SDE++: CO2-arme warmte
De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 3 augustus 2026
Wilt u SDE++-subsidie aanvragen voor een warmtepomp? Of voor een elektrische boiler om CO2-arme warmte op te wekken? Op deze pagina vindt u de algemene voorwaarden en de voorwaarden per technologie.
Geen volledig hernieuwbare warmte
De warmte waarvoor u subsidie kunt krijgen, komt niet of niet helemaal uit een hernieuwbare bron. Deze categorie is voor technieken die de CO₂-uitstoot wel verlagen, maar waarbij de warmte niet volledig hernieuwbaar is.
Daardoor kunnen we de geproduceerde warmte niet meten en certificeren volgens de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong.
In de Algemene uitvoeringsregeling staan daarom extra voorwaarden. Daarin leest u:
- wat wij bedoelen met ‘nuttig aangewende warmte’;
- of een productie-installatie geschikt is;
- waar en hoe u de meters moet plaatsen;
- hoe u het meetrapport opstelt.
Emission Trading System (ETS)
ETS staat voor Emission Trade System. Dit is het handelssysteem in Europa voor de CO2-uitstoot van de industrie. Een industrieel bedrijf moet in dat systeem voor elke ton (1.000 kilogram) CO2 dat het uitstoot één emissierecht inleveren. Bedrijven kunnen die emissierechten kopen en verhandelen. Zo betaalt de industrie geld voor het CO2 dat zij uitstoot. Het ETS zit zo in elkaar dat de Europese industrie gedwongen wordt om geleidelijk naar nul uitstoot in 2057 te gaan.
Heeft u of de gebruiker van de warmte voordeel uit het ETS? Dan corrigeren we dit ETS-voordeel in het correctiebedrag van de SDE++. We kunnen dit tijdens de productieperiode aanpassen.
Warmtepompen
U kunt subsidie aanvragen voor de volgende warmtepompen:
Aquathermie (warmte uit water)
Aquathermie (warmte uit water)
U kunt subsidie aanvragen voor technieken die warmte uit water halen.
De warmtepomp moet een thermisch vermogen hebben van minimaal 500 kWth. Ook moet de Coefficient of Performance (COP) minstens 2,5 zijn bij gemiddelde gebruiksomstandigheden. De COP is een maat voor het rendement van een warmtepomp. De warmtepomp moet een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.
Met dit systeem haalt u warmte uit oppervlaktewater, zeewater, afvalwater of drinkwater. De warmte kunt u opslaan in een seizoensopslag. In de winter gebruikt u deze warmte weer.
Met basislast
Er zijn 2 categorieën voor installaties die op basislast werken (6.000 vollasturen). Dit betekent dat de installatie een groot deel van het jaar draait en energie levert. In deze categorieën mag u de warmte alleen leveren aan de gebouwde omgeving. Dit betekent dat de warmte wordt gebruikt voor stadsverwarming, ruimteverwarming of warm tapwater in gebouwen. Kassen vallen hier niet onder.
De 2 categorieën zijn:
- Levering van warmte aan de gebouwde omgeving.
- Levering van warmte aan de gebouwde omgeving met een nieuw warmteoverdrachtstation (WOS). Voor deze installatie mag u geen subsidie hebben gekregen via de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). Een warmteoverdrachtstation is een locatie met een installatie die grootschalig warmte overdraagt aan een warmtenet. Of aan een ander deel binnen hetzelfde warmtenet.
Zonder basislast
Er is ook een categorie voor aquathermie zonder basislast (3.500 vollasturen per jaar). Hiermee bedoelen we dat een installatie minder uren per jaar draait of alleen in bepaalde seizoenen. Levering van warmte aan de gebouwde omgeving, glastuinbouw of processen is toegestaan.
In onderstaande download vindt u een overzicht van alle subcategorieën met aquathermie.
Rekenvoorbeeld warmte uit oppervlaktewater
In dit voorbeeld gaat het om een installatie die warmte maakt uit oppervlaktewater. Een warmtepomp brengt deze warmte op een hogere temperatuur. De warmtepomp heeft een vermogen van 2 MWth en draait 3.500 uur per jaar. De installatie gebruikt een seizoensopslag voor warmte.
De installatie is geen onderdeel van een ETS-installatie. Daarom is in dit voorbeeld geen ETS-waarde meegenomen in het voorlopige correctiebedrag.
