Onderzoeksplicht energiebesparing

Gepubliceerd op:
14 september 2022
Laatst gecontroleerd op:
20 februari 2024

Locaties met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen KWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent) hebben mogelijk een onderzoeksplicht energiebesparing. De onderzoeksplicht is verbonden aan de energiebesparingsplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving.

Wanneer heeft u een onderzoeksplicht energiebesparing?

Heeft u een energiebesparingsplicht? Dan moet u daar eens in de 4 jaar over rapporteren. Dit moet u doen volgens de onderzoeksplicht energiebesparing en/of de informatieplicht energiebesparing. Een onderzoeksplicht geldt voor locaties van bedrijfstakken:

Waarvoor geldt de onderzoeksplicht?

De onderzoeksplicht is alleen voor de activiteitgebonden maatregelen, bijvoorbeeld efficiënte elektrische aandrijvingen. De onderzoeksplicht geldt dus niet voor de gebouwgebonden maatregelen, bijvoorbeeld de isolatie van de gebouwschil. Hiervoor geldt altijd de informatieplicht energiebesparing. Heeft een procesmaatregel gevolgen voor het energiegebruik van de gebouwen? Dan neemt u dat wel mee in het onderzoek.

Welke andere plichten gelden voor u?

Voert u op uw locatie een activiteit uit waarvoor de gemeente de milieuregels bepaalt onder de Omgevingswet? Of is het jaarlijks energiegebruik minder dan 10 miljoen kWh elektriciteit én minder dan 170.000 m3 aardgas(equivalent)? Dan geldt de onderzoeksplicht niet voor u. Er geldt dan de informatieplicht voor de activiteitgebonden maatregelen.

Vul het stappenplan in en zie welke overheidsorganisatie voor u onder de Omgevingswet de milieuregels bepaalt, welke plichten voor u gelden en welke Erkende maatregelenlijst (EML) eventueel voor u van toepassing is.

Wetchecker energiebesparing

De Wetchecker energiebesparing geeft uitsluitsel over mogelijke andere wettelijke verplichtingen over energiebesparing en CO2-reductie, bijvoorbeeld de energielabel C-plicht voor kantoorgebouwen.

Heeft u vragen over bijvoorbeeld de begrenzing van uw locatie? Of over de wettelijke status van de milieubelastende activiteit op die locatie? Neem contact op met uw omgevingsdienst. De verantwoordelijkheid voor de lokale invulling van de wetgeving ligt bij die organisatie. De rijksoverheid en RVO kunnen hier helaas geen uitspraken over doen.

Wat houdt de onderzoeksplicht energiebesparing in?

Volgens de onderzoeksplicht energiebesparing onderzoekt u eens in de 4 jaar welke energiebesparende maatregelen u moet nemen. Daarover moet u via Mijn RVO bij ons rapporteren. U rapporteert ook welke energiebesparende maatregelen u in de vorige periode heeft uitgevoerd. De laatste uiterste indieningsdatum was 1 december 2023. Diende u nog geen rapportage in? Doet u dit dan zo snel mogelijk. 

Berekening terugverdientijden

De berekening van de terugverdientijd voor een energiebesparende maatregel is geactualiseerd. Daarbij zijn ook de energieprijzen geactualiseerd. De aangepaste methode is in bijlage XV van de Omgevingsregeling opgenomen. In de regeling is ook vastgelegd wanneer vaste energieprijzen moeten worden toegepast en wanneer kan worden gerekend met de eigen energieprijzen.

Voor de glastuinbouw geldt een verlaagd belastingtarief voor aardgas. De energieprijzen voor deze sector zijn in bijlage XVa van de Omgevingsregeling opgenomen. Hierin is ook voor glastuinbouwbedrijven vastgelegd hoe de terugverdientijd van een maatregel berekend moet worden als een WKK-installatie de energie opwekt.
Voor niet-glastuinbouwbedrijven is niet vastgelegd hoe de terugverdientijd berekend moet worden als er een WKK-installatie aanwezig is.

Meer informatie over de berekeningsmethodiek voor de CO2-reductie en de terugverdientijd vindt u op Terugverdientijdmethodiek - energiebesparingsplicht.

De onderzoeksplicht en EED-auditplicht

Naast de onderzoeksplicht kunt u ook te maken krijgen met een Europese rapportageverplichting volgens de Richtlijn Energie-Efficiëntie (EED). Grote ondernemingen moeten elke 4 jaar een energie-audit uitvoeren en hierover aan ons rapporteren. Dit is de EED-auditplicht .

De EED-auditplicht is een Europese verplichting voor ondernemingen die niet onder het midden- en kleinbedrijf (MKB) vallen. Deze ondernemingen moeten eens in de 4 jaar uitzoeken welke kosteneffectieve energiebesparende maatregelen (voor gebouwen, processen en zakelijk vervoer) zij kunnen uitvoeren. Deze kosteneffectiviteit bepalen we met de baten en lasten van een maatregel over de hele levensduur (levenscycluskostenanalyse).

