Radar bij windprojecten

In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten die gebruikt worden voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Windturbines en hoogbouw kunnen verstoring op de radar veroorzaken. Om de veiligheid te borgen bestaat in vrijwel geheel Nederland een toetsingsplicht voor (de meeste) nieuwe windenergieprojecten, en binnen 15 kilometer van de radarposten ook voor hoogbouw.

Voor de vliegveiligheid wordt ook getoetst aan de zogenaamde obstakelbeperkingsvlakken rond luchthavens, en aan mogelijke verstoring van navigatie- en communicatie-apparatuur. 

Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden

Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden. (Bron: Bijlage 8.4. bij de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening – Staatscourant 2012 nr. 18324 7 september 2012)

Militaire radars

Voor de zeven Defensieradars geldt een toetsingsgebied voor nieuwe windenergieplannen vanaf een bepaalde hoogte binnen een straal van 75 km- en voor nieuwe hoogbouwprojecten binnen 15 km. van een radarpost (zie kaart). Binnen deze toetsingsgebieden is het niet toegestaan om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarin nieuwe (grote) windturbines mogelijk gemaakt worden zonder verklaring van geen bezwaar van Defensie.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, art. 2.6.2. lid 8 en lid 9; art. 2.6.9) staat dat het rijk regels mag stellen over toetsing van windenergie- en hoogbouwplannen op verstoring van radar. In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, art. 2.4 t/m 2.6, zie ook bijlagen 8, 9 en 10) is vastgelegd in welke gevallen een plan getoetst moet worden.

Het ministerie van Defensie beoordeelt of de in opdracht van de ontwikkelaar door TNO berekende verstoring van het radarbeeld voor projecten binnen het toetsingsgebied aanvaardbaar is en verleent een verklaring van geen bezwaar als dat het geval is. Met vragen en/of een toetsingsplichtig plan dat valt binnen het toetsingsgebied van Defensie kunt u contact opnemen met Het Rijksvastgoedbedrijf: postbus.rvb.omgevingsmanagement@rijksoverheid.nl

Civiele radars

Voor de civiele radars van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) op Schiphol, geldt een toetsingsplicht voor bouwplannen vanaf een bepaalde hoogte, boven het toetsingsvlak, binnen een straal van ongeveer 15 km (zie kaart) rond de luchthaven Schiphol. Binnen dit toetsingsgebied is het niet toegestaan een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarin bouwwerken vanaf die hoogte worden toegestaan - of van een vigerend plan af te wijken - zonder verklaring van geen bezwaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het toetsingsvlak is ter plaatse van de antenne op de hoogte van die antenne, en loopt naar buiten toe geleidelijk op. U kunt deze web-applicatie gebruiken om te bepalen of uw plan toetsingsplichtig is.

In de Wet Luchtvaart (artikel 8.7) staat dat het luchthavenindelingbesluit beperkingen stelt ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven. In het Luchthaven Indelingsbesluit Schiphol (LIB Schiphol, artikel 2.2.4) zijn deze beperkingen nader uitgewerkt.

ILT vraagt advies aan LVNL en beoordeelt of de berekende verstoring van het radarbeeld aanvaardbaar is. Als dat het geval is verleent de minister van Infrastructuur en Watestaat een Verklaring van geen bezwaar. Hier vindt u meer informatie over het LIB Schiphol, waaronder een interactieve kaart. Met vragen en/of een toetsingsplichtig plan (zie kaart) kunt u terecht bij de ILT.

Actueel

Het Rijk werkt momenteel aan oplossingen voor de grootste knelpunten. In dat kader heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op 18 maart 2016 in een brief aan de Tweede Kamer gemeld dat  een extra Defensie luchtverkeersleidings radar geplaatst zal worden in Noordwest Nederland. Dit zal de grootste knelpunten in dat gebied oplossen. Tevens wordt er gewerkt aan plaatsing van een extra radar in Zuidwest Nederland om toekomstige knelpunten in dat gebied te voorkomen.

De grootste knelpunten met hoogbouw in Amsterdam zijn inmiddels opgelost door de quality of service van de militaire radarpost in Soesterberg geschikt te maken voor civiel medegebruik, zodat deze de Schipholradars kan ondersteunen. In 2017 wordt de radarpost TAR4 (Amsterdams Bos) vervangen door TAR Schiphol West (nieuwe locatie bij de Polderbaan). Daardoor zal een iets afwijkend toetsingsvlak gaan gelden. Voor die tijd wordt het LIB Schiphol hierop aangepast.

