Subsidies en financiering windprojecten

Gepubliceerd op:
28 mei 2018
Laatst gecontroleerd op:
25 oktober 2022

De opgewekte elektriciteit van een windpark wordt verkocht en zorgt zo voor inkomsten. Ook groencertificaten en subsidies zorgen voor inkomsten. Maar de ontwikkeling van een windpark kost ook tijd en brengt kosten met zich mee. 

Windmolens

Zo vraagt het ontwikkelen van een windpark om vele onderzoeken, ruimtelijke procedures, overleg met omwonenden en andere belanghebbenden. Daarnaast zijn er kosten voor de bouw van het windpark, aanschaf van de windturbines en netinpassing. En ook kosten van beheer en onderhoud als het windpark eenmaal draait. Een overzicht vindt u in onze tabel inkomsten en uitgaven van windmolenprojecten.

Bekijk de tabel inkomsten en uitgaven van windprojecten

Bijkomende effecten van een nieuw windpark zijn werkgelegenheid en een bijdrage aan de lokale economie. Als een lokale energiecoöperatie het windpark bezit, dan vloeit (een deel van) de opbrengst terug naar de omgeving.

Elektriciteitsopbrengst

Een windturbine zet energie uit wind om in elektriciteit. Hoeveel elektriciteit een windturbine in een jaar produceert, hangt af van de windsnelheden en de afmetingen van de windturbine. Hoe hoger de windturbine en hoe groter de rotordiameter, hoe meer elektriciteit de turbine oplevert.

De technologie van turbines ontwikkelt zich nog steeds, zodat een windturbine steeds meer elektriciteit kan opwekken. Een moderne windturbine (2022) van 5 MW produceert ongeveer 18.000 MWh elektriciteit per jaar. Dit is afhankelijk van de plek waar de turbine staat en het type turbine. Globaal komt dit overeen met het elektriciteitsgebruik van ongeveer 7.000 huishoudens, of de opbrengst van ongeveer 15 hectare aan zonnepanelen.

De hoeveelheid elektriciteit van een windturbine neemt toe als het harder waait. Bij lage windsnelheden (vanaf ongeveer 3 meter per seconde) begint de turbine te draaien en stroom op te leveren. De meeste turbines werken op vol vermogen bij ongeveer 10 tot 15 meter per seconde (windkracht 6). Ze leveren dan de maximale hoeveelheid stroom per seconde. Bij hogere windsnelheden blijft het vermogen op dit niveau (vollast). Bij windsnelheden boven de 25 meter per seconde (windkracht 10) wordt de windturbine stilgezet om overbelasting te voorkomen.

Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen een zeer goed windklimaat. Het KNMI maakte voor de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) een kaart met voor elke Nederlandse gemeente de gemiddelde windsnelheid op 100 meter hoogte. Gemiddeld waait het aan de kust harder dan in het binnenland.

Bekijk de gemiddelde windsnelheid per gemeente

De Windviewer geeft voor elke locatie in Nederland op elke hoogte van 20 tot en met 260 meter de gemiddelde windsnelheid weer. Deze windsnelheid is gebaseerd op de KNMI-winddata over de periode 2004-2013.

Bekijk de Windviewer

Subsidie van de Rijksoverheid

De Rijksoverheid heeft meerdere subsidieregelingen voor windenergie.

Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++)

De productiekosten van 1 kWh windenergie zijn hoger dan de productiekosten van 1 kWh grijze stroom. Daarom subsidieert de regeling SDE++ het verschil.

Door het financieren van deze zogenaamde 'onrendabele top' is het voor initiatiefnemers interessant om te investeren in de ontwikkeling van windmolens. De regeling richt zich op bedrijven en (non-profit)instellingen. Een windproject kan de subsidie pas aanvragen als de vereiste vergunningen voor het windpark zijn verleend.