Valt uw locatie onder de energiebesparingsplicht? Dan moet u eens in de 4 jaar rapporteren over welke maatregelen u heeft uitgevoerd door de informatieplicht energiebesparing en/of de onderzoeksplicht energiebesparing. Hoe u moet rapporteren hangt af van:

  • de aard van de activiteiten op de locatie;
  • het energiegebruik op de locatie per jaar.

Valt een locatie onder de onderzoeksplicht en de onderneming als geheel onder de EED-auditplicht? Dan is er veel overlap tussen het vestigingsrapport voor de EED-audit en de rapportage voor de onderzoeksplicht. Er zijn ook verschillen.

Verschillen onderzoeksplicht en vestigingsrapport EED-audit

  • De EED-auditplicht is breder. Deze gaat namelijk over activiteiten, gebouwen en zakelijk vervoer. De onderzoeksplicht gaat alleen over activiteiten.
  • Bij de analyse van het energiegebruik moeten voor de onderzoeksplicht de onbenutte warmtestromen worden opgegeven. Bij de EED-auditplicht hoeft dit niet.
  • Bij de onderzoeksplicht worden aan de inventarisatie van de  kosteneffectieve maatregelen, 3 specifieke eisen toegevoegd. Namelijk (1) een analyse van de elektrische aandrijftechnieken, (2) een isolatiescan en (3) een spiegeling aan een specifieke lijst van maatregelen (de basislijst).
  • De onderzoeksplicht gaat over maatregelen die CO2 verminderen. Bijvoorbeeld door hernieuwbare energie op te wekken of over te stappen naar een energiedrager met een lagere CO2-uitstoot. De EED-auditplicht gaat alleen over energiebesparende maatregelen.
  • Voor de onderzoeksplicht moeten maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder geïdentificeerd worden. De manier waarop deze terugverdientijd wordt bepaald, is wettelijk vastgelegd. Voor de EED-auditplicht geldt een andere eis. Daarvoor wordt de kosteneffectiviteit over de levensduur van een maatregel bepaald, door middel van een levenscycluskostenanalyse. Er kunnen dus mogelijk andere maatregelen uit de berekening van de terugverdientijd komen.
  • Bij de onderzoeksplicht rapporteert u welke energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar zijn uitgevoerd, welke nog uitgevoerd moeten worden en wanneer deze worden uitgevoerd. De EED-auditplicht kent zo'n uitvoeringsplan niet.

Sjablonen voor uw rapportages

Gebruik onderstaande sjablonen voor uw onderzoeksrapportage voor een locatie.

Ook kunt u het sjabloon voor rapportage onderzoeksplicht én vestigingsrapportage EED-auditplicht gebruiken. Dit sjabloon gebruikt u voor uw onderzoekplichtrapportage voor betreffende locatie(s). Het rapport kunt u dan ook als vestigingsrapportage voor de EED-auditplicht gebruiken.

Hulpbestand maatregelentabellen

Met het Hulpbestand maatregelentabellen onderzoeksplicht vult u de tabellen 'Getroffen maatregelen' en 'Geïdentificeerde maatregelen' offline in. Upload dit document bij uw rapportage van de onderzoeksplicht.

Download het hulpbestand op Mijn RVO

Basislijst energiebesparende maatregelen

Op de basislijst energiebesparende maatregelen staan gangbare maatregelen die u over het algemeen binnen 5 jaar terugverdient. Bekijk of deze maatregelen gelden voor uw bedrijfsspecifieke situatie. Daarbij geeft u, voor de relevante maatregelen, aan of deze kosteneffectief zijn. Gebruik hiervoor onderstaande download van de Basislijst energiebesparende maatregelen.

    Basischeck Energiemanagement

    Bepaal met de uitkomsten van de 14 vragen naar energiemanagement hoe u uw energiemanagement kunt verbeteren. Energiemanagement houdt in dat een organisatie structurele maatregelen neemt om minimaal energie en grondstoffen te gebruiken. Hiermee neemt de energie-efficiëntie toe met de plan-do-check-act/adapt-cyclus. Een voorbeeld van de plan-do-check-act/adapt-cyclus is:

    1. plan: beleid maken
    2. do: acties plannen en maatregelen uitvoeren
    3. check: resultaten controleren
    4. act/adapt: op basis van resultaten nieuw beleid maken

    Bent u ISO- ISO 50.0001 of ISO 14.001 in combinatie met ISO 14.051 gecertificeerd? Dan voldoet u aan de eisen voor structurele energiezorg en hoeft u de 14 vragen niet te beantwoorden.

