SDE++: Hernieuwbare warmte

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 augustus 2026

Wilt u SDE++ subsidie aanvragen voor biomassavergisting, biomassaverbranding, geothermie (diep) of zonthermie? Of voor de opwek van elektriciteit en warmte met warmtekrachtkoppeling (WKK)? Op deze pagina vindt u de algemene voorwaarden en de voorwaarden per technologie.

Biomassavergisting

U kunt subsidie aanvragen in deze 2 categorieën:

Allesvergisting

Allesvergisting is een manier om biogas te maken uit verschillende soorten biomassa. Biomassa is bijvoorbeeld:

  • mest van dieren
  • plantenresten
  • voedselafval
  • andere natuurlijke afvalproducten van planten of dieren

Bij allesvergisting mogen deze materialen samen in een vergister. In deze afgesloten tank breken bacteriën het materiaal af zonder zuurstof. Daarbij ontstaat biogas. Van dit gas kunt u of een afnemer energie of groen gas maken.

Welke biomassa kunt u gebruiken?

U kunt subsidie aanvragen voor bijna alle soorten biomassa om warmte of elektriciteit en warmte met warmtekrachtkoppeling (WKK) te produceren. Bij co-vergisting van mest wordt dierlijke mest gemengd met andere goedgekeurde producten om duurzame energie te maken. Welke producten hiervoor goedgekeurd zijn, leest u in artikel 7c van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

Om subsidie te krijgen moet de biomassa die u gebruikt minstens 25 Nm3 aardgas per ton biogas opleveren.

Vraag subsidie aan voor een nieuwe vergister

U kunt subsidie aanvragen voor een nieuwe vergister als u deze gebruikt om:

  • warmte te produceren;
  • elektriciteit en warmte te produceren waarbij het nominaal elektrisch rendement van de WKK ten minste 20% is.

Voor elektriciteit en warmte uit een WKK berekent u het totale vermogen door het elektrische vermogen en het thermische vermogen bij elkaar op te tellen.

Vraag subsidie aan voor een bestaande installatie

Als de huidige subsidieperiode bijna afloopt, kunt u subsidie aanvragen om een bestaande installatie langer te gebruiken. Dit noemen we voortzetting of verlengde levensduur. Deze installaties hebben vaak nog kosten voor onderhoud en renovatie. Daardoor is er soms nog een deel waarop u geen winst maakt.

U kunt subsidie aanvragen voor:

  • Installaties die warmte produceren, als op het moment van aanvragen minimaal 9 jaar van de subsidieperiode voorbij zijn.
  • WKK-installaties die elektriciteit en warmte produceren. Hierbij moet het elektrisch rendement van de WKK minimaal 20% zijn. Daarnaast moet op het moment van aanvragen minimaal 9 jaar van de subsidieperiode voorbij zijn.

Monomestvergisting

Monomestvergisting is een manier om biogas te maken uit alleen dierlijke mest. De mest gaat in een vergister. In deze afgesloten tank breken bacteriën de mest af zonder zuurstof. Daarbij ontstaat biogas. Van dit gas kunt u of een afnemer energie of groen gas maken.

Monomestvergisting is een manier om hernieuwbaar gas te maken. Hiervoor mag u alleen dierlijke mest gebruiken. U mag geen andere materialen (coproducten) toevoegen.

Vraag subsidie aan voor een nieuwe installatie

Voor nieuwe installaties voor monomestvergisting kunt u subsidie aanvragen in 3 categorieën. De categorie hangt af van het vermogen van de installatie om warmte of elektriciteit en warmte (WKK) te produceren. Daarbij moet de vergister nieuw zijn.

De vermogenscategorieën zijn:

  • kleiner dan of gelijk aan 110 kW
  • groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW
  • groter dan 1.500 kW

Produceert de installatie elektriciteit en warmte met een WKK-installatie? Dan berekent u het totale vermogen door het elektrische vermogen en het thermische vermogen bij elkaar op te tellen. Hierbij moet het elektrisch rendement van de WKK minimaal 20% zijn.