Vanaf 2028 geldt de ETS-2. Als u door de ETS-2 kosten vermijdt, kunnen deze vanaf dat jaar meetellen in het correctiebedrag.
| Maximum aanvraagbedrag in fase 4 | € 0,0862/kWh |
| Maximum aanvraagbedrag in fase 5 | € 0,0996/kWh |
| Voorlopig correctiebedrag 2026 | € 0,0273/kWh |
| Voorlopige bijdrage SDE++ 2026 bij maximum aanvraagbedrag in fase 4 | 0,0862 - 0,0273 = € 0,0589/kWh = € 58,90/MWh |
| Voorlopige bijdrage SDE++ 2026 bij maximum aanvraagbedrag in fase 5 | 0,0996 - 0,0273 = € 0,0723/kWh = € 72,30/MWh |
| Maximum aantal subsidiabele vollasturen | 3.500 |
| Totaal nominaal vermogen | 2 MWth |
| Maximale subsidiabele jaarproductie bij een installatie met een vermogen van 2 MWth | 2 x 3.500 = 7.000 MWh |
| Voorlopige bijdrage SDE++ in 2026 bij maximum aanvraagbedrag in fase 4 | 7.000 × € 58,90 = € 412.300 |
| Voorlopige bijdrage SDE++ in 2026 bij maximum aanvraagbedrag in fase 5 | 7.000 × € 72,30 = € 506.100 |
Geothermie met warmtepomp
Geothermie met warmtepomp
- Geothermie met een diepte van minimaal 500 meter en niet dieper dan 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De warmtepomp draait minstens 3.500 vollasturen waarvoor u subsidie kunt krijgen.
- Geothermie met een diepte van minimaal 500 meter en niet dieper dan 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De warmte is bedoeld voor verwarming van de gebouwde omgeving. De warmtepomp draait minstens 6.000 vollasturen.
- Geothermie met een diepte van minimaal 1.500 meter. U verhoogt de temperatuur van de warmte met een warmtepomp. De wamtepomp heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 20% van het geothermische vermogen van de productie-installatie. De warmtepomp produceert een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C. De warmte wordt gebruikt voor verwarming van de gebouwde omgeving. Hierbij heeft het warmtenet of het verwarmingssysteem een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C. Het gaat om de temperatuur van de ingaande vloeistof voor een warmtenet of warmtesysteem, volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van -10°C of lager.
Er zijn 3 subcategorieën:
- voor maximaal 3.500 vollasturen
- voor maximaal 6.000 vollasturen en een thermisch vermogen van minder dan 12 MW
- voor maximaal 6.000 vollasturen en een thermisch vermogen van minstens 12 MW
De compressiewarmtepomp heeft voor deze 3 categorieën een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een Coefficient of Performance (COP) van ten minste 2,5. U mag alleen een warmtepomp met een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.
In onderstaande tabel vindt u een overzicht van alle subcategorieën met geothermie:
Zonthermie PVT-panelen met warmtepomp
Zonthermie PVT-panelen met warmtepomp
Deze categorie geldt alleen voor fotovoltaïsch-thermische panelen (PVT). Gewone zonnewarmtecollectoren zonder afdekking mogen niet.
U kunt subsidie aanvragen voor een systeem dat warmte opwekt door zonthermie (zonnewarmte). Dit systeem bestaat uit collectoren die zowel warmte als stroom maken. Een water-waterwarmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte.
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- De warmtepomp gebruikt een halogeenvrij koudemiddel.
- De warmtepomp heeft een COP van ten minste 2,5.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 1.400 kWth.
- Per kWth van de warmtepomp moet er minimaal 3 m2 aan PVT-panelen zijn.
- Het totale oppervlak van de PVT-panelen moet minimaal 4.200 m2 zijn.
- U moet een nieuwe seizoensopslag voor warmte bouwen.
- U moet ook een nieuwe dag-nachtopslag voor warmte van de warmtepomp plaatsen.
- De warmte mag u alleen leveren aan een stadsverwarmingsnet voor verwarming van gebouwen en warm kraanwater.
Lucht-water-warmtepomp
Lucht-water-warmtepomp
U kunt aanvragen in 2 subcategorieën:
- Levering van warmte aan bestaande gebouwen. De warmtepomp levert warmte van minimaal 70°C in het stookseizoen (1 oktober tot 1 mei).
- Levering van warmte aan bestaande gebouwen of aan bestaande kassen. De warmtepomp levert warmte van minstens 40°C in het stookseizoen.
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- De lucht-water-warmtepomp gebruikt een halogeenvrij koudemiddel.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth.
- De warmtepomp heeft een COP van minstens 2,5 bij gemiddelde gebruiksomstandigheden.