    Rubriceringscodes

    Op basis van de antwoorden die u in het eLoketformulier invult, genereert eLoket een rubriceringscode over de stand van zaken van de structurele energiezorg (SEZ) op locatie. 

    • SEZ1: prioriteit voor toezicht. U voldoet niet aan de eisen voor structurele energiezorg. In dit geval is er geen ISO-certificaat of u beantwoordde minstens 1 van de 14 vragen met ‘nee’. 
    • SEZ2: in principe voldeed u aan de eisen voor structurele energiezorg

    Rapporteren voor de onderzoeksplicht energiebesparing

    Het rapportageformulier voor de onderzoeksplicht vindt u via de knop 'Indienen/bewerken' op Mijn RVO.

    U kunt beginnen met het volgende:

    • Gebruik het stappenplan om te bepalen welke overheidsorganisatie voor u onder de Omgevingswet de milieuregels bepaalt en welke plichten voor u van toepassing zijn.
    • Start uw onderzoek. Gebruik hiervoor de sjablonen op deze pagina.
    • Doe inspiratie op voor energiebesparende maatregelen.
    • Heeft u een IPPC-installatie? Onderzoek of er beste beschikbare technieken (BBT) zijn waar u rekening mee moet houden.
    • Bent u van plan een adviseur voor het opstellen van het onderzoek in te huren? Zoek dan uit of de betreffende adviseur voldoende relevante kennis en ervaring heeft.
    • Schaf een eHerkenningsmiddel niveau 2+ of hoger aan met machtiging RVO-diensten niveau eH 2+. Dit heeft u nodig om in te loggen in eLoket.

    Let op: heeft u eHerkenning maar niet het juiste niveau of de juiste machtiging? Neem dan op tijd contact op met de leverancier van uw eHerkenningsmiddel of met de machtigingenbeheerder in uw organisatie. Als uw organisatie een beheermodule heeft, is aanpassing van de machtiging direct mogelijk.

    Intermediair inschakelen

    U kunt ook een intermediair machtigen die voor u rapporteert. Gebruik hiervoor onderstaand machtigingsformulier. Schakelt u een intermediair in, dan hoeft u geen eHerkenningsmiddel aan te vragen. Wel blijft u zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de rapportage. Het bewijs van uw machtiging aan de intermediair hoeft u niet op te sturen, maar u moet deze machtiging wel kunnen tonen als wij dat vragen.

    Let op: het gaat hier niét om ketenmachtiging. Het idee bij ketenmachtiging is dat een onderneming een tussenpersoon/intermediair machtigt om namens de onderneming zaken te doen. De intermediair komt hierbij op het eLoket binnen met het KvK-nummer van de onderneming. Deze werkwijze is niet nodig voor de informatieplichtrapportage, omdat de intermediair in het formulier in eLoket zelf aangeeft dat hij de rapportage namens een andere onderneming indient.

    Wie controleert de rapportages?

    Het lokale bevoegde gezag is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht, waaronder de onderzoeksplicht. Voor de meeste bedrijven en instellingen is dat de gemeente. Voor locaties met een milieubelastende activiteit uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de zogenaamde complexe bedrijven, is dat de provincie.

    Er zijn 2 uitzonderingen.

    1. Het bevoegd gezag voor mijnbouwlocaties is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
    2. Het bevoegd gezag voor de meeste defensielocaties is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

    Omgevingsdiensten hebben mandaat

    Toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht, en de daarbij behorende informatie- en onderzoeksplicht, staat in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Dit houdt in dat de gemeenten het mandaat voor toezicht en handhaving aan hun omgevingsdienst moeten geven. De omgevingsdiensten doen daarom voor vrijwel alle locaties de uitvoering van deze taken.

    U dient uw onderzoeksplichtrapportage in via eLoket van Mijn RVO. Uw omgevingsdienst en uw bevoegd gezag kunnen deze rapportage daar ophalen. De omgevingsdienst beoordeelt uw rapportage. Als uw rapportage onverhoopt niet voldoet, zal de omgevingsdienst u vragen om de rapportage te verbeteren en aan te vullen.

    Publicaties regelingen

    • Onderzoeksplicht energiebesparing: Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 5.15b)
    • Omgevingsregeling: de methode voor de berekening van de terugverdientijd, ook die voor de glastuinbouw, is op 29 december 2023 in de Staatscourant gepubliceerd. 
    • Activiteitenregeling: deze wetsteksten zijn voor het eerst in de Activiteitenregeling milieubeheer gepubliceerd. 
      • De methode voor de berekening van de terugverdientijd berekening is op 13 juni 2023 in de Staatscourant gepubliceerd.
      • Op 30 juni 2023 is de methode voor de glastuinbouw in de Staatscourant gepubliceerd.
         

    De activiteitenregeling is per 1 januari 2024 niet meer van kracht. 

    Bent u tevreden over deze pagina?