Vraag subsidie aan voor een bestaande installatie

Als de huidige subsidieperiode bijna afloopt, kunt u subsidie aanvragen om een bestaande installatie langer te gebruiken. Dit noemen we voortzetting of verlengde levensduur. Deze installaties hebben vaak nog kosten voor onderhoud en renovatie. Daardoor is er soms nog een deel waarop u geen winst maakt.

U kunt subsidie aanvragen voor:

  • Een installatie met een vermogen van maximaal 1.500 kW die warmte produceert, als op het moment van de aanvraag minimaal 9 jaar van de subsidieperiode voorbij zijn.
  • Een WKK-installatie met een vermogen van maximaal 1.500 kW die elektriciteit en warmte produceert. Hierbij moet het elektrisch rendement van de WKK minimaal 20% zijn. Daarnaast moet op het moment van aanvragen minimaal 9 jaar van de subsidieperiode voorbij zijn.

Gebundeld aanvragen

U kunt aanvragen bundelen voor productie-installaties die onderdeel zijn van een hernieuwbaar-gas-hub. Dit is een groep installaties die samen hernieuwbaar gas produceren. De hub gebruikt één of meerdere aansluitingen om het gas op het gasnet in te voeden.

Aanvragen bundelen kan handig zijn als u samen met andere aanvragers een productie-installatie wilt bouwen, maar alleen als alle aanvragen in de bundel subsidie krijgen.

Krijgen wij op één dag meer subsidieaanvragen dan er budget beschikbaar is? Dan sorteren wij de aanvragen op basis van de subsidie-intensiteit. Dit is het bedrag in euro per ton CO2-reductie (vermindering van de CO2-uitstoot). Bij een gebundelde aanvraag kijken we naar het hoogste bedrag van de aanvragen in de bundel.

Als we moeten loten wie er subsidie krijgt, zien we de bundel als één aanvraag.

Rioolwaterzuivering (RWZI) verbeterde slibgisting

Slibgisting is een techniek waarbij micro-organismen slib afbreken onder zuurstofloze (anaerobe) omstandigheden. Daarbij ontstaat biogas. Biogas is een hernieuwbare energiebron.

Er is geen vaste techniek verplicht om subsidie te krijgen. Dat betekent dat u meer mogelijkheden heeft om nieuwe technieken te gebruiken. Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) verschillen ook sterk in grootte en type installatie.

Wilt u subsidie aanvragen voor extra biogas uit zuiveringsslib? Dan moet u laten zien dat uw installatie minstens 25% meer biogas produceert dan nu. De onderdelen die voor deze extra productie zorgen, moeten nieuw zijn.

U kunt subsidie aanvragen voor:

  • productie van warmte;
  • productie van warmte en elektriciteit.

Biomassaverbranding

Bij biomassaverbranding krijgt u alleen subsidie voor de hernieuwbare warmte die u opwekt. Nieuw in 2026 is de subcategorie ‘voortzetting grote ketel op B-hout’. B-hout is behandeld of bewerkt hout. Bijvoorbeeld geverfd of gelijmd hout, of spaanplaat.

U kunt aanvragen in de volgende 8 categorieën:

  • Ketel op vloeibare biomassa met een vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en kleiner dan of gelijk aan 100 MWe voor gebruik in stadsverwarming.
  • Ketel op vloeibare biomassa met een vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en kleiner dan of gelijk aan 100 MWe voor overig gebruik.
  • Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth waarbij de warmte wordt gebruikt in de industrie.
  • Voortzetting grote ketel op B-hout met een thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth waarbij de warmte wordt gebruikt in de industrie. En waarvan de subsidietermijn binnen 3 jaar afloopt.
  • Voortzetting ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth waarbij de warmte wordt gebruikt in de industrie. En waarvan de subsidietermijn binnen 3 jaar afloopt.
  • Stoomketel op duurzame houtpellets met een minimumvermogen van groter dan of gelijk aan 5 MWth en kleiner dan 50 MWth waarbij de warmte wordt gebruikt in de industrie.
  • Stoomketel op duurzame houtpellets met een minimumvermogen van groter dan of gelijk aan 50 MWth waarbij de warmte wordt gebruikt in de industrie.
  • Brander op duurzame houtpellets voor gebruik in de industrie, met een vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth (bij deze categorie mag u bestaande onderdelen gebruiken). Hierbij geldt een bovengrens van 100 MWe.