Bekijk de mogelijkheden voor windenergie in de SDE++

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

De SCE is speciaal voor coöperaties die gezamenlijk met zijn leden een windturbine willen realiseren. Deze regeling lijkt heel erg op de SDE++, maar heeft gunstigere voorwaarden en bedragen voor coöperaties en Vereniging van Eigenaren (VvE's).

Bekijk de mogelijkheden voor windenergie in de SCE

Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE)

Een 3e mogelijkheid is de ISDE-regeling. De SDE++ en de SCE zijn exploitatiesubsidies. Dat betekent dat wij de subsidie uitkeren in de vorm van een bedrag per geproduceerde kWh windenergie. De ISDE is een investeringssubsidie. De regeling is er voor zakelijke gebruikers met een kleinverbruikersaansluiting die een of meerdere kleine windturbines willen realiseren.

Bekijk de mogelijkheden voor windenergie in de ISDE

Gemeentelijke inkomsten en uitgaven

Windturbines dragen bij aan het klimaatbeleid van gemeenten. Ze zijn ook een bron van inkomsten voor de gemeentelijke begroting. Net als bij elk bouwproject int de gemeente zogenaamde 'bouwleges' voor de bouw van windturbines. De leges zijn eenmalig ongeveer 1,5% van de bouwsom en verschillen per gemeente.

Daarnaast ontvangt de gemeente jaarlijks onroerendezaakbelasting (OZB) voor windmolens. De OZB is gemiddeld 0,09% van de waarde van de turbine. De totale gemeentelijke inkomsten voor een 3 MW windmolen over een periode van 15 jaar, kunnen dan uitkomen op ruim € 110.000.

Kosten van windparken

De gemeente maakt ook kosten om in te spelen op de plaatsing van windmolens. Denk aan beleidsvoorbereiding, de ruimtelijke procedure, juridische kosten en vergunning- en omgevingsmanagement. Het is lastig cijfers te noemen voor deze zaken in het algemeen, ze verschillen sterk per project.

Afspraken met initiatiefnemers

Decentrale overheden regelen de kosten met de initiatiefnemers via een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst staan financiële aspecten, maar ook afspraken over onderlinge verantwoordelijkheden. De partijen maken daarin afspraken over de manier van samenwerken en de communicatie over het project. Daarnaast is het mogelijk om daarmee de 'bovenplanse verevening' te regelen. Dit moet wel zijn gekoppeld aan een concrete gebiedsontwikkeling en passen binnen de structuurvisie.

Woningwaarde en planschade

Woningwaarde

Windturbines kunnen effect hebben op de waarde van woningen in de omgeving. Door de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) is in 2019 een eerder uitgevoerd onderzoek uit 2016 geactualiseerd: het rapport Windturbines, zonneparken en woningprijzen 2019. Hierbij keek men ook naar woningprijzen bij zonneparken. In de praktijk verschilt de waardedaling van locatie tot locatie. Onder andere de afstand tot, de grootte van en het zicht op de turbine zijn hierbij bepalend. 

In maart 2022 publiceerde TNO een nieuw onderzoek over de impact van windturbines en huizenprijzen. Hieruit blijkt  dat in 2030 de verwachte waarde van woningen in de nabijheid van windturbines gemiddeld 3,8% achterblijft. Dit vergeleken met de waarde van vergelijkbare huizen zonder windturbines in de buurt. Ook heeft in 2030 naar verwachting ruim 70% van de gemeenten huizen binnen een straal van 2,5 km van windturbines.

Beide rapporten vindt u als download onderaan deze paragraaf.

Planschade

Wanneer woningeigenaren vermoeden dat de komst van windturbines tot een lagere woningwaarde leidt, kunnen zij bij de gemeente een procedure voor planschade starten. De zogenaamde planschaderegeling voorziet in een tegemoetkoming voor geleden schade, waarbij een eigen risico van 2% geldt. De planschaderegeling is te lezen in artikelen 6.1 tot en met 6.3 van de Wet Ruimtelijke ordening.

Vragen over windenergie op land?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?