Industriële warmtepomp
Industriële warmtepomp
Bedrijven in de industrie kunnen warmte met een lage temperatuur zelf gebruiken. Ze verhogen de temperatuur met een elektrische warmtepomp. De glastuinbouw geldt niet als industrie. Warmte moet u op dezelfde locatie gebruiken.
Er zijn 3 subcategorieën:
- voor 3.000 vollasturen
- voor 5.000 vollasturen
- voor 8.000 vollasturen
Er zijn 2 soorten warmtepompen:
- een gesloten warmtepomp
- een open warmtepomp
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- De warmtepomp gebruikt een halogeenvrij koudemiddel.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth
- De warmtepomp heeft een COP van minimaal 2,3.
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces, met aanpassingen
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces, met aanpassingen
Bij de procesgeïntegreerde warmtepomp voor in een bestaand verdampingsproces zijn er 3 subcategorieën:
- voor 3.000 vollasturen
- voor 5.000 vollasturen
- voor 8.000 vollasturen
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- U plaatst de warmtepomp in een bestaand verdampingsproces.
- Is het een gesloten warmtepomp? Dan moet deze een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth.
- De systeem-COP-waarde is minimaal 3,0.
Voor deze categorie gaat het niet om de COP van de warmtepomp(en), maar om de systeem-COP. De systeem-COP is de verhouding tussen de bespaarde warmte en de extra elektriciteit die nodig is. Door het proces te verbeteren en warmtepompen te gebruiken, is minder warmte nodig.
Om subsidie te krijgen, moet u ook aan deze voorwaarden voldoen:
- U gebruikt één of meer nieuwe warmtepompen.
- U past het proces aan. Daarvoor moet u aan ten minste één van de volgende maatregelen voldoen:
- U stapt over van een proces in stappen naar een volcontinu proces.
- U plaatst een nieuwe verdampingsreactor of nieuw verdampingsvat.
- U plaatst een nieuw vat of nieuwe warmtewisselaar plaatsen om condensatie-energie uit de verzadigde damp terug te winnen.
De hoeveelheid warmte (in kWhth) waarvoor u subsidie krijgt, bepalen we indirect. De verbruikte elektriciteit van de warmtepompen (in kWhe) vermenigvuldigen we met een factor 3,0.
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces, zonder aanpassingen
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces, zonder aanpassingen
Bij de procesgeïntegreerde warmtepomp voor een verdampingsproces zonder aanpassing van het proces zijn er 3 subcategorieën:
- voor 3.000 vollasturen
- voor 5.000 vollasturen
- voor 8.000 vollasturen
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- U plaatst de warmtepomp in een verdampingsproces.
- Is het een gesloten warmtepomp? Dan moet deze een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth.
- De systeem-COP-waarde is minimaal 4,5.
Voor deze categorie gaat het niet om de COP van de warmtepomp(en), maar om de systeem-COP. De systeem-COP is de verhouding tussen de bespaarde warmte en de extra elektriciteit die nodig is.
De hoeveelheid warmte (in kWhth) waarvoor u subsidie krijgt, bepalen we indirect. De verbruikte elektriciteit van de warmtepompen (in kWhe) vermenigvuldigen we met een factor 4,5.
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces met laag dauwpunt
Procesgeïntegreerde warmtepomp in bestaand verdampingsproces met laag dauwpunt
Bij de procesgeïntegreerde warmtepomp voor een bestaand verdampingsproces met een laag dauwpunt kunt u subsidie krijgen voor maximaal 8.000 vollasturen.
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- U plaatst de warmtepomp in een bestaand verdampingsproces met een laag dauwpunt.
- De procesgeïntegreerde warmtepomp wint warmte terug uit vochtige lucht van een verdampingsproces. Met deze warmte wordt stoom geproduceerd voor het bestaande verdampingsproces.
- Is het een gesloten warmtepomp? Dan moet deze een halogeenvrij koudemiddel gebruiken.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth.
- De systeem-COP-waarde is minimaal 2,5.
Voor deze categorie gaat het niet om de COP van de warmtepomp(en), maar om de systeem-COP. De systeem-COP is de verhouding tussen de bespaarde warmte en de extra elektriciteit die nodig is.
De hoeveelheid warmte (in kWhth) waarvoor u subsidie krijgt, bepalen we indirect. De verbruikte elektriciteit van de warmtepompen (in kWhe) vermenigvuldigen we met een factor 2,5.
Hoe berekent u de COP van een warmtepomp?