Installaties op vloeibare biomassa groter dan of gelijk aan 0,5 MWth

Bij ‘installaties op vloeibare biomassa’ kunt u in een bestaande ketel, oven of fornuis bio-olie verstoken. De subsidie is voor de te verstoken bio-olie. Dit is bijvoorbeeld te gebruiken in een pieklastketel in stadverwarmingsnet. Of een ketel om stoom te produceren in de industrie. Daarnaast is het ook mogelijk om met een bio-oliebrander direct een proces (oven of fornuis) te verwarmen om producten te drogen.

Dit heeft verschillende voordelen van Emission Trading System (ETS) [Link naar die alinea]. Daarom splitsen we deze categorie op in ‘stadsverwarming’ en ‘overig gebruik’.

Elk jaar laat u met een rapport zien hoe duurzaam de vloeibare biomassa is, die u gebruikt. (Link naar alinea]

Voortzetting (eerder ‘verlengde levensduur’)

De voortzettingcategorie is voor SDE-projecten waarvan de subsidieperiode bijna eindigt.

Door operationele kosten hebben deze projecten vaak nog een resterende onrendabele top (een deel waarop u geen winst kunt maken). Daarom is er voor deze installaties een voortzettingcategorie. Deze is voor installaties met een vermogen van 5 MWth of meer. 

Bovendien mag u de houtige biomassa alleen gebruiken om hoogwaardige warmte van meer dan 100°C te maken voor gebruik in de industrie. Gebruik in de tuinbouw mag niet. De eis van 100°C geldt voor de gebruiker.

Er zijn 2 subcategorieën waarvoor u kunt aanvragen:

  • ketel op vaste en vloeibare biomassa
  • ketel op B-hout

Houtpellets als brandstof

Daarnaast maken we onderscheid in het verstoken van houtpellets in:

  • een brander
  • een stoomketel kleiner dan 50 MW
  • een stoomketel van minimaal 50 MW

Alleen subsidie voor houtige biomassa voor hoogwaardige warmte

Verbrandt u houtige biomassa voor hoogwaardige warmte boven de 100°C voor gebruik in de industrie? Dan kunt u subsidie aanvragen. Gebruik in de tuinbouw mag niet. De eis van 100°C geldt voor de warmte bij de eerste gebruiker.

Vanaf 2021 is er geen subsidie meer voor verbranding van houtige biomassa, zoals snoeihout en chips, voor warmte met een temperatuur van 20°C tot 100°C (laagwaardige warmte).

Alleen subsidie voor de warmte die u opwekt

Voor de verbrandingscategorieën geldt dat u alleen subsidie krijgt voor de warmte die u opwekt. U mag met de geproduceerde warmte geen elektriciteit opwekken.

Brandstofeisen

Voor de meeste verbrandingscategorieën mag u geen B-hout gebruiken. Bij de berekening van het basisbedrag voor deze installaties houden we rekening met de hogere prijs die u voor schoon hout betaalt.

Vraagt u subsidie aan in een categorie voor duurzame houtpellets als brandstof? Dan mag u maximaal 15% van de energie opwekken met houtpellets van A-hout en maximaal 25% met reststromen uit bioraffinage van A-houtpellets.

In de SDE++ betekent bioraffinage een proces waarbij het hoofdproduct een fossiele grondstof vervangt. Dit betekent dat bij bioraffinage biomassa wordt verwerkt tot producten die normaal uit fossiele grondstoffen worden gemaakt. Daarom is bijvoorbeeld lignine uit de papierindustrie niet toegestaan. Lignine uit de productie van suikers uit hout mag wel. Als hierbij uit de suikers bioplastics worden gemaakt, gaat het wél om een reststroom uit bioraffinage.

Voor de installaties moet minstens 97% van de energetische waarde van de gebruikte brandstof biogeen zijn (van biologische oorsprong). Hiermee sluit u uit dat het gaat om verbranding van afval of dat u ook aardgas gebruikt.

In alle installaties voor de verbranding van biomassa mag u ook vloeibare biomassa inzetten.

Duurzaamheidseisen biomassa

Gebruikt u vaste, vloeibare of gasvormige biomassa? Dan gelden de Europese RED-duurzaamheidseisen. U moet dan aantonen dat de biomassa die u gebruikt aan deze eisen voldoet.

Dit doet u met certificatieschema’s die de Europese Commissie toestaat. Meestal moet uw bedrijf zelf ook gecertificeerd zijn.

Welke eisen gelden, hangt af van het vermogen van uw installatie. Lees hier meer over op Duurzaamheidseisen biomassa RED SDE++.

Zonthermie

In de categorie ‘Zonthermie’ kunt u subsidie aanvragen voor installaties met ‘afgedekte’ of ‘concentrerende’ collectoren. Het totaal thermisch vermogen moet 140 kW of meer zijn. Voor kleinere systemen kunt u misschien subsidie aanvragen bij de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)

Bij uw subsidieaanvraag vult u het oppervlak in van de collectoren. Of van de spiegels of lenzen die het zonlicht opvangen. 

Er zijn 2 vermogensklassen voor zonthermie:

  • vanaf 140 kW tot 1 MW
  • 1 MW en meer

Omdat grotere systemen meer opleveren voor minder geld, geldt voor deze categorie een lager basisbedrag. Ook de basisenergieprijs en het correctiebedrag voor kleine en grote installaties verschillen.

Vermogen berekenen

Het vermogen van de installatie berekent u zo: u neemt het apertuuroppervlak van de afgedekte collectoren. Of het aangestraalde oppervlak van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht (in m2). U vermenigvuldigt dit met 0,7. Bij vlakke plaatcollectoren is het apertuuroppervlak ongeveer het glasoppervlak. Bij vacuümbuiscollectoren is dit de som van de oppervlaktes van de individuele buizen, zonder de ruimte ertussen. 

Wilt u in aanmerking komen voor de subsidie? Dan moet het lichtabsorberende oppervlak (dat de zonnewarmte opvangt) een geïntegreerd geheel zijn met de lichtdoorlatende laag, zodat deze goed samenwerken. De lichtdoorlatende laag zorgt daarbij voor isolatie. Dit kan een glazen plaat of buis zijn. 

Alleen installaties waarbij het lichtabsorberende oppervlak en de lichtdoorlatende laag (zoals glas of kunststof) één geïntegreerd geheel vormen, komen in aanmerking voor subsidie.

De beglazing van een kas is een lichtdoorlatende laag en PVT heeft ook een lichtdoorlatende laag, maar beide zijn geen geïntegreerd geheel met het lichtabsorberende oppervlak. Daarom kunt u hiervoor geen subsidie aanvragen binnen de categorie ‘Zonthermie’. 

Geothermie

In deze categorie maken we onderscheid tussen:

  • geothermie voor de productie van hernieuwbare warmte
  • geothermie voor de productie van CO2-arme warmte

(On)diepe geothermie met een warmtepomp die een halogeenvrij koudemiddel gebruikt en onderdeel is van de installatie, valt onder CO2-arme warmte. 

Binnen hernieuwbare warmte en CO2-arme warmte zijn er verschillende categorieën.