Verstoring radarinstallaties

Radarinstallaties kunnen door alle hoge bouwwerken in hun werking worden verstoord. Voor Defensie zijn de zogenaamde primaire radars maatgevend en wordt op verstoring van díe radars getoetst. Dit zijn radars die een signaal uitzenden en de reflectie van dat signaal op objecten zoals bijvoorbeeld vliegtuigen detecteren. Verstoring daarvan door hoge bouwwerken betreft de verminderde waarnemingskans achter het bouwwerk, omdat dit als het ware een slagschaduw in de energiebundel van de radar veroorzaakt. Dit slagschaduweffect is het grootst wanneer een bouwwerk dichtbij de radarpost staat.

Luchtverkeersleiding Nederland kijkt daarnaast ook naar verstoring van secundaire radars (en van navigatie- communicatie-apparatuur). Dit zijn radars die een signaal uitzenden dat wordt gedetecteerd door een zogenaamde transponder in een vliegtuig, waarna de transponder informatie over (onder andere) de positie van het vliegtuig terugstuurt. LVNL kijkt bij de secundaire radar naar de verstoring van de hoekmeting (azimuth).

Windturbines kunnen zodanig sterke reflecties van de radarenergie veroorzaken dat de radar plaatselijk wordt verblind. Tevens kunnen de reflecties van de snel bewegende wiekpunten als een vliegtuig worden gezien omdat de snelheid vergelijkbaar is. Daardoor kan het volgen van vliegtuigen boven windturbines lastig of onmogelijk worden. Hiermee is dus het belang van vliegveiligheid in het geding en bij vijandelijke of illegale vluchten ook de nationale veiligheid.

Door hoogte, materiaalgebruik en de aanwezigheid van bewegende delen, kunnen windturbines tevens extra verstoring veroorzaken voor overige luchtverkeersapparatuur, in het bijzonder navigatie- en communicatie-apparatuur. Ten slotte is de ‘zichtbaarheid’ van deze obstakels voor vliegtuigen lastig bij slechtere zichtomstandigheden (hevige neerslag, mist en dergelijke). Windturbines worden daarom aangemerkt als ‘gevaarlijke objecten’, die in de omgeving van een luchthaven en onder de aan- en uitvliegroutes worden gezien als potentieel risicovol.

De radarinstallaties van het ministerie van Defensie hebben een aantal functies. De radarposten in Wier en Nieuw-Millingen ondersteunen de gevechtsleiding onder andere bij het uitvoeren van hun luchtruimbewakingstaken in het kader van het waarborgen van de (inter)nationale veiligheid. De radarpost in Nieuw-Millingen zal worden verplaatst naar Herwijnen. De posten bij (voormalig) vliegbases Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg, Woensdrecht en Volkel ondersteunen de Luchtverkeersleiding bij de afhandeling van het binnenlandse militaire en civiele luchtverkeer en leveren aanvullende radargegevens ter ondersteuning van de gevechtsleidingstaken.

De radarbeelden worden ook gebruikt door andere overheidsdiensten zoals onder andere de Luchtvaartpolitie en de Douane in het kader van de bestrijding van criminaliteit met  kleine luchtvaarttuigen (drugstransport, mensensmokkel en dergelijke). De belangrijkste functie van de radarposten van LVNL op Schiphol is het begeleiden en separeren van het vliegverkeer van en naar Schiphol en van overvliegend verkeer. De radars kunnen ook gebruikt worden door Defensie als aanvulling van de eigen radars.

Direct bij militaire vliegvelden en bij Schiphol moeten de radars vanaf 300 voet (minder dan 100 m.) vliegtuigen kunnen waarnemen en in het verkeersleidinggebied in de omgeving van deze vliegvelden op 500 voet. In deze gebieden gelden ook algemene bouwhoogtebeperkingen voor alle soorten gebouwen en bouwwerken, en wordt getoetst op verstoring van onder andere navigatie- en communicatie-apparatuur. Toelichting overige toetsingen ten behoeve van vliegveiligheid. Dit moet ook de betrouwbare werking van andere navigatiesystemen van de civiele luchtvaart garanderen.

In de rest van Nederland moeten in beginsel objecten op 1000 voet en hoger door radar waargenomen kunnen worden en gelden geen algemene bouwhoogtebeperkingen. Wel geldt  een toetsingsplicht op grond van het Rarro, voor bouwwerken hoger dan een bepaalde hoogte en binnen een bepaalde afstand vanaf de radarposten (zie kaart).
De hoogten van 300, 500 en 1000 voet gelden ten opzichte van het maaiveld.

