SDE++: CO2-arme productie

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 augustus 2026

Wilt u SDE++-subsidie aanvragen voor de productie van waterstof, CO2-afvang en -opslag (CCS), CO2-afvang en -gebruik in de glastuinbouw (CCU) of geavanceerde hernieuwbare brandstoffen? Op deze pagina vindt u de algemene voorwaarden voor CO2-arme productie en de voorwaarden per technologie.

Waterstof

De productie van waterstof gebeurt meestal nog met aardgas in een fornuis omdat dit goedkoper is. Maar waterstofproductie is ook mogelijk met elektrolyse en hernieuwbare elektriciteit. Of door afvalstoffen te vergassen. Dit vermindert de CO2-uitstoot. U kunt subsidie krijgen voor uw elektrolyser als het geproduceerde vermogen van de waterstof minimaal 500 kW is. Nieuw in 2026 is dat u 5 jaar de tijd krijgt om uw project te realiseren.

Voor de productie van waterstof kunt u subsidie aanvragen in 3 categorieën:

Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld

Maakt u waterstof door elektrolyse met een aansluiting op elektriciteitsnet? Dan krijgt u alleen subsidie voor de waterstof die volledig hernieuwbaar is. Volledig hernieuwbare waterstof wordt gemaakt met duurzame energie. Dat betekent dat de elektriciteit voor de productie komt van bijvoorbeeld zon of wind. En niet van fossiele brandstoffen zoals aardgas of kolen.

Maakt uw installatie volledig hernieuwbare maar ook niet-volledig hernieuwbare waterstof? Dan krijgt u alleen subsidie als alle waterstof die u maakt de uitstoot van broeikasgas met minstens 70% vermindert. 

Garanties van Oorsprong

U moet aantonen dat u Garanties van Oorsprong (GvO’s) [Link naar alinea] heeft voor de gebruikte elektriciteit uit wind- of zonne-energie. Deze GvO’s moet u ook afboeken. Dit betekent dat u een GvO inlevert omdat u duurzame energie heeft verbruikt. VertiCer houdt hiervan de registratie bij. 

Extra voorwaarden

Om te bewijzen dat de waterstof volledig hernieuwbaar is, moet uw project ook voldoen aan extra eisen (additionaliteitsvoorwaarden). U moet hierover elk jaar rapporteren. Dit betekent dat u de benodigde gegevens en certificaten over de productie van volledig hernieuwbare waterstof moet aanleveren. Dit doet u bij de minister die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de subsidieregeling.

Voor een elektrolyser met een netgekoppelde aansluiting is additionaliteit verplicht. Additionaliteit betekent dat u de waterstof moet maken met elektriciteit van een nieuw wind- of zonnepark. Een nieuw wind- of zonnepark is een park dat maximaal 36 maanden oud is als de elektrolyser begint met produceren.

Gebruikt u uw elektrolyser voor het eerst na 1 januari 2028? Dan geldt deze regel meteen. Begint uw elektrolyser voor 1 januari 2028 met produceren? Dan geldt een overgangsfase van 10 jaar. In die periode is additionaliteit nog niet verplicht.

Waterstof uit elektrolyse, directe lijn

Maakt u waterstof door elektrolyse met een directe lijn naar een wind- of zonnepark voor uw elektriciteit? Dan kunt u subsidie aanvragen voor uw elektrolyser als het geprocuceerde vermogen van de waterstof minimaal 500 kW is.

Omdat de elektriciteit die u gebruikt duurzaam is, krijgt u voor meer vollasturen (5.840) subsidie dan bij een systeem dat aan het net gekoppeld is. U krijgt subsidie als uw installatie produceert op momenten dat u genoeg hernieuwbare elektriciteit levert via de directe lijn. Als u het hele jaar waterstof wilt produceren, moet het wind- of zonnepark daar dus genoeg vermogen voor hebben. 

Alleen elektriciteit van een nieuw wind- of zonnepark

Voor een elektrolyser met een directe aansluiting op een wind- en/of zonnepark is additionaliteit verplicht. Additionaliteit betekent dat u de waterstof moet maken met elektriciteit van een nieuw wind- of zonnepark. Een nieuw wind- of zonnepark is een park dat maximaal 36 maanden oud is als de elektrolyser begint met produceren.

Waterstof uit afval

U kunt subsidie aanvragen als u afval vergast om waterstof te maken. Uit de vergunning moet blijken dat u alleen afvalstromen gebruikt die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat toestaat. U krijgt alleen subsidie voor de waterstof die u maakt.

U mag alleen afvalstromen gebruiken die u volgens de regels verbrandt of stort. Ook materialen die van dit afval zijn gemaakt, mag u gebruiken. Welke materialen dit zijn, vindt u op Circulair Materialenplan.

CO2-afvang en -opslag (CCS)

CO2-afvang en -opslag, of Carbon Capture and Storage (CCS), is een tussenoplossing om de CO2-uitstoot te verminderen. Dit geldt voor bedrijven die niet snel volledig CO2-neutraal kunnen werken. Dit kan om technische of financiële redenen zijn.

Het CO2 dat u afvangt, slaat u op in lege gasvelden op zee. U moet zelf het CO2 afvangen en zuiveren. U mag het ook buiten Nederland opslaan: in een andere lidstaat van de Europese Unie of in de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen). 

Nieuw in de SDE++ 2026

Dit zijn de veranderingen voor CCS in de SDE++ van 2026:

2 nieuwe CCS-categorieën

In 2026 zijn er binnen CCS 2 nieuwe categorieën waarvoor u subsidie kunt aanvragen:

  • Direct Air Capture (DAC). Dit is een techniek die CO2 uit de buitenlucht afvangt. De installatie mag maximaal 8.000 uur per jaar draaien.
  • Er bestond al een categorie voor het maken van waterstof uit restgassen in een nieuw productieproces. Deze waterstof is te gebruiken voor het verwarmen van een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling (WKK). Er is nu een nieuwe categorie waarin u subsidie kunt aanvragen als u waterstof maakt uit restgassen in een bestaand productieproces. Ook deze waterstof moet u gebruiken voor het verwarmen van een ketel, fornuis of WKK.

Verschil in tarieven voor opslag van CO2

De hoogte van het opslagtarief hangt af van de transportleiding die u gebruikt. Grote transportleidingen kunnen meer CO2 vervoeren, maar zijn in de eerste jaren nog niet volledig te gebruiken. Daardoor zijn de transportkosten in het begin hoger dan bij kleinere leidingen.

U kunt een aanvraag doen in de categorieën die al voor 2026 bestonden als u:

  • vloeibare CO2 vervoert;
  • een transportleiding op of onder de zeebodem gebruikt die meer dan 20 miljoen ton CO2 kan vervoeren.

Daarnaast mag de eigenaar van de transportleiding maximaal 35% van de capaciteit hebben vastgelegd in contracten.

Voldoet u niet aan deze voorwaarden? Dan kunt u een aanvraag doen in de nieuwe categorieën. Daarvoor geldt een lager basisbedrag.

Bij uw aanvraag stuurt u de Modelverklaring transport- en opslagcapaciteit mee. In deze verklaring geeft u aan welke transportroute u wilt gebruiken.

Model 'Vereiste informatie transport- en opslagverklaring' vervalt

Het model 'Vereiste informatie transport- en opslagverklaring' hoeft u niet meer mee te sturen. Dit model gebruikte u om geologische gegevens van een leeg gasveld aan te leveren. Dat is niet meer nodig.

De 'Modelverklaring transport- en opslagcapaciteit' moet u nog wel meesturen met uw aanvraag.

Marktwaarde CO2 in correctiebedrag

Onder CCS vallen meerdere subcategorieën. Zo sluit het correctiebedrag beter aan bij uw situatie. In het correctiebedrag rekenen we namelijk de marktwaarde van het afgevangen CO2 mee.

CO2-uitstoot bij biomassa en afval

Door opslag van kooldioxide die vrijkomt bij verbranding, vergisting of vergassing van biomassa ontstaat zogenoemde negatieve emissie. Negatieve emissie betekent dat er meer CO2 uit de lucht wordt gehaald dan er wordt uitgestoten. Op de lange termijn is negatieve emissie nodig om resterende uitstoot, die moeilijk te voorkomen is, te compenseren. Voor negatieve emissie kunt u carbon dioxide removal credits (CDR's) krijgen. Dit zijn certificaten die verhandelbaar zijn.

Om negatieve emissies mogelijk te maken moet de gebruikte biomassa aantoonbaar duurzaam zijn. De biomassa moet voldoen aan de Europese RED-duurzaamheidseisen. Kijk voor meer informatie op Duurzaamheidseisen biomassa RED SDE++.

De correctiebedragen voor de verschillende technieken zijn nu nog 0. Dat komt doordat er nog geen algemene waarde is voor de verkoop van CDR's. Als die waarde er in de toekomst wel is, nemen we deze mee in het correctiebedrag. Tot die tijd nemen we de extra inkomsten uit CDR's mee in de passende steuntoets van de SDE++. Meer informatie hierover vindt u op SDE(+)(+): MSK-toets.

Het gaat hierbij om de volgende subcategorieën voor CO2-afvang uit:

  • afvalverbrandingsinstallaties
  • biomassaverbrandingsinstallaties of omgevingslucht
  • biogene procesemissies, bijvoorbeeld bij een biogas-opwerkinstallatie

Aparte subcategorieën voor uitstoot van fossiele brandstoffen

Komt de emissie uit fossiele brandstoffen? Dan kunt u aanvragen in de volgende subcategorieën:

Combinatie met CO2-afvang en -gebruik glastuinbouw (CCU)

Heeft u één afvanginstallatie voor CCS en CCU? Dan kunt u subsidie aanvragen voor combinaties tussen CCS en CCU. 

Door de manier waarop het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het basisbedrag berekent, zijn niet alle combinaties mogelijk. Anders kunt u te veel subsidie krijgen. In de tabellen vindt u de toegestane combinaties. Combinaties zijn mogelijk als u CCS en CCU in dezelfde openstellingsronde aanvraagt. Of als u al een CCU-subsidie uit een eerdere aanvraagronde heeft. 

Combinatie van bestaande CCS-subsidies met één afvanginstallatie

Heeft u al verschillende subsidies uit eerdere aanvraagrondes voor CCS? Dan kunt u deze combineren in één CO2-afvanginstallatie. Door de manier waarop het PBL het basisbedrag berekent, kunt u niet alle vormen van CCS combineren. Anders kunt u te veel subsidie krijgen. U mag alleen subsidies combineren binnen de categorieën voor CCS. Het moet gaan om een nieuwe afvanginstallatie voor 8.000 vollasturen. 

U ontvangt de subsidie per jaar. Dit gebeurt in de volgorde waarin u de subsidies heeft gekregen. Combineert u meerdere subsidies? Dan krijgt u eerst geld van de oudste subsidie en daarna van de nieuwere.

Rekenvoorbeeld CCS

Dit voorbeeld gaat over een nieuwe post-combustion CO2-afvanginstallatie bij een bestaande installatie. Hierbij gaat het om gasvormig transport, met een capaciteit van 81,25 ton CO2 per uur. Het CO2 wordt opgeslagen.

Berekening voorlopige SDE++-bijdrage
Maximum aanvraagbedrag in fase 1  € 198,9165 per ton CO2 
Voorlopig correctiebedrag 2026  € 91,3510 per ton CO2 
Voorlopige bijdrage SDE++ 2026 voor het maximum 
aanvraagbedrag in fase 1 
€ 198,9165 - € 91,3510 = € 107,5655 per ton CO2 
Maximum aantal subsidiabele vollasturen 8.000
Totale capaciteit  81,25 ton CO2 per uur 
Maximale subsidiabele jaarproductie bij een installatie 
met een capaciteit van 81,25 ton CO2 per uur
8.000 x 81,25 = 650.000 ton CO2 per jaar
Voorlopige bijdrage SDE++ in 2026 in fase 1 650.000 x € 107,5655 = € 69.917.575

Stuur binnen 3 jaar uw Omgevingsvergunning

Omdat het bij CCS om grote projecten gaat, gelden er speciale termijnen. U moet binnen 3 jaar een opdracht geven voor het project. Ook moet de installatie binnen 6 jaar in gebruik zijn.

Om te controleren of alles volgens plan verloopt, moet u ons binnen 3 jaar na het verkrijgen van de subsidie de volledige Omgevingsvergunning sturen. Dit geldt voor de onderdelen die nieuw moeten zijn, zoals de afvang- en de zuiveringsinstalltie. En soms ook de vervloeiingsinstallatie. Heeft u deze vergunningen al op het moment dat u subsidie aanvraagt? Dan stuurt u ze meteen mee.

Haalt u deze termijnen niet? Dan kunnen we de subsidie intrekken en de bankgarantie innen.

Een meetbedrijf stelt uw productie vast

U meldt uw installatie aan bij een erkend meetbedrijf. Dit geeft elke maand de meetwaarden van uw productie door aan ons. Met een jaarverklaring toont u na afloop van elk kalenderjaar aan dat u het afgevangen CO2 daadwerkelijk heeft opgeslagen. 