De Coefficient of Performance (COP) is een maat voor de opbrengst van een warmtepomp. Het laat zien hoeveel warmte de warmtepomp levert vergeleken met de gebruikte elektriciteit. U berekent de COP door de opgewekte warmte te delen door de gebruikte elektriciteit, bij gemiddelde gebruiksomstandigheden.
Deze gemiddelde gebruiksomstandigheden zijn de gemiddelde omstandigheden waarin de warmtepomp werkt, zoals de gemiddelde brontemperatuur, gemiddelde buitentemperatuur en de gemiddelde leveringstemperatuur. Dit is het gemiddelde over de periode in een jaar dat de warmtepomp wordt gebruikt (stookseizoen). Bij industriële warmtepompen kan dit ook het gemiddelde van een productieperiode zijn.
Bij een procesgeïntegreerde warmtepomp gebruiken we de systeem-COP. Die berekent u door de bespaarde warmte te delen door de extra elektriciteit die nodig is. De leverancier kan deze berekening voor u maken.
U kunt de berekening onderbouwen met gegevens zoals:
- de gemiddelde temperatuur van de aanvoer en retour van de bron;
- de gemiddelde temperatuur van de opgewekte warmte en retour in het systeem;
- het verwachte elektriciteitsverbruik van de warmtepomp;
- het merk en type warmtepomp;
- het gebruikte halogeenvrije koudemiddel;
- een schema van de installatie en het proces waarin u de warmtepomp gebruikt.
Halogeenvrij koudemiddel is verplicht in warmtepompen
U bent verplicht een halogeenvrij koudemiddel in de warmtepomp te gebruiken. Dit geldt voor alle categorieën waarbij een warmtepomp onderdeel is van de installatie waarvoor u subsidie aanvraagt.
Subsidie voor gebruik restwarmte
Bij industriële processen, datacenters en andere bedrijven kan restwarmte vrijkomen. De temperatuur daarvan is te laag voor het bedrijf om zelf te gebruiken. Met de SDE++ willen we het mogelijk maken om deze warmte ergens anders te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld een stadsverwarmingsnet zijn. Levering van stoom valt hier niet onder.
Om subsidie te krijgen, moet u de restwarmte naar een andere locatie transporteren dan waar u deze opwekt.
U heeft 3 mogelijkheden:
Zonder warmtepomp
Zonder warmtepomp
De restwarmte heeft een temperatuur die hoog genoeg is voor andere gebruikers. Er zijn 5 subcategorieën met ieder een eigen subsidiebedrag. De keuze van dit subsidiebedrag hangt af van de lengte van de transportleiding per eenheid van vermogen.
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- De restwarmtebron heeft een thermisch vermogen van minimaal 2 MWth.
- De warmtewisselaars bij de bron en de transportleiding moeten nieuw zijn.
- Er mag geen stoom worden geleverd.
Met warmtepomp
Met warmtepomp
De restwarmte heeft een te lage temperatuur voor andere gebruikers. Met een warmtepomp verhoogt u de temperatuur. Er zijn 5 subcategorieen met ieder een eigen subsidiebedrag. De keuze van dit subsidiebedrag hangt af van de lengte van de transportleiding per eenheid van vermogen.
Technische eisen
Voor het systeem gelden de volgende technische eisen:
- De restwarmtebron heeft een thermisch vermogen van minimaal 2 MWth.
- De warmtepomp is nieuw.
- De warmtewisselaars bij de bron en de transportleiding moeten nieuw zijn.
- De warmtepomp gebruikt een halogeenvrij koudemiddel.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth.
- De warmtepomp heeft een COP-waarde van minimaal 2,5.
Met een hogetemperatuurwarmtepomp
Met een hogetemperatuurwarmtepomp
U gebruikt de restwarmte om met een hogetemperatuurwarmtepomp warmte te produceren met een temperatuur van minimaal 100°C.
Technische eisen
Voor dit systeem gelden de volgende technische eisen:
- De restwarmtebron heeft een thermisch vermogen van minimaal 2 MWth.
- De warmtepomp is nieuw.
- De warmtewisselaars bij de bron en de transportleiding moeten nieuw zijn.
- De warmtepomp gebruikt een halogeenvrij koudemiddel.
- De warmtepomp heeft een thermisch vermogen van minimaal 500 kWth. De warmtepomp heeft een COP-waarde van minimaal 2,5.
- De warmtepomp is geschikt om warmte op een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 100°C te produceren
- De warmte wordt gebruikt voor stadsverwarming.
Leverancier van de restwarmte vraagt aan
Het bedrijf dat de restwarmte levert en het warmtenet beheert, vraagt de subsidie aan. Als meerdere bedrijven betrokken zijn, vragen zij aan als projectorganisatie of samenwerkingsverband.
Geen subsidie voor een distributienet
De SDE++ is alleen voor het afvangen en leveren van restwarmte. En voor de techniek die nodig is om deze bij de afnemer (bedrijf of stadsverwarmingsnet) af te leveren. Het distributienet valt niet onder de subsidie. Mogelijk kunt u hiervoor subsidie krijgen bij de volgende regelingen:
Subsidie voor een elektrische boiler
Gaat u warmte voor bedrijven opwekken met een elektrische boiler in plaats van een gasketel? Dan kunt u daarvoor subsidie aanvragen. U mag ook hybride ketels gebruiken die op gas én op elektriciteit werken.
De productie-installatie moet nieuw zijn. Het ombouwen van een bestaande gasketel op de locatie mag niet. Bij hybride ketels moet u de geproduceerde warmte en het elektriciteitsverbruik meten. Alleen voor de warmte uit elektriciteit krijgt u subsidie.
U mag de warmte tijdelijk opslaan in een tussenmedium, zoals gesmolten zout, zand of stenen, voordat u deze overdraagt aan een vloeistof.
Er zijn 5 subcategorieën:
- Elektrische boiler voor stadsverwarming.
- Elektrische boiler voor gebruik in de industrie (niet voor tuinbouwkassen).
- Elektrische boiler met een hogetemperatuuropslag voor gebruik in de industrie (niet voor tuinbouwkassen).
- Elektrische boiler voor stadsverwarming. U krijgt een nieuwe subsidiebeschikking voor 5 jaar voor alleen operationele kosten (een bestaande subsidiebeschikking moet u inleveren).
- Elektrische boiler voor gebruik in de industrie (niet voor tuinbouwkassen). U krijgt een nieuwe subsidiebeschikking voor 5 jaar voor alleen operationele kosten (een bestaande subsidiebeschikking moet u inleveren).
De laatste 2 subcategorieën zijn voor elektrische boilers die vaak of helemaal stilstaan omdat de kosten hoger zijn dan verwacht. Heeft u al een subsidiebeschikking voor uw installatie? Dan vraagt u om de oude subsidie in te trekken. U moet dan uitleggen waarom. Dit doet u met een nieuwe berekening van de kosten en opbrengsten (de businesscase).
Technische eisen
Voor subsidie moet uw installatie voldoen aan de volgende technische eisen:
- De elektrische boiler heeft een thermisch vermogen van minimaal 2 MWth.
- Voor stadsverwarming of gebruik in een stoomsysteem heeft de geproduceerde warmte een aanvoertemperatuur van ten minste 100°C in het stookseizoen. Buiten het stookseizoen geldt deze eis niet.
- Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is minstens net zo groot als het totale vermogen van alle elektrische boilers op de locatie.
Voor een elektrische boiler met hogetemperatuuropslag gelden extra eisen:
- Het elektrische vermogen is minstens één keer het thermisch vermogen.
- De hogetemperatuuropslag is minimaal 4 MWh per MW thermisch vermogen van de installatie.
Daarnaast geldt:
- Het totale vermogen van de productie-installatie met hoge temperatuuropslag is maximaal 50 MWth.
- Voor een elektrische boiler met alleen operationele kosten is de subsidielooptijd 5 jaar in plaats van 15 jaar. U neemt deze productie-installatie binnen één jaar in gebruik
Maximaal aantal vollasturen
Om te voorkomen dat het gebruik van een elektrische boiler leidt tot extra CO2-uitstoot, geldt er een maximum aantal vollasturen van 4.800 per jaar. Ook als u gebruikmaakt van banking van onderproductie, mag u niet over het maximale aantal vollasturen heen gaan.
Als uw installatie in een jaar minder draait dan het maximum aantal vollasturen, kunt u dit tekort later inhalen met banking. Dit kan alleen zolang het toegestane aantal productie-uren hoger is dan het maximum aantal vollasturen.
U mag extra productie niet opsparen (banking van overproductie).
Bekijk de subsidietarieven
Wilt u weten hoeveel subsidie u kunt krijgen voor de categorie waarin u aanvraagt? Download dan onderstaande tabel.
Bekijk welke bijlagen u nodig heeft
Wilt u weten welke bijlagen u moet meesturen met uw subsidieaanvraag? Download dan onderstaande tabel.
- Ministerie van Economische Zaken en Klimaat