Toetsen op radarverstoring - Defensie

Rondom de zeven radarposten van het ministerie van Defensie zijn toetsingsgebieden aangewezen. Deze gebieden zijn beschreven in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
De toetsingsplicht verschilt voor windturbines enerzijds en gebouwen en andere bouwwerken anderzijds. Dit is nodig, omdat windturbines een grotere kans hebben radars te verstoren. Plannen voor windturbines zijn toetsingsplichtig indien zij zijn gepland op een afstand van minder dan 75 km. van één van de 7 radarposten en indien de tiphoogte van de wieken de opstelhoogte van die radarinstallatie met een bepaalde hoogte overstijgt.

Plannen voor gebouwen en bouwwerken zijn toetsingsplichtig indien zij zijn voorzien binnen 15 km. van een radarpost en indien de hoogte het opstelpunt van de radarinstallatie met een bepaalde hoogte overstijgt. In de Rarro is een kaart opgenomen van de radarstations en deze radarverstoringsgebieden. Op deze kaart zijn weergegeven; de locaties van de zeven Defensieradars, de cirkels voor de toetsingsplicht voor windturbines en voor hoogbouw, en de hoogte ter plekke waarbij toetsingsplicht ontstaat. Uit deze kaart blijkt verder, dat windturbineprojecten in België en Duitsland niet vallen onder de Nederlandse toetsingsplicht. Het ministerie van Defensie kan wel overleg voeren met autoriteiten in buurlanden in geval van ongewenste ontwikkelingen over de grens.

Toetsen op radarverstoring – Inspectie Leefomgeving en Transport

Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) is op grond van de Wet luchtvaart (artikel 5.23 lid 1) onder meer belast met het verlenen van communicatie-, navigatie- en surveillance-diensten. Dit omvat mede het installeren, beheren en instandhouden van technische installaties en systemen ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging waaronder surveillanceapparatuur (radar). Ter bescherming van de goede werking kent een radar een driedimensionaal toetsingsvlak.

Windturbines die het toetsingsvlak doorsnijden kunnen verstoring opleveren. In dit kader beoordeelt ILT of de uitvoering van voorgenomen (bouw)plannen inderdaad van invloed is op de correcte werking van de technische systemen van LVNL, waaronder de radars. Hiervoor wint ILT advies in bij LVNL. De beoordeling vindt plaats aan de hand van internationale burgerluchtvaartcriteria van het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (ook wel ICAO-verdrag genoemd).

Voor het gebied binnen circa 15 km. van de LVNL-radar op Schiphol geldt sinds 2015 dat het niet is toegestaan een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarin nieuwe (grote) windturbines mogelijk gemaakt worden – of af te wijken van een vigerend bestemmingsplan, tenzij een verklaring van geen bezwaar is afgegeven.

Toetsingsplicht op grond van het Luchthaven Indelingsbesluit (LIB) Schiphol.

In het LIB is een aantal toetsvlakken in de directe omgeving van Schiphol opgenomen om te voorkomen dat bouwwerken opgericht worden die hinder kunnen veroorzaken voor landend en startend vliegverkeer en om de goede werking van de luchtverkeersapparatuur te waarborgen.

Windturbines verdienen in dit kader bijzondere aandacht.

Internationaal worden, vanwege de specifieke risico’s, aanvullende en aangescherpte eisen geformuleerd voor deze bijzondere categorie van objecten. Om die reden kiest het kabinet ervoor om het LIB, gezien de bijzondere positie van de windturbines, in overeenstemming te brengen met de internationale richtlijnen (ICAO EUR DOC 015) en daartoe een specifieke toetszone in te stellen (zie kaart en web-applicatie).

De toetszone is zodanig gedimensioneerd, dat windturbines zowel op hun effecten voor luchtverkeersapparatuur inclusief radar worden getoetst, alsook op hun mogelijke effecten op alle vastgestelde en gepubliceerde aan- en uitvliegprocedures. Dat komt erop neer dat een buitengrens van het toetsgebied is gekozen, die het omhullend gebied betreft van alle toetsvlakken met het oog op de vliegveiligheid tezamen.

Kleine windturbines

Om het aantal te toetsen projecten te beperken is ervoor gekozen om, in lijn met het lokaal ruimtelijke beleid kleinere windturbines (ashoogte maximaal 35 m.) uit te zonderen van toetsingsplicht. Bij plaatsing van een dakturbine op een gebouw geldt een maximale tiphoogte van de turbine van 5 meter, en mag de hoogte van het gebouw inclusief de tiphoogte van de turbine de 35 meter niet overschrijden. Uiteraard blijft daarnaast gelden, dat de windturbine, net als alle andere objecten, niet door een toetsvlak mag steken, zoals geregeld in artikel 2.2.2 van het LIB Schiphol. Voor de toetszone is derhalve gedefinieerd dat geen windturbines mogen worden gerealiseerd die door een toetsvlak steken, een ashoogte hebben van meer dan 35 meter, in geval van plaatsing op een gebouw meer dan 5 meter of meer dan 35 meter voor gebouw en dakturbine tezamen, tenzij een verklaring van geen bezwaar is verkregen.

Om deze verklaring van geen bezwaar te verkrijgen, worden projecten getoetst op hun verstorende werking voor surveillance-, communicatie- en navigatie-apparatuur en mogelijke effecten op de vastgestelde en gepubliceerde aan- en uitvliegprocedures. Toetsingscriteria zijn de hoogte, situering, type, materiaalgebruik en zichtbaarheid. Ook blijft gelden dat wanneer een windturbine door het toetsvlak voor radar steekt deze is toegestaan, mits uit een advies van de ILT blijkt dat de windturbine geen belemmering vormt voor het veilig functioneren van radarapparatuur, conform artikel 2.2.2a.

LVNL is op basis van artikel 5.23, zevende lid van de Wet Luchtvaart gehouden haar taken uit te voeren overeenkomstig het bepaalde in Nederland bindende verdragen, zoals het Verdrag van Chicago. Voor meer informatie over de locaties van de radars in beheer van LVNL en de bijbehorende toetsingvlakken alsmede de toetsingsvlakken van de overige technische systemen kunt u contact opnemen met Luchtverkeersleiding Nederland via cnstoetsing@lvnl.nl.

Procedure toetsing en beoordeling             

Met vragen, voor advies, en met een concreet bouwplan in een toetsingsgebied neemt u contact op met het Rijksvastgoedbedrijf: postbus.rvb.omgevingsmanagement@rijksoverheid.nl respectievelijk de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Wanneer berekening van de verstoring aan de orde is voor een windturbine of windpark laat initiatiefnemer door een extern bureau deze berekening uitvoeren om na te gaan of er mogelijk radarverstoring optreedt. De kosten van dat onderzoek komen voor rekening van de initiatiefnemer. Dit bureau berekent de verstoring op basis van de aangeleverde gegevens, zoals de coördinaten van elke afzonderlijke turbine, ashoogte, rotordiameter en turbinetype.

Vervolgens biedt de initiatiefnemer de uitkomst ervan aan aan het Ministerie van Defensie, en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De uitkomst van de berekening wordt door het ministerie van Defensie en/of ILT beoordeeld waarbij ook eventuele omgevings- en luchtvaartfactoren een rol kunnen spelen. ILT vraagt LVNL hierbij om advies. Bij een positief oordeel wordt een verklaring van geen bezwaar afgegeven en mag het windproject doorgang vinden. De initiatiefnemer zal het oordeel van Defensie respectievelijk de ILT aan het bevoegd gezag (meestal de gemeente) aanbieden, die dit in het bestemmingsplan verwerkt of de omgevingsvergunning kan verlenen.

Vanwege vertrouwelijkheid van een deel van de (Defensie-) gegevens in het rekenmodel kan toetsing voor Defensie alleen door TNO gebeuren. Dit is tevens de enige partij die (op dit moment) beschikt over een rekenmodel waarvan de uitkomsten aanvaard worden door Defensie en LVNL als basis voor hun beoordeling. Dit model is door TNO voor dit doel ontwikkeld in 2010 in opdracht van ministeries van Defensie en IenW.

Voorafgaand aan een formele toetsing van een bouwplan kunnen voor Defensieradars het Rijksvastgoedbedrijf en/of voor civiele radars de ILT meedenken met initiatiefnemer over bijvoorbeeld het meest geschikte moment van toetsing. Dit blijft overigens geheel de verantwoordelijkheid van initiatiefnemer. Eventueel zou TNO op verzoek van de initiatiefnemer van een bouwplan kunnen adviseren over de verstoringsrisico’s en bij een verwachte verstoring over mitigerende maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van een aangepaste opstelling en/of bouwhoogte van windturbines of een keuze van een ander type windturbine.

In beginsel moet de detectiekans op de radardekkingsniveaus 90% of hoger blijven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zogenaamde meervoudige radardekking. Dat betekent dat het beeld van één radar op een gegeven locatie tot beneden de 90% detectiekans verstoord mag worden, mits het gezamenlijke radarbeeld van deze en eventueel andere radars op die locatie wel voldoende is.

Defensie kan op basis van de feitelijke situatie bij het gebruik van het luchtruim in de omgeving van het project overwegen of een iets lagere detectiekans op die lokatie acceptabel is. Defensie maakt dit oordeel zo spoedig mogelijk aan de aanvrager bekend. Dit geldt ook voor toetsing door ILT (en advies van LVNL aan ILT), aanvullend kijkt LVNL bij secundaire radar naar verstoring van de hoekmeting (azimuth).

Meer informatie?

Service menu right