie:

  • Energiecentrales met een capaciteit van ten minste 500 MW
  • Windparken met een capaciteit van ten minste 100 MW
  • Overige duurzame energiecentrales met een capaciteit van ten minste 50 MW
  • Uitbreidingen van het landelijk hoogspanningsnet op een spanningsniveau van 220 kV of hoger
  • Mijnbouwwerken voor opslag van stoffen en daarbij behorende pijpleidingen
  • Uitbreiding van het landelijk gastransportnet. Maar alleen met een druk van ten minste 40 bar en een diameter van ten minste 45,7 centimeter
  • Aanleg of uitbreiding van LNG-installaties met een capaciteit ten minste 4 miljard m3

Inspraakmomenten in de rijkscoördinatieregeling

De meeste projecten onder de RCR doorlopen dezelfde fasen. Tijdens 3 formele momenten kan de omgeving reageren op het project door het op 2 momenten indienen van een zienswijze. Een zienswijze is een officiële manier om uw reactie te geven op de documenten die ter inzage liggen. Helemaal aan het einde van alle fasen is het mogelijk om een beroep in te dienen. In onderstaande afbeelding ziet u de 2 formele inspraakmomenten (indienen zienswijze) en het moment van beroep.

Hoe kunt u reageren?

Wilt u weten voor welke projecten inspraak of beroep mogelijk is, kijk dan in het overzicht op de pagina: Nu ter inzage. Door op het betreffende project te klikken leest u meer over het indienen van een zienswijze of het instellen van beroep.

Besluiten tegelijkertijd en in onderling overleg

In de RCR worden de verschillende besluiten (vergunningen en ontheffingen) die nodig zijn tegelijk en in onderling overleg met regionale overheden genomen. Het gaat naast vergunningen en ontheffingen meestal ook om een inpassingsplan van het Rijk. In zo’n inpassingsplan staat de bestemming van de grond en de regels en het gebruik ervan.

Voornemen en participatie

Onder de nieuwe Omgevingswet (verwachte ingangsdatum 1 januari 2023) start een project met de bekendmaking van het voorgestelde plan (voornemen). Hierin wordt het project aangekondigd en volgt een uitleg over de procedure en een participatieproces. In een participatieproces wordt beschreven hoe en wanneer de omgeving inspraak heeft in het project.

Concept-NRD en MER

Een concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) is een document waarin staat wat het project inhoudt en wat het doel is van de projecten en plannen. Er staat ook in welke alternatieven worden bekeken en welke milieueffecten worden onderzocht. Er komt alleen een concept-NRD als er een milieueffectrapport (MER) nodig is. Een MER is een rapport waarin de milieueffecten in beeld worden gebracht. De overheid kiest daarna het voorkeursalternatief.

Voorbereidingsbesluit (VBB)

Als voorbereiding op het inpassingsplan nemen de ministers van EZK en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vaak een voorbereidingsbesluit. In het VBB staat op hoofdlijnen het voorgenomen plangebied van het vast te stellen inpassingsplan. Als gemeenten een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitvoeren van overige werken en werkzaamheden in dit gebied, dan moet rekening worden gehouden met dit VBB. Dat kan betekenen dat de aanvraag voor de vergunning wordt gepauzeerd. Het is niet mogelijk om tegen een VBB bezwaar te maken of beroep in te stellen.

Ontwerpbesluiten

Als het project niet past in het geldende bestemmingsplan, bereiden de ministeries van EZK en BZK een ruimtelijk besluit voor: het ontwerp-inpassingsplan. De initiatiefnemer vraagt alle vergunningen en ontheffingen aan bij de bevoegde overheden. Hierna worden de ontwerpbesluiten opgesteld. De minister van EZK legt alle ontwerpbesluiten samen met het MER tegelijk ter inzage. Iedereen mag, tijdens de terinzagelegging, een zienswijze indienen op de ontwerpbesluiten. Vaak worden in die periode een of meer informatieavonden georganiseerd.

Besluiten

Op basis van de zienswijzen en adviezen op de ontwerpbesluiten stellen de betrokken overheden hun besluiten vast. De definitieve besluiten gaan opnieuw ter inzage. Als u het niet eens bent met een of meer van de besluiten is beroep mogelijk. Dit kan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na uitspraak van de Raad van State is het niet meer mogelijk om bezwaar in te dienen.

Taken van betrokken partijen

Het Rijk neemt bij een project dat onder de RCR valt zelf het ruimtelijk besluit. Veel taken blijven bij rijkscoördinatie hetzelfde:

  • De initiatiefnemer zorgt voor een goede voorbereiding van het project. Hij zorgt voor het aanvragen van alle benodigde vergunningen en ontheffingen.
  • De vergunningen en ontheffingen (‘uitvoeringsbesluiten’) blijven de taak van de betreffende overheden. De gemeenten besluiten bijvoorbeeld zelf over de aangevraagde omgevingsvergunningen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Bij problemen met een uitvoeringsbesluit kan de minister zelf, na overleg met een andere minister, een besluit nemen. Deze andere minister heeft meer inhoudelijke kennis van het onderwerp. Dit gebeurt alleen in enkele gevallen.

Meldingsformulier initiatiefnemers

De initiatiefnemer maakt zijn plannen voor een bepaald energieproject vroegtijdig bekend aan de minister van EZK. In de wet ligt vast welke projecten automatisch onder rijkscoördinatie vallen. Voor de melding maakt de initiatiefnemer gebruik van een standaard meldingsformulier: Meldingsformulier RCR

Contact Bureau Energieprojecten

Bel 070 379 89 79

bureauenergieprojecten@minezk.nl

Bent u tevreden over deze pagina?