Geothermie hernieuwbare warmte

  • Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter en met een vermogen van:
    • kleiner dan 12 MWth
    • minimaal 12 MWth en kleiner dan 20 MWth
    • minimaal 20 MWth
  • Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter, minimaal één doublet waarbij u minimaal één bestaande olie- of gasput gebruikt, en met een vermogen van:
    • kleiner dan 12 MWth
    • minimaal 12 MWth en kleiner dan 20 MWth
    • minimaal 20 MWth
  • Geothermie waarbij u uw installatie uitbreidt met ten minste één aanvullende put met een diepte van minimaal 1.500 meter.
  • Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter, waarbij de gebouwde omgeving de warmte gebruikt, met 5.000 vollasturen waarvoor u subsidie kunt krijgen.
  • Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter, waarbij de gebouwde omgeving de warmte gebruikt, met 3.500 vollasturen waarvoor u subsidie kunt krijgen. En met een thermisch vermogen van:
    • kleiner dan of gelijk aan 12 MWth
    • groter dan 12 MWth en kleiner dan of gelijk aan 20 MWth
    • groter dan 20 MWth

Geothermie CO2-arme warmte

  • Geothermie met een diepte van minimaal 500 meter en niet dieper dan 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De warmtepomp draait minstens 3.500 vollasturen waarvoor u subsidie kunt krijgen.
  • Geothermie met een diepte van minimaal 500 meter en niet dieper dan 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De warmte is bedoeld voor verwarming van de gebouwde omgeving. De warmtepomp draait minstens 6.000 vollasturen.
  • Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De wamtepomp heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 20% van het geothermische vermogen van de productie-installatie. De warmtepomp produceert een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C. De warmte wordt gebruikt voor verwarming van de gebouwde omgeving. Hierbij heeft het warmtenet of het verwarmingssysteem een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C. Het gaat om de temperatuur van de ingaande vloeistof voor een warmtenet of warmtesysteem, volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van -10°C of lager.

Er zijn 3 subcategorieën:

  • voor maximaal 3.500 vollasturen
  • voor maximaal 6.000 vollasturen en een thermisch vermogen van minder dan 12 MW
  • voor maximaal 6.000 vollasturen en een thermisch vermogen van minstens 12 MW

De compressiewarmtepomp heeft voor deze 3 categorieën een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een Coefficient of Performance (COP) van ten minste 2,5. U mag uitsluitend een warmtepomp met een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.

Bekijk de subsidietarieven

Wilt u weten hoeveel subsidie u kunt krijgen voor de categorie waarin u aanvraagt? Download dan onderstaande tabel.

Bekijk welke bijlagen u nodig heeft

Wilt u weten welke bijlagen u moet meesturen met uw subsidieaanvraag? Download dan onderstaande tabel.

Emission Trading System (ETS)

ETS staat voor Emission Trade System en is het handelssysteem in Europa voor de CO2-uitstoot van de industrie. Een industrieel bedrijf moet in dat systeem voor elke ton (1.000 kilogram) CO2 dat het uitstoot één emissierecht inleveren. Bedrijven kunnen die emissierechten kopen en verhandelen. Zo betaalt de industrie geld voor de CO2 die zij uitstoot. Het ETS zorgt ervoor dat de Europese industrie geleidelijk naar nul uitstoot in 2057 gaat.

Heeft u door de installatie voordeel uit het ETS? Dan corrigeren we dit ETS-voordeel in het correctiebedrag van de SDE++. We kunnen dit tijdens de productieperiode aanpassen. 

Bij de productie van hernieuwbare warmte kunt u voordeel hebben van het ETS als de productie-installatie onderdeel is van een ETS-installatie. Per categorie installaties stellen we een ETS-correctie vast. Als we uw subsidieaanvraag beoordelen en blijkt dat de productie-installatie geen deel (meer) uitmaakt van een ETS-installatie dan tellen we dit onderdeel niet mee in het correctiebedrag. 

Krijgt u subsidie voor biomassavergisting in combinatie met hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte? Ook dan corrigeren we alleen voor ETS als de productie-installatie onderdeel is van een ETS-installatie.

Vanaf 2027 komt er naast ETS-1 een nieuw systeem: ETS-2. We weten nu nog niet welke correctiebedragen daarbij horen. Het kan zijn dat ETS-2 invloed gaat hebben op de subsidie voor uw project. Zodra er meer duidelijk is, informeren wij u hierover.

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat