Het nieuwe GLB: de conditionaliteiten

Gepubliceerd op:
2 maart 2022
Laatst gecontroleerd op:
21 april 2022

De conditionaliteiten zijn onderdeel van het nieuwe Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Om betalingen uit het GLB aan te vragen en mee te doen met de eco-regeling houdt u zich aan de 9 Goede landbouw- en milieucondities (GLMC) en de randvoorwaarden.

De conditionaliteiten zijn voorwaarden voor de basispremie, de extra betaling voor de eerste 40 hectare van uw bedrijf en de eco-regeling. Maar ook voor de extra betaling voor jonge landbouwers en het behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen.

Het nieuwe GLB is nog in ontwikkeling. U kunt daarom geen rechten ontlenen aan deze pagina.

Goede landbouw- en milieucondities (GLMC)

1. Oppervlakte blijvend grasland gelijk houden

Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot.

Heeft u percelen met blijvend grasland? Tot en met 2027 mag het percentage blijvend grasland in Nederland niet meer dan 5% dalen. Is de gemiddelde oppervlakte blijvend grasland in Nederland te veel gedaald? Dan voeren we maatregelen in, zoals een omzetverbod of herstelplicht.

In Nederland is ongeveer 40% van de landbouwgrond blijvend grasland. Ieder jaar meten we landelijk hoeveel blijvend grasland er is en vergelijken dit met het referentiejaar 2018.

2. Veenweiden en wetlands beschermen

Kooldioxide en nutriënten blijven in de bodem, als veen niet in contact komt met de buitenlucht.

Heeft u niet-vrij-afwaterende veengrond en ligt dit ongeveer één meter boven het Normaal Amsterdams Peil? Dan mag u niet afwijken van het vastgestelde waterpeil in uw gebied.

We werken de grondsoortenkaart nog bij, zodat u onderscheid kan maken tussen de verschillende types veengebieden. Het bijwerken van de kaart is onderdeel van het 7e Nitraat Actieprogramma (7e NAP).

3. Stoppels niet verbranden

Door stoppels te laten staan blijven organische stoffen in de bodem. Zo verbetert u de bodemkwaliteit en biodiversiteit.

Heeft u gemaaid of geoogst en blijven er stoppels staan? Deze delen van een halm of stengel mag u niet verbranden.

4. Bufferstroken langs waterlopen

Met bufferstroken zonder nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen draagt u bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater.

U heeft een bufferstrook van 5 meter breed langs ecologisch kwetsbare waterlopen en waterlichamen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Langs andere watervoerende sloten is uw bufferstrook 2 meter breed. Deze breedtes sluiten aan bij het 7e NAP. Een bufferstrook hoeft nooit groter dan 5% van het perceel te zijn.

Valt mijn bufferstrook onder de eco-regeling of onder ANLb? Of beide? Lees meer over de Samenhang tussen eco-regeling, conditionaliteiten en ANLb.

5. Erosie tegengaan

Minder erosie betekent een betere bodemvruchtbaarheid.

Deze conditionaliteit geldt alleen in een aangewezen gebied in de regio Limburg. De bestaande regels om erosie tegen te gaan blijven in het nieuwe GLB bestaan. Erosie veroorzaakt meer afspoeling van water en grond. Dit is op lange termijn niet goed voor de bodemvruchtbaarheid.

6. Bodem minimaal bedekken

Met een minimale bodembedekking beschermt u de bodem en zorgt u ervoor dat nutriënten in de bodem blijven.

U zaait op niet-productieve percelen een groenbemester in tussen 31 mei en 31 augustus. We maken later bekend welke groenbemesters u mag gebruiken. U mag de bodem ook bedekken met gewasresten of ruige stalmest. Voor de biologische landbouw komt er misschien een vrijstelling voor deze conditionaliteit.

7. Gewassen op bouwland roteren

Gewasrotatie is goed voor de bodemgezondheid. U voorkomt ziektes en verbetert de structuur van de bodem.

U teelt op al uw bouwlandpercelen ieder jaar een ander gewas als hoofdteelt. Een volgteelt na de hoofdteelt zien we ook als gewasrotatie. Op zand- en lössgrond is het ook verplicht om eens per 4 jaar een rustgewas als hoofdteelt te telen. Dit sluit aan bij het 7e NAP.

Gebruikt u meer dan 75% van uw bouwland voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Dan hoeft u zich niet aan deze conditionaliteit te houden. Dit geldt ook als meer dan 75% van uw subsidiabele landbouwgrond blijvend grasland is of gebruikt wordt voor gewassen die onder water staan.

Bij deze conditionaliteit kijken we naar welk gewas u in 2022 heeft geteeld. Dat mag niet hetzelfde zijn als in 2023. Houd daar rekening mee bij uw bouwplan. Ruilt u een perceel met iemand anders? Ook dan moet u in 2023 een ander gewas telen dan in 2022.

8. 4% van uw bouwland niet-productief laten

Op niet-productieve bouwland ontstaan leefgebieden voor dieren en planten. Dit verbetert de biodiversiteit.

Minimaal 4% van uw bouwland is niet-productief. Het niet-productieve deel kunt u invullen met landschapselementen, zoals sloten, houtwallen, bomenrijen of akkerranden. U kunt er ook voor kiezen om 7% van uw bouwland niet-productief te laten. 3% kunt u binnen de eco-regeling dan invullen met niet-productieve maatregelen. Of met stikstofbindende gewassen zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Gebruikt u meer dan 75% van uw bouwland voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Dan hoeft u zich niet aan deze conditionaliteit te houden. Dit geldt ook als meer dan 75% van uw subsidiabele landbouwgrond blijvend grasland is of gebruikt wordt voor gewassen die onder water staan.

9. Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland beschermen

Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot.

U mag ecologisch kwetsbaar blijvend grasland niet ploegen en omzetten. Dit grasland ligt vooral in Natura 2000-gebieden. De kaart met ecologisch kwetsbaar blijvend grasland in Nederland werken we nog bij.

De randvoorwaarden

Over de randvoorwaarden volgt later meer informatie. We verwachten dat deze voorwaarden voor een groot deel gelijk blijven aan de huidige randvoorwaarden.

Vragen over de conditionaliteiten?

Neem contact met ons op

Bent u tevreden over deze pagina?