CO2-afvang en -gebruik glastuinbouw (CCU)

U kunt ook subsidie krijgen als de glastuinbouw in Nederland uw afgevangen CO2 gebruikt. Omdat de emissiefactor is berekend op het vermijden van de zogenaamde ‘zomerstook’, komt alleen gebruik in de glastuinbouw in aanmerking voor subsidie.

In de haalbaarheidsstudie legt u uit hoe u de levering van het CO2 aan de glastuinbouw regelt. In de ‘tabel CCU’ ziet u welke situaties er zijn.

Heeft uw biomassaverbrandingsinstallatie een thermisch ingangsvermogen van 7,5 MW of meer? Dan moet de gebruikte biomassa voldoen aan de Europese RED-duurzaamheidseisen. Kijk voor meer informatie op Duurzaamheidseisen biomassa RED SDE++.

Combinatie met CCS

Heeft u één afvanginstallatie voor zowel CCS als CCU? Dan kunt u subsidie aanvragen voor combinaties tussen CCS en CCU. Door de manier waarop het PBL het basisbedrag berekent, kunt u niet alle vormen van CCU en CCS combineren. Anders kunt u te veel subsidie krijgen.

In onderstaande tabel zijn de combinaties aangegeven als u CCS en CCU wilt combineren en in dezelfde openstellingsronde wilt aanvragen.

Stuur binnen 3 jaar uw Omgevingsvergunning

Omdat het bij CCS om grote projecten gaat, gelden er speciale termijnen. U moet binnen 3 jaar een opdracht geven voor het project. Ook moet de installatie binnen 6 jaar in gebruik zijn.

Om te controleren of alles volgens plan verloopt, moet u ons binnen 3 jaar na het verkrijgen van de subsidie de volledige Omgevingsvergunning naar ons opsturen. Dit geldt voor de onderdelen die nieuw moeten zijn, zoals de afvang- en de zuiveringsinstalltie. En soms ook de vervloeiingsinstallatie. Heeft u deze vergunningen al op het moment dat u subsidie aanvraagt? Dan stuurt u ze meteen mee.

Haalt u deze termijnen niet? Dan kunnen we de subsidie intrekken en de bankgarantie innen.

Een meetbedrijf stelt uw productie vast

U meldt uw installatie aan bij een erkend meetbedrijf. Dit geeft elke maand de meetwaarden van uw productie door aan ons. Met een jaarverklaring toont u na afloop van elk kalenderjaar aan dat u het afgevangen CO2 daadwerkelijk aan de glastuinbouw heeft geleverd. Op SDE++: Produceren leest u hoe dat moet.

Geavanceerde hernieuwbare brandstoffen

In het Klimaatakkoord staan afspraken om de productie van geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen aan te moedigen. Daarvoor is er een productieplafond van 9,8 miljard kWh. Het correctiebedrag voor deze categorieën bestaat uit de gemiddelde marktprijs van de brandstof plus de gemiddelde vergoeding voor de Emissiereductie Eenheden (ERE’s). Het PBL stelt deze allebei ieder jaar vast. ERE’s zijn certificaten die u krijgt voor het leveren van hernieuwbare energie aan elektrische voertuigen. 

U krijgt alleen subsidie voor de geproduceerde brandstof als u aantoont dat de brandstof is gebruikt in Nederland voor wegtransport en binnenvaart.

Er zijn 2 subcategorieën:

  • biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa
  • bio-LNG uit allesvergisting

Biomassa die u mag gebruiken

Voor bio-LNG mag u alleen biomassa gebruiken die voldoet aan de eisen van Bijlage IX deel A van de Richtlijn hernieuwbare energie.

Voor biomethanol mag u alleen vaste grondstoffen gebruiken, met uitzondering van de stoffen die staan onder de punten o en q van deze bijlage.

Een meetbedrijf stelt uw productie vast

U meldt uw installatie aan bij een erkend meetbedrijf. Dit geeft elke maand de meetwaarden van uw productie door aan ons. Met een jaarverklaring toont u na elk kalenderjaar aan dat u de geproduceerde brandstof heeft geleverd aan de Nederlandse markt. Ook toont u aan dat deze is gebruikt voor wegtransport of binnenvaart. Hiervoor gebruikt u informatie uit het NEa-register.

Bekijk de subsidiebedragen

Wilt u weten hoeveel subsidie u kunt krijgen voor de categorie waarin u aanvraagt? Download dan onderstaande tabel.

Bekijk welke bijlagen u nodig heeft

Wilt u weten welke bijlagen u moet meesturen met uw subsidieaanvraag? Download dan onderstaande tabel.

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat