Open voor aanvragen

Hernieuwbare warmte

Gepubliceerd op:
19 juli 2017
Laatst gecontroleerd op:
28 juni 2022

Wilt u hernieuwbare (duurzame) warmte produceren? Vraag dan subsidie aan vanuit de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++).

U kunt een aanvraag indienen voor de volgende technieken: biomassavergisting, biomassaverbranding, compostering, zonthermie en geothermie.

Een overzicht van alle opengestelde categorieën met de eisen per categorie vindt u in de brochure  2022 en de Aanwijzingsregeling categorieën SDE++ 2022.

Biomassavergisting

Door vergisting van biomassa zet u restproducten om in energie. Deze techniek kunt u inzetten  voor de productie van hernieuwbare warmte en een combinatie van elektriciteit en warmte in een warmtekrachtkoppeling (WKK). Er zijn categorieën voor:

  • allesvergisting
  • monomestvergisting
  • verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

Daarnaast zijn er categorieën voor verlengde levensduur van projecten die al SDE(+)-subsidie krijgen, maar waarvoor het einde van de subsidieperiode nadert. Dit kan voor de categorieën:

  • allesvergisting
  • monomestvergisting

Lees meer op de pagina Hernieuwbaar gas over de mogelijkheden voor de productie van hernieuwbaar gas.

Allesvergisting

In de categorie 'Allesvergisting' vraagt u subsidie aan voor de vergisting van bijna alle typen biomassa voor de productie van hernieuwbare warmte of een combinatie van elektriciteit en warmte in een WKK. In deze categorie valt ook de co-vergisting van mest. Voorwaarde is dat de biogasopbrengst van de ingaande biomassastroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton is. De aardgasequivalent drukt de standaard hoeveelheid energie per type brandstof uit. 

Monomestvergisting

In de categorie 'Monomestvergisting' vraagt u subsidie aan voor de vergisting van alleen dierlijke mest zonder co-producten voor de productie van hernieuwbare warmte of een combinatie van elektriciteit en warmte in een WKK. We maken daarbij onderscheid op vermogen: u kunt aanvragen voor kleinschalige mestvergisting (bijvoorbeeld bij boerderijen) en grootschalige mestvergisting.

Allesvergisting en Monomestvergisting verlengde levensduur

Produceert u energie door allesvergisting of monomestvergisting en ontvangt u hiervoor al SDE(+)-subsidie? En loopt uw huidige subsidie binnen 3 jaar af? Dan kunt u voor deze technieken opnieuw subsidie aanvragen. U doet dit in de categorieën 'Allesvergisting verlengde levensduur' of 'Monomestvergisting verlengde levensduur'. Zo heeft u op tijd zekerheid over de toekomst van uw installatie. 

Verbeterde slibvergisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

In de categorie 'Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties' vraagt u subsidie aan voor verbeterde slibgisting bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie voor de productie van hernieuwbare warmte of een combinatie van elektriciteit en warmte in een WKK. Deze installaties zijn erg verschillend qua grootte en type. Daarom is er voor deze categorie geen specifieke techniek voorgeschreven die u moet gebruiken voor het verbeteren van de slibgisting. U mag dan ook verschillende innovatieve technieken gebruiken. In uw subsidieaanvraag toont u aan dat u de bestaande biogasproductie met minimaal 25% verhoogt. De installatiedelen die zorgen voor deze meerproductie van biogas moeten nieuw zijn.

Biomassaverbranding

U kunt subsidie aanvragen voor verschillende biomassaverbrandingscategorieën. We maken onderscheid in de soort biomassa die u inzet en het vermogen van de installatie. Zo maken we bijvoorbeeld onderscheid tussen vaste en vloeibare biomassa en het soort hout dat u gebruikt.

Daarnaast zijn er categorieën voor verlengde levensduur van projecten die al SDE(+)-subsidie krijgen, maar waarvoor het einde van de subsidieperiode nadert.

Voor alle biomassaverbrandingscategorieën mag u naast de levering van nuttige warmte, ook elektriciteit opwekken voor hetzelfde basis- en correctiebedrag. We berekenen het basis- en correctiebedrag om warmte te leveren. Voor deze categorieën stellen we daarom geen eisen meer aan het minimale elektrisch rendement van de installatie.

Houtige biomassa alleen voor hoogwaardige warmte 

Vanaf 2021 verstrekken we geen subsidie meer voor nieuwe biomassaverbrandingsprojecten waarbij u houtige biomassa (zoals snoeihout en chips) voor laagwaardige warmte (warmte < 100°C) gebruikt. Voor hoogwaardige warmte ≥ 100°C verstrekken we wel subsidie als u houtige biomassa inzet. De 100°C-eis geldt voor de aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde. Met gebruikerszijde bedoelen we de eerste gebruiker van de warmte.

Verlengde levensduur 

Produceert u energie uit biomassa door verbranding en ontvangt u hiervoor al SDE(+)-subsidie? En loopt uw huidige subsidie binnen 3 jaar af? Dan kunt u voor deze technieken daarom opnieuw subsidie aanvragen met de categorie ‘Verlengde levensduur’. Zo heeft u op tijd zekerheid over de toekomst van uw installatie.

Nieuw in 2022 is dat er naast een categorie verlengde levensduur voor installaties met een vermogen ≥ 5 MWth, ook een categorie verlengde levensduur is voor installaties met een vermogen < 5 MWth.

Duurzaamheidseisen

De biomassa die u gebruikt, moet aan duurzaamheidseisen voldoen. Er gelden andere eisen voor:

  • ketel ≥ 5 MW stoom uit houtpellets
  • brander op houtpellets ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe
  • ketel op houtpellets voor stadsverwarming

Deze categorieën moeten voldoen aan de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

Voor de overige technieken waar u vaste, vloeibare en gasvormige biomassa gebruikt, moet worden voldaan aan duurzaamheidseisen uit de Renewable Energy Directive (REDII). Dit geldt als het vermogen van uw installatie boven de gestelde grenzen ligt.

Lees meer over deze eisen en grenzen op de pagina Duurzaamheidseisen biomassa in pelletinstallaties SDE++ of Duurzaamheidseisen biomassa REDII SDE++.

Compostering (champost)

Bij compostering komt veel laagwaardige warmte vrij. Deze laagwaardige warmte kan worden gebruikt voor de verwarming van gebouwen of glastuinbouwkassen. Nieuw in 2022 is dat u naast champost ook andere biomassastromen mag composteren. Een uitzondering hierop is mest. Dit mag u niet gebruiken binnen deze categorie.

Zonthermie

Voor de techniek 'Zonthermie' kunt u een aanvraag doen voor een installatie waarbij u alleen 'afgedekte' zonnecollectoren gebruikt. Deze collectoren moeten een transparante isolerende laag hebben die één geheel vormt met de collector. De afdekkende laag mag niet het dak van een kas of een fotovoltaïsche zonnepaneel zijn. Nieuw in 2022 is dat u bij deze techniek ook voor zonvolgende concentrerende collectoren mag aanvragen.

We maken daarbij onderscheid op vermogen. Dit onderscheid begint bij een thermisch vermogen van ≥ 140 kW. Voor kleinere systemen kunt u  de Investeringssubsidie voor duurzame energie (ISDE) gebruiken.

Geothermie

Wilt u warmte produceren door geothermie (aardwarmte)? Dan kunt u SDE++-subsidie aanvragen voor de techniek ‘Geothermie’. We onderscheiden 2 technieken:

  • (ultra)diepe geothermie voor de productie van hernieuwbare warmte
  • (on)diepe geothermie voor de productie van CO-arme warmte

Bij geothermie voor CO2-arme warmte gebruikt u een warmtepomp om de warmte in temperatuur te verhogen.

We maken bij de categorieën onderscheid op onder andere diepte, vermogen en vollasturen. Lees welke categorieën er zijn in de brochure bovenaan deze pagina.

Voor alle geothermieprojecten is een geologisch onderzoek nodig. U stuurt het geologisch rapport mee met uw subsidieaanvraag. Lees meer hierover op de pagina Bijlagen bij uw aanvraag.

Ingebruiknametermijnen

Bij geothermie voor verwarming van de gebouwde omgeving is de termijn voor ingebruikname in de openstellingsronde van 2022 verruimd:  van 4 jaar naar 6 jaar. Bij de overige geothermiecategorieën is deze termijn verruimd van 4 naar 5 jaar.

Vragen over de SDE++?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?