Radar bij windprojecten

In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten die dienen voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Windturbines en hoogbouw kunnen verstoring op de radar veroorzaken. Om de veiligheid te borgen, bestaat in vrijwel geheel Nederland een toetsingsplicht voor (de meeste) nieuwe windenergieprojecten, en binnen 15 kilometer van de radarposten ook voor hoogbouw.

Voor de vliegveiligheid wordt ook getoetst aan de zogenaamde obstakelbeperkingsvlakken rond luchthavens, en aan mogelijke verstoring van navigatie- en communicatie-apparatuur.

Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden

Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden. (Bron: Bijlage 8.4 bij de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening - Staatscourant 2019)

Militaire radar

Voor de zeven Defensieradars geldt een toetsingsgebied voor nieuwe windenergieplannen vanaf een bepaalde hoogte binnen een straal van 75 kilometer. Voor nieuwe hoogbouwprojecten is dat binnen 15 kilometer van een radarpost. Bekijk dit op de kaart. Binnen deze toetsingsgebieden mogen geen nieuwe bestemmingsplannen worden gemaakt met nieuwe (grote) windturbines zonder verklaring van geen bezwaar van Defensie.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, art. 2.6.2. lid 8 en lid 9; art. 2.6.9) staat dat het rijk regels mag stellen over toetsing van windenergie- en hoogbouwplannen op verstoring van radar. In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, art. 2.4 t/m 2.6, zie ook bijlagen 8, 9 en 10) is vastgelegd in welke gevallen een plan getoetst moet worden. Het ministerie van Defensie beoordeelt of de in opdracht van de ontwikkelaar door TNO berekende verstoring van het radarbeeld voor projecten binnen het toetsingsgebied aanvaardbaar is. Daarvoor verleent het ministerie een verklaring van geen bezwaar als dat het geval is.

Civiele radar

Voor de civiele radars van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) op Schiphol geldt een toetsingsplicht voor bouwplannen vanaf een bepaalde hoogte. In het bijzonder is dat boven het toetsingsvlak, binnen een straal van ongeveer 15 kilometer rond de luchthaven Schiphol.

Binnen dit toetsingsgebied is het niet toegestaan een nieuw bestemmingsplan te maken waarin bouwwerken vanaf die hoogte worden toegestaan - of van een vigerend plan af te wijken. Dat kan alleen met een verklaring van geen bezwaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het toetsingsvlak is ter plaatse van de antenne op de hoogte van die antenne. Deze loopt naar buiten toe geleidelijk op. U kunt deze web-applicatie gebruiken om te bepalen of uw plan toetsingsplichtig is.

In de Wet Luchtvaart (artikel 8.7) staat dat het luchthavenindelingbesluit beperkingen stelt ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven. In het Luchthaven Indelingsbesluit Schiphol (LIB Schiphol, artikel 2.2.4) zijn deze beperkingen nader uitgewerkt (zie onder andere bijlage 4a en 6).

Integrale versie van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol

ILT vraagt advies aan LVNL en beoordeelt of de berekende verstoring van het radarbeeld aanvaardbaar is. Als dat het geval is verleent de minister van Infrastructuur en Waterstaat een Verklaring van geen bezwaar.

Actueel

Het Rijk werkt op dit moment aan oplossingen voor de grootste knelpunten. Daarom is begin 2019 een extra Defensie luchtverkeersleidingsradar geplaatst op Maritiem Vliegkamp De Kooy in Den Helder. Dit moet vanaf oktober 2019 de grootste knelpunten van windturbineplannen voor primaire verkeersleidingsradars in Noordwest Nederland oplossen. Ook wordt gewerkt aan plaatsing van een extra radar nabij het Zeeuwse Wemeldinge. Deze radar moet het beeld van de verkeersleidingsradars van Defensie ondersteunen. Dit zorgt voor meer ruimte voor windenergie in Zuidwest Nederland.
 
In 2017 is de radarpost TAR4 (Amsterdams Bos) vervangen door TAR Schiphol West (nieuwe locatie bij de Polderbaan). Deze radar ondersteunt het primaire radarbeeld van de Defensie verkeersleidingsradars. Daardoor wordt in delen van West Nederland de kans op verstoring daarvan door windturbines flink kleiner. Voorwaarde voor deze oplossing is wel dat de planologische bescherming van het zicht van deze radar op afzienbare termijn in Barro en Rarro wordt opgenomen. Hieraan wordt op dit moment gewerkt.

Voor Zuidoost Nederland (Limburg, oostelijk Noord-Brabant) wordt een oplossing nagestreefd door externe dekking via Belgische en Duitse radarsystemen.

Voor Flevoland loopt een oriëntatie op een locatie voor mogelijke uitbreiding van de radardekking. Bekeken of dit ook aanvullende delen van Overijssel en Gelderland kan dekken.

Meer weten?

Service menu right